Amma Asante – ‘Het hele sociale-zekerheidsstelsel moet op de schop’ © Jean-Pierre Jans / ANP

Nog steeds kan Amma Asante zich opwinden over de zaak van de vrouw in de bijstand uit Wijdemeren. Zij moest zevenduizend euro terugbetalen aan de gemeente omdat haar moeder jarenlang boodschappen voor haar deed. Onlangs verlaagde de Centrale Raad van Beroep het terug te betalen bedrag naar ruim 2800 euro, onder meer omdat de gemeente onvoldoende bewijs heeft geleverd dat ze echt boodschappen ontving. Asante is blij dat het bedrag is verlaagd, maar is het nog steeds principieel oneens met de gedachtegang erachter. ‘De vrouw was zich van geen kwaad bewust en heeft meegewerkt aan alle vragen over de boodschappen. Daar was, als je dan iets wilt doen, een waarschuwing op zijn plaats geweest.’

Politicoloog Amma Asante (49) roert in haar muntthee in de lobby van een hotel in Amsterdam-West. Jarenlang was ze actief binnen de pvda – in de gemeenteraad van Amsterdam, in het landelijk bestuur, in de Tweede Kamer, in ‘allerlei commissies’ – maar sinds 2019 zet ze zich als voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad (lcr), de wettelijke vertegenwoordiger van Nederlanders die van sociale zekerheid afhankelijk zijn, met hart en ziel in voor de belangen van uitkeringsgerechtigden. Een groep waarover het afgelopen jaar veel is gesproken in de politiek en de media: van de boodschappen in Wijdemeren, ontdekt door een ‘signaal’ van het Inlichtingenbureau, tot aan de toeslagenaffaire, die leidde tot het aftreden van het (nu demissionaire) kabinet. ‘Het is in Nederland leuk toeven als het goed met je gaat, je altijd gezond bent, voldoende buffers hebt, een vast contract, een eigen huis, tijdig je rekeningen kunt betalen. Maar als het even tegen zit, dat is niet fijn, hoor, dan is het spijkerhard.’

Wat zou u doen als de PvdA u zou vragen als minister van Sociale Zaken?

‘Ik denk niet dat dat gaat gebeuren, maar ik zou het direct doen. De afgelopen decennia is op sociaal terrein veel kapotgemaakt. De Wajong, de nabestaandenwet, de Participatiewet, de ellende met de uitvoeringsorganisaties als het uwv, het lage minimumloon, de schuldenkwesties. Het is gewoon een puinhoop. De ellende die dat met zich meebrengt… Er moet zoveel gerepareerd worden. Het hele sociale-zekerheidsstelsel moet op de schop. Het is bedoeld om je te ondersteunen als je je werk verliest, arbeidsongeschikt raakt of met pensioen gaat. Dan zou je niet van de Voedselbank afhankelijk moeten zijn om te kunnen eten. Maar dat is nu de situatie.

Aan alle kanten zie ik hoe de bestaanszekerheid is afgebrokkeld. Er is steeds minder geld, steeds minder ondersteuning. Vroeger had je een loket waar je naartoe kon, daar zaten mensen met wie je kon praten, die je in contact brachten met de juiste collega. Nu is dat allemaal verstopt achter websites, mailadressen, chatbots en telefoonnummers. De drempel is hoog, waardoor een kwart van de mensen niet de voorzieningen aanvraagt waar ze op grond van hun inkomen wel recht op hebben. Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders zijn laaggeletterd of kunnen niet met digitale technologie overweg. Dat is een ontwikkeling waar ik me ontzettend veel zorgen over maak. Eerst had je een samenleving van de haves en de have nots. En nu van de can en de can nots.’

De verantwoordelijkheid is in de afgelopen tien jaar steeds meer bij de burgers gelegd. Wat is het effect daarvan?

‘Vroeger had je een loket waar je naartoe kon, daar zaten mensen. Nu is dat verstopt achter websites’

‘Er heerst in de laatste drie kabinetten zo’n negatief beeld over mensen die een uitkering hebben. Dat komt samengevat neer op: ze kúnnen wel maar ze willen niet. Dus hun oplossing is om die uitkering zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Mensen “naar de arbeidsmarkt prikkelen” met het idee: als we iets harder prikken en ze minder geld geven, gaan ze wel. Want iedereen kan toch werken? Er is toch werk zat? Zie je wel: ze willen gewoon niet. Maar het strookt niet met de realiteit. Mensen die werkloos zijn weten vaak niet meer hoe zij zich op een arbeidsmarkt staande moeten houden, hebben net niet genoeg skills, zijn net te lang uit het arbeidsproces. Die kloof is dan te groot geworden. Daarnaast kampen mensen soms met hun gezondheid en sociale problematiek. Ik heb soms het idee dat ze dat in Den Haag niet snappen, dat ze die werkelijkheid van die mensen niet hebben meegekregen.’

Kunt u die werkelijkheid schetsen?

‘We werken veel met casuïstiek. Wat ik continu doe, is de ervaringen van cliënten meenemen naar de bestuurlijke tafels. Dan zeg ik: “Jullie hebben het beleidsmatig misschien wel zo bedacht, maar luister eens even naar de praktijk.” De voorbeelden zijn schrijnend en legio. Mensen die van de ene op de andere dag een ongeluk krijgen, ziek worden, hun werk verliezen, en alles wat daarbij hoort. Ze verliezen hun inkomen, hun eigenwaarde, de zekerheid die ze hadden, en daar komt dan een overheid bij die continu iets vraagt: een formuliertje dit, een formuliertje dat. Ze horen bezig te zijn met hun ziekte of hun weg naar werk, maar zijn de hele dag bezig met het krijgen van een beetje ondersteuning, botsen daarbij constant tegen muren op, moeten voortdurend bewijzen dat ze gelijk hebben. Dat is structureel. Ik heb regelmatig mensen huilend aan de telefoon, in wanhoop: “Help mij, ik heb alles geprobeerd, niemand luistert.”

Uitkeringsgerechtigden, zo’n één miljoen mensen, leven net op of onder de armoedegrens. Om een idee te geven: een gezin met twee opgroeiende kinderen, waarvan beide ouders een uitkering hebben, krijgt rond de 1500 euro per maand. Uit talloze onderzoeken blijkt dat zij structureel 235 euro per maand tekortkomen. De boodschappen zijn duurder, de energie is duurder, wonen is duurder, maar uitkeringen stijgen niet in die mate mee. Toen de Algemene bijstandswet in 1965 werd ingevoerd was het idee van toenmalig minister Marga Klompé dat de hoogte van de uitkering voldoende moest zijn om wekelijks verse bloemen op tafel te kunnen zetten. Nu moet je naar de Voedselbank om genoeg te kunnen eten. Die Voedselbanken zijn er sinds begin 2000 en dat lijkt iedereen in dit land heel normaal te vinden. Maar het is liefdadigheid! Dat is wat er is veranderd.’

Advies aan de (in)formateur

Deze weken laat De Groene onafhankelijke deskundigen aan het woord. Welke stappen moeten op hun terrein in de komende vier jaar worden gezet? Wat moet er in het regeerakkoord komen?

‘Een bijstandsmoeder moest in dit land met een kapotte stofzuiger op de fiets naar de Sociale Dienst om te bewijzen dat die echt stuk was’, tweette Asante in april dit jaar. ‘Vernederd tot op het bot.’

‘De overheid is helemaal doorgeslagen in het wantrouwen jegens haar eigen burgers’

‘Ja’, zegt ze nu, ‘die stofzuiger! Het is extreem, maar het erge is dat het niet alleen haar overkomt. Het is een manier van denken en werken geworden om mensen die van de overheid afhankelijk zijn bijna te vernederen. Dat negatieve mensbeeld, daar hebben uitkeringsgerechtigden constant mee te maken. Zo schrijft de Participatiewet zelfs voor hoe mensen zich moeten kleden, en op basis daarvan worden ze beoordeeld én gekort. Voor vrouwen betekent dat in de praktijk dat ze niet te sexy op afspraken mogen komen, dus geen laag decolleté, dat wordt gezien als een teken dat je niet gemotiveerd bent voor de arbeidsmarkt. Voor mannen geldt dat ze niet te slonzig mogen overkomen: geen joggingbroek, gympen en een petje.

Het zijn systemische, ideologische mechanismen. De houding is: het ligt aan jezelf dat je geen werk hebt. Dat zie je ook bij de fraudebestrijding in de sociale zekerheid. En het is gebaseerd op cijfers die niet kloppen. We weten dat er regels overtreden worden, maar is dat altijd fraude? En, mensen maken vergissingen. Al die groepen worden nu op één grote hoop gegooid. Onderzoek wijst uit dat mensen die níet frauderen de overgrote meerderheid vormen. Maar de harde aanpak voor die frauderende minderheid wordt uitgesmeerd over iedereen. Zoals met het SyRI-systeem gebeurde, waarbij de overheid data van burgers verzamelde en koppelde met als doel uitkeringsfraude op te sporen. Wij hebben daartegen, samen met een aantal maatschappelijke organisaties, een rechtszaak aangespannen en gewonnen. De rechter bepaalde dat de methodiek niet transparant was en daarmee niet rechtmatig. Dan ben je toch helemaal doorgeslagen in het wantrouwen jegens je eigen burgers?’

Het is deze wantrouwende cultuur waar het kabinet-Rutte III over is gevallen met de toeslagenaffaire. Ziet u sindsdien verandering?

‘Ik wil ervan uitgaan dat men echt is geschrokken, ik wil er ook van uitgaan dat dit niet is wat men had gewild. Maar ik heb vraagtekens bij het zelfreinigend en lerend vermogen van de overheid. We kunnen het wel anders willen, maar weten we hoe het anders moet? Willen we echt alles doen om ervoor te zorgen dat het anders wordt? Dat zijn vragen die ik nog wel heb. Maar ik zie wel dat in de samenleving het beeld van de uitkeringstrekker-die-niet-wil-werken langzaam aan het kantelen is door incidenten als “boodschappen-gate” uit Wijdemeren, het verhaal van die stofzuiger, de toeslagenaffaire, SyRI. Mensen denken: dit is toch niet de bedoeling?’

U heeft gezegd dat de systemen om mensen weer aan het werk te krijgen failliet zijn.

‘De Participatiewet was bedoeld om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Dat is faliekant mislukt. Dat heeft ook onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau laten zien. Wij zeggen: het denken moet anders. Mensen willen werken, dolgraag, bijdragen, leren, zichzelf ontwikkelen, en vooral hun eigen geld verdienen. Mensen zitten niet thuis uit te rekenen hoe voordelig het is om een uitkering te hebben. Alleen, het lukt ze niet om werk te vinden. Ga dan kijken wat je kunt doen om die mensen te ondersteunen. Kijk naar hun individuele situatie, kijk naar wat ze nodig hebben. En neem die drempels weg. Dan bereik je ook wat je als overheid wilt: mensen uit die uitkering krijgen.

‘Ik wil bij het UWV een cultuur zien waarbij de cliënten voorop staan en niet de minister’

De kansloosheid neemt toe. Ik neem mezelf altijd als voorbeeld. Ik groeide op in de Bijlmer, Amsterdam-Zuidoost. Mijn ouders kwamen uit Ghana, hadden niets, spraken de taal niet, maar er was een overheid die ondersteuning bood. Ik heb daardoor alle kansen van de wereld gekregen. Als ik nu kijk naar kinderen in Zuidoost vraag ik me af of zij dezelfde kansen hebben als ik veertig jaar geleden had. Ik denk het niet. Het opklimmen op de maatschappelijke ladder ging via het onderwijs. Je werd gestimuleerd om door te stromen. Nu wordt een kind snel in een hokje gestopt, waar het nauwelijks meer uit komt. Als je start op vmbo-niveau is het veel moeilijker om daarna nog naar havo of vwo te gaan. Niet dat iedereen daarheen moet, maar het gaat om de mogelijkheid. Ik zou willen dat iedereen gedurende zijn of haar werkzame leven een opleidingsbudget zou krijgen waar hij of zij, wanneer hij of zij er behoefte aan heeft, een beroep op kan doen om zich te ontwikkelen. En zo heb ik wel duizenden ideeën om ervoor te zorgen dat iedereen bestaanszekerheid heeft.’

Er is jarenlang bezuinigd, uitvoeringsorganisaties moesten efficiënter gaan werken. ‘Die bezuinigingen spelen zeker een rol’, zegt Amma Asante over de oorzaak van de huidige problemen. ‘De verzorgingsstaat moest betaalbaar blijven. Zo zijn de re-integratiebudgetten van gemeenten in de afgelopen jaren verlaagd van 4500 naar 1500 euro, en soms lager. Re-integratie is geen recht op ondersteuning maar steeds meer een gunst geworden. Wat krijgen mensen: hier is een stok, ga maar vuil prikken op straat. Daar kom je niet mee terug de samenleving in. Of neem de sociale advocatuur die vrijwel is wegbezuinigd. Te duur en overbodig. Daarmee is de rechtsbescherming voor burgers met weinig geld ernstig afgenomen. Als er nu iets misgaat en je hebt een conflict met de overheid zegt de overheid: “mediation”. Het gaat ook om het heersende mens- en maatschappijbeeld, de ideologie, waar ik het over had. Er is een aantal mechanismen die in elkaar grijpen: het ingewikkelde overheidsapparaat dat is ontstaan. De regelzucht. De overheid wil steeds meer van je weten en gebruikt steeds meer gegevens van burgers om hen in de tang te kunnen houden.’

U bent kritisch op de uitvoeringsorganisaties, zoals het UWV.

‘We hebben vorig jaar onderzoek laten doen, waaruit bleek dat als je naast je uitkering gaat werken je er vaak door in de financiële problemen komt. Als wij dat constateren, zegt het uwv ervan te schrikken: “O, dat was niet de bedoeling, we gaan het herstellen.” Maar waarom hebben ze dat niet eerder gedaan? Als je zoiets ziet, moet je niet jarenlang doorgaan, dan moet je na een half jaar bij de minister aan de bel trekken. Nog zoiets: veel mensen komen door een tekort aan keuringsartsen bij het uwv in de problemen. Dat is al jaren een structureel probleem. Gelukkig neemt nu het bewustzijn bij het uwv toe en worden signalen van de centrale cliëntenraad van het uwv en de lcr opgepakt. Wij hebben stevig aan de bel getrokken en het is goed dat een organisatie als het uwv dat geluid serieus neemt. Maar we zijn er nog niet. Problemen bij uitvoeringsorganisaties worden nog veel te vaak afgewenteld op de burger.’

Uitvoerders moeten meer verantwoordelijkheid nemen?

‘Ja. Ze moeten hun gezonde verstand gebruiken. Ze komen pas in actie als er iets misgaat. Het is goed dat ze het corrigeren, maar ik zou bij het uwv een cultuur willen zien waarbij de cliënten voorop staan en niet de minister. Dus als de minister of de Tweede Kamer iets vraagt waarvan een uitvoeringsorganisatie ziet dat het niet goed uitpakt, dan moeten ze dat niet klakkeloos uitvoeren, maar tegen de minister zeggen: “Dit is de wet, wij zien dat dit ervan komt, dat is niet goed, we stellen dit of dat voor.” Bij de Belastingdienst zie ik hetzelfde, net als bij de gemeentelijke sociale diensten, die korten er ook maar op los. De wet is niet heilig. Als wetgeving knelt is er ruimte waar uitvoeringsorganisaties gebruik van kunnen maken. Pak die ruimte. Wees assertiever, creatiever, klantvriendelijker, toon iets meer lef, handel vanuit het perspectief van de burger. Er is een bepaald soort ambtelijke elite ontstaan die financiën en budgettaire randvoorwaarden probleemloos leidend heeft gemaakt.’

‘Dat bedrijven schulden mogen opkopen en daar winst mee maken… Hoe pervers ben je?’

De Nationale Ombudsman constateerde eerder in deze serie dat het kabinet in de afgelopen jaren slecht had geluisterd naar hun rapporten en adviezen. De LCR vertegenwoordigt vijf miljoen mensen, hoe wordt er naar uw adviezen geluisterd?

‘De Landelijke Cliëntenraad heeft het recht om mee te denken in wetgeving en uitvoering. We geven gevraagd en ongevraagd advies en staan daarmee net als de Nationale Ombudsman tussen de Tweede Kamer en de samenleving. Dus formeel zijn ze verplicht ons om advies te vragen, maar niet verplicht om dat advies ook over te nemen. We worden vaak gehoord als het geen geld kost. Maar zodra er financiële consequenties aan vast zitten is dat anders. Of als het meer ideologisch is, als we benadrukken dat die prikkels niet werken, dat je meer moet faciliteren, de rechten van werklozen beter moet waarborgen, ze een educatiebudget moet geven – dat vinden ze ingewikkeld.’

U heeft tien punten voor verbetering gegeven aan de informateur. Wat moet er als eerste worden aangepakt?

‘Het minimumloon, dat moet onmiddellijk omhoog. Ten tweede: de arbeidsmarkt, pak de flexibilisering aan. Dat is echt van groot belang, geef mensen zekerheid. En drie: zorg voor een budget om mensen die langdurig werkloos zijn te ondersteunen, los problemen en obstakels op waardoor ze niet aan het werk komen, of werk aan een zinvolle invulling van hun bestaan. Als je de komende jaren deze drie punten zou oppakken, zouden we al heel veel mensen uit het slop trekken.’

Is het zo simpel?

‘Ja, zorg ervoor dat mensen genoeg inkomen hebben, dat ze werk hebben met zekerheid, en ondersteund worden als ze problemen hebben. O, ten vierde, wat mij ook een doorn in oog is: de schuldenproblematiek. Een overheid die toestaat dat bedrijven schulden opkopen en daar winst mee maken… Hoe pervers ben je? Mensen met een uitkering zijn vaak ook mensen met schulden. Het legt een grote druk op je gezondheid, je welzijn, je vermogen om beslissingen te kunnen nemen, op te voeden, te kunnen solliciteren. Het maakt mensen kapot.

Er is een aantal simpele stappen die de overheid kan zetten: luister, kom van die berg af, organiseer een keten zodat je signalen vóór bent. Wij werden vooral gezien als vervelend, als luis in de pels. Ik zie dat wel kantelen gelukkig. Een sterke democratische rechtsstaat organiseert haar eigen kritiek. De Tweede Kamer hoort een brullende leeuw te zijn. Politici zijn alleen nog maar bezig met draagvlak. Zodra ze wakker worden, pakken ze een thermometer en zetten die uit in de samenleving: wat vindt die? Maar politiek is ook ergens van overtuigd zijn en anderen daarin meenemen en opvoeden. Er is zo’n rare cultuur ontstaan, het is niet gezond meer.’

Het begon bij Klompé die wilde dat je met een uitkering bloemen op tafel kon zetten, en ging naar: “U bent schuldig.”

‘Ja, het idee achter het sociale stelsel was dat het de overheid dwong alle zeilen bij te zetten om mensen te ondersteunen om de arbeidsmarkt op te komen. Maar die overheid is daar steeds minder voor gaan doen. Nu wijzen ze naar de burger. Je bent zelf verantwoordelijk, je moet aan alle regeltjes voldoen, anders krijg je straf. Alsof het allemaal aan jezelf ligt. Onheil en pech, heb ik me gerealiseerd nu ik bij de lcr werk, zijn onlosmakelijk verbonden met het leven. Het lijkt net of dat niet meer mag bestaan.’