De witte jas in het zorgpakket

In de stilte van het zomerreces stort demissionair VWS-minister Klink zich op het afronden van het dossier ‘medisch specialisten’. Hij is hard toe aan een succesje, want onlangs zette de Eerste Kamer de rem op het elektronisch patentendossier en het rookverbod in de horeca is matig gelukt. Klink wíl deze horde nog graag nemen: graaien in de portemonnee van de dokter.

Vorige week presenteerde hij de Orde van de Medisch Specialisten een zuur plan. Vanaf begin volgend jaar mogen medisch specialisten maximaal 180.000 euro per jaar verdienen. Dat bedrag klinkt alleszins redelijk. Hoewel het vergeleken met de inkomens in de top van het bedrijfsleven, de bankwereld, de advocatuur of ziekenhuisdirecties een krats blijft, is het toch een prachtig jaarsalaris. Bovendien is het niet zo gek om de grote inkomensverschillen binnen de medische beroepsgroep recht te trekken.

Maar zo simpel is het niet. Klink probeert hiermee zijn eigen huishoudboekje op orde te krijgen. Op de valreep, want hij heeft in de afgelopen jaren zonder kritiek uit de Kamer de zorgkosten (hoofdzakelijk veroorzaakt door de toenemende vraag) met vele miljoenen de pan laten uitrijzen.

Daarbij komt dat hij vanwege de economische noodzaak een historische kans ruikt om medisch specialisten niet alleen financieel maar ook professioneel in een keurslijf te persen.

Het korten op de salarissen past namelijk in een nieuwe vorm van financiering. Niet de specialisten zelf mogen straks hun rekeningen declareren bij de zorgverzekeraars, maar dat moet verlopen via de ziekenhuisdirectie. Elk ziekenhuis krijgt een vast budget, waar behalve de salarissen van het personeel alle behandelingen mee gedekt moeten worden. De directie gaat samen met de zorgverzekeraar bepalen wat er op de werkvloer financieel mogelijk wordt geacht.

Los van het wachtlijstenspook dat opdoemt, is dit fnuikend voor de individuele relatie tussen een arts en een patiënt. Artsen zullen moeten uitleggen aan hun patiënten waarom bepaalde medicatie niet meer mag of noodzakelijke behandelingen uitgesteld worden.

Illustratief voor de wijze waarop de overheid intervenieert op de medische werkvloer is een proces dat al langer achter de coulissen van de balies plaatsvindt. Enkele jaren geleden werd het zogeheten DBC-systeem ingevoerd. Circa dertigduizend diagnosebehandelcombinaties moesten kosten en prestatie inzichtelijk maken. De invoering van de codes bleek echter dagelijks een hels karwei. Wie fouten maakte, heette een fraudeur of beging een economisch delict. Ziekenhuizen werden gedwongen door een speciale afdeling controleurs de boel te laten checken. Peperduur, maar dat maakte niet uit. Toen het inefficiënt bleek, besloot de overheid vorig jaar tot de invoering van het nieuwe DBC-systeem DOT (DBC’s Op weg naar Transparantie). Dit zou het oude systeem terugbrengen naar circa drieduizend ‘zorgproducten’.

Maar het werd geen verbetering. De ‘zorgproducten’ worden nu buiten het ziekenhuis door een computerprogramma in elkaar gesleuteld op basis van de aangeleverde ‘zorgactiviteiten’. De administratieve Mount Everest en de ICT-kosten groeien en de ziekenhuizen verliezen compleet het zicht op de eigen productie.

De artsen gingen vorige maand niet alleen demonstreren om hun salaris, maar meer om de vrees dat ze gepiepeld worden in het uitoefenen van hun beroep. Een voorlopige voorspelling als dit plan doorgaat. Topspecialisten vertrekken naar het buitenland, waar ze meer vrijheid van werken krijgen. Het artsentekort loopt op en buitenlandse dokters worden - in loondienst - te werk gesteld. En de patiënt, die toch al nooit zijn hoge rekeningen ziet, gaat echt niet minder eisen stellen.