Het Amerikaanse kiessysteem wint weer

De winnaar krijgt alles

Het Amerikaanse kiessysteem is nooit aangepast, hoezeer daar ook reden voor is. Nog steeds geldt het principe «the winner takes it all».

WASHINGTON – Van tevoren is eindeloos gespeculeerd over elektronische stemmachines, over voorlopige stembiljetten, over kiezen per post, over registratieprocedures en over de ins and outs van de kieswetten in de verschillende swingstaten. Maar de belangrijkste truc in deze verkiezingen bleek doodeenvoudig. De zittende Republikeinse regering van de staat Ohio besloot in overwegend Democratische wijken minder stemhokjes in de stembureaus te plaatsen dan in 2000. Terwijl de opkomst, ook de verwachte opkomst, veel hoger was dan vier jaar geleden. Door de schaarste aan machines moesten kiezers in bepaalde kiesdistricten, zoals Franklin, acht tot tien uur wachten voor ze hun stem konden uitbrengen. Velen bleken er na verscheidene uren geen zin meer in te hebben en gingen naar huis. Voor anderen spanden enkele van de duizenden advocaten die in Ohio klaarstonden namens de Democratische Partij een kort geding aan. Ze eisten dat stembureaus «alternatief stemmen» mogelijk maakten. Met andere woorden: dat de stem bureau-officials aan de wachtenden in de rij papieren stembiljetten uitdeelden. Dat kort geding wonnen ze.

Inmiddels was duidelijk geworden dat Kerry alleen nog president kon worden als hij Ohio won. Dus weigerden de wachtenden in de rij, van beide kampen, om de uitgedeelde papieren stembiljetten in te vullen. De kans bestond immers dat die stembiljetten in hoger beroep alsnog ongeldig zouden worden verklaard. «Waarom het risico nemen als je toch al negen uur in de rij hebt gestaan?» was de retorische vraag van een student in de rij.

De verkiezingen zijn niet beslist door die paar stemhokjes en de lange rijen wachtenden in Ohio. Maar die laten wel goed zien hoe het systeem in Amerika werkt. En hoe simpel het is voor de partij die de regering van de staat vormt, geleid door de gouverneur, om niet alleen de regels maar ook de meest praktische kwesties naar eigen voordeel aan te passen.

Net als een bokswedstrijd zijn Amerikaanse verkiezingen volledig gericht op het spektakel van een knock-out. Zonder een winnaar met de armen omhoog en een verliezer hopeloos verloren op de grond is de wedstrijd eigenlijk mislukt. Als er op punten moet worden gewonnen, komt er een jury aan te pas, en scheidsrechters. Het merkwaardige van de Amerikaanse kieswet is dat die juryleden ook partijleden zijn. Ze zijn vaak gekozen, of aangewezen door de verkozen stembureauhoofden. Ze zijn partijdig, en laten dat vaak ook weten.

Gouverneur Jeb Bush, verantwoordelijk voor de uitvoering van de kieswet in Florida, zei vier jaar geleden tegen zijn broer, toen hij abusievelijk dacht dat Florida voor de Republikeinen verloren was: «I let you down, brother.» De dame direct onder Bush, destijds belast met verkiezingskwesties, werd de meest gehate Republikeinse onder de Democraten van Florida. Ze werd afgelopen week nog bijna over reden. De man achter het stuur van de auto verklaarde tegenover de rechter dat hij zich met zijn actie «politiek had uitgedrukt».

Iedere staat heeft zijn eigen stemregels. Om de wantoestanden van 2000 te voorkomen, had het Congres in 2002 een nieuwe wet in het leven geroepen, de Help America Vote Act. Maar deze wet heeft enkele van de kwesties die een rol speelden in de aanloop naar deze verkiezingen juist veroorzaakt, en heeft niet bijgedragen aan de standaardisering van het kiesproces. Er worden nog altijd nauwelijks nationale eisen gesteld aan de stemprocedures van de individuele staten. In Oregon stemt iedereen per brief. In Texas stemden grote aantallen burgers vóór 2 november. In Ohio zijn duizenden nieuwe registratieformulieren, opgehaald door Democratische organisaties, geweigerd door de verantwoordelijke politicus, een Republikein, die meende dat het papier dat was gebruikt te dun zou zijn. In Florida is tienduizend mensen het stemmen onmogelijk gemaakt omdat ze op hun registratieformulier waren vergeten een hokje aan te kruisen dat zou bevestigen dat ze Amerikaans staatsburger zijn. Omdat de deadline voor registratie formulieren volgens de wet van Florida al drie weken eerder was verstreken, is het voor hen onmogelijk alsnog te stemmen.

«Arika kampt met de wet van de remmende voorsprong», zegt Heather Gerken, kenner van het verkiezingsrecht, van Harvard University: «Veel landen konden bij anderen afkijken hoe je het best volkssoevereiniteit kunt organiseren. Wij waren de eersten en konden niet afkijken. Amerika werd tegelijk natie en democratie.» Bovendien dachten Amerikanen bij de creatie van de republiek over zichzelf in eerste instantie als inwoner van een staat, niet van het «land» Amerika. Daarnaast speelde de slavernij een rol bij de creatie van het kiessysteem. Onder meer om de «stemmen» van slaven bij de kandidaat van de plantagehouder te tellen, was het van belang kiesmannen in het leven te roepen. Nadat dit systeem was geïntroduceerd, bleek het door de eeuwen heen nagenoeg onmogelijk te veranderen. Onder Nixon was het bijna gelukt. Een amendement werd aangenomen door een overgrote meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, de president verklaarde de wet te zullen ondertekenen, maar in de Senaat strandde het voorstel tot grondwetswijziging door een filibuster – de enige manier waarop een minderheid wetgeving kan verhinderen. Sinds 2000 zijn in 29 staten wetsvoorstellen gedaan om van het winner-takes-all-principe af te komen. Niet één van deze voorstellen heeft het gehaald.

In de meeste staten is de politieke partij aan de macht die ook in de opiniepeilingen voor de presidentsverkiezingen voor ligt. Zo’n partij zal niet geneigd zijn het systeem te veran deren.

Het is onmogelijk politici of kiezers een beslissing hierover te laten nemen zonder dat ze daarbij aan het eigen belang denken. Politiek filosoof John Rawls liet in zijn A Theory of Justice zien dat burgers wel eens tot een volledig andere verdeling van mogelijkheden en rijkdom zouden kunnen komen als zij de samenleving zouden inrichten vanachter een «sluier van onwetendheid», dus niets wetend over hun eigen toekomstige positie in die samenleving. Het is zeer waarschijnlijk dat ook het Amerikaanse kiessysteem al veel eerder en vaker was aangepast als er werd besloten vanachter zo’n sluier van onwetendheid.

_______________________

Inwoners van de steden New York, Houston, Dallas, Atlanta en Los Angeles, toch geen onbelangrijke in de Verenigde Staten, hebben weinig tot niets gemerkt van de miljoenen dollars verslindende verkiezingscampagnes. Geen televisiespotjes, geen vrijwilligers die van deur tot deur gingen, geen bezoekjes van de vier kandidaten en hun karavaan. Tijdens de verkiezingsnacht somden de televisieverslaggevers de uitslagen van deze staten toonloos op. Stemmen is er een ritueel; niemand voelt er spanning bij.

Colorado was ook zo’n staat. De Republikeinen waanden zich er veilig. Om je stem (lees: Democratische stem) toch te laten tellen, werd daarom de organisatie Make Your Vote Count opgericht, die een referendum organiseerde om het kiessysteem in Colorado te veranderen. Het voorstel, «Amendement 36», dat stemmers dinsdag kregen voorgelegd, is om de negen electorale stemmen, ofwel kiesmannen, evenredig over de stemmen te verdelen. Als de bevolking van Colorado het voorstel had aangenomen, was het amendement met terugwerkende kracht geldig geweest voor deze verkiezingen. Bush had dan vijf kiesmannen verdiend en Kerry vier. Medio september wezen peilingen uit dat 51 procent van de inwoners van Colorado voor het amendement wilden stemmen. De Democraten waren er voor en kennelijk ook genoeg Republikeinen. Maar toen veranderden de peilingen. Plotseling leek Kerry een kans te maken om alle negen kiesmannen te vergaren. En de Republikeinen gingen campagne voeren tegen het voorstel. Ze dreigden zelfs met een rechtszaak indien het zou worden aangenomen, en ze verloren er één waarin ze eisten dat het referendum niet werd toe gelaten.

Beide kandidaten in de spannende senaatsverkiezing in deze staat, Ken Salazar (D) en bier koning Pete Coors ® keerden zich er tegen. Salazar won uiteindelijk met een verschil van nog geen vijftigduizend stemmen. En toen ging het bergafwaarts met het plan. Uiteindelijk stemde 66 procent van de kiezers in Colorado in referendum tegen het voorstel. Of het voor het Witte Huis iets had uitgemaakt als de verhouding anders was geweest? Vermoedelijk niet. Maar daar ging het de initiatiefnemers niet om. Julie Brown, voorzitter van Make Your Vote Count: «Help dit land van dat belachelijke college van kiesmannen af, om te beginnen in Colorado.»