De winterhulp mist haar effect niet

Het Vlaams Blok heeft weer verkiezingswinst behaald en overtrof zijn resultaat van vier jaar geleden. ‘Zwarte zondag’, heette het toen. Nu is het ‘doorbraak blijft uit’.
De opmars van extreem-rechts in het buitenland leidt steevast tot de vraag of zoiets hier ook zou kunnen gebeuren. Onwaarschijnlijk, zo menen velen. Ze wijzen daarbij op typisch Belgische factoren, zoals het Vlaamse nationalisme en het vakmanschap van Dewinter. Wij hebben slechts Janmaat en geen Vlaamse kwestie.

Op deze redenering valt wel wat af te dingen. Een score als die van het Vlaams Blok valt weliswaar in Nederland op korte termijn niet te verwachten, maar niet op grond van deze argumenten. Het Vlaamse nationalisme is voor de leiders van het Vlaams Blok het hoogste goed, maar voor veel kiezers geldt dat niet. De successen van de partij zijn in hoofdzaak gebaseerd op protest tegen de ‘gevestigde’ politiek, en op racisme - twee verschijnselen die ook hier wijd verbreid zijn. Het is dus maar de vraag of er, wat betreft de voedingsbodem voor extreem-rechts, zulke grote verschillen zijn tussen Belgie en Nederland.
Het 'Dewinter-effect’ is naar mijn smaak overdreven, omdat voorbij wordt gegaan aan verschillen tussen beide landen die veel belangrijker zijn. Veel van wat in Belgie mag, is hier verboden. Toen Janmaat eens geconfronteerd werd met de voor hem onprettige vergelijking met Dewinter, zei hij: 'Dewinter is hier nog nooit verder gekomen dan iets met een toeter uit een dakraam roepen.’ Janmaat doelde op een verboden persconferentie in Dordrecht, een paar jaar geleden, waar Dewinter probeerde vanaf de eerste etage de pers toe te spreken. Dewinter werd onmiddellijk gearresteerd. Al jarenlang hanteert het Vlaams Blok de leus 'Eigen volk eerst’. Toen die hier werd overgenomen, leidde dat tot een reeks strafrechtelijke veroordelingen. Kortom, Janmaat zou het in Belgie veel verder schoppen dan hier, en Dewinter zou in Nederland een groot deel van zijn tijd op het politiebureau doorbrengen.
In Nederland zijn de anti-racismewetgeving en een dreigend partijverbod belangrijke obstakels voor extreem-rechts, zoals onlangs bleek uit de strafzaken tegen de CD en CP'86. Door de veroordelingen zijn fundamenten gelegd voor een verbodsprocedure tegen beide partijen. Extreem-rechtse politici moeten hier hun toevlucht nemen tot verhulling en verbale acrobatiek om de balans te vinden tussen herkenbaarheid voor de kiezer en onkwetsbaarheid voor justitie. Dat leidt tot leuzen als 'CD, u weet waarom’. Je hoeft geen skinhead te zijn om zoiets slap te vinden.
Links van extreem-rechts loert een ander gevaar, namelijk dat van 'gewone’ politici die extreem-rechtse uitspraken gaan doen. Om zich te profileren moeten de janmaten dus naar rechts, maar dat kan leiden tot justitieel ingrijpen. Janmaats oude slagzin 'Niet links niet rechts!’ heeft nog niets aan actuele waarde ingeboet, want extreem-rechts wordt aan de ene kant opgewacht door Bolkestein en aan de andere door justitie.
Belgie is anders. Daar zijn minder barrieres en de woordvoerders van het Vlaams Blok kunnen zich veel meer veroorloven. De anti-racismewetgeving is zwak, zozeer dat het zelfs niet lukt om er de verspreiding van Mein Kampf mee tegen te gaan. Voor extreem-rechts is de Belgische anti-racismewetgeving geen noemenswaardig obstakel. Partijmanifestaties worden er zelden getroffen door een preventief verbod ter bescherming van de openbare orde. Hier is zo'n verbod regel: de CD bestaat meer dan tien jaar maar heeft nog nooit een openbare vergadering kunnen beleggen. In zijn verkiezingscampagne heeft het Vlaams Blok talloze manifestaties belegd. Zo gaat het al jaren en het is ongetwijfeld een van de verklaringen voor de stabiele successen van de partij. En omgekeerd vormt het ontbreken van een dergelijke traditie hier een verklaring voor het 'falen’ van extreem-rechts.
Schuiven de Vlaamse 'gevestigde politici’ teveel op naar het Blok, dan kan de partij zich profileren door op zijn beurt verder naar rechts op te schuiven, zonder risiso’s als die in Nederland. De dreiging van een partijverbod bestaat niet in Belgie, sterker nog, dat is grondwettelijk uitgesloten.
De verschillende barrieres in beide landen zijn naar mijn mening van meer gewicht dan cliches als de Vlaamse kwestie en het charisma van Dewinter. Door deze barrieres mislukte wat destijds in het extreem-rechtse roddelcircuit 'Winterhulp’ werd genoemd: de inspanningen van Dewinter om in Nederland de ruziende extreem-rechtse politici tot elkaar te brengen.
Toch zou de situatie in Belgie hier wel eens van invloed kunnen zijn. Zo zou het Nederlands Blok een graantje kunnen meepikken van het succes van de Vlaamse grote broer. De Europese verkiezingen van vorig jaar bezorgden het Vlaams Blok een flinke winst, terwijl zij voor de Centrumdemocraten een dieptepunt vormden. Een aantal activisten uit kringen van de besmette partijen CD en CP'86 sloot zich daarop aan bij het Nederlands Blok. De Statenverkiezingen hebben laten zien dat een groeiend aantal kiezers zich er toe voelde aangetrokken.
Wellicht gaat het Nederlands Blok de CD passeren. De CD en CP'86 verkeren in moeilijkheden, onder andere door veroordelingen en dreigend partijverbod. Het Nederlands Blok verschilt niet zoveel van beide andere, maar geholpen door de successtory van het Vlaams Blok en met een minder besmet blazoen dan de CD en CP'86, kan de partij zich manifesteren als het alternatief-met-toekomst.
Een ander effect van het Vlaams Blok is dat zij de gewenning aan extreem-rechts hier kan stimuleren. 'Waarom heeft extreem-rechts in Nederland de laatste tien jaar niets bereikt?’ vroeg een journalist mij vorig jaar na de raadsverkiezingen. 'Hoezo niets?’ antwoordde ik. 'Extreem-rechts heeft er net honderd zetels bij gekregen.’ De vraag bleek te zijn gesteld met het Vlaams Blok als toetssteen.
Internationale vergelijkingen worden vaak gemaakt om de Nederlandse situatie in een gunstig daglicht te stellen. Een extreem-rechtse partij die hier bij kamerverkiezingen vijf procent zou halen, is een dwerg in vergelijking met het Vlaams Blok, terwijl zo'n resultaat een verdubbeling zou zijn. Ik voorspel dat in zo'n geval het eerste minstens zoveel nadruk zal krijgen als het tweede. En dat is ook een vorm van Winterhulp.