Cocaïnehandel door Nederlandse politie

De witte lijn

Wat bedoeld was als een routinecheck van de Tweede Kamer inzake de IRT-crisis groeide uit tot een drama op zich, met nog kolossalere vragen over het gehalte van de rechtsstaat. Ella Kalsbeek over de cocaïnehandel van de Nederlandse politie, de deal met Mink K. en de Bermudadriehoek van het internationale geheime dienst-wezen.

HET WAS, ACHTERAF gezien, alsof ze de doos van Pandora had geopend. Ella Kalsbeek zal de dag dat de door haar voorgezeten parlementaire commissie de stukken over de nasleep van de IRT-crisis in de kluis van het college van procureurs-generaal in Den Haag mocht inzien, niet licht vergeten. Het was in deze kluis dat de commissie-Kalsbeek, in het leven geroepen om te controleren of de aanbevelingen van de parlementaire-enquêtecommissie van Maarten van Traa wel worden nagevolgd, stuitte op een reeks van affaires die qua ernst en hevigheid de oude IRT-crisis nog verre overvleugelde. De grootste ontdekking van de commissie-Kalsbeek was dat er onder de vlag van het zogeheten Delta-onderzoek begin jaren negentig in innige samenwerking tussen politie, douane en het imperium van wijlen drugsboer Klaas Bruinsma maar liefst vijftienduizend kilo cocaïne op de markt was gebracht. Dit in tegenstelling tot de commissie van Van Traa, die had gesteld dat de ‘gecontroleerde doorvoer’ van coke maar een marginaal verschijnsel was in de woelige wereld van de IRT.


De commissie Kalsbeek ontdekte zelfs dat het mogelijk was dat de door de overheid geïnstigeerde cokehandel nog immer doorgaat, ondanks de vermanende woorden die de commissie-Van Traa had gesproken over de ontoelaatbaarheid van het een en ander. Daar bleef het echter niet bij: de commissie-Kalsbeek kwam ook op het spoor van grootscheepse handel in xtc-pillen, wapens en maar liefst vijftien liquidaties in het schemerige milieu van al dan niet corrupte ambtenaren en de georganiseerde misdaad. De oude IRT-affaire, waarbij het vooral ging om door de overheid gefinancierde transporten van grote partijen extreem inferieure Colombiaanse weed, bleek kinderspel in vergelijking met wat de commissie-Kalsbeek met een half jaar onderzoek naar boven had gebracht. De zaak was des te verontrustender omdat de commissie-Kalsbeek tijdens haar onderzoek was gestuit op tekenen die wezen op de betrokkenheid van diverse buitenlandse geheime diensten bij de cokehandel van de Nederlandse justitie.



BINNEN DE COMMISSIE leidde dit al voor het naar buiten brengen van de rapportage van Kalsbeek — augustus 1999 — tot grote consternatie. In NRC Handelsblad verscheen een onrustbarend verhaal over de ontwikkelingen binnen de Kalsbeek-groep, waar de stemming na de coke-vondst ‘op tilt’ zou zijn geslagen. Volgens de NRC stonden de leden van de commisie-Kalsbeek onder speciale bescherming van de BVD, omdat zij na hun vondst met de dood zouden zijn bedreigd. Volgens de NRC was er zelfs een commissielid dat meende dat Maarten van Traa wellicht toch het slachtoffer was geworden van een moordaanslag in plaats van een verkeersongeluk. De Telegraaf kwam enkele weken later met een schokkende getuigenis van een Amsterdammer, die tegenover de krant getuigde van grootschalige cocaïnehandel in het westelijk havengebied, waar via het overslagbedrijf CTA grote ladingen coke zouden zijn geleverd aan corrupte douaniers en politie.


Binnen de commissie-Kalsbeek zouden ook grote meningsverschillen zijn gerezen over de consequenties van de majeure vondst. Commissielid J. Niederer van de VVD viel Kalsbeek aan omdat zij ‘te emotioneel’ zou zijn en in haar rapport te veel kritiek zou hebben geventileerd richting het college van procureurs-generaal.


Ook zou Niederer twijfelen aan de aangegeven grootte van de ‘gecontroleerde doorvoer’ van de cocaïne.


De consternatie was zo groot dat minister van Justitie Korthals — zelf aanvankelijk ook al sceptisch over de berichten van de commissie-Kalsbeek — besloot tot een grootscheeps onderzoek. Er zou niet alleen een strafrechtelijk onderzoek komen, maar ook een onderzoek van het aan het ministerie gelieerde onderzoeksbureau WODC. Daarnaast zou er ook een ‘feitenonderzoek’ komen, los van eventuele strafrechtelijke consequenties. ‘In 2001 weten we alles’, zo kon de minister dan ook zeggen. De commissie van Ella Kalsbeek houdt echter een vinger aan de pols. Formeel is de onderzoeksgroep inmiddels ontbonden, maar Kalsbeek blijft wel regelmatig met Korthals in overleg over de vorderingen van de diverse onderzoeken. Daar liep het tot nu niet erg gesmeerd. Zo weigerden de korpschefs van de politie in de grote steden aanvankelijk mee te werken aan het strafrechtelijk onderzoek. Kalsbeek ontving signalen dat de politie sinds het IRT-debacle helemaal geen trek meer had om deze ‘besmette dossiers’, zo schadelijk voor het imago van politie en justitie zelf, nog verder te onderzoeken. Diverse onderzoeken bleken na korte tijd al geheel vastgelopen. Aangezien de nieuwe wet op bijzondere opsporingsbevoegdheden van de politie, gebaseerd op de aanbevelingen van Van Traa, pas in februari 2000 in werking treedt, was er bovendien sprake van diffuse regels en voorschriften. Zo viel het inderdaad niet uit te sluiten dat de cokehandel van de Nederlandse politie nog immer gaande was.



‘EIGENLIJK IS HET de eerste keer dat het parlement zelf controleert hoe de aanbevelingen van een parlementaire enquête worden opgevolgd’, zo vertelt Kalsbeek in haar huis in Zoetermeer. ‘In die zin is dit ook een testcase. Als commissie hebben we kunnen vaststellen dat het niet bijster goed loopt. Er is sprake van stagnatie van het onderzoek. Waar dat precies aan ligt moet nog duidelijk worden.’ Dinsdag jongstleden had Kalsbeek een ontmoeting met minister Korthals, waarbij ze werd ingelicht over de voortgang van het een en ander. Voor het PvdA-Kamerlid, in een vorig leven medewerkster van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en woordvoerster van de commissie-Van Traa, is het vooral van belang dat er goede afspraken komen over wat niet en wat wel geheim moet blijven in het onderzoek. ‘Het lijkt mij geen goed idee om alle bevindingen maar geheim te houden. Het parlement heeft ook recht om te worden geïnformeerd. Er bestaat ook het gevaar dat men te veel de focus legt op het strafrechtelijke onderzoek. Het onderzoek moet uiteindelijk ook blootleggen wat de patronen zijn, in het algemeen, zonder direct aan strafrechtelijke vervolging te denken. Over dat soort zaken moeten nog goede afspraken met Korthals en het OM worden gemaakt.’


De mate van openbaarheid van het post-IRT-onderzoek werd stof voor hoog oplopende polemieken toen bleek dat justitie in een eerdere fase een van de hoofdrolspelers in de Delta-zaak, de Amsterdamse ex-commando Mink K., op alle manieren trachtte te beschermen. K., verdacht van cokehandel en wapentransporten, wordt door de commissie-Kalsbeek beschouwd als een spin in het web van het blootgelegde coke-netwerk. Maar de man blijkt op een of andere wijze hoge protectie te genieten bij het OM. Dit mogelijk vanwege K.’s nauwe contacten met buitenlandse inlichtingendiensten. In de Amsterdamse woning van K. trof de politie verleden jaar bij toeval, naast een grote hoeveelheid xtc-pillen, een groot arsenaal van de modernste wapens aan, waaronder raketwerpers. Er zijn sterke aanwijzingen dat K. dit wapentuig betrok van diverse buitenlandse inlichtingendiensten. In een eerder stadium werd K. al eens tot acht jaar gevangenis veroordeeld, maar hij bleef op vrije voeten op basis van een sociaal arrangement dat de Amsterdamse officier van justitie Teeven met hem had getroffen. In afwachting van zijn hoger beroep bij het Europese hof bleek K. op vrije voeten te worden gesteld. Vreemd, vond de commissie-Kalsbeek. ‘Het OM stelt dat men K. indertijd wel heeft móeten laten lopen omdat hier sprake zou zijn van een bestendige beleidslijn om veroordeelden vrij te laten in afwachting van de beschikking van het Europese hof. Wij hebben dat geprobeerd na te gaan, maar hebben moeten concluderen dat die bestendige beleidslijn slechts voor één geval — dat van K. — blijkt te gelden.’ K. staat inmiddels weer voor de rechter, maar dat proces in Amsterdam vindt achter gesloten deuren plaats. Kennelijk is de rechter bevreesd voor datgene wat K. te zijner verdediging heeft op te merken.



HET ZIJN ZAKEN op grond waarvan gevreesd mag worden of de waarheid over de coketransporten van de IRT (en de douane) ooit echt wel aan de oppervlakte komt. Vooral het feit dat K. zou zijn gelieerd aan buitenlandse inlichtingendiensten maakt de zaak uiterst gecompliceerd. Kalsbeek: ‘Zodra er buitenlandse inlichtingendiensten in het spel zijn, wordt het uiterst moeilijk om nog informatie te krijgen. Maarten van Traa stuitte daar in zijn onderzoek ook al op. Die is in dat verband ook nog wel eens langsgegaan bij de Amerikaanse ambassade. Daar kon hij mooie verhalen over vertellen. Kreeg hij te horen of hij wellicht “wired” was. Maar uiteindelijk kon ook Maarten weinig over de rol van die diensten in de IRT-affaire naar buiten brengen. Je loopt al snel stuk op zaken als de onschendbaarheid van diplomaten.’


Kalsbeek is er vast van overtuigd dat het rapport van haar commissie degelijk werk was, en geen paniekvoetbal, zoals hier en daar werd gezegd. ‘We wisten dat we explosief materiaal in handen hadden, en dat dat scherpe tegenreacties zou oproepen. Juist daarom zijn we bij het schrijven van het rapport uiterst zorgvuldig te werk gegaan, hebben we alles uiterst grondig gecontroleerd. We hebben niet zo maar geruchten gemeld, maar alles gecheckt en nog eens gecheckt. In totaal hebben we 250 getuigen gesproken. Datgene wat niet door meer dan één bron werd gemeld, kwam niet in ons rapport terecht, terwijl we er ook voor zorgden dat de door ons genoemde personen niet herkenbaar werden gemaakt. Wat het onderzoek van het ministerie uiteindelijk zal opleveren, kan ik nu nog niet overzien. Zelf denk ik dat het de moeite waard zou zijn om in ieder geval de geldstromen te controleren die aan de coketransporten zijn verbonden. Je hebt het uiteindelijk over een totale marktwaarde van 1,2 miljard gulden. Dat is geen bedrag dat je wegwerkt door een zeilboot en een huisje in Hawaï aan te schaffen. Zoveel geld moet traceerbaar zijn.’