De Kamer maakt zich op voor de kwestie-Irak

De werkelijke casus belli

Na 25 augustus kan het flink spannend worden in Den Haag. De Tweede Kamer is dan terug van zomerreces, en zal van bewindslieden meer helderheid eisen rondom de steun aan de Amerikaans-Britse veldtocht tegen Irak. Weg met de vage begrippen en cryptische omschrijvingen.

«Kom mij niet aan met verhalen dat de Nederlandse regering haar positie heeft bepaald op grond van welk inlichtingenrapport dan ook. Kom mij niet aan met het verhaal dat de Nederlandse regering niet in één consequente, rechte lijn haar positie heeft bepaald, die uiteindelijk heeft geleid tot het geven van politieke steun aan de coalitie.» Jaap de Hoop Scheffer, minister van Buitenlandse Zaken, leek er flink de smoor in te hebben tijdens het Kamerdebat, eind juni, over de uitzending van Nederlandse mariniers naar Zuid-Irak. Vele uren spendeerde hij in de voorgaande maanden aan discussies over de legitimiteit van de Amerikaans-Britse veldtocht in Irak. Vóór de inval ging het om het volkenrecht, tijdens de grote gevechten waren het de politieke steun en de clusterbommen, en nu Nederland op het punt stond een mariniersbataljon uit te zenden was weer de legitimiteit van de militaire campagne aan de orde. Maar ja, vragen van oorlog en vrede zijn nu eenmaal, zoals hij zelf al zei, vragen «van een hoog moreel-ethisch gehalte». En die zijn niet zomaar even beantwoord.
De geërgerde reactie van de minister gold SP-kamerlid Harry van Bommel, die zojuist een motie had ingediend waarin de regering werd opgeroepen de Tweede Kamer inzage te verschaffen in cruciale rapporten van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) over Iraks vermeende massavernietigings wapens. Die zijn meer dan vier maanden na het begin van de oorlog nog altijd niet gevonden, terwijl de dreiging van Hoesseins gifgassen, bacteriën en zijn nucleaire wapenprogramma de belangrijkste casus belli vormde.
Al vóór Van Bommels opmerkingen in het kamerdebat stelde PvdA-buitenlandwoordvoerder Bert Koenders tot tweemaal toe, op 4 en 18 juni, kamervragen over de conclusies die de Nederlandse regering had getrokken uit de Amerikaans-Britse informatie over Iraks massavernietigingswapens. In het licht van de discussie in Groot-Brittannië en de VS wenste hij daarover duidelijkheid, maar de antwoorden bleven vaag.
Koenders gooide vorige week de knuppel maar weer eens in het hoenderhok. Hij eiste een brief van de regering die meer inzicht verschaft dan de antwoorden op zijn eerdere kamervragen. En inzage, vertrouwelijk, in de rapportages van de MIVD. Minister van Defensie Henk Kamp peinst er niet over daaraan tegemoet te komen. Dat belooft een flinke botsing te worden na 25 augustus, als de Kamer weer terug is van zomerreces.
«De verhalen die nu in omloop zijn over overdrijving neem ik niet voor waar aan. Ik ga ervan uit dat ook bij onze bondgenoten correct is gehandeld», zei Kamp in NRC Handelsblad. Een merkwaardige opmerking. De Britse premier Tony Blair stelde eind september dat Saddam Hoessein «binnen 45 minuten» een aanval met chemische wapens kon uitvoeren. Al maanden geleden werd vastgesteld dat dat onzin is die werd overgeschreven uit een op internet circulerende scriptie van een student.
Ook de zestien woorden die de Amerikaanse president Bush in zijn State of the Union van januari besteedde aan de Iraakse aankoop van uranium uit Niger bleken onzin. Die claim berust op vervalste documenten, zoals ook al maanden geleden door het Internationale Atoomagentschap werd bekendgemaakt, en afgelopen maandag werd erkend door de regering van Niger. Maar om nu te spreken van «overdrijving», nee.
«Ik heb geen enkele aanwijzing dat vanuit onze militaire inlichtingendienst, de MIVD, naar mij toe gekleurde informatie wordt gegeven», stelde de minister van Defensie bovendien in het vraaggesprek met NRC. Maar de vraag is of hij, en zijn collega’s van Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken, aan wie de MIVD eveneens rapporteerde, op de juiste wijze met de MIVD-informatie zijn omgegaan. In eerste instantie is niet de integriteit van de MIVD in het geding, maar die van bewindslieden. Zíj zijn degenen die de inlichtingenanalyses vertalen in politieke termen.
Juist op dit punt ging het mis in de VS en in Groot-Brittannië. De regering van Tony Blair en zijn spindoctor werden om politieke redenen gespaard door de Lagerhuiscommissie die een onderzoek uitvoerde. Zij stelde wél dat Downing Street de taal van het zo belangrijke septemberdossier over de dreiging van Hoessein — de wereld keek ernaar uit — op ontoelaatbare wijze had verhard. «Zijn programma voor massavernietigingswapens is actief, gedetailleerd en groeiende», concludeerde Blair indertijd in het parlement. «Het programma is niet gestaakt, het is up and running.» Na de vermeende zelfmoord van wapenexpert David Kelly, door de BBC ingezet als de belangrijkste anonieme criticus van de manier waarop de regering de inlichtingeninformatie «sexier» maakte, gaan steeds meer stemmen op om niet alleen de omstandigheden van Kelly’s dood te onderzoeken, maar ook opnieuw, en dit keer onafhankelijk, te graven in de informatie manipulatie door de Britse regering.
In Amerika doet het Congres inmiddels onderzoek naar de manier waarop het Witte Huis omsprong met inlichtingeninformatie. Men raakte onder meer gealarmeerd door uitlatingen van onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, die vertelde dat regime change de werkelijke motivatie was om ten strijde te trekken, en de dreiging van Hoesseins wapenarsenaal slechts een verkoopargument.

Op 25 juni verwees Kamp in de Kamer naar de MIVD-informatie als «genuanceerde rapporten waarin werd aangegeven dat er veel onzekerheden waren». En: «Op grond van de gegevens die beschikbaar waren bestond wel degelijk de indruk dat er een dreiging van massavernietigingswapens was.» Zekerheid was er dus niet. Inlichtingenexpert Kees Kalkman kan zich voorstellen dat de MIVD-rapportages misschien iets «té genuanceerd» waren: «Het is vreemd dat de minister zelfs niet in beslotenheid de tekst van de MIVD-rapportage laat lezen. Dat wekt de suggestie dat je die MIVD-rapporten ook met andere ogen zou kunnen lezen.»
Wegens die suggestie bestaan juist op dít punt ook in het Nederlandse parlement klemmende vragen. Koenders (op reis) noch Van Bommel (op vakantie) was bereikbaar voor commentaar. Farah Karimi, buitenland- en defensiewoordvoerster van GroenLinks, wel. Zij noemt het onthouden van de MIVD-informatie aan de kamerleden «niet acceptabel»: «De regering heeft gezegd steeds een eigen afweging te maken in haar Irak-beleid. Maar de vraag is waar die eigen afweging op was gebaseerd. Nu de Amerikanen en de Britten onder vuur liggen, is Kamp het aan de publieke opinie verplicht duidelijkheid te bieden. Bovendien kunnen wij onze controlerende taak niet uitvoeren als hij deze informatie niet met de Kamer deelt.»
Niet de kwestie van massavernietigings wapens, maar het twaalf jaar lang niet naleven van VN-resoluties leidde tot de politieke steun, betogen De Hoop Scheffer en Kamp. Maar van de «nuances» en «indrukken» in de MIVD-rapporten waar Kamp op 25 juni van repte, bleef in eerdere uitlatingen van kabi nets leden — vóór de commotie over de overdreven informatie van Britten en Amerikanen — weinig heel (zie kader). Zo zei de minister van Buitenlandse Zaken in het debat van 12 februari: «De Nederlandse regering wil deze mensenrechtenschender ontwapenen en weigert te accepteren dat dit soort mensen blijft beschikken over massavernietigingswapens.» Zijn defensiecollega zei in hetzelfde debat: «Als die (massavernietigingswapens — jb) verdwijnen, hoeft daar niets te gebeuren. Er wordt dan niets aangevallen.»

Kamp en De Hoop Scheffer zullen het na het reces met name moeilijk krijgen door één cryptische zin. Op 30 september schrijft De Hoop Scheffer over het later zo verguisde Britse «45 minuten»-rapport: «De analyse in dit rapport van het streven van het Iraakse regime om in strijd met de Veiligheidsraad resoluties capaciteit te verwerven met betrekking tot massavernietigingswapens, alsmede de dreiging die daarvan uitgaat in het licht van de aard van het bewind in Bagdad, stemt overeen met het beeld dat de Nederlandse regering daarvan heeft.» Dat Britse rapport stelde óók dat Hoessein uranium verwierf in «Afrika».
Later maakte Bush in zijn State of the Union duidelijk dat de Britse regering hem had verteld dat het om Niger ging, informatie waarvan de CIA toen al wist dat die berustte op valse documenten. Met de cryptische zin lijkt de Nederlandse regering beide — naar we nu weten — valse claims te onderschrijven.
Op 30 september 2002, toen de cryptische zin voor het eerst werd geproduceerd, was nog niet bekend dat de Britse informatie nonsens was. Op 4 juni jongstleden, toen Koenders zijn eerste setje vragen indiende, echter wel. Eén van zijn vragen luidde: «Heeft de Nederlandse regering waarde gehecht aan de positie van de Britse regering dat Iraakse chemische en biologische wapens binnen 45 minuten kunnen worden gelanceerd?» Het antwoord van de regering bestond uit het herhalen van de cryptische zin, en de mededeling dat de informatie onder meer was geanalyseerd door de MIVD.
Op 8 juli antwoordde De Hoop Scheffer op een vervolgvraag van Koenders: «Het streven van het Iraakse regime om in strijd met de Veiligheidsraadresoluties capaciteit te verwerven met betrekking tot massavernietigingswapens was ook in lijn met hetgeen uit Nederlandse inlichtingenbron is gebleken.» De controverse in Engeland woedde toen volop. Des te meer reden om je af te vragen wat die dienst precies heeft gerapporteerd, en hoe ze te werk ging.
Kees Kalkman schetst de verschillende informatiebronnen die de MIVD ter beschikking staan: «Ze evalueert de rapportages van de Amerikanen en de Britten op basis van eigen informatie. Die kan komen van Nederlandse wapeninspecteurs, Iraakse ballingen en middelen ter plekke. Er lag een Nederlandse onderzeeër voor de kust, die in principe geschikt was om radioverkeer af te luisteren. Dat moet dan nog wel worden gedecodeerd. Datzelfde geldt voor satellietverkeer, dat vanuit Nederland door de MIVD wordt onderschept. In theorie kan de MIVD ook een clandestiene operatie opzetten: human intelligence. De nieuwe Inlichtingenwet staat dat toe.»
Ook volgens minister Kamp zit de MIVD tamelijk goed in haar Irak-informatie. Tegen de Kamer zei hij: «Men heeft de beschikking over eigen bronnen in het gebied. Men wisselt informatie uit met andere inlichtingendiensten en men is al enkele jaren geconcentreerd op Irak als één van de drie landen waarin de MIVD een goed inzicht moet hebben om te weten wat er gebeurt en hoe de ontwikkelingen daar zijn. Men heeft ook mensen in het gebied om informatie te verzamelen. De MIVD heeft Irak sinds medio vorig jaar tot eerste prioriteit gemaakt.»

Het Nederlandse inlichtingenwezen houdt zich al jaren bezig met informatie uit het Midden-Oosten en heeft daarin een sterke reputatie opgebouwd. Dat blijkt onder meer uit Villa Maarheze, een veelgeprezen studie naar de Inlichtingendienst Buitenland (IDB), van Bob de Graaff en Cees Wiebes. In 1973 tipte de IDB Israël over een geheime fax- en telefoonkabel op de zeebodem tussen Egypte en Libië. Israël maakte die verbinding onklaar, waarna de Arabische communicatie weer deels via de ether moest, wat erg prettig is voor meeluisterende inlichtingendiensten. In 1981 speelde de IDB een dossier in handen van de Mossad over de in aanbouw zijnde kerncentrale in de Iraakse stad Osirak, gebaseerd op onderschepte satellietcommunicatie. De centrale werd door Israël gebombardeerd. Tijdens de Golfoorlog van 1991 vergaarde de IDB waardevolle informatie over de Iraakse wapenontwikkeling, met name op chemisch gebied. Nederland beschikte volgens de auteurs van Villa Maarheze zelfs over informatie uit de inner circle van Saddam Hoessein.
Opvallend is dat in de openbare versie van het laatste jaarverslag de MIVD zich voorzichtig uitlaat over «het Iraakse gevaar»: «vijf tot zeven jaar» nodig voor de ontwikkeling van een eenvoudig kernwapen; «mogelijk» een strijdgas verborgen; «alleen met omvangrijke buitenlandse hulp» in staat een vérdragende ballistische raket te ontwikkelen. Zou de MIVD die voorzichtigheid hebben kunnen volhouden in de aanloop naar de oorlog? «Het bovenstaande geeft de situatie weer tot 1 december 2002», staat nadrukkelijk onder het wapen gedeelte van de Irak-paragraaf.
In de aanloop naar de oorlog waren de regering en de «oorlogspartijen» in de Kamer (cda, vvd, lpf, ChristenUnie, SGP) het erover eens dat de wapeninspecteurs niet méér tijd konden krijgen om hun werk te voltooien. Maar nu klinkt uit diezelfde hoek het omgekeerde argument: Irak is een groot land en het kan best nog lang duren voor er massavernietigingswapens worden gevonden. Als de kwestie niet zo wrang was, zou hij op de lachspieren werken. De regering heeft veel uit te leggen.

__________________________

Omgaan met «nuances»
Tot nog toe zijn geen massavernietigingswapens aangetroffen in Irak. Toch «wist» de Nederlandse regering al vóór de aanval dat ze er waren.

_De minister van Buitenlandse Zaken, 30 januari:
«Wij staan (…) voor het ongelooflijk moeilijke dilemma waarvoor de hele wereldgemeenschap staat, namelijk de manier waarop men moet omgaan met dit soort landen, die massavernietigingswapens hebben en aangetoond hebben ze te gebruiken.»

12 februari:
«… een vraag van een hoog moreel-ethisch gehalte, namelijk wat je als wereldgemeenschap moet met dictators die over massavernietigingswapens beschikken en die uiteindelijk niet luisteren naar die wereldgemeenschap.»
«Het gevolg daarvan zou wel zijn (…) dat wij ons neer zouden leggen bij het bezit en het risico van het gebruik van massavernietigingswapens.»

«Ik ben het ermee eens dat je moet voorkomen dat een dictator als Saddam Hoessein, in het bezit van massa vernietigingswapens, wanhoopsdaden pleegt.»

«Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat Saddam Hoessein mogelijk nog zal voldoen aan datgene waar hij tien jaar lang niet aan heeft voldaan, namelijk het ontmantelen van zijn massavernietigingswapens.»

«Waarop is de inspanning van de gehele wereld gericht? Op de ontwapening van Saddam Hoessein, zodat hij niet in staat zal zijn om massavernietigingswapens in te zetten. Dat is altijd onze inzet geweest en zal het ook blijven.»

«Wij hopen dat alle activiteiten zullen leiden tot zo’n grote druk dat Saddam Hoessein op zijn schreden terugkeert en de massavernietigingswapens uitbant op de wijze waarop de internationale gemeenschap dat wil.»

19 februari:
«Het gaat (…) om de noodzaak om de dreiging die van zijn regime uitgaat teniet te doen. (…) De massavernietigingswapens moeten worden ingeleverd en als dat gebeurt, hoeft er geen actie te worden ondernomen.»
«Noch de VS, noch de internationale gemeenschap is bezig met oorlogsvoorbereiding. De internationale gemeenschap wil duidelijk maken dat het zo niet langer kan in Irak en dat Saddam Hoessein zijn massavernietigingswapens weg moet halen.»

De premier, 18 maart:
«De essentie is echter de ontwapening van een agressor die massavernietigingswapens in zijn bezit heeft (…)»_