Interview: Bettina Röhl, over links Duitsland in de jaren zestig

De witte handschoentjes van Ulrike Meinhof

Wie een beeld wil krijgen van het rijke linkse leven in de Bondsrepubliek van de jaren zestig, moet oude jaargangen van het blad konkret doorbladeren. Alles draait er om bom en pil, democratisering en drugs. Bettina Röhl schreef een boek over het blad, dat door haar ouders werd gerund en door de ddr werd betaald. Bettina Röhl? Is dat niet de «dochter van?

TRAVEMÜNDE – Bettina Röhl is freelance journalist. Ze publiceerde in Tempo, Vogue, Die Welt, Der Spiegel, stern, Die Zeit, Cicero, die tageszeitung, enzovoort. Zo wil ze dat de wereld haar kent: als journalist en niet als dochter van Ulrike Meinhof, een van de grondleggers van de terroristische Rote Armee Fraktion. Wie Bettina Röhl publiekelijk de «dochter van» noemt, kan rekenen op een bombardement aan telefoontjes, sms’jes, mailtjes en ingezonden brieven en zelfs voor «fascist» worden uitgescholden.

Deze journalist Bettina Röhl heeft een boek geschreven over de geschiedenis van het tijdschrift konkret. Dat blad speelde een centrale rol in de Duitse protestbeweging van de jaren zestig. Dankzij een gelikte formule die Marx met Mädchen combineerde, bereikte het een oplage van honderdduizend, in hoogtijdagen zelfs van 250.000 exemplaren. In elk nummer waren foto’s van blote jonge vrouwen uit Duitsland, Zweden of Nederland naast die van blote lijken uit Algerije, Congo of Vietnam te zien. De uitgever van het blad was Klaus Rainer Röhl, de hoofdredactrice Ulrike Marie Meinhof, de vader en de moeder van Bettina Röhl.

Het boek van de journalist Bettina Röhl heet So macht Kommunismus Spass! Klaus Röhl en Ulrike Meinhof waren communisten. Illegale communisten, want lid van de door de regering-Adenauer verboden kpd. Het hoofdbureau van de kpd zetelde in Oost-Berlijn en werd aangestuurd door de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (sed) van de ddr. Uit Oost-Berlijn kwam maandelijks een bedrag van rond de veertigduizend D-Mark om het blad konkret te drukken en in het levensonderhoud van de uitgever en de hoofdredactrice te voorzien. De armlastige halfstudenten Röhl en Meinhof konden zich daardoor een bescheiden burgerlijk bestaan met een huis, een wasmachine, een auto en twee vakanties per jaar veroorloven. Eind 1961 trouwden ze, een maand later werd Ulrike Meinhof zwanger. Op 21 september 1962 baarde ze een tweeling: Regine en Bettina Röhl.

In een restaurant in de badplaats Travemünde, naast Hamburg haar tweede woonplaats, schildert Bettina Röhl de familiaire band die er bestond tussen haar ouders en de kameraden uit het oosten. In haar boek vult ze dat idyllische beeld aan met uitvoerige citaten uit de «Akte Konkret», het door haar ontdekte ddr-dossier over de contacten tussen Röhl, Meinhof en de partij in Oost-Berlijn. Het bevat verslagen van bijeenkomsten op duistere adressen. En over de decadente levenswandel van de uitgever, die de communisten liever kwijt dan rijk waren. De voorkeur van de partij lag duidelijk bij de strenge en berekenbare Meinhof.

Boze tongen beweren dat er niets nieuws in haar boek staat. Had immers Klaus Röhl niet zelf al in 1974 een boek gepubliceerd, Fünf Finger sind keine Faust, waarin hij sans gêne uit de doeken doet hoe zijn blad konkret van 1958 tot 1964 door de Bondsrepublikeinse vijand in de Koude Oorlog werd gefinancierd? «Onzin», meent de journalist Bettina Röhl. «Alles wat ik in mijn boek presenteer is nieuw. Het dossier, de privé-correspondentie van Ulrike Meinhof, mijn persoonlijke herinneringen, alles.» Die lieve, oude communisten waren verbijsterd toen ze het lazen, vertelt ze, de meesten wisten niet dat het dossier bestond. En haar bijna 75-jarige vader kreeg zowat een hartverlamming. «Dat argument dat er niets nieuws in staat is een leugen. De mensen die dat beweren willen niet dat hun mythe van de heilige Meinhof met keiharde feiten onderuit wordt gehaald.»

De journalist Bettina Röhl heeft het verwijt al eerder te horen gekregen. In 2001 veroorzaakte ze een rel door het aftreden van minister Joschka Fischer van Buitenlandse Zaken te eisen. Ze had in een artikel Fischers verleden als Frankfurtse anarchist opgerakeld en dat artikel met foto’s verluchtigd waarop te zien was hoe een gehelmde Fischer samen met een paar makkers op een politieagent insloeg. «Oud nieuws», verdedigde Fischer zich. «De golven van haat die ik toen over me heen heb gekregen – dat was onvoorstelbaar», zegt Bettina Röhl nu.

Die zogeheten «Achtundsechziger» zijn nu haar vijanden. Iedereen die haar boek kritisch heeft besproken, behoort in haar ogen tot die groep. Bijvoorbeeld de recensent in Die Zeit, die in een nogal agressieve recensie de overbodigheid van haar boek wel beweert maar niet bewijst. «Het liefst was ik naar de rechter gestapt, maar mijn advocaat raadde dat af. Het is ondoenlijk om te beargumenteren of iets nieuw of oud is.» Het stuk dat Röhl vervolgens voor Die Zeit schreef, laat zien wat haar beweegt: het generatieconflict. De critici, schrijft ze in Die Zeit, lijken allemaal te willen zeggen: mond houden en braaf geld verdienen om onze pensioenen te betalen.

«Mijn boek is echter niet in de eerste plaats een onthullingsboek», zegt ze. «Ik lever vooral veel historische context. Voor de mensen van mijn leeftijd en jonger is dat allemaal nieuw. Juist van die mensen krijg ik enthousiaste reacties. Ze waren bijvoorbeeld verbijsterd om te lezen dat het in de jaren vijftig vooral de ddr was die op de Duitse hereniging aandrong. En dat Stalin zelf al in 1952 had voorgesteld om Duitsland te herenigen tot een neutrale staat in het midden van Europa. Adenauer wilde daar niets van weten.»

Het bijna zevenhonderd pagina’s dikke boek van de journalist Bettina Röhl leest inderdaad als een kroniek van de Bondsrepublikeinse jaren vijftig en zestig. Of beter gezegd: als een reeks kronieken. Nu eens is het een gezellige familiekroniek, waarin de auteur over het wel en wee van het gezin Röhl vertelt. Dan weer is het een politieke kroniek, waarin de auteur haar bonkige commentaar levert op de Bondsrepubliek van Adenauer, het Wirtschaftswunder en de Grote Coalitie. Vervolgens is het een kroniek van het blad konkret, samengesteld uit authentieke documenten en interviews met betrokkenen. En ten slotte is het een kroniek van de gemoedsgesteldheid van de auteur zelf, die zonder voorbehoud uitdrukking geeft aan haar sympathie, antipathie, liefde, woede, verontwaardiging en verongelijktheid. Welbeschouwd zijn het zevenhonderd pagina’s ruw materiaal dat pas na grondige bewerking een goed boek zou kunnen opleveren.

Uit die lappendeken van anekdoten, documenten, gesprekken en commentaren rijst niettemin een fascinerend verhaal op. De stof is sterker dan het magere talent van de auteur. Eigenlijk, zegt ze zelf, is het de stof voor een roman. «Ik ben een enorme bewonderaar van de grote Russische romans uit de negentiende eeuw. Dostojevski vooral, maar ook Tolstoj. Hun romans laten beter dan welke historische studie zien hoe een tijdperk functioneert. Ook mijn verhaal gaat uiteindelijk over een liefdesrelatie tegen de achtergrond van het Duitsland van de jaren zestig», benadrukt de auteur.

«Het was afkeer op het eerste gezicht», citeert de auteur haar vader over zijn eerste ontmoeting met Ulrike Meinhof. «Ze was zo ernstig, ze lachte nooit.» konkret voerde toen campagne tegen de oprichting van een nieuwe Bundeswehr en de installatie van atoomwapens in de Bondsrepubliek. Die campagne was nauwkeurig afgestemd met de kameraden in de Duitse volksrepubliek. De vrolijke rokkenjager Klaus Röhl wierf op Duitse universiteiten met name onder studentes. In Münster stuitte hij op de strenge Ulrike Meinhof, pleegdochter van Renate Riemeck, het boegbeeld van de vredesbeweging. Meinhof ontpopte zich als een volhardende debater, een begenadigd journaliste en een gestaalde communiste. Ze bezat alle eigenschappen die Röhl miste om intellectueel aanzien en politieke werking te verkrijgen. Hij koos haar tot echtgenote. En de kameraden in het oosten benoemden haar tot hoofdredacteur.

Meinhof viel niet alleen in de smaak bij de kameraden in het oosten. Haar vaste column in konkret trok de aandacht van de liberale mediawereld in Hamburg. Der Spiegel, stern en Die Zeit hadden hun zetels in die stad en het wemelde er van de beroemde uitgevers en schrijvers. Men trof elkaar op party’s, men vormde één grote, vrijzinnige mediafamilie. In die familie werd Meinhof gekoesterd als een exotische radikalinski met wie het goed debatteren was. De dikdoenerige proleet Klaus Röhl werd slechts gedoogd omdat hij haar echtgenoot was. «Ik was haar klootzak», zei hij er zelf van.

Volgens de journalist Bettina Röhl kan men de betekenis van die Partygesellschaft moeilijk overschatten. «Die party’s beduidden het begin van de liberalisering van de maatschappij. Daar verzamelde zich een vrije, linkse elite. Men was heel open, heel los_._ Men ging ook nog heel voorkomend met elkaar om, men was echt in elkaar geïnteresseerd. Tegelijk was men high van de welvaart, zelfs een beetje decadent, men had immers oorlog en armoede meegemaakt, mijn ouders ook. Die Partygesellschaft heeft ervoor gezorgd dat de fronten van de Koude Oorlog begonnen af te brokkelen. Conservatieven en communisten gingen er vriendschappelijk met elkaar om. Neem mijn ouders: die waren tegelijk communist én ondernemer.»

Met dat communisme van haar ouders was het feitelijk al in 1964 gedaan. Toen Klaus Röhl de formule van konkret steeds verder naar het frivole oprekte en in de serie «DDR intim» het schrale leven in de volksrepubliek beklaagde, werd het de mecenassen in Oost-Berlijn te gortig en draaiden ze de geldkraan dicht. Röhl stapte uit de nog immer illegale kpd, Meinhof bleef slapend lid tot aan haar dood. Volgens Bettina Röhl zijn haar ouders in hun hart hun leven lang communist gebleven, zelfs Klaus Röhl, die zich inmiddels op de uiterste rechtervleugel van de conservatief-liberale fdp positioneert.

Het einde van de geldvloed uit het oosten beantwoordde Klaus Röhl met een vlucht naar voren. Nog meer bloot, nog scherpere koppen, nog meer prominente auteurs, nog meer bladzijden, een nog hogere oplage, een nog wijdere verspreiding. De opzet slaagde. Het blad werd een magneet voor wie als publicist wilde meetellen in de Bondsrepubliek. Sebastian Haffner, Hans Magnus Enzensberger, Günter Wallraf, Rudi Dutschke – zij maakten van konkret een gezaghebbend, radicaal-links opinieblad.

De firma voer er wel bij. Röhl kocht een witte Mercedes en Meinhof stroopte de antiekmarkten af op zoek naar Jugendstil-meubels voor hun nieuwe huis. «Het was ook voor ons kinderen een heerlijke tijd», benadrukt Bettina Röhl. In haar boek schildert ze de ene idyllische episode na de andere en plaatst er de beroemde foto bij van het echtpaar Röhl op de drafrenbaan, mevrouw Röhl in elegant mantelpak met fijne witte handschoentjes.

Dan slaat de stemming om. Er verschijnt een nieuwe protestgeneratie op het podium, nog vrijzinniger, neigend naar het extreme, in ieder geval verbetener. Ulrike Meinhof voelt zich erdoor aangetrokken. Ze verkeert steeds vaker in Berlijn, het epicentrum van de nieuwe Ausserparlementarische Opposition. «De Hamburgse Partygesellschaft begon in die tijd uit elkaar te vallen», vertelt de journalist Bettina Röhl. «Er werd steeds minder gedanst. Veel huwelijken gingen kapot, niet alleen dat van mijn ouders.» Ulrike Meinhof vroeg echtscheiding aan, vestigde zich definitief in Berlijn en nam de tweeling met haar mee. In konkret opponeerde ze openlijk tegen uitgever Röhl, Berlijnse vrienden van haar probeerden de redactielokalen te bezetten en toen dat niet lukte, «verbouwden» ze Röhls villa.

Daar, bij de echtscheiding van de Röhls in april 1968, eindigt het verhaal van So macht Kommunismus Spass! De roman breekt precies af op het moment dat het spannend begint te worden. De daarop volgende, turbulente jaren vat de auteur, «voor de jonge lezers» zoals ze zegt, in een epiloog samen. In die jaren is de samenleving compleet veranderd, verduidelijkt ze. «Maar dat is een heel ander boek.»

In die epiloog raffelt de auteur het kerndrama van de roman in amper veertig pagina’s af. Hoe Ulrike Meinhof een enorme werklast op zich laadde, met opdrachten voor radio, voor televisie en nog altijd voor konkret. Hoe ze faalde om voor de opvang van de kinderen een goede oplossing in een woongroep te vinden. Hoe ze vereenzaamde. Hoe ze Andreas Baader en Gudrun Ensslin ontmoette en gefascineerd raakte door hun daadkracht. Hoe ze zich liet verleiden aan een gewapende actie deel te nemen om Baader uit de gevangenis te bevrijden. Hoe ze daarna moest onderduiken en met haar nieuwe vrienden bij Palestijnse verzetsgroepen een toevlucht vond. Hoe ze bedacht dat de tweeling voortaan maar in een Palestijns weeshuis moest worden opgevoed. Hoe vrienden van Klaus Röhl dat op het laatste moment wisten te voorkomen. Hoe de meisjes onder de hoede van Röhl kwamen, die inmiddels door een coup voorgoed uit de leiding van konkret was gewerkt. Hoe Meinhof aan de terroristische acties van de Rote Armee Fraktion deelnam. Hoe ze in de gevangenis belandde. Hoe haar dochter Bettina, na jaren geen contact meer te hebben gehad, weigerde om op de uitnodiging van haar moeder in te gaan omdat ze een feestje had waar ze voor het eerst zou zoenen. Hoe kort daarop, op 9 mei 1976, Ulrike Meinhof in haar cel zelfmoord pleegde.

Daarover heeft de journalist Bettina Röhl nog een boek in petto. Krijgen we daarin te horen wat zij denkt over de oorzaken van Ulrike Meinhofs ondergang? Er valt een stilte. «Ik denk niet dat ze ten tijde van de scheiding serieus bezig was met het idee van de gewapende strijd. Oké, je had die notitie over de stadsguerrilla van de studentenleider Rudi Dutschke, met wie mijn ouders nauw bevriend waren. Maar volgens mij dacht toen niemand er echt aan ondergronds te gaan.»

In de epiloog passeren de verschillende verklaringen die er voor Meinhofs «ontsporing» bestaan allemaal even de revue: Meinhofs moeilijke jeugd, de echtscheiding, depressiviteit, een hersenbeschadiging, eenzaamheid, het verlangen naar een groep, de overtuiging dat de Bondsrepubliek al heimelijk in een politiestaat was veranderd, de wil eindelijk eens «iets te doen» in plaats van alleen maar te schrijven, de verleiding door Baader en Ensslin.

«Het idee dat de echtscheiding de oorzaak is, bestaat al heel lang», zegt Bettina Röhl. Met name Peter Rühmkorf, dichter, schoolvriend van Klaus Röhl, medeoprichter van konkret en een van Bettina Röhls belangrijkste getuigen, is die mening toegedaan. «Daar valt ook niet veel tegenin te brengen, of zoals Rühmkorf zegt: iemand die in zijn liefde is gekrenkt, is tot alles in staat.»

Toch neigt de journalist Bettina Röhl eerder naar een verklaring vanuit de tijdgeest. «Na het turbulente jaar 1968 was de beweging verflauwd. Men zocht naar nieuwe, radicale vormen. Men wendde zich tot Mao, het pop-communisme, de stadsguerrilla. Ik heb die geschriften van Mao gelezen, daar kun je echt high van worden, het is pure oorlogspropaganda. Maar als u me vraagt wat nu écht de doorslag heeft gegeven, dan denk ik spontaan dat het toch vooral de invloed van die Andreas Baader en Gudrun Ensslin is geweest.»

Maar hoe zat het nu met die hersenbeschadiging? Een paar jaar geleden dook er een professor op die in een kartonnen doos de hersenen van Ulrike Meinhof bewaarde. Onderzoekers hadden in die hersenen een beschadiging vastgesteld in het emotionele centrum. Die beschadiging zou rond de geboorte van de tweeling zijn ontstaan – na de bevalling is ze daar onmiddellijk aan geopereerd. «Die professor werkte met een redacteur van Der Spiegel aan een artikel», vertelt Bettina Röhl. «Ik vond dat smakeloos en wilde het hoe dan ook voorkomen. Ik wilde niet dat er voeding werd gegeven aan een debat over de vraag of mijn moeder in die terroristische periode al dan niet toerekeningsvatbaar was.» Er waren ook foto’s van de hersenen. Der Spiegel leek die te willen afdrukken. «Ik heb geprobeerd dat via een kort geding te verbieden, maar de rechter koos voor de persvrijheid.»

Toen besloot de journalist Bettina Röhl alles zelf maar te publiceren, inclusief de foto’s. Een paar dagen voordat Der Spiegel met de scoop zou komen, deed ze haar verhaal in de Magdeburger Volksstimme. «De _Spiegel-_redacteur was ziedend. De redactie heeft toen besloten het stuk alleen maar online te publiceren.» En de hersenen zelf? «Die professor is teruggefloten. Op last van de officier van justitie zijn de hersenen toen gecremeerd en aan mij en mijn zus overgedragen. We hebben ze toen in haar graf in Berlijn bijgezet. Zo hebben we de waardigheid van onze moeder nog enigszins recht kunnen doen.»