De rellen in ondiep

De woede van Ricky

De politie heeft vorige week in de Utrechtse wijk Ondiep de orde hersteld. Maar het bijeffect is dat het wantrouwen onder de jongeren is toegenomen. Burgemeester Brouwer: ‘We moeten ons nu weer richten op de positieve aanpak.’

Woensdagavond rond half elf aan de rand van Ondiep, buiten de hekken, drie dagen nadat een politieagent een inwoner van de Utrechtse wijk heeft doodgeschoten. Een jongen – rossige haren, ernstige blik, rechte schouders, benen licht gespreid – antwoordt met argwaan op vragen. Totdat vijftig meter verderop een busje het trottoir op rijdt en ME’ers naar buiten rennen. De jongen beent erop af. Bij bakkerij Boonzaaijer worden drie andere jongens met hun gezicht tegen de muur gezet en gefouilleerd. Een van hen wordt afgevoerd in het busje. De rossige jongen staat erbij en kijkt ernaar. Zijn commentaar desgevraagd: ‘Het zijn onschuldige jongens. Het is schandalig hoe de politie zich gedraagt. Gisteravond stonden ME’ers in een rij opgesteld en sloegen ze met hun stokken op hun schilden. Dat doe je toch niet! Ze waren ons aan het uitdagen, het waren Limburgers die wilden knokken; anders zouden ze voor niets zijn gekomen.’

Het gesprek stokt. Een ME’er is het groepje binnengedrongen en tikt de jongen op zijn schouder. Kortaf: ‘Ricky, kom effe mee.’ Apart van de anderen wordt Ricky toegesproken, terwijl ME’ers om hem heen staan. Na een minuut klinken uitroepen van verontwaardiging bij de omstanders, Ricky wordt naar het ME-busje geleid, zonder ogenschijnlijke aanleiding. Aanvankelijk gaat hij mee, maar vlak voor de deur wil hij ontsnappen met een sprong in de lucht. ME’ers springen schreeuwend boven op hem. Geworstel. Ricky wordt tegen de grond gedrukt, een wang tegen het asfalt. De omstanders slaan het met grote ogen gade. ‘Dit is toch niet normaal.’ ‘Niet normaal, niet normaal!’

Niet eerder in de naoorlogse geschiedenis manifesteerde de politie zich met zoveel machtsvertoon in een woonbuurt. ‘Zoals de politie in Utrecht heeft gereageerd, ken ik alleen van de Arena of bij krakersrellen. Dit is een noviteit’, aldus Dirk Korf, onderzoeker van het Amsterdamse Bongers Instituut voor Criminologie. Bij rellen in 2003 in het Amsterdamse Floradorp en in 2000 in Den Bosch is weliswaar ook hard opgetreden, maar niet zo massaal als nu in Utrecht, zegt Jan Dirk de Jong, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Uniek was de schaal waarop de politie heeft opgetreden in een woonwijk.’

Ondiep werd een week lang volledig afgezet. Alleen met legitimatie mochten bewoners nog naar binnen. Elke avond kleurden de straten blauw van de agenten. ‘We hebben opgetreden. Dat was ook keihard nodig’, zegt Erik Theunissen, hoofd communicatie van de politie. ‘Er waren honderden mensen naar de wijk gekomen. Honderden. Om ellende te veroorzaken en te vernielen. Dat betekent nogal wat.’

Het politieoptreden heeft echter ook ongewenste bijeffecten. Het wantrouwen onder de jongeren tegenover de autoriteiten heeft zich verder verdiept, zo leren straatgesprekken. Na de arrestatie van Ricky woensdagavond trekt een omstander, een tiener, zijn jas uit en rolt zijn T-shirt omhoog. Met ogen dof van woede laat hij de blauwe plek zien aan de binnenkant van zijn arm. Donderdagavond zegt een tienermeisje, dat zich Truus noemt: ‘Ik stond gewoon te kijken, en opeens werden we omsingeld door ME’ers en weggevoerd. Op het politiebureau wilde een agent de band om mijn polsen losknippen, maar die zat zo strak dat hij de tang er niet tussen kreeg. Mijn knokkels waren blauw geworden. Strepenlikkers zijn het! Een andere agent vertelde me later dat hij het ook niet normaal vond hoe er hier werd opgetreden.’ ‘Laten ze de moordenaars aanpakken’, zegt de negentienjarige Kevin van de Plaats. Hij glimlacht vilein om zijn vondst: ‘Henzelf bijvoorbeeld.’

Het leven is schofterig, dat is het gevoel van de jongeren in Ondiep. En de media, die in groten getale opdoken, hebben hun bijdrage daaraan geleverd. Natasja, zittend op haar scooter, met overslaande stem: ‘We zijn een achterstandswijk, zoals Loretta Schrijver zei. Nou, ik zal je zeggen (meisjes om haar heen één voor één aanwijzend), zij werkt, zij werkt, zij werkt en zij werkt.’

Ondiep wordt door de gemeente en de woningbouwvereniging gerenoveerd. Veel huizen wacht de sloop. Elke inwoner heeft het recht om terug te keren. Het is een ouderwetse arbeiderswijk. Loes Schouten loopt woensdag naar huis, na een clubavond bij het Katholiek Vrouwengilde. Ze spreekt het woord met trots uit: ‘Arbeiders.’ We vragen: een wijk waar vroeger pvda werd gestemd en nu sp? Ja, zegt ze volmondig. Weinig werklozen. ‘De uitkeringstrekkers wonen allemaal een stuk verderop, over de Rode Brug. Dat hoor ik van de postbode.’ Michiel Kroon (18): ‘Ja, ik werk, als glazenwasser. We werken bijna allemaal hier, zolang er maar geen diploma’s voor nodig zijn.’

Een op de vijf inwoners is allochtoon. Van onderlinge etnische spanningen is geen sprake in Ondiep, zegt René van Ingen, eigenaar van een plaatselijk evenementenbureau. De drie jongens tegen de muur, waarover de blanke Ricky zich boos maakte, waren kleurlingen.

Maar Ondiep is niet de Nederlandse doorsnee. Alexandro Marvic (18): ‘Is er ruzie, dan knokken we effe, maar de volgende dag praten we weer met elkaar. We zullen nooit op elkaar schieten of elkaar neersteken.’

Het is er gemoedelijk, vindt Loes Schouten, die hier is geboren. Dat geldt dan in elk geval voor haar deel van de wijk. Haar man, die haar naar huis begeleidt: ‘We hebben een keer een ei tegen het raam gekregen, en een afgebroken spiegel van de auto.’ Kortom niets om je druk over te maken. Men komt niet snel bij elkaar over de vloer, zegt Schouten, maar iedereen kent elkaar.

Waar is het dan misgegaan? Hangjongeren rond de Thorbeckelaan. Veel overlast, gezien de circa 250 meldingen bij de politie in anderhalf jaar tijd. René van Ingen: ‘Het grootste deel kwam niet eens uit deze wijk. De politie heeft daar nooit iets aan willen doen.’ De politie bestrijdt dat. Een persbericht meldt dat de jeugd in Ondiep 557 keer is gecontroleerd in anderhalf jaar, iets meer dan één maal per dag.

Wat zich aftekent is een generatieconflict. De afgelopen week kwam in diverse media naar voren dat de inwoners van Ondiep tevreden waren over het optreden van de politie. Dat waren de volwassenen. Alle jongeren die wij spraken hebben andere opvattingen over de politie. Burgemeester Annie Brouwer zegt: ‘De tolerantie van de volwassenen naar de jongeren is kleiner geworden. Dat moet veranderen.’

‘Ze zijn niet onze beste vrienden’, zegt Kevin van de Plaats met de intonatie van het understatement. De jeugd voelt zich opgejaagd. Permanent. Waar ze verschijnen, worden ze weggestuurd. Door de bewoners of de politie. Het is de keerzijde van het getal 557. Lionel Nouwes (17): ‘Er wordt gezegd dat oudere mensen niet meer het winkelcentrum in durven. We doen niets, we staan er alleen maar. Natuurlijk, in een groep praat je wel eens wat harder. En dan worden we weer weggejaagd. Ik heb een keer aan een agent gevraagd waar we dan naartoe moeten. Weet je wat hij zei? Naar het park.’

We staan aan de grens van dat park, donderdagavond. Een duistere plek. Lionel: ‘Er staat niet eens een lantaarnpaal. Op een meter afstand kun je elkaar nog niet eens zien.’ Alternatieven voor de jongeren zijn in de wijde omtrek beperkt tot twee buurthuizen: een is op vrijdagavond open, het andere op maandagavond. Andere avonden zijn gereserveerd voor activiteiten als kickboxen.

Lionel zet de zaak op scherp. Hij refereert aan de jongeren die Rini Mulder molesteerden voordat hij in een samenloop van omstandigheden werd doodgeschoten door een agent: ‘Als er een goed buurthuis was geweest, dan was er niets gebeurd, want dan hadden die jongeren op die zondag binnengezeten.’ Lionels metgezel Gilbert de Groot (19) heeft dezelfde mening: ‘De gemeente heeft al zo vaak beloftes gedaan, voetbalvelden en weet ik al niet wat. Maar er is nog steeds niets.’ Ze komen uit Overvecht, dat aan Ondiep grenst. Fijntjes wijst Lionel erop dat in de rijkere buurt Maarssenbroek veel meer is te doen voor de jongeren.

Hans Kompier laat zijn hond uit, hij onderbreekt zijn wandeling en voegt zich bij Gilbert en Lionel: ‘Er wordt al vijf jaar geluld over Ondiep, maar ondertussen wordt er het minste geld aan uitgegeven. Terwijl het hier juist het hardst nodig is. Er zijn wijkontwikkelingsplannen ja, maar men rommelt maar wat aan. Misschien dat er nu wél wat gebeurt.’ En passant hekelt Kompier, die zich ‘snurkend cda-lid’ noemt, de politieke elite van Utrecht: ‘Nu Leefbaar Utrecht praktisch is verdwenen, heeft men het idee dat men weer lekker kan gaan zitten.’

De jongeren van Ondiep en omliggende wijken: er wordt niet naar hen omgekeken en tegelijkertijd worden ze niet met rust gelaten. Deze paradox achtervolgt hen al jaren. Baldadigheid en sensatiezucht zullen drijfveren zijn geweest achter de volksoploop. Maar het ging bij de jongeren uit Ondiep om meer.

Ricky zei, vlak voor hij gearresteerd werd: ‘Ga maar kijken in de wijk, je zult zien dat daar geen enkel raam is gesneuveld.’ Anders gezegd: het was geen dom vandalisme, het was gericht. Burgemeester Brouwer, geconfronteerd met de gevoelens van de tieners en twintigers: ‘Mijn beleid heeft twee zijden: hard en sociaal, maar dus ook hard. Tegen de jongeren zeg ik: jullie veroorzaken overlast. Auto-inbraken, hard schreeuwen ’s avonds, noem maar op. En dan treden we op.’ Haar prioriteit vorige week was de openbare orde. ‘Het is niemand in de koude kleren gaan zitten. We moeten ons nu weer richten op de positieve aanpak, en daar nog een extra tandje bijschakelen’, bevestigt ze.

Jan Dirk de Jong begrijpt dat de politie zich heeft moeten laten gelden. Het is een klassiek dilemma: ‘Aan de andere kant draagt het bij aan de collectieve haat in de buurt ten opzichte van de politie. De wijkagenten worden handlangers van de vijand, het lokale bestuur en de politie. Iedereen die met het gezag samenwerkt, is verdacht. Zoals ook de jongerenwerkers. Die komen in een spagaat tussen jongeren en gemeente. Als een jongerenwerker niet de zijde van de jeugd kiest, wordt hij verdacht. Doet hij dat wel, dan komt hij onder enorme druk van de gemeente te staan, want die wil informatie van hem hebben.’ Erik Theunissen van de politie: ‘We willen dolgraag weer de wijk in, om te werken aan de relatie met de mensen daar. Het zal niet makkelijk zijn, maar we doen het wel.’

Natasja, vanaf haar scooter: ‘De politie moet eerst excuses aanbieden voor wat hier de afgelopen week is gebeurd.’