De wereld valt om tien vragen over de crisis

Turbulentie op de financiële markten. Winstwaarschuwingen van gerenommeerde(multinationals. Scherp naar beneden bijgestelde groeiverwachtingen voor de hele wereldeconomie. Duisenbergs Europese Centrale Bank ziet echter geen reden tot paniek. Tien vragen en tien antwoorden over de ernstigste economische crisis in 25 jaar.

  1. Dit was toch slechts een financiële crisis in Azië, die aan de rest van de wereld voorbij zou gaan?(Dat was inderdaad het verhaal. Begin juli 1997 brak de crisis in Zuidoost-Azië uit toen Thailand de vaste wisselkoers van de baht losliet. En sindsdien bezworen ministers, internationale instellingen en centrale bankiers dat de problemen tot dat deel van de wereld beperkt zouden blijven. Een zwakke financiële infrastructuur was de oorzaak voor deze regionale crisis, en omdat de fundamenten van de rest van de mondiale economie gezond waren, zouden de effecten op andere landen minimaal zijn. Inmiddels weten we beter. De crisis is allang niet meer beperkt tot Azië en heeft zich bovendien ontwikkeld tot veel meer dan een financiële crisis. Tenminste veertig procent van de wereldeconomie bevindt zich op dit moment al in een recessie. Volgens de ILO verloren tien miljoen mensen het afgelopen jaar hun baan als gevolg van de crisis. En het IMF heeft haar groeiverwachting voor de wereldeconomie in 1999 verlaagd van 4,3 naar 2 procent.
  2. En niemand had in de gaten dat het allemaal veel erger is?(Psychologie, vertrouwen en stemmingen spelen een grote rol in de economie. Ministers, internationale instellingen en centrale bankiers doen dan ook niet snel publiekelijk somber over economische perspectieven, uit angst negatieve sentimenten aan te wakkeren op financiële markten, bij consumenten en bij investeerders. Zij worden er onder andere voor betaald om in dit soort tijden te verklaren dat het allemaal erg meevalt. Maar de omvang en diepte van de crisis zijn daarnaast ook vreselijk onderschat. Volgens de sinds eind jaren zeventig steeds dominanter geworden Tien Geboden van de Neoliberale Globalisering zouden deregulering, privatisering, liberalisering van de handel, vrij kapitaalverkeer, een krimpende sociale en collectieve sector en meer marktwerking mondiale voorspoed en overvloed brengen. En vanuit die optiek kan een crisis hier of daar de pret in de rest van de wereld eigenlijk niet drukken. Aanhangers van deze neoliberale gebedsmolen beginnen zich nu te realiseren dat zij het slachtoffer dreigen te worden van hun eigen succes. De zo toegejuichte liberalisering, deregulering en internationalisering blijken bij ernstige economische tegenspoed transmissiekanalen te bieden waarlangs crisisverschijnselen zich verspreiden en multipliceren. George Soros stelde tijdens zijn getuigenis voor een commissie van het Huis van Afgevaardigden daarom dat het een ernstige vergissing is te denken dat de huidige crisis aan de Verenigde Staten voorbij kan gaan: ‘We are all part of the global capitalist system, which involves not only free trade but, even more importantly, the free movement of capital.’
  3. Wat heeft de daling van de olieprijs ermee te maken?(Dalende grondstoffen spelen een belangrijke rol bij de globalisering van de crisis. Omdat in de financieel geïmplodeerde Aziatische landen de economische activiteit met soms tientallen procenten is verminderd, daalt de vraag naar grondstoffen, zoals koper, hout, en vooral olie. Landen die deze producten exporteren zien daardoor ineens hun inkomsten afnemen. Zo halen Birma, Chili, Mongolië, de Solomon-eilanden en Zambia dit jaar zeker tien procent minder valuta binnen met de export van koper en hout, terwijl olie-exporteurs Angola, Gabon, Iran, Koeweit, Nigeria en Venezuela kampen met een daling van hun exportopbrengsten met tenminste twintig procent. De sterk gedaalde olieprijzen spelen ook een rol bij de economische problemen van Mexico, Rusland en Ecuador, dat haar munt inmiddels al heeft gedevalueerd. De negatieve gevolgen van zulke teruglopende exportinkomsten worden versterkt doordat regeringen van getroffen landen daar meestal op reageren met bezuinigingen op sociale en andere overheidsuitgaven. Door zulke pogingen het tij op de financiële markten te keren wordt de economische groei nog verder geremd.
  4. Aangezien de Verenigde Staten en Europa maar weinig handelen met Zuidoost-Azië, en Rusland economisch weinig voorstelt, kunnen de gevolgen in Euroland en Noord-Amerika toch nooit groot zijn?(Toch wel, alleen duurt het even voordat zichtbaar wordt hoe de dominostenen vallen. Allereerst en eigenlijk niet verrassend: behalve dat de export naar door de crisis getroffen landen vermindert en de goedkoper wordende import uit die landen toeneemt, blijkt uit een serie winstwaarschuwingen de afgelopen weken dat multinationals die de afgelopen jaren enthousiast in nu door de crisis getroffen landen geïnvesteerd hebben, hun afzet en winst daar zien dalen. Daarnaast beginnen ondernemers zich te realiseren dat de concurrentie met bedrijven uit landen die zich wanhopig uit de crisis proberen te exporteren sterk aan het toenemen is op derde markten, dus in de rest van de wereld. Voorts draagt de ingezakte vraag uit crisislanden er ook toe bij dat een toenemend aantal sectoren te maken krijgt met overproductie en overcapaciteit. Zo heeft Motorola, de derde producent van computerchips in de wereld, een investering van zes miljard gulden voor een nieuwe chipfabriek in Richmond in de Verenigde Staten gestaakt vanwege de tegenvallende vraag naar en lage prijzen van chips. Een laatste indirect effect zien we onder andere in Brazilië, waar Ford en General Motors ruim tienduizend personeelsleden een deel van de week naar huis hebben gestuurd, omdat de vraag naar auto’s sterk is verminderd sinds de centrale bank de rente fors verhoogde om de real tegen speculanten te verdedigen.
  5. De financiële markten zijn in veel crisislanden de gebeten hond. Terecht?(Alleszins, want speculanten, banken, hedge-fondsen (zie 6) en valutahandelaren spelen een grote rol bij het verspreiden en verdiepen van de crisis. Neem bijvoorbeeld de valutamarkten, waar per dag gemiddeld meer dan 1300 miljard dollar wordt omgezet. Omdat de totale wereldhandel zo'n 5000 miljard dollar per jaar bedraagt, is meer dan negentig procent van die wisseltransacties speculatief. De centrale banken van de meeste landen in de wereld zullen het bijna altijd afleggen tegen valutahandelaren die winst zoeken door te speculeren op een devaluatie. Om zo'n speculatieve aanval af te slaan, wat uiteindelijk veelal niet lukt, verhogen landen vaak hun rente, om de geldgroei te remmen, kapitaal binnen te houden en speculeren duurder te maken. De gevolgen van zo'n reactie zijn zichtbaar in Brazilië, waar de centrale bank de rente tot 49,75 procent verhoogde. Omdat krediet daardoor duurder is geworden, lenen consumenten en producenten vervolgens minder geld, waardoor de economische activiteit in Brazilië afneemt en de werkloosheid stijgt. En over dominostenen gesproken: gezien de omvang van de Braziliaanse economie vermindert mede daardoor ook weer de groei in de rest van Latijns-Amerika, met gevolgen voor bedrijven uit de Verenigde Staten die gemiddeld 45 procent van hun export op dit continent afzetten. Ook op andere manieren verergeren financiële markten de crisis. Voor handelaren op financiële markten zijn landen slechts speldeknopjes op een globe vol potentiële wingewesten, waar je kapitaal naartoe brengt of uit weghaalt als dat gunstig is voor je rendement. Op basis van statistische vergelijkingen en marktsentimenten wordt zodoende 'hot money’ de wereld over geflitst. Landen kunnen daardoor plotseling het slachtoffer worden van geïmporteerde of self-fullfilling crises. Nadat de Russische roebel in augustus onderuitging, bedachten beleggers en speculanten dat Brazilië wel eens het volgende slachtoffer zou kunnen zijn. Door vervolgens op grote schaal kapitaal uit dat land terug te trekken wisten zij deze voorspelling ook bijna tot werkelijkheid te maken. Nog steeds ligt Brazilië onder vuur en Venezuela, Pakistan en Mexico worden met vergelijkbare ontwikkelingen geconfronteerd. Een aantal kleinere landen als Colombia en Ecuador heeft de slag inmiddels al verloren.
  6. En wat is de rol van hedge-fondsen waar ineens zo veel over te doen is?(Bij deze beleggingsfondsen denkt iedereen direct aan George Soros, die begin jaren negentig met zijn Quantum-fonds een miljard dollar verdiende door het Britse pond uit het Europees Monetair Stelsel te speculeren. Inmiddels schat David Hale van de Zürich Group dat de wereld zo'n vier- tot vijfduizend hedge-fondsen rijk is. Deze meestal in belastingparadijzen gevestigde, ongereguleerde beleggingsfondsen voor mensen met erg veel geld zijn uitdrukking van de steeds verdergaande concentratie van vermogen in handen van een kleine groep vermogenden. Volgens Hale beheren deze fondsen samen 400 miljard dollar, meer dan de totale uitstaande obligatieschuld van alle ontwikkelingslanden. Deze inzet van hun deelnemers gebruiken hedge-fondsen bovendien als hefboom om het veelvoudige bij banken te lenen. Met die vervijf- of vertienvoudigde kapitalen opereren zij op de financiële markten, en kleine en middelgrote landen zijn voor deze fondsen dan ook geen enkele partij. Het nu in grote problemen geraakte Long-Term Capital Management (LTCM) fonds is een van de supersterren, waaraan deelname slechts mogelijk is met een inzet van minimaal tien miljoen dollar voor tenminste drie jaar. Met in de directie Myron Scholes en Robert Merton, winnaars van de Nobelprijs economie voor hun expertise in risico-management op financiële markten, leende dit fonds op basis van minder dan vijf miljard dollar eigen vermogen tot maar liefst 200 miljard dollar bij banken. Daarmee werd in 1995 en 1996 meer dan veertig procent rendement behaald. Maar door de afgelopen maanden volledig verkeerd te gokken op een hogere rente in de VS en lagere rente in emerging markets verloor LTCM heel snel zeer veel geld. Om te voorkomen dat grote financiële instellingen daardoor in de problemen zouden komen, werd vorige week onder leiding van de centrale bank van New York een reddingsplan van ruim drie miljard dollar in elkaar gezet. Volgens een schatting van The Wall Street Journal raakten verschillende hedge-fondsen de afgelopen vijf weken tenminste 95 miljard dollar kwijt in emerging markets. Met perverse gevolgen soms, want banken die krediet verstrekt hebben, eisen bij zulke verliezen extra onderpand. Om aan zo'n margin call te kunnen voldoen worden dan in razend tempo aandelen of obligaties verkocht. Zonder directe aanleiding kunnen beurs- en valutakoersen in de rest van de wereld daardoor plotseling onder druk komen te staan, doordat grote pakketten aandelen en obligaties in de verkoop worden gegooid.
  7. Hoe erg is een koersdaling op de beurs?(Niet leuk natuurlijk voor aandelenbezitters of handelaren, maar daar hoeft niemand medelijden mee te hebben. De gevolgen voor de economie als geheel zijn minder duidelijk. Volgens de onlangs verschenen Macro Economische Verkenning denkt ons eigen Centraal Planbureau (CPB) dat een beurscorrectie weinig directe bestedingseffecten heeft en vooral moet worden gevreesd vanwege het vertrouwensverlies bij consumenten en producenten, en om problemen in de financiële sector die daar mogelijk het gevolg van zijn. Als de beurskoersen met twintig procent dalen, verwacht het CPB dat de Nederlandse economie 0,3 procent minder groeit. Voor de Verenigde Staten zijn de schattingen hoger, want daar hebben veel meer mensen op de beurs belegd en wordt veel minder gespaard. Als vuistregel wordt aangehouden dat elke dollar daling van de totale beurswaarde op Wall Street vier tot acht dollarcent minder consumptieve bestedingen tot gevolg heeft. Toen de beurs van New York begin september in korte tijd 2300 miljard dollar minder waard werd, hingen analisten daar een prijskaartje van één procent minder economische groei aan. Het is niet uitgesloten dat door een scherpe daling van de beurskoersen belangrijke financiële instellingen in de problemen raken, of hedge-fondsen grote sommen geleend geld niet meer aan banken kunnen terugbetalen. Datzelfde kan gebeuren als grote landen in Latijns-Amerika hun schuld van in totaal 600 miljard dollar niet meer kunnen afbetalen. In zulke gevallen worden de problemen vele malen groter. Centrale banken en regeringen zullen er dan alles aan doen om met behulp van belastinggeld te voorkomen dat belangrijke banken omvallen en een systeemcrisis veroorzaken. Terwijl de winsten van grote financiële instellingen voor de aandeelhouders zijn, worden omvangrijke verliezen regelmatig gesocialiseerd.
  8. Zal de crisis ook Euroland treffen?(Dat is in toenemende mate al aan het gebeuren. Banken en internationale organisaties stellen hun groeiverwachtingen naar beneden bij, evenals regeringen van verscheidene Europese landen. Volgens Duisenberg zal de groei slechts enkele tienden van procenten achterblijven bij eerdere verwachtingen, maar Robeco-topman Van Duijn voorspelt voor Nederland en de rest van Europa een aantal jaren van nulgroei. Als die voorspelling zelfs maar ten dele zou uitkomen, staan ons een nieuwe toename van de werkloosheid en een nieuwe bezuinigingsgolf te wachten. Voor ons land verwacht het Centraal Planbureau (CPB) in 1999 een stijging van de arbeidsproductiviteit met 1,5 procent, dus als de economie met minder dan dat percentage groeit, gaat de werkloosheid sowieso omhoog. Omdat de belastinginkomsten daardoor afnemen en de uitgaven voor sociale zekerheid omhoog gaan, zal het financieringstekort oplopen. Minister Zalm zal dan extra bezuinigingen vragen om binnen de drie-procentsgrens van het stabiliteitspact voor de euro te blijven. In andere landen van Europa dreigt hetzelfde te gebeuren, want al bij een daling van de groei met slechts één procent komen Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje boven die maximaal toegestane euronorm. Om haar reputatie te vestigen op de financiële markten zal de ECB in dat geval onverwijld extra bezuinigingen eisen of boetes uitdelen. Zoals euro-critici al voorspelden, zal de crisis dan door de ECB worden verergerd in plaats van geremd.
  9. Komt er een gecoördineerde renteverlaging?(Fed-president Greenspan heeft laten doorschemeren dat de rente in de Verenigde Staten misschien wel omlaag kan, omdat als gevolg van de om zich heen grijpende crisis de kans op inflatie kleiner wordt. Maar in Japan is al sprake van deflatie. De rente op daggeld is daar al verlaagd tot 0,25 procent en kan natuurlijk niet tot onder de nul zakken. En de centrale bankiers van Euroland zijn nog bezig met de vorige oorlog tegen de inflatie. Bundesbank-president Tietmeyer en onze eigen centrale bankier Wellink hebben al laten weten niets voor een renteverlaging te voelen. Vooralsnog zit zo'n gecoördineerde renteverlaging er dus niet in. Het is overigens de vraag of een verlaging van de rente op dit moment nog veel meer dan een psychologisch effect kan hebben. De structurele karakteristieken van de huidige crisis - deflatie, overproductie, en de gevolgen van de verregaande financialisering van de wereldeconomie - zullen door een lagere rente in de rijke landen niet verdwijnen.
  10. Tony Blair en Bill Clinton willen de 'internationale financiële architectuur’ hervormen. Goed idee?(Jawel, dat is natuurlijk hard nodig. Maar de voorstellen van Clinton en Blair zijn er uitsluitend op gericht de huidige geglobaliseerde financiële markten veiliger en transparanter te maken voor beleggers en speculanten. Zij gaan daarmee voorbij aan de wezenlijke oorzaken van de financiële crisis, de sociale gevolgen van de financiële deregulering en de ongekende concentratie van macht en vermogen in handen van een kleine groep. De introductie van een Tobin-belasting op financiële transacties, herinvoering van controles op grensoverschrijdend kapitaalverkeer en annulering van de schulden van de landen in de Derde Wereld kunnen het begin van een werkelijk alternatief zijn. Maar voor zulke voorstellen krijg je in The City en op Wall Street de handen zeker niet op elkaar.