De wereldrechter?

Als de geboortegrond van Hugo de Groot en de gebroeders De Witt heeft Nederland een naam hoog te houden op het gebied van het internationale recht. Maar de wijze waarop dat heden gestalte krijgt, laat van die eervolle erfenis weinig over. Zo nemen we nog steeds, zij het steeds onwilliger, deel aan een internationaal-juridisch gesproken honderd procent clandestien massabombardement op de Balkan. Daarnaast dient Nederland momenteel als podium voor twee monsterprocessen die de toets van het internationele rechtswezen ook nauwelijks kunnen doorstaan: het proces in Den Haag tegen ex-legerleider Bouterse, en het proces in Zeist tegen twee Libische verdachten van de bomaanslag op een Amerikaans vliegtuig boven Lockerbie in 1988.

Dat de Libische leider Khadafi gegeven de omstandigheden twee van zijn staatsburgers op het vliegtuig naar Soesterberg heeft gezet, is niet zo verwonderlijk. De bewijsvoering tegen Megrahi en Fhimah is flinterdun en is reeds door tal van onderzoeken, ook van Amerikaanse bodem, weerlegd. Ongetwijfeld ging Khadafi, daartoe stevig bewerkt door zijn goede vriend Mandela, over tot medewerking aan dit schertsproces om eindelijk eens af te wezen van de internationale boycot waarmee de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn land nu meer dan tien jaar hebben getergd. Dat minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken Nederlands grondgebied heeft afgestaan aan Groot-Brittannië om twee Libiërs naar Schots recht te kunnen veroordelen, is echter een staaltje van toegeven aan internationale dwingelandij die Nederland als zogeheten gidsland meer dan misstaat. In plaats van aan te dringen op een internationale rechtszaak stemde de Nederlandse regering in met een alle normale rechtsordes tartende vorm van standrecht. Nog kwalijker in dit opzicht is het proces tegen voormalig legerleider Bouterse. Hoewel formeel een drugszaak, is het proces in Den Haag vooral een politieke aangelegenheid. Bouterse’s jarenlange strapatsen als provocateur van de oud-kolonisator hebben veel kwaad bloed gezet. Er zit een forse dosis oud-bijbelse vergeldingsdrift in dit proces. Ronduit bizar was de publicatie van het gehele strafdossier-Bouterse nog voordat de zaak officieel van start ging. Dat gebeurde via een boek van NRC-journalist Marcel Haenen, die het eerste exemplaar uitreikte aan een zichtbaar vergenoegde Docters van Leeuwen, die als BVD-baas en later super-pg bijna een dagtaak had aan de voorbereiding van het ‘proces van de eeuw’. Het integrale strafdossier was 'uitgelekt’ naar Haenen, zo liet Docters vroom weten, maar men hoefde geen op hol geslagen conspiratietheoreticus te zijn om te raden wie het vuistdikke pakket op het bureau van Haenen had gedeponeerd. Bouterse’s advocaat De Freitas beweert dat het Haagse Openbaar Ministerie 'op een haast fascistische wijze bezig is om alles en iedereen die Bouterse verdedigt of in zijn voordeel optreedt, te intimideren’ (Nieuwe Revu, 31 maart). Nu president Wijdenbosch, voorheen vooral bekend als Bouterse’s marionet, de touwtjes heeft doorgeknipt en zelf is gaan lopen, is er niemand meer die Bouterse zal redden. Met het verlies van zijn status als adviseur van staat is het laatste reddingslijntje dat Desi B. nog had, verloren gegaan. De rechters zullen in de jarenlang voorbereide zaak ongetwijfeld heel wat minder barmhartigheid aan de dag leggen dan voor de onlangs vrijgesproken branchegenoot Etiënne U., wiens inspanningen om een Moluks plan ter ontvoering van koningin Juliana te verhinderen (zie De Dominee van Bart Middelburg) hem diep in de jaren zeventig kennelijk veel krediet hebben opgeleverd. Op dergelijke coulantie hoeft Dési Delano Bouterse niet te rekenen. Op zich verdient hij ook niet veel medelijden. Daarvoor was zijn bewind in de jaren tachtig te zeer een soort reprise van oseph Conrads Heart of Darkness. Voor die feiten had Bouterse natuurlijk terecht moeten staan. En niet in Den Haag, maar in Suriname zelf. Zo'n proces zou Suriname een stuk verder kunnen helpen op het pad naar waarlijke autonomie. In plaats daarvan zien de Surinamers hun voormalige boeman straks als een hedendaagse Kwakoe, Boni of Joli Coeur in de ketenen geslagen door de Nederlanders en veroordeeld op grond van een reeks schimmige coke-verhalen. Nederland zelf heeft inmiddels alle morele aanspraken als gidsland verspeeld, laat staan dat het kan fungeren als rechtbank van de gehele wereld.