De woede en de vreugde van arafat

Ze hadden beloofd een kwart miljoen joodse demonstranten tegen de komst van Arafat naar Jeruzalem te zullen brengen. Volgens de rechtse Israelische oppositie waren het er uiteindelijk honderdduizend, maar onafhankelijke waarnemers schatten de menigte op nauwelijks meer dan dertigduizend. Israel begint te wennen aan het idee dat aartsvijand Arafat de naaste buurman wordt en dat er met hem moet worden geleefd en samengewerkt.

Maar wat de rechtse demonstranten aan aantal tekortkwamen, compenseerden ze door de venijnigheid van hun leuzen: niet alleen ‘Dood aan Arafat’, maar in een moeite door ook 'Dood aan Rabin’. Een groepering van rechtse kolonisten zette een prijs van dertigduizend dollar op het hoofd van 'oorlogsmisdadiger Arafat’. Wat is het verschil tussen Israelische en Iraanse fundamentalisten?
In deze omstandigheden is het 'grillig’ en 'autoritair’ genoemde gedrag van Arafat alleen maar verstandig. Door zelf te beslissen over het moment waarop hij zou gaan en niet het kwetsbare Jericho, maar de drukbevolkte Gazastrook als belangrijkste reisdoel te kiezen, werden eventuele terroristen van Israelische of extremistisch-Palestijnse kant zo veel mogelijk op het verkeerde been gezet.
Er is veel over gespeculeerd waarom Arafat niet eerder ter plekke was verschenen. Misschien zag de PLO-leider er tegenop de wereld van de internationale diplomatie in te ruilen voor het moeizame werk van het besturen van twee minuscule stukjes land met een zwakke infrastructuur. Misschien schrok hij terug voor de psychologische overstap van verre heilige naar praktische politicus. En misschien waren z'n gezondheidsproblemen te groot om eerder te verschijnen. Het is echter duidelijk waarom Arafat het bezoek aan zijn Palestijnse volk niet langer kon uitstellen. Deze week vinden in Parijs de besprekingen plaats die moeten leiden tot verdere stappen op weg naar Palestijnse autonomie. Een PLO die dan nog niet in staat is gebleken het daadwerkelijk bestuur over Gaza en Jericho ter hand te nemen, zou daar wel bijzonder zwak staan - verdere toekomstplannen zouden de Israeli’s dan gemakkelijk op de lange baan kunnen schuiven.
In z'n toespraken in Gaza was Arafat zo verstandig het Rabin - 'een moedig man’ - niet al te moeilijk te maken. Hij prees ook z'n Hamas-concurrent Sjeik Ahmed Yassin, die in de gevangenis zit, maar zei over Jeruzalem alleen maar dat hij daar binnenkort hoopt te kunnen bidden. Hij toonde zijn dankbaarheid voor degenen die het vredesproces uiteindelijk op gang brachten: de stenengooiende en demonstrerende Palestijnse kinderen van de Intifada. Zijn woede richtte hij vooral op de westerse en Arabische landen die tot nu toe niet met de beloofde miljoenen dollars over de brug zijn gekomen.
Met de juiste investeringen heeft een toekomstige Palestijnse staat de mogelijkheid het Hongkong van het Midden-Oosten te worden. Het belangrijkste potentieel is er: een goed opgeleide, ambitieuze bevolking die in Israel de werking van een westers georienteerde en redelijk efficiente economie heeft kunnen afkijken. Israel kan Arafat steunen door in Parijs concrete afspraken te maken over de toekomst van het vredesproces. De rest van de wereld moet het mogelijk maken dat de Palestijnse bevolking uitzicht krijgt op een redelijk economisch bestaan.