De wereldorde van jan tinbergen

Erika Mannink is redacteur van het Ikon-radioprogramma De andere wereld.
De 91-jarige Nobelprijswinnaar maakte zich nog dagelijks druk over de wereld. Een gesprek met Jan Tinbergen, twee dagen voor zijn overlijden.

JAN TINBERGEN bewoog zich nog aardig met een wandelstok door zijn huis. Natuurlijk was hij, op zijn hoge leeftijd, langzaam geworden. Maar het fijne porselein waarin zijn huishoudster ons koffie schonk, kon hij nog goed hanteren.
Behalve oud en traag was hij wat vergeetachtig geworden. Onze afspraak voor een vraaggesprek was hem helaas ontschoten. Een verplichting buitenshuis laat ons niet meer tijd dan nodig is voor het maken van een nieuwe afspraak. ‘Neemt u mij niet kwalijk. Dat krijg je als je ouder wordt. Ik ben nu 91. Maar ik neem aan dat u niet gekomen bent om daarover te praten. Er zijn belangrijker zaken.’
Hij had die dag de krant nog niet gelezen, maar toont zich zeer geinteresseerd in het net uitgekomen VN-rapport waarin wordt gepleit voor een soort voorspellingssysteem voor op instorten staande landen. Jaren geleden al sprak Tinbergen, als econoom en voorzitter van de VN-commissie voor Ontwikkelingssamenwerking over een nieuwe wereldorde, bestuurd door een supra-nationaal orgaan. Slechts zo zouden oorlog, economische ongelijkheid en milieurampen kunnen worden voorkomen.
Op 30 mei 1994 had hij nog gesproken op de officiele opening van het pand op de Keizersgracht waar het Tinbergen-instituut naartoe was verhuisd. Tinbergen, de man van de integratie op alle niveaus, toonde zich in zijn lezing verheugd over de samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam en de Rotterdamse Erasmus Universiteit, die eveneens een Tinbergen-instituut had. Hij beschouwde deze vorm van cooperatie als het einde van de wedijver tussen de twee rivaliserende grote steden.
HET IS EEN paar dagen na onze eerste ontmoeting, weer in de rustige Haagse woonwijk, vlak bij Kijkduin. Tinbergen: 'Ik heb er plezier in mijn verhaal te vertellen, als ik denk op die manier iets aan een rechtvaardiger wereld te kunnen bijdragen. Velen vinden mij erg optimistisch, als zij naar mijn denkbeelden over een internationale orde luisteren. Ikzelf voel mij veel meer een idealist dan een optimist. Ik denk te weten hoe de wereld er uit moet zien, niet hoe zij er over een bepaalde tijd uit zal zien. Het kan lang duren alvorens idealen bewaarheid worden, heel lang zelfs. Daar moet je rekening mee houden.’
De pogingen tot Europese eenwording zijn, vindt Tinbergen, een stap in de goede richtig. 'Het valt te hopen dat meer en meer landen zich bij de Unie aansluiten.’ Volgens hem zouden de zwakkere landen zich aan de sterkere moeten optrekken. Dat zal, denkt hij, op langere termijn voor beide partijen goed uitpakken.
Ondanks zijn sociaal-democratische achtergrond ondersteunde hij - samen met een aantal andere bekende Nederlanders - per advertentie Herman Verbeek, kandidaat voor de Groenen bij de jongste Europese verkiezingen (die het uiteindelijk niet heeft gehaald).
Krijgt Verbeek ook zijn stem?
Tinbergen: 'Nee, ik ben tenslotte socialist - dat ben ik altijd al geweest. Dus stem ik weer op de Partij van de Arbeid.’
IN DE JAREN tachtig verrichtte Tinbergen uitgebreid studie naar diverse integratieprocessen. Hij bestudeerde de eenwording van de Verenigde Staten en de samenvoeging van de Zwitserse kantons. 'Weet u hoe lang het heeft geduurd voordat de diverse Zwitserse staten zich verenigden? Zeker zevenhonderd jaar!’
Een van ’s werelds beroemdste econoom is van oudsher een voorstander van een wereldregering, naar het model van de Verenigde Naties. 'Daartoe zijn wel een paar veranderingen nodig’, zegt hij. 'Het belangrijkste is het instellen van een internationale schatkist, waaruit onder meer noodhulp kan worden gefincancierd.’ Hij bepleit het transformeren van diverse VN-afdelingen naar ministeries op wereldniveau. 'Het ILO, de internationale arbeidsorganisatie, kan dan een mondiaal arbeidsbureau worden, op vergelijkbare wijze kunnen wij bijvoorbeeld een wereldministerie van Landbouw en van Industrie vormen.’ Zo worden de belangrijkste beleidsbeslissingen op het juiste niveau behandeld. 'De milieuproblemen, bijvoorbeeld. Wie ondervinden daar de gevolgen van? Wanneer dat nauwkeurig in kaart is gebracht, kunnen de betrokkenen daar op een democratische manier over oordelen.’
Maar vooralsnog moeten er op lokaal niveau belangrijke beslissingen worden genomen. Zo staat het voor Tinbergen vast dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking fors moet worden uitgebreid. 'De stroom van vluchtelingen en andere allochtonen naar ons land kan voor een deel worden voorkomen door een grotere investering in ontwikkeling elders op de wereld. En dat dient georganiseerd te gebeuren. De Verenigde Naties moeten van de rijkere landen een bepaald bedrag kunnen eisen.’
Hij lijkt de laatste jaren steeds radicaler te zijn geworden. 'Het moet tenslotte zo zijn dat de Verenigde Naties bepalen, en niet anderen, wat er gebeurt. De blauwhelmen moeten zich als politieagenten over de hele wereld verspreiden om de vrede te garanderen. Ieder land heeft zich aan de internationale wetgeving te houden. Naties die zich aan het beleid trachten te onttrekken, kunnen maatregelen verwachten. Die zijn in eerste instantie economisch van aard. Maar als economische maatregelen geen effect hebben, kan ook militair worden ingegrepen.’
NU ZIJN, VINDT Tinbergen, wel de belangrijkste onderwerpen aan de orde gekomen. Wat ik eventueel nog meer wil weten over zijn wereldregering kan ik vinden in het artikel dat hij net voor een Indiaas economietijdschrift heeft geschreven. Wacht, hij zal het even uit zijn studeerkamer halen. Maar hij is inmiddels te vermoeid om de gang naar de huiskamer terug te maken. De huishoudster fungeert als intermediair. Zijn handschrift is nog steeds fijn, zij het bibberig. Twee dagen later, op de eerste dag van de Europese verkiezingen, zou hij overlijden.