Wilders’ ressentiment volgens Sybe Schaap

De wil tot onvrede

De VVD was niet blij met de aanval van de eigen senator Sybe Schaap op de PVV. Voormalig PVV’er Hero Brinkman juist wél. Wilders’ provocaties gaan ‘over de ruggen’ van anderen, zei hij.

Tijdens de persconferentie waarin Hero Brinkman vorige week zijn vertrek uit de pvv-fractie aankondigde, gebruikte hij één argument dat vvd-senator Sybe Schaap zal hebben aangesproken. Brinkman had er genoeg van dat groepen mensen, zoals moslims en Midden- en Oost-Europeanen, door de pvv in hun geheel worden weggezet als tweederangs burgers door ze te typeren als middeleeuws, criminelen of onrustveroorzakers. Een dikke week voordat Brinkman vaarwel zei tegen Geert Wilders en zijn pvv publiceerde Schaap zijn boek Het rancuneuze gif. Daarin beschrijft hij hoe in de moderne geschiedenis keer op keer wrok tegen bepaalde bevolkingsgroepen, de ander, door middel van het algemeniseren en demoniseren van die ander, heeft geleid tot ontwrichting van de samenleving, soms gepaard gaande met geweld, soms met heel veel geweld. Ook nu is dat proces van politisering van wrok en rancune volgens Schaap gaande. Hij vindt de pvv ‘een uitgesproken exponent van dat proces’. Dat die partij vervolgens ook succesvol is, was voor hem dé aanleiding om zijn boek te schrijven. Zijn eigen partij, de vvd, zag juist om die reden het boek niet zitten. Althans, vond dat de publicatie ongelegen kwam.

De liberalen hebben zich anderhalf jaar geleden bij het aantreden van het kabinet onder leiding van Mark Rutte voorgenomen niet te reageren op provocaties van gedoogpartner pvv en andersom de pvv niet te provoceren zodat deze niet de gelegenheid krijgt daar weer boos op te reageren. Dat is ook de reden waarom Rutte niet volmondig afstand wil nemen van het Polen-meldpunt van de pvv. Des te minder aandacht, des te minder zetels, des te kleiner een grote concurrent, is de gedachte daarachter. Blijkbaar vinden de liberalen dat zwaarder wegen dan de vrijheid van een van hun leden om gepolitiseerde rancune onder de loep te nemen. Al konden ze de publicatie van het boek natuurlijk niet tegenhouden. Maar ‘niet reageren op’ heeft bij de vvd de voorkeur boven ‘ageren tegen’.

Waarschijnlijk onbedoeld illustreerde Brinkman tijdens zijn persconferentie dat die houding van de vvd een goede inschatting is van het opereren van Wilders. Volgens de voormalige pvv’er provoceert Wilders bewust om te scoren bij de kiezer. Dat blijkt ook telkens weer te werken. Na een provocatie én de boze reacties daarop van andere politieke partijen of de samenleving schiet de pvv omhoog in de peilingen.

Zo bekeken zou juist d66, die telkens wél reageert, een verkeerde houding ten opzichte van Wilders aannemen. Maar moet Nederland de provocaties van de pvv dan over zijn kant laten gaan? Het rancuneuze gif zich maar laten verspreiden? Is de houding van de vvd niet ook ingegeven door opportunisme, ze heeft de pvv immers als gedoogpartner nodig?

Door de poging van de vvd om het boek tegen te houden, uit angst dat dit een provocatie zou zijn, speelde de vvd Wilders tóch in de kaart. Het verloochenen van de V van vrijheid in hun partijnaam zorgde voor een relletje rondom het boek en zo voor aandacht voor de pvv. De vvd-houding werkte daarmee twee keer binnen korte tijd averechts: door niet te reageren op het Polen-meldpunt kreeg Rutte en daarmee Wilders juist veel, ook internationaal, aandacht; door het boek van Schaap te willen tegenhouden stonden de schijnwerpers juist weer op Wilders.

Wilders’ provocaties gaan ‘over de ruggen’ van anderen, verduidelijkte Brinkman vorige week aan hen die dat eventueel nog niet door hadden. Volgens hem is het de pvv-leider niet om een beter Nederland te doen en wil hij niet echt problemen aanpakken.

Deze kenschetsen van de pvv sluiten naadloos aan bij die van senator Schaap. Die noemt het ‘opmerkelijk’ dat waar het fascisme, nazisme en bolsjewisme de rancune nog verpakten in ideo­logieën en hun aanhangers oplossingen beloofden, de hedendaagse rancune van het populisme slechts bestaat uit ‘meeslepende retoriek’.

Rancune is als een gif, schrijft Schaap. Volgens hem verraadt rancune ‘een wil tot onvrede’. Een rancuneus iemand wentelt zich liever in zijn wrok dan dat hij een oplossing zoekt. Rancune, wrok, ressentiment, ze zijn volgens Schaap van alle tijden, maar met de Romantiek en de Franse Revolutie verandert er volgens hem iets fundamenteels. Daar waar de mens onder invloed van het christelijke geloof het kwaad eerst in zichzelf zag en de verlossing van dat kwaad alleen van God kon komen, worden het kwaad en de verlossing onder invloed van de secularisering maakbaar. ‘Door een alom aanwezig en doordringend kwaad niet langer als een menselijke conditie te zien, kan het worden toegeschreven aan de maatschappelijke realiteit en haar machthebbers. Dan wordt het moeilijk dit kwaad te verdragen.’

Volgens Schaap wordt de mens als gevolg van de secularisering activistisch en reactief. Waar matiging en zelfkennis eerst het parool was, is er volgens hem ‘veel gemakkelijker plaats voor rancuneuze reacties’. De mens ‘weet nu wie het kwaad in de wereld verweten moet worden’. Vergeving, een kenmerk van het christelijke geloof, legt het volgens Schaap als gevolg daarvan af tegen vergelding. ‘Geen wonder dat moderne ideologieën zo rancuneus zijn, dat ze ruimte zoeken voor de afwenteling van het kwaad op een ander en dus voor haat en wraakacties.’ Schaap haalt daarbij Nietzsche aan die de afwenteling van de eigen onvrede op de ander ziet als ‘de typische creatieve daad van het ressentiment’.

Uitgebreid gaat Schaap in op wat hij een belangrijk kenmerk noemt van ressentiment: het niet in staat zijn de gegeven realiteit te nemen zoals deze is. ‘Ressentiment kan niet omgaan met de waarheid’, schrijft hij. Volgens hem vergiftigt dat niet alleen degene die de wrok koestert en deze botviert op de ander, maar ook zijn omgeving. Uiteindelijk ondermijnt het volgens Schaap de gemeenschapszin. ‘Ressentiment ontwikkelt een anti-ethiek (…) De ander verliest het karakter van een medemens die waardering en verbondenheid toekomt. De publieke ruimte wordt gedomineerd door slachtoffers, vijanden en verontwaardiging.’

Wie denkt dat Schaap het bij al deze beschrijvingen alleen heeft over Wilders en zijn kiezers heeft het mis. In het bijna driehonderd pagina’s tellende boek is slechts één kort hoofdstuk in zijn geheel gewijd aan de pvv en elders staan slechts af en toe verwijzingen naar deze partij. Schaap wil, met als aanleiding de opkomst van de pvv, vooral laten zien hoe rancune in het recente verleden door allerlei ideologieën is gebruikt.

Ook Karl Marx, in de terminologie van Wilders een voorganger in de door hem vermaledijde ‘linkse kerk’, gebruikte volgens Schaap de demonisering van de ander en het voeden van ressentiment om zijn doel te bereiken. Marx gaf volgens Schaap bewust een vertekening van de situatie van het proletariaat aan het eind van de negentiende eeuw. ‘Wetenschappelijke objectiviteit zou de theorie (van Marx – red.) namelijk een afstandelijke positie geven, met als risico dat de vervreemde mens in lethargie zou blijven steken.’ Om de revolutie te kunnen ontketenen, om tot actie aan te zetten, moest Marx in zijn theorie daarom overdrijven.

Overdrijving, de ander tot een minderwaardig mens maken, het ontkennen van de werkelijkheid, het voorhouden van een verlokkende utopie, Schaap zet op een rij hoe dit bij Josef Stalin in de Sovjet-Unie, bij Adolf Hitler in een groot deel van Europa, bij de Baader-Meinhof-groep in Duitsland en ook bij dierenactivisten in de westerse wereld leidde tot het legitimeren van het gebruik van geweld.

In het hoofdstuk getiteld De lokroep van het populisme analyseert Schaap hoe ook de pvv de verleiding om in te spelen op het ressentiment in de samenleving niet kan weerstaan. Want populisme op zich is volgens hem ‘niet identiek aan rancune’. Met het oproepen van een nostalgisch beeld van Nederland en het paranoïde verhaal dat de linkse kerk en de islamieten dat mooie Nederland kapot maken, bespeelt de pvv echter de onlustgevoelens in de samenleving. Ook hier is volgens Schaap, net als eerder in de moderne geschiedenis, weer sprake van ‘het manipuleren en verdraaien van feiten’. Kortom, van over­drijving. Om dat te onderbouwen zoomt Schaap voornamelijk in op het boek van de rechterhand van Wilders, pvv-Kamerlid Martin Bosma, De schijn-élite van de valse munters. Daarin wordt volgens de senator bewust een eenzijdig beeld van de islam neergezet. ‘De islam wordt als een dreigend noodlot geschetst waartegen verzet is geboden.’ Schaap noemt het vervolgens wonderlijk dat de pvv geen enkele politieke of militaire actie steunt tegen daadwerkelijk islamitisch radicalisme. Voor hem wederom het bewijs dat ‘waar het ressentiment actief wordt, het niet gaat om oplossingen maar om problemen. En deze probleemschets dient er weer toe ressentiment aan te wakkeren.’

Heel bewust schrijft Schaap dat het weinig zin heeft de pvv of haar leiders af te doen als fascistisch: omdat dat niet bijdraagt aan een adequate analyse van deze beweging. Bovendien is er het al eerder genoemde verschil dat fascistische stromingen meestal een ideologisch getint idee hebben over de inrichting van staat en maatschappij. Daarin verschilt de pvv dus juist van de met de nazi’s collaborerende nsb. Waar Schaap zich zorgen over maakt, is de huidige zwakte van instituties, zoals de rechtspraak of het parlement, waardoor in tegenstelling tot de jaren dertig van de vorige eeuw een beweging als de pvv minder makkelijk geïsoleerd kan worden.

Heeft Schaap een oplossing? Nee en ja. Ressentiment zal er altijd zijn, schrijft hij. Maar in tegenstelling tot de lijn van zijn vvd vindt hij het zinvol het eigentijdse ressentiment te bestuderen en ‘zijn uitwassen te bestrijden en de gevaarlijke spiraal van ressentiment te doorbreken’.

20 maart, Hero Brinkman stapt uit de PVV-fractie

Martijn Beekman / HH

Uitspraken Geert Wilders ter

illustratie van Schaaps betoog

‘We verkopen ons land aan de duivel die Mohammed heet, en niemand doet er iets aan.’

De Pers 2007

‘Je kan intolerantie alleen met intolerantie beantwoorden, het is niet anders, vrienden. Dat is misschien niet prettig, niet politiek correct. Maar als je niet wilt dat je zelf wordt opgegeten, zal je toch de ander moeten opeten.’

NRC Handelsblad 2008

‘Voorzitter, de elite noemt deze Marokkanen, die hier de boel verzieken, heel romantisch “nieuwe Nederlanders”. Ik noem ze liever “kolonisten”. Moslim-kolonisten. Want ze zijn niet gekomen om te integreren, maar om de boel hier over te nemen, om ons te onderwerpen.’

Algemene Beschouwingen 2008

‘Daarom: tijd voor de grote schoonmaak van onze straten. Als onze nieuwe Nederlanders zo graag hun liefde voor die zevende-eeuwse woestijn­ideologie willen tonen, doe het maar lekker in een islamitisch land, maar niet hier, niet in ons land.’

Algemene Beschouwingen 2009

‘Dit land kent accijnzen op benzine en diesel, parkeervergunningen en een hondenbelasting, had een vliegtaks en heeft een verpakkingstaks, waarom dan niet een hoofddoekjesbelasting? Een kopvoddentaks. (…) Zo gaan we eindelijk eens iets terugverdienen aan wat ons al zoveel heeft gekost. Ik zou zeggen: de vervuiler betaalt.’

Algemene Beschouwingen 2009