Buitenland

De wereld van gisteren

De nieuwe wereld is hier – en het is de wereld van gisteren. Vorige week waren er twee grote stappen richting vroeger tijden te zien. De eerste kwam van Vladimir Poetin, Ruslands nieuwe tsaar, die eind volgende week herkozen zal worden als president. Op een strak gechoreografeerde conferentie kondigde hij een heel scala van futuristische – soms aan het bizarre grenzende – massavernietigingswapens aan. Het was zowel beangstigend als een beetje zielig. ‘Niemand luisterde naar ons’, zei Poetin, keek toen recht de camera in en commandeerde: ‘Luister naar ons nu!’ Het deed iets te veel denken aan Kim Jong-un die serieus genomen wil worden. Maar vooral echode het natuurlijk de Koude Oorlog, toen de supermachten communiceerden via het aanplanten van en paraderen met kernwapens.

Voor iedereen is nu duidelijk wat experts al jaren weten: dat er een nieuwe nucleaire wapenrace is begonnen tussen de VS en Rusland. Dit is vooral te wijten aan de VS. Al in de prille dagen van George W. Bush begonnen de VS aan de voorbereidingen voor een ‘raketschild’ in Centraal-Europese landen, altijd in naam gericht tegen ‘schurkenstaten’ zoals Iran, maar uiteraard even bruikbaar tegen raketten uit Rusland. Ondanks felle Russische protesten werd het in 2016 actief. Daarnaast stonden de VS en Rusland beide voor de vraag wat ze moesten doen met hun vaak tientallen jaren oude kernwapens: wegdoen of vervangen? President Obama koos voor het laatste (prijskaartje: een biljoen dollar), en tot geheel niemands verrassing volgt Rusland dat voorbeeld. Ten slotte gingen de VS openlijk aan de slag met handzame special effects-kernwapens voor alledaags gebruik. Meer aanmoediging had Rusland niet nodig. Als Poetins claims kloppen (en dat is trouwens zeer de vraag), dan heeft Rusland kernwapens die letterlijk eindeloos kunnen rondtoeren onder zee, door de lucht, of door de ruimte, aangedreven door een minikernreactor, om elk raketschild te omzeilen. (In een Russische animatie vinden ze vervolgens hun weg naar Mar-a-Lago.)

China en Rusland versterken het beeld van ieder voor zich

De andere bombshell was het nieuws dat China de weg vrijmaakt voor levenslange alleenheerschappij door Xi Jinping. Niet dat het heel onverwacht komt, maar het is toch een soort grafsteen voor de hoop dat China een gematigde en betrouwbare partner zou kunnen zijn in het stutten van een op regels en verdragen gebaseerde wereldorde. Dat was precies wat Xi Jinping vorig jaar beloofde, op het jaarlijkse gala van ’s werelds rijken en machtigen in Davos. Omdat president Trump diezelfde orde op dat moment boerend en schmierend om probeerde te trekken (bij wijze van spreken) wilden Europese leiders Xi toen maar al te graag geloven.

Inmiddels is de ene na de andere Europese politicus en denktank daarvan teruggekomen. Nogal wat Europese politici beschuldigen China openlijk van een strategie om de Europese Unie te verdelen. In Duitsland was de druppel dat een klein Chinees autobedrijf een reuzenaandeel kocht in Daimler, moederbedrijf van Mercedes – kom niet tussen een Duitser en zijn wagen. ‘China probeert een Chinees stempel op de wereld te zetten en een Chinees systeem op te leggen’, waarschuwde de Duitse minister van Buitenlandse Zaken.

Dat China zijn partijsysteem verruilt voor eenmansheerschappij versterkt het beeld van ieder voor zich. Rusland zat natuurlijk al op dat spoor, en de VS onder Trump ook. De man denkt over verdragen als ‘deals’ met winnaar en verliezer, meent dat de wereldorde ‘niet werkt’, en gaat die misschien ondergraven met zijn aangekondigde handelsoorlog (waar zijn stembasis het hardst onder zal lijden). Niet zo’n mooi perspectief voor de EU, waar politici in verschillende landen zich vastklampen aan de panacee van verdere Europese integratie, tegen de electorale wind in. Macron staat te popelen op de bok, met een wegbrekend Groot-Brittannië, een lamgelegd Italië en een onzeker Duitsland met de verzwakte Merkel achter zich. In de toekomst ligt een wereld die op tal van manieren integreert, maar waarvan de bovenliggende structuur loskomt, en zich terugbeweegt naar de wereld van gisteren – minder onderlinge verdragen, minder verplichtingen, minder ambities, meer openlijke competitie en een grotere rol voor militaire macht. Het slechtere ik van Europa is daar al uitgebreid geweest, en wilde juist niet terug. Maar Europa heeft niet te kiezen in welke internationale omgeving het wil leven. Die wereld komt naar ons toe, of is al gearriveerd.