De wind in het gras

MICHAEL CHABON
GENTLEMEN OF THE ROAD
Ballantine Books, 204 blz., € 22,95

Michael Chabon houdt van variatie. Eerder dit jaar publiceerde hij The Yiddish Policemen’s Union, een hard-boiled detective à la Raymond Chandler; daarvóór schreef hij The Final Solution, een detective in de traditie van Arthur Conan Doyle. Deze keer heeft hij een pastiche gemaakt van de avonturenromans van negentiende-eeuwse schrijvers als Rafael Sabatini en Alexandre Dumas.

Gentlemen of the Road, eerder verschenen als feuilleton in New York Times Magazine, speelt zich af in de tiende eeuw, in het Khazarische rijk, ten noordoosten van de Krim, dat in die periode floreerde onder joodse nomaden. De heren in de titel zijn de huurlingen Zelikman en Amram – de één een iele Frank met een voorliefde voor fraaie hoofddeksels en een langwerpig medisch instrument dat hij als mes gebruikt; de ander een kolossale Afrikaan die een bijl hanteert, met de bijnaam ‘Defiler of your mother’. Beiden zijn joods en kibbelen als een echtpaar dat te lang getrouwd is. Hun missie: de troon van een gevluchte prins restaureren die is verdreven door een kwaadaardige bandietenleider.

Chabon heeft zich gretig op het genre gestort (en zijn uitgever met hem: elk hoofdstuk heeft typische illustraties). Het boek heeft alles wat je mag verwachten: prinsessen die uit harems gered moeten worden, zwaardgevechten, vikings, op hol geslagen olifanten. De titels van de hoofdstukken (On the Observance of the Fourth Commandment among Horse Thieves en On Following the Road to One’s Destiny, with the Usual Intrusions of Violence and Grace) verraden al dat hier een schrijver maar al te veel plezier in zijn literaire uitstapje heeft.

Hoewel zijn zinnen soms makkelijk een alinea lang kunnen zijn, heeft Chabons proza altijd een aangenaam ritme, vaak aanzwellend, waardoor het zich leent om hardop gelezen te worden. Voorbeeld: ‘On that plain of mud and grass and staring faces, along the battlements and bartizans of the walls of Atil barbed with pikemen and archers, from the Black Sea to the Sea of Khazar, from the Urals to the Caucasus, there was no sound but the wind in the grass, the clop of a sidestepping horse, the broken breathing of the Little Elephant, Filaq, with whom they had marched and slept and shivered, the son, the prince they had raised on their shoulders to rule them as their bek, the revenger of the rape of their sisters and the burning of their houses and the pillage of their goods.’

Toch voldoet Gentlemen of the Road niet aan de verwachtingen. Wie bekend is met Michael Chabon weet dat hij waarschijnlijk het slimste jongetje van zijn generatie is. Hij is grappig, hij is scherp, hij camoufleert zware thema’s met een waterval van onstuimig taalgebruik, wonderbaarlijke metaforiek en een vocabulaire dat met enige regelmaat naar het woordenboek doet grijpen. En dus zijn de verwachtingen hooggespannen.

Naar eigen zeggen schrijft Chabon elke dag van tien uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags – met een uur pauze voor de lunch. Hij mikt op duizend woorden per dag. Bij het lezen van Gentlemen kun je je niet aan het idee onttrekken dat hij het beste van die duizend woorden heeft aanbesteed in ander werk. Neem het bovengenoemde citaat. Het heeft ritme en stijl, maar het vergde zowaar enkele minuten om het te vinden. The Yiddish Policemen’s Union of Kavalier & Clay kun je op een willekeurige pagina opengooien om zulke zinnen tegen te komen.

Dat is het probleem. Dit boek is zo duidelijk een vingeroefening dat je nooit het idee krijgt dat de schrijver het zelf ooit serieus heeft genomen – en waarom zou je het als lezer dan wél doen? De eerdere keren dat Chabon zich aan het detectivegenre waagde, deed hij dat om een dieper verhaal te vertellen – over ballingschap, de joodse identiteit of het verwerken van de holocaust. Hier is het effect hoogstens koddig. ‘Jews with Swords’ was Chabons werktitel: op dat niveau is hij blijven steken.