De Bayreuther Festspiele

De woeste Wodan

De Bayreuther Festspiele worden al sinds mensenheugenis geleid door de familie Wagner, de laatste decennia door Wolfgang. Met het beleid van de oude titaan (80) is niet iedereen blij. Maar «Wotan Wagner» is niet weg te krijgen.

Tot 1973 waren de Bayreuther Festspiele een strikt besloten familiebedrijf, dat namens de erfgenamen van Richard Wagner werd geëxploiteerd. President-directeur Wolfgang Wagner moest voor eigen rekening en risico de touwtjes aan elkaar zien te knopen, en deelde de lusten en lasten van het management vrijwel uitsluitend met zijn vrouw. De rest van de clan, zijn kinderen en die van zijn broer Wieland, had hij allang van de Grüne Hügel verdreven. En hoewel het festival naar alle waarschijnlijkheid tot in lengten van dagen uitverkocht zal blijven, kon Wolfgang Wagner niet verhinderen dat het bedrijf steeds dieper in de rode cijfers wegzonk. Een beroep op de openbare financiën bleek onvermijdelijk; de bondsregering en de deelstaat Beieren waren bereid het festival structureel te subsidiëren, mits Wagner & Co het beheer de iure en de facto in een stichting onderbrachten. De gewiekste Wolfgang slaagde erin een clausule in de stichtingsakte te deponeren die hem de zeggenschap over de Bayreuther Festspiele garandeert tot zijn laatste snik. Daar heeft het bestuur achteraf verschrikkelijk veel spijt van, want de bejaarde Wagner verliest haren noch streken en acteert als baas in eigen huis nog zo vitaal dat zelfs het zicht op een biologische oplossing van de opvolgingsproblematiek — een natuurlijke dood — in een ver verschiet lijkt te liggen.

Jaar op jaar vergadert dat bestuur over de opvolging van de tachtigjarige titaan, maar alle initiatieven terzake stranden steeds weer op de onwil van Wolfgang om de kandidatuur van welke rechtstreekse erfgenaam dan ook bespreekbaar te maken. Wolfgang Wagner laadt zodoende al jarenlang de verdenking op zich het college van curatoren te chanteren. Hij staat erop dat zijn vrouw Gudrun het bewind in Bayreuth overneemt, zo niet, dan peinst hij er niet over enige inschikkelijkheid ten aanzien van de punctuele naleving van de contractueel vastgelegde bepaling die hem de uitoefening van zijn ambt voor het leven garandeert, ook maar kenbaar te maken. «Was Du bist, dat bist Du durch Verträge», wordt Wotan reeds in Der Ring des Nibelungen voorgehouden, en Wolfgang Wagner citeert graag uit authentieke bronnen, ook al vinden ze hun oorsprong in de mythologie. De curatoren daarentegen proberen Wagner steeds weer op andere gedachten te brengen en laten zich daarbij inspireren door een ander citaat uit Der Ring: «Weiche, Wotan, weiche!»

In juni van dit jaar leken de wissels voor een aflossing van de wacht, in diplomatieke termen althans, gunstiger dan ooit tevoren te staan. In elk geval mochten Wolfgangs dochter Eva en haar nicht Nike, dochter van Wieland, hun visie op de ontwikkeling van de Bayreuther Festspiele in de 21ste eeuw ontvouwen. Dankzij enkele Duitse media, waarin beide visies openbaar werden ge maakt, weten we dat het conceptuele denken van beide dames hoogstens de evolutie dient, maar geenszins tot een revolutie in het Festspielhaus aanleiding zal geven.

De «Nibelungentreue» mag dan onverlet blijven; Wolfgang Wagner zag in de visie van Eva en Nike zelfs geen aanleiding de twee erfgenamen weer toegang tot de Graaltempel te verlenen. Achteraf bleek een noodlottige samenloop van omstandigheden hem ten dele zelfs gelijk te geven. Zijn dochter Eva had bij de schriftuur van haar visie de raad van de directeur van het Salzburger Mozarteum, Wieland Lafferenz, benut en aldus niet alleen van diens inhoudelijk inzicht geprofiteerd, maar ook op zijn familiaire referentiekader binnen de Wagner-dynastie gespeculeerd. Maar na die deprimerende jaar vergadering in juni hield Lafferenz het verder voor gezien. Daarmee kwam de kandidatuur van Eva Wagner-Pasquier, wier loopbaan voornamelijk door managementfuncties in het internationale muziektheater wordt gekenmerkt, op losse schroeven te staan.

Overeind blijft in de rechtstreekse opvolgingslijn de kandidatuur van Nike Wagner, die de werkdramaturgie van Richard op haar duimpje kent, maar van management geen flauw benul heeft. Daarom ging zij te rade bij Elmar Weingarten, die binnen afzienbare tijd zijn functie als intendant van het Berlijns filharmonisch Orkest aan de wilgen hangt. Dit duo leverde een degelijk document bij de stichting in en het bestuur dacht daarmee het paard van Troje binnen bereik te hebben. Maar extramuraal werd dit traktaat op gemor onthaald. En terecht, want de slogan waarmee Richard Wagner zich pas echt onsterfelijk maakte — «Kinder, schafft Neues!» — werd omzichtig vermeden.

Wolfgang Wagner nam aan deze, in Bayreuth hooguit met de lippen beleden (o)missie geen aanstoot. Nike heeft in het theater een door haar oom gedecreteerd «Hausverbot» en is daarom van elke optie uitgesloten. Van alle intriges en complotten die Der Ring des Nibelungen te bieden heeft — van Das Rheingold als amuse gueule tot en met Götterdämmerung als dessert désastreux — heeft Wolfgang Wagner geleerd zich als warse Wotan te profileren. De zojuist geciteerde oproep van zijn overgrootvader heeft hij puur opportunistisch aan enkele grote namen als Boulez/Chéreau opgehangen, die Der Ring van de twintigste eeuw op hun kerfstok hebben. Heiner Müller regisseerde Tristan und Isolde en berokkende zichzelf én Wagner daarmee meer schade dan beiden hebben verdiend.

Op de keper beschouwd pretendeert de visie van Nike Wagner niet zoveel meer. Zij wil het werk van haar overgrootvader weer eens opnieuw ter discussie stellen en dat niet alleen middels frisse mises-en-scène, maar ook met colloquia en andere, de Festspiele opfleurende, franje. Het meest opvallende inhoudelijke aspect is wellicht het loslaten van Der Ring des Nibelungen als gesloten cyclus. Afhankelijk van de door een dramaturgisch idee ingegeven spirituele of maatschappelijke context wordt Wagners werk steeds weer opnieuw gegroepeerd. Maar die methode is kenmerkend voor alle verlichte beroepsdramaturgen die het operarepertoire met niet-aflatende ijver op onontgonnen particellen napluizen om uiteindelijk op de prioriteit van de onwrikbare partituur te stranden.

Wie Wagners aansporing «Kinder, schafft Neues!» letterlijk neemt, komt er niet onderuit de nadrukkelijk creatieve strekking ervan onder ogen te zien. Strikt naar tijd van leven gemeten is Parsifal Wagners laatste muziekdrama, maar ook het enige dat specifiek werd gecomponeerd voor de ruimtelijke en akoestische dimensies van het naar zijn idee en gebouwde Festspielhaus. In het licht van Wagners oproep mag dit «Bühnen weih festspiel» echter evenzeer als «work in progress» beschouwd worden, waarop een nieuwe generatie creatief en innovatief diende voort te borduren.

Met uitzondering van Parsifal is er geen enkele legitimatie om het Bayreuther Festspielhaus exclusief voor het Werk van Wagner te reserveren. De componist zelf wilde van een privé-domein niets weten. Daar doet ook het historische feit niets aan af dat Der Ring in het gloednieuwe Festspielhaus zijn première als cyclus beleefde. Theatraal — in ruimtelijke zin — en akoestisch is de tetralogie niet alleen in Amsterdam maar ook in Bayreuth voor kenners een onding. «The perfect Wagnerite» zal over Tristan und Isolde en andere werken niet veel minder denken. Desalniettemin reizen zelfs gerenommeerde interpreten voor een habbekrats van hun marktwaarde jaarlijks naar Bayreuth af om in het provisorium op de Grüne Hügel alles te dirigeren, regisseren en vocaliseren wat Wolfgang Wagner in de aanbieding heeft. Ter wille van hun curriculum geven zij zich aan een welhaast perverse mengeling van exhibitionisme en prostitutie over en daarvan maakt Wolfgang dankbaar gebruik. «Wagner ist meine Religion», bekende Hitler reeds, en de echo daarvan is tot op de dag van vandaag hoorbaar — zij het ook «klamm-heimlich».

Na de dood van Richard Wagner nam zijn zoon Siegfried een wijle de honneurs van de Festspiele waar. Hij was een halve componist en een incompetente zakenman die de leiding liever aan zijn moeder, Cosima, overliet. Wagners weduwe was een haaibaai die de exploitatie voortvarend ter hand nam en het Festspielhaus tot sanctuarium van haar mans werk verhief. Daarmee werden de Festspiele, zoals die zich traditioneel hebben ontwikkeld, een historisch feit en het gilde der wagnerianen dat in de zomer naar Bayreuth toog, overtrof in aantal al spoedig de pelgrims die in Tannhäuser van Rome naar de Wartburg onderweg zijn. Het bewind van Cosima markeert ook een feministisch fenomeen dat voor de opvolgingsgeschiedenis van het festival van structureel belang blijkt: een vrouw aan het roer, die bovendien de familiedynastie domineert. Ook dat is een troef die Wolfgang Wagner uitspeelt wanneer hij voor zijn vrouw Gudrun pleit als enige gegadigde voor zijn opvolging. Want Cosima gaf de scepter over de Bayreuther Festspiele door aan de vrouw van haar zoon Siegfried, Winifred Williams.

Opzet speelde daarbij geen rol van belang, eerder opportunisme, want Siegfried had als vrouw van zijn dromen een evidente voorkeur voor een parmantige juffer van proletarische komaf. Wat haar bij het snuffelen in het archief van huize «Wahnfried» in het bijzonder moet hebben bekoord, was de inhoud van een kennelijk door Cosima geredigeerd statement, waarin werd vastgesteld dat Richard Wagner «niemals Demokrat und oder gar Revolutionär gewesen sei». Deze these moet Winifreds tot dan toe latente fascistoïde en imperialistische neigingen duchtig geprikkeld hebben, want een symbiose van de Bayreuther Festspiele met het nakende Derde Rijk liet niet lang op zich wachten. Lady Wi en Führer Hi konden het opperbest met elkaar vinden, en van haar verknochtheid aan het alledaagse fascisme, zoals het in de persoon van «Wolf» aan haar geopenbaard werd, maakte ze zelfs op hoge leeftijd ten overstaan van de cineast Hans-Jürgen Syberberg geen geheim. Zou de VPRO dit document eens integraal willen vertonen?

Winifreds kinderen raakten min of meer met het familiaire fenomeen van «Onkel Wolf» in huize Wahnfried vertrouwd. Wieland heeft zich achteraf willens en wetens van dit trauma kunnen ontdoen, maar Wolfgang wist zijn fascinatie voor de Führer niet overtuigender dan met een verwijzing naar een pubertaire bagatelle te verklaren: een alternatieve vaderfiguur. De enige telg uit de verbintenis van Siegfried en Winifred die bijtijds onraad rook was Friedelind. Met terugwerkende kracht kan worden vastgesteld dat zij gepredestineerd was om de vrouwelijke lijn in het bewind over de Bayreuther Festspiele te continueren. Na de proclamatie van het Derde Rijk verliet zij Duitsland om vervolgens via Zwitserland naar de Verenigde Staten uit te wijken, waar zij op voorspraak van Arturo Toscanini werd toegelaten.

Omdat er voor haar geen artistiek emplooi te vinden was, voorzag Friedelind met de meest banale baantjes in haar levensonderhoud. Na de oorlog keerde zij naar Duitsland terug, waar ze alleen al vanwege haar onbelaste verleden hoge ogen gooide als opvolgster van Winifred. Alle officiële instanties wilden van Winifred af, maar Wolfgang en Wieland Wagner — «Siegfried und Fafner, Fafner und Siegfried» — verzetten zich met hand en tand tegen hun zuster, wier artistieke potentie en pretentie inmiddels geen geheim meer waren. Dat was Winifred niet onwelgevallig, want met de «onbevlekte» Friedelind als opvolgster zou de vloek die zij met haar persoonlijke vrijages plus de patronage van «unser seliger Adolf» over het festival-in-oorlogstijd had afgeroepen, in een verbanning uit Bayreuth escaleren.

Derhalve beleefden de Bayreuther Festspiele in het eerste jaar na de oorlog een comeback van Winifred Wagner in de geest van het Derde Rijk. De politieke exponenten van het tot verdeeldheid verdoemde Duitsland konden of durfden niet in te grijpen. Adenauer had andere prioriteiten en de «Freistaat Bayern» hield zich uit puur opportunisme afzijdig. Friedelind organiseerde parallel met, maar onafhankelijk van het festival masterclasses in Bayreuth. Dat initiatief was Wieland en Wolfgang een doorn in het oog, want zo nam hun zus het voortouw tot wat haar broers heimelijk als «Werkstatt-Idee», het fundament van het nieuwe Bayreuth, uitbroedden. In die braintrust was Wieland verantwoordelijk voor de dramaturgie en de mise-en-scène en Wolfgang voor het management.

Na de dood van Wieland trok Wolfgang alle competenties naar zich toe, een uiting van geldingsdrang die door frustraties werd geregisseerd. Hij had ooit de functie van intendant van de Berlijnse Deutsche Oper geambieerd, maar hij werd smadelijk gepas seerd. Zijn artistieke horizon als innovatief regisseur in eigen huis en als freelancer elders leverde geen baanbrekende ideeën op. Hij werd allengs de hoogbejaarde potentaat die waarschijnlijk tegen heug en meug op een plek vastroest, die geen nieuwe uitdagingen meer in petto heeft. Derhalve fixeert hij tijd en energie op dat ene thema, dat voor hem geen variaties kent: zijn opvolging door Gudrun, die op haar beurt weer dochter Katharina in het zadel zal helpen. Hoeveel managers zien in hun secretaresse niet de ideale partner voor het leven nadat de zoveel ste ménage schipbreuk heeft geleden? Wolfgang Wagner ziet nog veel meer perspectief in de duurzame verbintenis die hij met zijn voormalige secretaresse is aangegaan. Het probleem is dat de rest van de wereld geen schijn van vertrouwen heeft in Gudrun Wagner als loods die de Bayreuther Festspiele de 21ste eeuw in moet laveren, omdat haar curriculum vitae eindigt met: «Sekretärin von Herrn Professor Wolfgang Wagner während der Bayreuther Festspiele.»