H.J.A. Hofland

De westerse Verelendung

NEW YORK – Al-Qaeda is niet een terroristische organisatie waarvan de leiding, zoals George Bush zegt, voor driekwart dood of gevangen is en de rest op de vlucht. Osama bin Laden geeft leiding aan een wereldwijde opstand van moslims. Dat wordt door de Amerikaanse regering niet begrepen. Intussen worden plaatselijke leiders die gedood zijn of opgesloten, gemakkelijk vervangen. Al-Qaeda is en blijft de inspiratie van het moslimextremisme, overal ter wereld. De dreiging wordt onderschat.

Dat is de boodschap van Michael Schreuder in een vraaggesprek met The New York Times op 8 november. Schreuder is schrijver van het boek Imperial Hubris en voormalig hoofd van de afdeling in de CIA die zich met Bin Laden bezighield. Voor het werk van de geheime diensten vóór 11 september 2001 heeft hij geen goed woord over. En met de oorlog in Irak volgt de president de verkeerde koers, zegt Schreuder.

Kent Bin Laden het werk van Karl Marx? Zijn terroristische strategie doet denken aan de Verelendung, de objectieve noodzaak om het proletariaat steeds verder in het moeras van kapitalistische uitbuiting te laten zinken, totdat het bereid is tot de revolutie. In dit geval is Verelendung vervangen door verwarring. Nadat een reeks aanvallen nog niet de bedoelde historische ontwikkeling op gang hadden gebracht, kwam het keerpunt van 11 september: de verwoesting, de unanieme verontwaardiging in het Westen en de bijval, de geestdrift in een groot deel van de wereld van de islam. Nadat in Afghanistan de Taliban waren verslagen richtte de Amerikaanse regering haar aandacht op Saddam Hoessein.

Ik ga nu voorbij aan de vraag of de oorlog in Irak gerechtvaardigd is. Het gaat erom in welke toestand onze vijand, het fundamentalistische terrorisme, en wij van de westelijke democratie ons nu bevinden. In Nederland is Theo van Gogh het slachtoffer geworden van een sluipmoordenaar die gehoopt had op die manier het martelaarschap en het paradijs te bereiken. In de Amerikaanse kranten lees ik dat een anoniem bendewezen bij wijze van antwoord moskeeën in brand probeert te steken. Via mail en telefoon blijf ik op de hoogte van de toestand in de bakermat van de tolerantie. Mensen die ik goed ken, respecteer, als mijn vrienden beschouw, putten zich uit in scheldpartijen en verdachtmakingen. Dat de Nederlandse publieke opinie de kluts kwijt is, weten we al een paar jaar.

Terwijl ik dit schrijf, kijk ik af en toe naar CNN, zie hoe Fallujah aan de opstandelingen of de terroristen ontrukt wordt. Oorspronkelijk was Fallujah een stad van tussen de 250.000 en driehonderdduizend inwoners. Op het moment dat de aanval begon, waren er nog ongeveer honderdduizend over. Waar die anderen gebleven zijn, weet niemand. Evenmin is bekend hoeveel Iraakse burgers sinds het begin van de oorlog het leven hebben verloren. The Lancet, een Brits medisch tijdschrift, houdt het op honderdduizend. Andere schattingen variëren van twintigduizend tot vijftigduizend. Hoe dan ook, dat zijn er veel. Ongeacht het aantal loopt de discussie over deze boekhouding hoog op, en zij is opnieuw rijk aan verdachtmakingen.

Volgens een onderzoek van de Universiteit van Maryland gelooft zeventig procent van degenen die op Bush hebben gestemd dat er duidelijke bewijzen waren voor de samenwerking tussen Saddam en al-Qaeda – hoewel in drie officiële rapporten het tegendeel is verklaard. Een derde van de aanhang van de president is ervan overtuigd dat er massavernietigingswapens in Irak zijn gevonden. Zondag keek ik naar C-Span, het televisiestation dat zonder een spoor van entertainment, zonder redactionele inmenging, iedereen het vrije woord geeft. Deze keer was het Elisabeth Bumiller van de Washingtonse redactie van The New York Times. «Als ik iets schrijf wat de ultra’s in de aanhang van de president niet welkom is, krijg ik op z’n minst driehonderd haatmails», zei ze. Schrijven, niet alleen wat je denkt, maar ook met de overtuiging dat je je beste inzichten hebt gevolgd en niet je verontwaardiging van het moment of je vermoedens over wat de meerderheid denkt, dat is een gewoonte die niet meer vanzelfsprekend is.

Eén ding heeft Osama bin Laden in ieder geval bereikt. Zijn terrorisme polariseert de wereld. Terwijl wij ons verdedigen, denken velen van ons meer en meer volgens de maatstaven van de collectieve gelijkschakeling. Als een fundamentalistische moslim gesteund door een beperkt aantal medeplichtigen zijn misdaad begaat, is men geneigd alle moslims, de hele islam verantwoordelijk te houden en daarnaar te handelen. Meer moslims bekeren zich tot het fundamentalisme. Dan klinkt nog luider de eis om het geloof aan Allah uit te roeien. Wie niet voor ons is, is tegen ons!

De samenleving der gematigden, die de enige garantie voor het vrije, onbedreigde woord is, gaat ten onder in de vicieuze cirkel van toenemende haat waarin we gevangen zijn. De gematigden verliezen hun overtuigingskracht. Dat is dan de Verelendung waarvoor Osama bin Laden de grondslag heeft gelegd.