Inleiding

De werkende mens

Postbode Ellen loopt haar wijk terwijl haar baas via de ‘Mijn Werk’-app van PostNL over haar schouder meekijkt. Op de minuut nauwkeurig bepaalt de app hoe ze moet lopen en hoe lang ze erover mag doen. Wie te veel tijd nodig heeft, wordt daarover aangesproken. Wie het werk in minder tijd blijkt te kunnen, krijgt ook minder salaris. Vroeger was de postbode een bekende figuur in de buurt, die vaak een praatje maakte en zelfs problemen signaleerde. Nu is hij of zij een anonieme flexwerker die juist géén belangstelling voor de omgeving mag hebben, want dan protesteert de app.

Computers en robots nemen het werk over of maken van mensen halve robots die door apps worden aangestuurd. Of het nu Uber-chauffeurs zijn of koeriers van Deliveroo, een algoritme bepaalt welke klussen er voor hen beschikbaar zijn. Bij Shell, Zeeman en ook bijvoorbeeld Achmea bepalen algoritmen hoe de ideale werknemer eruitziet. Een product van de nieuwe afdeling Human Resource-analyse.

Deze robotisering van menselijke verhoudingen, waar zowel werknemers in vaste dienst als zzp’ers tot gestroomlijnde robots worden gemaakt, is een van de trends die we in deze special over ‘de werkende mens’ signaleren. Paradoxaal genoeg zien we dat de vraag naar ‘soft skills’ tegelijkertijd toeneemt. Want niemand vindt het een goed idee dat zijn kind Duits of wiskunde krijgt van een computer. Of dat alleen een robot nog maar een praatje maakt met oma. Op de arbeidsmarkt van de toekomst zullen verplegers, docenten en politieagenten dan ook minstens zo belangrijk zijn als programmeurs.

Dat maakt het extra wrang dat juist de publieke sector zo onder druk staat. Terwijl de vraag naar emotionele vaardigheden toeneemt, wordt de werkdruk bij degenen die de menselijke maat leveren opgevoerd en blijft de beloning achter. Hier nog geen algoritmen die het werk nóg zwaarder maken, maar bovenmatige controle en een doorgeschoten formuliertjescultuur. De autonomie van de professional heeft plaatsgemaakt voor registratie- en protocollendrift, met dank aan de digitalisering.

De autonomie van de professional heeft plaatsgemaakt voor registratie- en protocollendrift

De grondlegger van de sociologie Max Weber waarschuwde in De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme, dat hij schreef in 1904 en 1905, voor een ‘ijzeren kooi’ waar het kapitalisme werknemers in gevangen zou nemen. Spaarzaamheid en vlijt, die protestantse deugden die ons arbeidsethos bepalen, zouden als ze losgezongen raakten van hun morele bron een dwangbuis worden. Webers waarschuwing stamt uit de tijd van de uitvinding van de lopende band en de bureaucratisering van de staatsmacht: werk zou vanaf die tijd alleen maar rationeler worden ingericht. Die kooi neemt nu dus de vorm van een algoritme aan.

Maar het kapitalisme heeft er niet alleen voor gezorgd dat wij steeds efficiënter moeten werken, het vraagt inmiddels ook onze geestdrift. Wat in de jaren zestig begon als tegenreactie, als ontsnapping uit de ijzeren kooi – de eis om zinvol, creatief werk te doen – is al lang weer opgeslokt door het kapitalisme. Google maar eens op ‘met een passie voor’, zegt socioloog Dick Houtman in dit nummer, en je vindt honderden vacatures. ‘Die verwachten allemaal innerlijk gemotiveerde mensen te vinden.’

In de ‘cultuur van het nieuwe kapitalisme’, zoals een van de boeken van de beroemde socioloog Richard Sennett heet, is werk niet slechts noodzaak maar ook levensvervulling. Maar wat betekent het als ons werk zegt wie we zijn? Als het onze roeping moet zijn, maar we tegelijk vermorzeld worden door de raderen van regels en onzekere oproepcontracten? Die werkdruk, waar nu werkelijk in alle sectoren over wordt geklaagd, gaat die echt over het werk of over iets fundamentelers? Biedt het ‘nieuwe werken’ bij startups of als lid van Richard Florida’s creative class een ontsnapping uit de kooi? Over dat soort vragen buigen wij ons in deze special.

Er zit een bevrediging in goed werk doen, die niets te maken heeft met geld verdienen, zegt Sennett in deze Groene. ‘Iets goed schoonmaken of een praatje maken met iemand waar de dokters geen tijd voor hebben.’ Deze betrokkenheid wordt niet beloond in de neoliberale visie op arbeid, ze wordt eerder misbruikt. Maar al zullen er nog veel nieuwe Deliveroos en Ubers bij komen, verwacht Sennett, bijvoorbeeld ook voor juristen en dokters, toch is hij voorzichtig optimistisch. ‘Toen het neoliberale regime vorm kreeg, in de jaren negentig, werd dat voorgesteld als de toekomst: iedereen zou ondernemer worden, en beter, flexibeler en rijker. Dat moment is voorbij. Ik zie echt dat die ideologie afbrokkelt.’


Dit dubbelnummer is voor twee weken. De volgende Groene verschijnt op 15 november