Somedaymyprincewill.com van Sadettin Kirmiziyüz

De wilde zangen van een bijdehante Turk

Eind 2012 voltooide de in Zutphen geboren toneelmaker Sadettin Kirmiziyüz een op zijn familieleden geïnspireerd vierdelig epos. Met een reconstructie van de Turkse bruiloft van zus Sare. Een meanderend verhaal, zeer slim verteld.

Medium troubleman onedaymyprincewillcom fotosaris denengelsman 9972week37

Het eerste beroepstheater in Europa werd ooit gemaakt door de toneelspelers van de Italiaanse commedia dell’arte, volkstheater dat vanaf het begin van de zestiende eeuw werd geïmproviseerd met sterke archetypen – koopman, kwakzalver, slimme knecht, domme knecht, dienstmeid, verliefden. In de Ottomaanse toneelspelerskunst creëerde men in diezelfde tijd een eigen variant, met daarin twee Turkse komediehelden, Karagöz en Hacivad. Een boerenslimme analfabeet die vol rappe grappen zit en een dikdoenerige nepgeleerde die communiceert in literaire praatjes. Kijkend naar de voorstellingen van de uit Turkse ouders in Nederland geboren en getogen toneelmaker Sadettin Kirmiziyüz moet ik vaak aan de conversaties van die twee opgewonden Turkse mannetjes denken. Of liever: aan al die tragikomische figuren die in Kirmiziyüz huizen, die hij met elkaar laat ruziemaken, op reis stuurt of betrapt op suffige tegenspraken.

Sadettin Kirmiziyüz is even watervlug in zijn denken als in zijn spelen, in zijn gestiek, mimiek en bewegen op het toneel. Hij is een Spieler in zijn eigen totaaltheater. En net als zijn collega’s Ilay den Boer en Nasrdin Dchar heeft hij zijn familie gedeeltelijk als uitgangspunt gekozen voor een serie vertellingen, een epos over botsingen tussen culturen, over migratie, religie en identiteit. Maar bij Kirmiziyüz zit er meer hoongelach in het verhaal, meer commentaar in het heldendicht, soms zelfs een venijnig en vilein soort sarcasme en in elk geval een hoop zelf­kritiek. Na het portret van zijn moeder in het relaas van een reis naar haar Turkse geboortegrond in Trabzon (Avondland, 2010, komende maart hernomen), na de hadj-bedevaart met zijn vader naar Mekka in De Vader, de Zoon en het Heilige Feest (2011), na de ontmoeting met zijn broer in What’s Happenin’ Brother uit 2012, is er nu een apotheose van de tetralogie, een samenstromen van alle rivieren in een feestelijke delta, middels een nauwkeurige reconstructie van wat zijn zus Sare in de voorbije jaren meemaakte, resulterend in haar huwelijk op 16 juli 2011. Titel: Somedaymyprincewill.com. Sadettin speelt hierin zijn zus en zichzelf. En nog talloze anderen. Muzikaal en theatraal wordt hij daarbij geassisteerd, liever: gesteund, nog beter: op het paard gehesen (maar niet eróverheen getild) door de muziektheater­formatie The Sadists. Het resultaat is een verbluffende achtbaan. En Sadettin Kirmiziyüz is een specialist in achtbanen. Met name waar het de joods-christelijk-islamitische fundamenten van onze beschavingsgeschiedenis betreft.

In De Vader, de Zoon en het Heilige Feest stond hij op een gegeven moment op het punt om de duivel te stenigen. Een ritueel dat de inleiding vormt voor het Offerfeest. Een verwijzing ook naar de legendarische beproeving die God of Jaweh of Allah oplegde aan Abraham of Avraham of Ibrahim – hoe dan ook, aan die arme en geplaagde Aartsvader. In onze christelijke bijbel staat dat zo: ‘Hij zeide tot hem: Abraham, en deze zeide: Hier ben ik. En Hij zeide: Neem toch uw zoon, uw enigen, die gij liefhebt, Isaak, en ga naar het land Moira, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, dien ik u noemen zal.’

Isaak heet in de Hebreeuwse tekst overigens Jitschak, in de koran heet hij Ismaël, wat in de christelijke bijbel weer de naam is van de zoon die Abraham verwekte bij zijn slavin Hagar. Zo gaat dat dus: welkom in Kirmiziyüz’ achtbaan van de joods-christelijk-islamitische beschavingsgeschiedenis. Vol met details die ik, blanke, Nederlandse, op het oer-katholieke platteland opgegroeide en christelijk opgevoede boerenzoon, niet ken. En als-ie ons eenmaal te pakken heeft, dan slaat Kirmiziyüz nog een paar haakse hoeken om en nog wat onbekende stegen in. Abraham (of Avraham of Ibrahim) en zijn zoon komen een man in het zwart tegen die – in de woorden van de verteller – tegen de wanhopige vader roept: ‘Ik weet wel wat God aan je gevraagd heeft. Waar ben jij mee bezig man? Wat is dat voor een God die zoiets van je vraagt?’ Abraham beseft dat hij hier met de duivel te maken heeft en hij gooit een forse steen naar de in het zwart gehulde figuur onder het uitroepen van Bismillahiallahuakbar. Met zes uitroeptekens. In naam van God! God is groot! Daarna is het bijbelse (of koranse) business as usual: de vader zet de zoon het mes op de keel, een engel daalt uit de hemel neer en wijst de vader op een passerend ram. En Sadettin Kirmizyüz vat samen: ‘Tijdens het Offerfeest wordt dus herdacht dat wij niet onze kinderen maar onze dieren onverdoofd ritueel slachten.’

In zijn nieuwste voorstelling Somedaymyprincewill.com zal het lachen ons op den duur vergaan. Hij begint zijn vertelling alvast in Homerische lyriek: ‘Bezing mij, oh muze, het lot van de Schone van Zutphen.’ Vandaag, 16 juli 2011, is zij in Istanbul getrouwd. We gaan met de wat looiig bewegende performers op de speelvloer landerig van start, in een soort roze partytent met statafeltjes. We kijken met de blik van de performer lodderig in het cyclopisch oog van de kater na het feest, om ons klaar te maken voor de grote reconstructie.

Ernstig deel van die reconstructie is het verschil in grijpbare onderwijskansen voor een Turkse jongen en een Turks meisje. Het Turkse meisje, Sadettins zus Sare, gaat naar de mavo. Sadettin belandt op de ‘radio-5-3-8-leukste-school-van-Nederland’, een gymnasium genoemd naar een van de geleerden die aan de vertaling van de Statenbijbel heeft gewerkt, hij doet er een jaartje langer over en speelt mee in Heijermans’ Wijze kater. Dan: ‘En waar wíj na het achtste uur bijlessen filosofie kregen, gingen zíj naar de leegstaande derde verdieping om anale seks te hebben zodat je je maagdelijkheid niet verliest.’

Nee, niet de zus van Sadettin natuurlijk, maar wat Sare wél doet om níet te doen wat haar klasgenoten in de regel wel degelijk doen, dat weet-ie ook niet, want hij leidt zijn eigen jongensleven en laat het meisjesleven van zijn zus voor wat het is: vreemd. Zo liggen de kaarten: híj mag alles, híj heeft makkelijk praten, Sare mag niet eens in haar eentje naar Amsterdam en zit kansloos op een school waar anderhalfduizend sjonnies, anita’s, fatima’s en mohammeds over elkaar heen buitelen in een doodlopende steeg. En als Sare een mooie vrouw is geworden en haar kleine broertje ondertussen op de Toneelschool zit en in de familie als ‘die nar uit Maastricht’ door het leven gaat, dan wordt haar kuisheid te vuur en te zwaard bewaakt door de oudste broer die ‘de mantel van de vaderrol om zijn schouders geworpen heeft gekregen’, Süleyman de Verschrikkelijke, de zwarte ridder, in de buurt van wie je nog niet dood gevonden wil worden. In nauwelijks twintig minuten zijn we in het tempo van een Formule 1-race gegidst door een Turkse jeugd in Holland. Vervolgens komt zus Sare voor een korte vakantie aan in Istanbul. En ontmoet de verboden liefde van haar leven. En wij belanden met haar in het middendeel van de voorstelling: de chatroom van een internetcafé.

Aangezien Trouble Man Kirmiziyüz deze keer klaarblijkelijk van plan was om veel overhoop te halen, heeft hij de jonge regisseur Casper Vandeputte in zijn stuurhut uitgenodigd en die heeft goed werk verricht. Inhoudelijk gaat in dat middendeel de vlammenwerper d’rop. In tempo, timing, ritme, vaart en muzikaliteit wordt het verhoudingsgewijs juist rustiger, er wordt hoogstens wat meer geschakeld.

Dat middendeel is op afstand het meest indringende van het epos. Om te beginnen transformeert de performer Sadettin in dit deel als een tierelier. Hij wordt steeds meer zijn zus, Amor85 in de chatroom. Er treden diverse meekwebbelende gezusters en gebroeders op. Sadettin doet met een zekere regelmaat een stap opzij om op te treden als supercommentator, bijgenaamd de ‘sarcastoloog’. En er komt een mysterieuze gast het verhaal binnen, een buitenstaander, ik noem hem zelf het ‘islamistisch spook’, de Kees van der Staaij van de islam, of toch misschien een zalvende ‘ietsist’ of de Arie Boomsma van de buurtmoskee. Whatever! In de voorstelling heet hij in ieder geval AbdullHammiddoornbach en zijn teksten klinken net zo eng als zijn naam. Door zijn optreden in de chatrooms van Istanbul tot Zutphen komt er via hem een druk op de vertelling te liggen die veelzeggend is. Omdat het kleine broertje, die ‘nar uit Maastricht’, Sadettin zelf dus, er via die griezel opeens op een pijnlijke wijze achter komt wat de consequenties zijn van zijn jarenlange passiviteit tegenover zus Sare. Die zelfkritiek is niet pathetisch, eerder nuchter. Kirmiziyüz wordt hier geconfronteerd met niet meer terug te draaien ontwikkelingen die wellicht het gevolg zijn van het feit dat hij nooit werkelijk met Sare in gesprek is geweest. Zijzelf is overigens prettig nuchter over de grote liefde van haar leven in Istanbul en de bijkomende problemen: ‘Hij heet Ozgur, hij werkt bij de ing, hij heeft zweet­voeten, hij is heel grappig en ik hou van hem.’

De apotheose van de voorstelling, dat is: de handvraging, de huwelijksvoltrekking, het verslag van de eerste nacht – het oogt door het voorafgaande allemaal wat wrang en is tegelijk ook hartverwarmend feestelijk door de goed gedoseerde overdaad aan middelen, types, anekdotiek, grappen en mooie teksten. De jongens van The Sadists maken niet alleen godvergeten mooie muziek, maar zetten ook een paar vet in de verf gespoten eigentijdse commedia dell’arte-types neer die van goud zijn. Sadettin Kirmiziyüz is nu geheel vergroeid met zijn zus en tegelijk ontwapenend zichzelf. Het striemende karakter van zijn textuur begint op een bijna jankende manier te schrijnen, echt pijn te doen. Hij slaat ons om de oren met wezenlijke facts of life waar het in zijn Trouble Man-project steeds om is gegaan en waarin wij, toeschouwers, kaaskoppen, wegkijkers, rechtstreeks en unmoralisch, om een goed Mokums woord te gebruiken, worden aangesproken. Dat zit ook in zijn bijtende epiloog.

Sadettin via zijn zus, ook: de zus op haar beurt óver Sadettin:

‘Nu staat hij daar waarschijnlijk nog

in mijn zaal dronken te worden

met die band

en hele erge dingen te denken.

Hij heeft wel een beetje gelijk.

Het is als met kaarten.

Hij heeft een hand gekregen waar hij meer mee kon.

Ik niet.

Hij schaamt zich voor zijn goede hand.’

Het is maar een klein fragment uit die tekst, het mooiste is vanzelf aan de performer zelf. Hij mept er ons de zaal mee uit. Die brandmerken van Sadettin Kirmiziyüz zullen ons nog wel een poosje heugen!


Somedaymyprincewill.com is geselecteerd voor Het Theaterfestival 2013 en speelt op 11 en 12 september in de Stadsschouwburg

Somedaymyprincewill.com is vanaf 15 januari 2013 op tournee, met extra voorstellingen in Utrecht, Amsterdam en Haarlem van 3 t/m 20 april. Het eerste deel van het vierluik van Kirmiziyüz’ Avondland is van 2 t/m 26 maart 2013 ook op tournee. Meer informatie via troubleman.nl

Beeld: Saris & den Engelsman
Bijschrift: Somedaymyprincewill.com