De witte motor: de cijfers

Deze week in De Groene twee artikelen over de ondraaglijke witheid van de Nederlandse letteren. Naast een persoonlijke beschouwing van Karin Amatmoekrin ook een bijdrage van Daan Stoffelsen en Thomas Franssen waarin de cijfers centraal staan. Hier een inkijk in de methodiek.

Medium 201508017 witte boeken 2crop

Dit voorjaar heropende non-fictieredacteur van Amsterdam University Press Ebissé Rouw met een column in NRC Handelsblad de discussie over de ondervertegenwoordiging van niet-westerse schrijvers in de Nederlandse literatuur. Wij gingen op zoek naar verklaringen: zijn er achterstanden die die toestand kunnen verklaren, of is er eerder een hoge drempel naar het boekenvak? We zochten cijfers op over de taaltoets (in het Jaarrapport Integratie 2014 van het CBS), over deelname aan het hoger onderwijs (CBS, maar vooral aan letterenonderwijs ten opzichte van andere richtingen), en analyses. We inventariseerden initiatieven. We verwezen naar James Woods essay Dakloos in de wereld (De Groene, 24 juli) en het essay Radicaal relationisme van Yra van Dijk en Merlijn Olnon (De Gids, juni). We lazen het proefschrift van Pauwke Berkers Classification into the Literary Mainstream (Erasmus Universiteit 2009). We formuleerden het ideaal van een literatuur die recht doet aan de ervaring van migratie in een wereld van onzekerheden.

Maar eerst keken we naar andere cijfers: zijn er echt zo weinig niet-westerse schrijvers? We begonnen met de winnaars van de grote prijzen – Libris Literatuurprijs, AKO Literatuurprijs, Gouden Boekenuil, VSB Poëzieprijs – maar vervolgens richtten we ons op debutanten. Wie eenmaal een boek gepubliceerd heeft, is in ieder geval het literaire veld binnen. En om het stadium daarvoor ook te analyseren, keken we ook naar de ongevraagd ingezonden kopij voor literaire tijdschriften als de Revisor, waarvan Daan redacteur is, en inzendingen voor twee schrijfwedstrijden.

Definitiekwesties

Onze methodiek was even simpel als riskant: we gebruikten de CBS-definitie voor het onderscheid tussen niet-westers en westers en probeerden op basis daarvan winnaars en debutanten te categoriseren. Simpel, want je deelt in op een achtergrondkenmerk en volgt het CBS, riskant, want auteurs zullen zelf niet altijd hun achtergrond benadrukken. Riskant bovendien, omdat namen niet zwart of wit zijn. Joost Vormeer won in 2013 de El Hizjra Literatuurprijs met een goed verhaal, een ‘Nederlandse’ naam en een niet-westerse achtergrond. Gentenaar Bart Koubaa won in 2000 de Vlaamse Debuutprijs, maar heeft Nederlandse wortels en leent de achternaam van zijn echtgenote. Iets vergelijkbaars geldt voor de Vlaamse schrijfster Mim El Massaoudi, die inzond voor de Debutantenprijs 2001. Hun levensverhalen vormen de foutmarge in deze inventarisatie. Met dank aan Fiep Bodegom van De Gids, Daniël van der Meer van Das Magazin en Marko van der Wal van Tirade kwamen we voor de literaire tijdschriften op rond de twee procent niet-westerse inzenders over 2014; het aantal niet-westerse debutanten-met-boek ligt hoger.

Wat we door deze aanpak nalaten, is de discussie over het onderscheid tussen westers en niet-westers te voeren, waarbij Oost-Europa en Indonesië als westers worden beschouwd. Dat is natuurlijk al twijfelachtig, maar het onderscheid bepaalt blijkbaar ook de terminologie. Harry Mulisch, met een Duitse vader, schreef geen ‘migrantenliteratuur’. Arnon Grunberg, Gustaaf Peek, David Pefko en Roman Helinski, om maar enkele van de inzenders voor de Debutantenprijs te noemen, voldoen ook niet aan de gangbare definitie daarvoor. Dat is een politieke definitiekwestie die ons beeld van literatuur beïnvloedt – maar niets zegt over inhoud of literaire waarde.

Debutanten sinds 1995

Voor debuten konden we putten uit de groslijsten van de ANV Debutantenprijs, een gemengde jury- en publieksprijs voor debuten. Een jury selecteert uit alle ingezonden fictiedebuten een longlist en een shortlist, het publiek mag stemmen en er komt een winnaar. (Voor de prijs van dit jaar kan nog gestemd worden op Nina Polak, Jaap Robben of Niña Weijers.) De prijs bestaat sinds 1995, de laatste jaren als Academica Literatuurprijs, nu met het ANV als hoofdsponsor, en toont voor literaire-prijzenland ongekende transparantie: de groslijsten, met alle inzendingen, worden online gepubliceerd.

Voor ons artikel hadden we al de beschikking over de lijsten vanaf de prijs van 2009 (voor debuten uit 2008), later hebben we de organisatie gevraagd naar oudere groslijsten. Vóór 2000 zijn er een paar jaren zonder enig niet-westers debuut geweest, na 1998 komt het meestal boven de vier procent, en zijn er ook piekjaren waarin het percentage niet-westerse debutanten het percentage niet-westerse Nederlanders van de Nederlandse bevolking benaderde. Van een meerderheid van deze debutanten zijn inmiddels twee of meer boeken gepubliceerd, eendagsvliegen zijn het niet, maar niet elke auteur is zo bekend geworden als Hafid Bouazza (Debutantenprijslichting 1997) of Ramsey Nasr (2002).

Een overzicht in namen en percentages:

1995: 51 inzendingen, waaronder die van Arnon Grunberg, Anna Enquist, Johan de Boose, Désanne van Brederode, Arie Storm, Anne Vegter en Kees van Beijnum. Geen schrijvers met een niet-westerse achtergrond. 0%.
1996: 59 inzendingen, waaronder die van Manon Uphoff, Christine Otten, Rosita Steenbeek, Tommy Wieringa, Adriaan Jaeggi en Jaap Scholten. Twee auteurs hadden een niet-westerse, in dit geval Nederlands-Marokkaanse, achtergrond: Naima El Bezaz en Hans Sahar. 3,4%.
1997: 50 inzendingen, waaronder die van Arthur Japin en Michel Krielaars. Eén niet-westerse debutant, Hafid Bouazza. 2%.
1998: 41 inzendingen, waaronder die van Karel Glastra van Loon, Wouter Godijn, Jessica Durlacher en Stefan Brijs. Nul niet-westerse debutanten. 0%.
1999: 47 inzendingen, waaronder die van Peter Terrin, Marc Reugebrink en Nausicaa Marbe. Twee daarvan hadden een niet-westerse achtergrond, de Nederlands-Somalische Yasmine Allas en de Nederlands-Turkse Sevtap Baycili. 4,3%.
2000: 48 inzendingen, waaronder die van Erwin Mortier, Pauline Slot, Yves Petry, Stephan Enter en M.L. Lee (Alex Boogers). En de Nederlands-Liberiaanse Vamba Sherif en Nederlands-Marokkaanse Rashid Novaire. 4,2%.

In 2000 woonden er bijna 16 miljoen mensen in Nederland, waarvan 17,5% allochtoon, 8,88% niet-westerse allochtoon. (Bron: CBS)

2001: 34 inzendingen, waaronder die van Miek Zwamborn, Hans Münstermann, Wilfried de Jong, Bart Koubaa en Nicolien Mizee. Twee niet-westerse debutanten, waaronder de Nederlands-Koerdische Ibrahim Selman. 5,8%.
2002: 43 inzendingen, waaronder die van David Van Reybrouck, Jan van Mersbergen, D. Hooijer en Joyce Roodnat. Vijf niet-westerse, waaronder de Nederlands-Turkse Nilgün Yerli en de Nederlands-Palestijnse Ramsey Nasr. 11,6%.
2003: 66 inzendingen, waaronder die van Ilja Leonard Pfeijffer, Peter Middendorp en Minke Douwesz. Vier niet-westerse debutanten, waaronder de Nederlands-Iraakse dichter en romancier Rodaan Al Galidi. 6%.
2004: 63 inzendingen, waaronder die van Kluun, Roel Bentz van den Berg, Louise O. Fresco en Annelies Verbeke. De latere VSB Poëzieprijswinnaar Michael Tedja was één van de twee debutanten met een niet-westerse achtergrond. 3,2%.
2005: 55 inzendingen, waaronder die van Anton Valens, Walter van den Berg, Jowi Schmitz en Wim Kayzer. Vier debuten werden door auteurs geschreven met een niet-westerse achtergrond, waaronder Yusuf El Halal, een collectief waarvan de Nederlands-Indiase Ernest van der Kwast deel was, en Ellen Ombre. 7,3%.
2006: 72 inzendingen, waaronder die van Gerbrand Bakker en Sanneke van Hassel. Zeven met een niet-westerse achtergrond, waaronder Hassan Bahara (wortels in Marokko), Naema Tahir (Afghanistan), Tessa Leuwsha (Suriname) en Chika Unigwe (Nigeria). 9,72%.
2007/2008: 107 inzendingen, waaronder die van Christiaan Weijts, Robbert Welagen, Gustaaf Peek, Auke Hulst, Philip Snijder. Acht inzendingen van schrijvers met een niet-westerse achtergrond, waaronder de Antilliaanse schrijfster Giselle Ecury en David Danish uit Iran. 7,48%.
2009: 82 inzendingen, waaronder die van Bert Natter, Renske de Greef, Ricus van de Coevering en Elke Geurts. Vijf niet-westerse, waaronder Asis Aynan en Rachida Lamrabet (Vlaamse Debuutprijs). 6,1%.
2010: 72 inzendingen, waaronder die van Joost Vandecasteele, Michiel Klein Nulent en Ellen Heijmerikx. Drie niet-westerse debutanten, waaronder de Nederlands-Turkse Şenay Özdemir. 4,2%.

Ook in 2010 onderzocht het CBS de Nederlandse bevolking. Van de 16,5 miljoen mensen was ruim 20% allochtoon, 11,2% was niet-westerse allochtoon.

2011: 70 inzendingen, waaronder die van Peter Buwalda, Menno Lievers en David Pefko. Vier niet-westerse debutanten, onder anderen Fikry El Azzouzi en Jamal Ouariachi, beiden met Marokkaanse wortels. 5,7%.
2012: 87 inzendingen, waaronder die van Erik Menkveld, Merijn de Boer en Daan Heerma van Voss. Vier niet-westerse debutanten, onder anderen Nazmiye Oral en Daphne Huisden. 4,6%.
2013: 102 inzendingen, waaronder die van Marjolijn van Heemstra, Rosan Hollak en Christophe Van Gerrewey. Negen daarvan hadden een niet-westerse achtergrond, zoals die van Murat Isik, Johan Fretz en Kaweh Modiri. 8,8%.
2014: 66 inzendingen, waaronder die van Myrthe van der Meer, Naomi Rebekka Boekwijt, Ineke Riem, Joubert Pignon en Griet Op de Beeck. Vier debutanten hebben een niet-westerse achtergrond, onder anderen Kerim Göcmen en Mohammed Benzakour. 6%.
2015: 95 inzendingen, waaronder Roman Helinski, Bregje Hofstede, Nina Polak, Jaap Robben en Niña Weijers. Vier debuten hebben een niet-westerse achtergrond, die van Mano Bouzamour, Neske Beks, Shantie Singh en Zarayda Groenhart. 4%.

Zowel voor 2013 als voor 2014 hebben we CBS-cijfers voor de gehele Nederlandse bevolking. Het aandeel allochtonen steeg verder naar 21,1% respectievelijk 21,4%; het aandeel niet-westerse Nederlanders naar 11,7% respectievelijk 11,8%. Alleen in 2002 liep het aantal niet-westerse debutanten daarmee in de pas. Gemiddeld over deze 25 jaar had slechts 5,5% van de debutanten een niet-westerse achtergrond; over de laatste vijftien jaar ruim 6%.

Ook de Libris Literatuurprijs heeft de afgelopen jaren overigens de groslijsten gepubliceerd. Voor de afgelopen vijf jaar kom je op 5,5% (2011), 4,5% (2012), 3,5% (2013), 4,2% (2014) en 4,6% (2015). Er worden dus wel tweede en derde en vierde boeken gepubliceerd door niet-westerse schrijvers. Op naar meer van hen.