De wereldregering confereert

Zijn het padvinders of toch de echte regering van Europa? De Bilderberg- groep is veertig jaar na oprichting nog altijd ‘een sinistere samenzwering van het grootkapitaal’. En Beatrix doet mee.

EEN STOET VAN honderdvijftien prominenten uit politiek, wetenschap, zakenwereld en allerlei maatschappelijke geledingen kwam verleden week in het Finse Helsinki bijeen voor de tweeenveertigste Bilderberg-conferentie in successie. Onder hen de Amerikaanse beursgoeroe George Soros, bankier David Rockefeller, Gatt-directeur Peter Sutherland, de Duitse minister van Defensie Volker Ruhe, de top van de ruimtevaarttak van het Daimler-Benz-concern, Brent Scowcroft en de Amerikaanse veiligheidsadviseur ten tijde van het presidentschap van George Bush. Maar ook de monarchie was vertegenwoordigd, in de persoon van de Spaanse vorstin Sophia en onze eigen koningin Beatrix.
Op de agenda van de conferentie, geleid door voorzitter Lord Carrington, stond een hele reeks belangrijke onderwerpen: de lange- termijnveranderingen in de Verenigde Staten, de Europese Unie, de wereldeconomie, het scheppen van werk, de politieke uitdagingen met betrekking tot de islam, Rusland, China en de Gatt. Helaas: wat Beatrix en de andere deelnemers over deze uiteenlopende materie te berde hebben gebracht zullen wij, niet-Bilderbergers, nooit te horen krijgen. Als altijd was de conferentie niet toegankelijk voor de pers en hebben de deelnemers met de hand op het hart moeten beloven geen enkele mededeling aan de buitenwereld te doen.
Ook op het Amsterdamse secretariaat van de Bilderberggroep, geleid door Victor Halberstadt, hoogleraar in de overheidsfinancien te Leiden en PvdA-prominent, doet men er het zwijgen toe. ‘Ik zeg er helemaal niets over’, zegt een geprikkelde Halberstadt aan de telefoon. 'De conferentie is even geheim als de vergaderingen van de Groene-redactieraad.’ Met het verschil dat De Groene wekelijks naar buiten komt, terwijl men in het geval van Bilderberg maar moet afwachten wat er met het bijeenvergaderde gebeurt.
Zonder twijfel ligt aan deze loden zwijgplicht ten grondslag dat er in het verleden een estafette aan spookverhalen over de ware aard van Bilderberg is losgelaten. Wijlen Het Vrije Volk noemde het eens een 'sinistere samenzwering van het grootkapitaal’, terwijl de Westduitse auteur Bernt Engelmann het excentrieke collectief als inspiratiebron gebruikte voor een politieke thriller over de verkoop van militaire vliegtuigen. Het in Moskou uitgegeven blad International Affairs noemde de Bilderbergers in de jaren zestig eens 'de ongekroonde heersers van de kapitalistische wereld’, terwijl het Zweedse persorgaan Stockholms Tidningen Bilderberg als een soort schaduwregering van de Europese Gemeenschap omschreef: 'Zelden zijn we in de gelegenheid het bestaan en de activiteit van de formeel ongeorganiseerde internationale der financiers, verenigd door gemeenschappelijke belangen, waar te nemen. Zulk een treffend verschijnsel is op zichzelf niets nieuws; maar het is interessant en leerzaam deze ontwikkeling te volgen in een tijd, waarin de politici, die de economische integratie aanhangen, aan plannen werken om de fundamentele voorwaarden voor de vrije beweging van grootkapitaal te veranderen. Het bestuur van een bovennationaal orgaan als de EG-commissie is zulk een fundamenteel verschijnsel dat de vertegenwoordigers van het grote particuliere kapitaal zich gedwongen voelen overeenstemming onder elkaar te bereiken ter verzekering van hun belangen.’
TOT AAN 1976, het jaar van het Lockheed- schandaal, was prins Bernhard de grote man van Bilderberg. Hij hanteerde de voorzittershamer en ging over het uitnodigingsbeleid. Indertijd werd deze prinselijke bezigheid vooral gezien als een tegenhanger van de zogenaamde Oude Loo-groep van koningin Juliana en haar moeder Wilhelmina; ook zo'n internationale, besloten denktank, zij het dan dat daar allerlei mystiek-religieuze, pacifistische geluiden werden geventileerd die door het Bern hard-kamp vooral als anti-atlantisch en misschien zelfs wel pro-communistisch werden gezien.
Uit de deels ongepubliceerd gebleven geluidsbanden met gesprekken van de prins en zijn Amerikaanse biograaf Alden Hatch, zoals te vinden in de bibliotheek van de University of Florida in Gainesville, blijkt dat Bilderberg vooral was bedoeld als een politieke brug tussen Europa en de Verenigde Staten. Bernhard vertelde aan Hatch dat hij vroeg in de jaren vijftig werd benaderd door zijn boezemvriend Paul Rijkens, voorzitter van de raad van bestuur van Unilever, die zich 'zeer verontrust toonde over de anti-Amerikaanse sfeer in Europa’. Rijkens was op zijn beurt benaderd door Joseph H. Retinger, een fanatieke communistenvreter van Poolse afkomst die in Londen tijdens de oorlog in het inlichtingenwezen verzeild was geraakt en daarna aan de CIA was gelieerd. 'De groeiende incompatibilite d'humeur tussen West-Europa en Amerika betekende een dodelijk gevaar voor de democratie en was alleen maar koren op de molen van het communisme’, aldus Rijkens in zijn memoires. 'Waarom won het anti-Amerikanisme in Europa zo snel veld? Daar zouden Europese en Amerikaanse topfiguren met elkaar over moeten praten.’
Rijkens en Bernhard besloten het onzalige tij te keren. De prins begon eerst de stemming te polsen bij de Belgische regering, die 'zich zeer enthousiast toonde’. Zo viel het besluit dat er in ieder Europees land een rapport zou worden opgesteld over wie zich schuldig maakte aan anti-Amerikaanse uitingen en wat de oorzaken daarvan waren. In Duitsland werd de grootindustrieel Otto Wolf von Amerongen en de Hamburgse burgemeester Max Bauer met die taak belast, in Belgie nam de katholieke minister Paul van Zeeland het werk op zich, in Griekenland was het minister Pipenelis, terwijl het hoofdstuk Nederland werd ge schreven door Bernhard zelf, naar eigen zeggen met hulp van 'een paar vrienden’.
Eenmaal verzameld bleken de rapporten verrassend eenstemmig. 'Overal in Europa bestonden dezelfde motieven om de Amerikanen te haten’, aldus de prins, die als een van de voornaamste oorzaken 'de jaloezie op de Amerikaanse troepen’ noemt. In 1952 ging Bernhard samen met de koningin naar de Verenigde Staten. Het was de rondreis waarbij Juliana zo hartstochtelijk voor vrede op aarde pleitte dat er in de Amerikaanse en Nederlandse pers voor het eerst gemor opsteeg over de politieke opstelling van de vorstin. Bernhard compenseerde dat leed echter door een bezoek te brengen aan president Eisenhower, die hij bij die gelegenheid het rapport over het anti- Amerikanisme in Europa overhandigde. Bernhard: 'Eisenhower was zo enthousiast dat hij het rapport wilde gebruiken bij de aanstaande verkiezingscampagne. Maar dat vond ik veel te tricky. Dat mocht absoluut niet gebeuren.’
Met terugwerkende kracht valt die discretie van de prins der Nederlanden alleen maar te betreuren. Publikatie van het rapport had eindelijk eens inzichtelijk kunnen maken hoe de prins werkelijk dacht over de politieke verhoudingen. Dat hij publikatie weigerde was anderzijds ook begrijpelijk. Uiteindelijk gold van regeringswege het bevel dat de prins zich in het kader van de koninklijke onschendbaarheid van elke politieke activiteit diende te onthouden. Niettemin zou het rapport toch de nodige gevolgen hebben.
CIA-directeur Walter Bedell Smith, wiens allergie voor het communisme zo groot was dat hij zelfs Nelson Rockefeller verdacht van dergelijke sympathieen, zei Bernhard alle steun toe voor het organiseren van een Amerikaans-Europese dialoog. Bernhards oorlogsvriend C. D. Jackson, ook al een CDA-employe, was volgens Bernhard al even cooperatief gestemd. Het Amerikaanse concern Bowers Industries zegde steun toe. En zo kon in de lente van 1954 de eerste bijeenkomst van de nieuwe denktank plaatsvinden in het hotel Bilderberg in Oosterbeek.
ONDER DE VIJFENZEVENTIG genodigde Amerikanen en Europeanen bevonden zich Dennis Healey, Paul Rijkens, Philips-topman H. F. van Walsem, de Amerikaanse ondernemer J. S. Coleman, bankier Rockefeller, de Griekse defensie-minister Kanellopoulos, de al eerder genoemde Van Zeeland en de Franse oud-premier Pinay. Tegen de latere gewoonte van absolute geheimhouding in kwam de conferentie nog met een slotverklaring, die onder meer werd gepubliceerd in de Internationale Spectator.
In de verklaring stond onder meer een krachtig pleidooi voor de Europese integratie. 'Opgemerkt is dat de communistische machthebbers angst en eerbied hebben gekregen voor het idee van Europese eenheid. De communistische ideologie heeft van Marx tot Lenin en Stalin verkondigd dat de democratische naties van het westen zullen ondergaan door interne spanningen en door onderlinge ruzies. Als er echte eenheid is bereikt, zal dit basisprincipe van het communisme zijn vernietigd.’
Bernhard toonde zich in zijn gesprek met Hatch uiterst enthousiast over die eerste Bilderberg-sessie. 'De Amerikanen kregen veel meer begrip voor het streven naar Europese integratie’, zo zei hij. Besloten werd dat de Bilderberg-conferentie ieder jaar zou worden herhaald, telkens op een andere plek in Europa of de Verenigde Staten. In de eerste vier jaar van het bestaan beschikte de Bilderberg- groep ook over een eigen krant, zo deelt Bernhard aan Hatch mee. Dat was The Western World. Maar vanwege een afnemende lust tot investeren van de kant van het Amerikaanse bedrijfsleven ging dat periodiek uiteindelijk weer op de fles.
Opmerkelijk mag worden genoemd dat de opeenvolgende Nederlandse regeringen Bernhard geen strobreed in de weg hebben gelegd bij zijn toch uiterst politiek getinte Bilderberg- activiteiten. Bernhard stuurde naar eigen zeggen altijd een verslag van de sessies naar de Nederlandse premier. Te betwijfelen valt of deze daar een touw aan kon vastknopen. 'De verslagen zijn een excellent memo voor degenen die er bij zijn geweest, maar anders?’
Elders was men was schichtiger voor de Bilderberg-conferentie, aldus Benhard. In Amerika toonde met name het State Department zich huiverig. Bernhard: 'Ze waren bang voor de pers.’ En ook in Frankrijk, toch al bezig aan een individuele koers binnen het Europese stelsel, wilde het Bilderberg-enthousiasme niet opvlammen. Bernhard: 'De Fransen maakten altijd moeilijkheden. Die zeiden wel toe dat ze zouden komen maar kwamen op het laatst toch niet opdagen. Ze waren bang voor kritiek.’
Bernhard zette de volle schouders onder het ideaal van de Europese eenheid. Dochter Beatrix werd al snel bij de groep betrokken, niet in de laatste plaats om wat tegengif te krijgen tegen de pacifistische mystiek die ze kreeg toegediend van moederszijde en hofprofetes Greet Hofmans.
Naast het Bilderberg-voorzitterschap had de prins ook het voorzitterschap bij de Fondation Europeenne de la Culture in Straatsburg, wederom met boezemvriend Rijkens als linkerhand. Deze Fondation verzorgde onder meer allerlei uitzendingen van Radio Free Europe. Later bleek de stichting rijkelijk van CIA-subsidie te worden voorzien.
In 1961 moest Rijkens zijn activiteiten in de Bilderberg-adviesgroep en de Fondation echter staken. De Unilever-topman was uit de gunst van de Nederlandse regering geraakt nadat was uitgelekt dat hij met de zogenaamde groep-Rijkens een geheel eigen Nieuw- Guineapolitiek probeerde te forceren.
Hoewel Bernhard en Rijkens twee handen op een buik waren, ook ten aanzien van de afwikkeling van de koloniale erfenis, was de regering tevreden met het vertrek van Rijkens. Bernhard mocht blijven, totdat hij in 1976 door Lockheed werd gevloerd. Uit de stortvloed van verhalen over het corruptieschandaal van de vliegtuigenfabrikant werd onder meer duidelijk dat de Bilderberg-clan kon worden gezien als een markt van de internationale vliegtuighandel. Niet voor niets was de Bilderberg-secretaris van die dagen, Ernst H. van der Beugel, president-directeur van de KLM.
DE BRITSE OUD-PREMIER Lord Home nam de voorzittershamer van Bilderberg over, later opgevolgd door lord Carrington. Vanaf dat moment trad de Bilderberg-groep iets meer in de openbaarheid, niet in de laatste plaats ter zuivering van de slechte naam. W. F. Duisenberg voelde zich na een bijeenkomst van het collectief in het Britse Torquay in 1977 zelfs gemachtigd om frank en vrij met zijn ervaringen naar buiten te komen. Hij noemde vooral de wijze waarop de Amerikaanse deelnemers zich tegen iedere vorm van ontwikkelingshulp uitspraken schokkend.
De druk was van de ketel. Zelfs weekblad Vrij Nederland mocht een afgevaardigde naar de conferentie sturen en schreef een positief verhaal. Ook Victor Halberstadt kwam met geruststellende woorden voor eenieder die gevoelig was voor Bilderberg-paranoia. 'Het lijkt wel alsof iedereen het fijn vindt dat er een waas van geheimzinnigheid over die hele bijeenkomst ligt. Mijn ervaring is namelijk dat niemand probeert er achter te komen, wat er nu precies gebeurt’, aldus de gewezen kabinetsformateur in Het Parool van 5 mei 1977.
Helaas: nu Halberstadt secretaris-honorair is van de Bilderbergers, blijkt ook zijn mond geheel op slot. De publiciteitsvriendelijke houding van de Bilderbergers van de jaren zeventig heeft al lang weer plaatsgemaakt voor de absolute geheimhouding. En dat terwijl het aanvankelijke doel van de denktank - een overwinning in de Koude Oorlog - al lang is bereikt. Zit men dan toch stiekem allerlei wereldregeringsplannen te bekokstoven?