De wildebeestenkooi van pinter (2)

(Nog tot en met 5 april overal in het land (de komende dagen in Breda, Nijmegen, Heerlen, Winschoten en Groningen).
In de eerste scène van De thuiskomst van Harold Pinter geeft vader Max boksles aan zijn zoon Joey, die amateurbokser is. Max: ‘Boksen is een beschaafde sport. (pauze) Weet je wat jij moet doen.

Je moet leren je te verdedigen, en je moet leren aanvallen. Dat is jouw enige probleem als bokser. Je weet niet hoe je je moet verdedigen en je weet niet hoe je aan moet vallen. (pauze) Als je die dingen eenmaal onder de knie hebt, zit je zo aan de top.’
Zo'n tekst op de lach spelen, op effect, zou doodzonde zijn. Max bedoelt deze les niet als grap, hij meent wat hij zegt, woord voor woord. Hij spreekt hier ook zichzelf toe, de eeuwige verliezer die zijn leven lang in de verdediging is geweest. En als-ie al ooit durfde aanvallen, dan was dat keer op keer een krachteloos gebaar. Het heeft van Max een wild dier gemaakt, aangepast aan de wetten van de jungle, onberekenbaar.
Aan het begin van het tweede bedrijf raakt hij niet uitgepraat over de gezelligheid van zijn gezin toen zijn vrouw nog leefde. Volkomen onverwacht begint hij daarna zijn broer Sam te vernederen. Waarna hij op een kruiperige manier het gezinnetje van zoon Teddy in Amerika het graf in prijst. De agressie in die teksten is niet onderhuids maar van een schaamteloze buitenkant. Bart Klever (Max) toont en demonstreert dat onverwachte door voortdurend te schakelen, de uiteenlopende frustraties van Max als het ware achter elkaar te laten zien - een anatomische les over woede. In deze wildebeestenkooi van teleurgestelde mannen heeft iedereen een tik meegekregen van Max’ verkniptheid. Zoon Joey is er bijna autistisch van geworden, zoon Lenny heeft gekozen voor een subtiel soort geestelijke terreur, broer Sam heeft voor zichzelf een nepstatus gecreëerd (‘de beste taxichauffeur van het bedrijf’), maar hij blijft permanent op zijn hoede. Humane of mentale gedragsregels tellen hier niet meer. Het immorele gedrag is tot norm verheven.
Teddy is die wetteloze jungle bijtijds ontvlucht. Denkt hij. Hij zweert bij zijn vrouw en zijn drie kinderen en bij zijn werk als leraar filosofie. Al tijdens de nachtelijke thuiskomst van Teddy en Ruth merken we dat dat allemaal illusie is, een thuis gebouwd op drijfijs. En als Lenny een simpele existentiële levensvraag op tafel gooit ('Hoe is het mogelijk dat het onbekende ons ontzag verdient?’) staat Teddy ook als filosoof met zijn mond vol tanden: die vraag hoort niet bij zijn vak. Teddy heeft zijn eigen levensleugens gecreëerd. Ruth, die als naaktmodel in deze omgeving heeft gewerkt en die door Teddy tot huisje-boompje-beestje is verleid, voelt zich in deze immorele jungle van vier mannen goed thuis. Voor haar is het een echte thuiskomst.
Regisseur Jeroen van den Berg heeft er in zijn regie van De thuiskomst (Theater van het Oosten) voor gekozen niets te verbergen. De onderhuidse spanningen van de personages worden op een zeer geaarde manier getoond, ze worden als het ware 'bovenhuids’ gehouden. Op het moment dat Ruth definitief kiest om te blijven (Lenny zet een plaatje op en vraagt haar om een dansje), krijgen we keiharde muziek te horen. Een minuut of vijf zijn de teksten onverstaanbaar, we zien alleen dat Ruth letterlijk van hand tot hand gaat, dat Joey op een meer dan onhandige manier bovenop haar gaat liggen.
En opeens ontdekken we hoe verschrikkelijk ongelijk Teddy had toen hij na zijn nachtelijke thuiskomst tegen Ruth zei: 'Het zijn heel hartelijke mensen. Echt waar. Heel hartelijk. Het is mijn familie. Het zijn geen kannibalen.’ Teddy (Richard Gonlag) lachte toen om die tekst ook al nèt iets te hard.
Het mooie van het acteren in Van den Bergs enscenering is dat iedereen steeds één ding tegelijk speelt, niet zes lagen bovenop elkaar. Je ziet wat er op dàt moment aan de hand is, niks meer, niks minder. Geen trucs, nauwelijks emoties of inleving, er wordt gespeeld wat er staat. Het leeftijdsverschil tussen de personages is geëgaliseerd: ze ogen allemaal ongeveer even oud, de acteurs doen ook geen enkele poging om zichzelf ouder te maken. De leeftijden doen er hier nauwelijks meer toe, het gaat om de kern van dit kooigevecht: opportunistisch de juiste hoek kiezen. En dan toeslaan.