Profiel: Alastair Campbell

De wolf van Westminster

Na Downing Street 1O te hebben betrokken besloot het echtpaar Blair dat kat Hum phrey deze ambtswoning moest verlaten. Cherie Blair haat katten. Voor Humphrey, in huis gehaald door Margaret Thatcher en vernoemd naar het hoofdpersonage uit Yes, Minister, maakte ze geen uitzondering. Perschef Alastair Campbell moest voor de kat een nieuw onderkomen vinden, liefst ergens buiten Londen. Verdriet en woede bij het personeel. «Dit kunt u niet doen. Het is een kat van de Civil Service», riep een van hen. «Wij kunnen alles doen wat we willen», was Campbells reactie.

Indachtig Labours historische meerderheid in het Lagerhuis werd dit vanaf 1997 het motto van Tony Blairs communications director. Volgens zijn contract mag Campbell zich niet met de politieke inhoud bemoeien, maar in de praktijk groeide hij uit tot Blairs vice- premier én tot diens super-secretaris- generaal. Zeven jaar lang kon de straat vechter Campbell de media voor rotte vis uitmaken, overspelige ambtenaren chanteren, ministers wegpesten en deskundigen rapporten opleuken. «Hij nam niet alleen de handschoen op, maar smeerde deze eerst met tomatenketchup in teneinde het resultaat echter te maken», aldus journaliste Jennifer O’Connell.

In de vendetta met de bbc rond de onvindbare massavernietigingswapens lijkt hij zijn hand echter te hebben overspeeld. Een meerderheid van de Britten meent dat Campbells handelen heeft geleid tot de zelfmoord van wapeninspecteur David Kelly. In september verschijnen er twee rapporten over deze affaire. Ongeacht de inhoud ervan gaat Campbell daarna waarschijnlijk beginnen aan zijn memoires. Een uitgever heeft er al een miljoen pond voor geboden, het tienvoudige van Campbells jaarsalaris als topambtenaar.

Het kan een bestseller worden, want Campbell heeft geschiedenis gemaakt in de Britse politiek. Nooit is een persvoorlichter zo obsessief bezig geweest met het verkopen van beleid. Hij werd de verpersoonlijking van Labours effectbejag.

De Britten, die de Conservatieve Partij als natuurlijke regeringspartij beschouwen, hebben Labour nooit helemaal vertrouwd. Zeker niet na de winter of discontent van 1979, waarin het door Labour geregeerde koninkrijk door langdurige stakingen veranderde in een rampgebied. Maar na achttien jaar oppositie beloofde onder Tony Blair, een Bill Clinton zonder seks, alles anders te worden: New Labour, New Britain en een New World Order. Blairs Derde Weg moest een brug vormen van Washington, via Londen, naar Brussel, met een afslag Kerk. Behalve de rol van waakhond was voor de volkse Campbell ook die van beleidsverkoper weggelegd, want Blair besefte dat Britten weinig moeten hebben van hemelbestormers. En de conservatieve pers al helemaal niet.

Dierenartszoon Campbell werd in 1957 geboren te Keighley, West-Yorkshire, waar ook Thatchers perschef Bernard Ingram opgroeide. Na zijn studie moderne talen in Cambridge werkte hij als croupier en schreef hij onder het pseudoniem The Riviera Gigolo verhalen voor het softpornoblad Forum. Na enkele tropenjaren bij The Daily Mirror stapte hij over naar Today, een nieuwe sensatiekrant van Rupert Murdoch. Die tabloid ging snel ter ziele en Campbell raakte zo stevig aan de kruik dat hij uiteindelijk bewusteloos in het ziekenhuis belandde. Zijn Rabelais-achtige leventje was abrupt beëindigd.

Met hangende pootjes keerde hij terug naar The Daily Mirror, waar hij chef van de politieke redactie werd. Campbell toonde zich een loyale volgeling van de grote roerganger en uitgever Robert Maxwell. Onder zijn leiding werd een Conservatief kamerlid dermate zwart gemaakt dat hij zijn kamerzetel verloor. Namens een groep beleggers in een door Maxwell geplunderd pensioenfonds had de politicus het aangedurfd een rechtszaak tegen «Cap’n Bob» aan te spannen. Nadat de mediatycoon in de Middellandse Zee was verdronken, verkocht Campbell een collega van The Guardian die een grapje maakte («Cap’n Bob, Bob, bob, bob…») twee dreunen.

Langzamerhand werd Campbell meer politicus dan journalist. Hij schreef toespraken voor Labour-leider Neil Kinnock en maakte kennis met Tony Blair, een goede vriend van zijn zwager. Ondertussen onthulde hij dat premier John Major zijn overhemd in z’n onderbroek propt. Na de val van Kinnock en de dood van diens opvolger John Smith werd Campbell in 1994 perschef van de nieuwe partijleider Blair.

Hij bond de strijd aan met de «cynische» media, zoals een ex-roker dat doet met rokers. In naam van de waarheid verbeterde hij krantenberichten op een speciale wegpagina. Hoofdredacties ontvingen faxen met sugges ties voor de nieuwskeuze. Een keer stormde hij het redactielokaal van The Daily Telegraph, een conservatieve kwaliteitskrant, binnen om verhaal te halen. Campbell werd zelfs invloed toegedicht op benoemingen van politiek redacteuren. Volgens een Volkskrant-correspondent vertelt Campbell bij de jaarlijkse borrel voor nieuwe correspondenten telkens hetzelfde verhaal. De boodschap: geloof de Britse kranten nooit. In tegenstelling tot Thatchers perschef Ingram compenseerde Campbell zijn woede-uitbarstingen niet met humor.

Na drie jaar besloot Campbell zich minder met de pers bezig te houden. In een rapport over het ethische gehalte van de politiek was zijn naam niet onvermeld gebleven. Campbell — die elke dag van zijn woning in Hamp stead, Noord-Londen, naar Downing Street 12 jogt (deze ambtswoning had hij ingepikt van de fractieleider) — ging zich toeleggen op de langetermijnstrategie. Blair en zijn ministers stonden de pers vaker zelf te woord, overigens niet dan nadat ze Campbell daar over op de hoogte hadden gesteld. Geen document ging de wereld in zonder dat Campbell er als eindredacteur naar had gekeken.

Het wederzijdse wantrouwen tussen hem en de journalistiek bleef. Afgelopen voorjaar vroeg hij journalisten om hem te sponsoren bij de Londense marathon, die hij liep om geld in te zamelen voor het leukemiefonds. Zijn boezemvriend en diens dochtertje waren aan leukemie overleden. Een politiek redacteur van The Daily Mail gaf niet thuis omdat hij Campbell zijn privé-adres niet wilde toevertrouwen.

Binnen de partij ontpopte Campbell zich tegelijkertijd als een bemoeizuchtige intrigant. Een economisch voorstel van de Tories kwalificeerde hij als «een belediging voor Mickey Mouse», het middelbaar onderwijs had «het niveau van een openbaar toilet» en minister van Financiën Gordon Brown, naaste concurrent van Blair, noemde hij «geestelijk labiel». Het bleef niet bij woorden. Door zijn loslippigheid zorgde hij ervoor dat de positie van Blairs vertrouweling en minister van Noord-Ierland, Peter Mandelson, van wankel naar onhoudbaar verschoof. Als partijstrateeg was de Armani-socialist Mandelson namelijk ook een concurrent van Campbell.

Nadat bekend was geworden dat Robin Cook overspel had gepleegd, hing meteen Campbell aan de telefoon: «Robin, kies nu: je vrouw of je secretaresse.» De minister van Buitenlandse Zaken zou later aftreden. Transportminister Stephen Byers raakte eveneens indirect in de problemen door Campbell. De Twin Towers waren nog niet geïmplodeerd of zijn voorlichter Jo Moore had al een intern mailtje gestuurd waarin ze overeenkomstig het campbellianisme mededeelde dat het moment daar was om slecht nieuws «te begraven». Het symboliseerde de veramerikanisering van het Britse ambtenarenapparaat onder New Labour.

In zijn ongeautoriseerde biografie Alastair Campbell: New Labour and the Rise of the Media Class noemt de Tory Peter Oborne het een knappe prestatie van Campbell om in een paar jaar tijd zoveel krediet te verspelen.

Campbell zelf ging trouwens steeds meer lijken op een begrafenisondernemer. Hij moest alle zeilen bijzetten om geruchten de wereld uit te helpen dat mevrouw Blair geklaagd had over haar karige kleedgeld en dat hij de begrafenis van de Queen Mum wilde benutten om zijn baas weer eens vol compassie in beeld te krijgen. Gevraagd om Campbell te vergelijken met historische mannetjesmakers, antwoordde de prominente Tory Alan Duncan: «Kent u Goebbels?»

De schrijvende pers mocht op een gegeven moment uiteindelijk schrijven wat zij wilde. Maar de bbc werd door Campbell met grote aandacht gevolgd. Zijn baas had inmiddels twee Labour-getrouwen geparachuteerd in de directie van de staatsomroep. De Tories klaagden erover dat hun leider Iain Duncan Smith amper in beeld kwam. Een bbc-cameraploeg mocht achter de schermen van New Labour filmen, hetgeen leidde tot de documentaire News From Number 10. Het doel was om de bbc mee te krijgen in oorlogstijd, iets waar Winston Churchill (Tweede Wereld oorlog), Anthony Eden (Suez), Margaret Thatcher (Falklands en Libië) en Tony Blair zelf (Kosovo) niet in waren geslaagd. Campbell was dan ook een gelukkig man toen bbc-verslaggever Andrew Gilligan de voorzichtige toon van een «kersvers» Irak-dossier over de schuilplaatsen van Saddam Hoesseins wapenarsenaal «verstandig» noemde. Later bleek dat dit dossier een gedateerd proefschrift was van een Californische politicoloog. De term «oppositiepartij» had Campbell vervangen door «terroristische groepering». Taalfouten bleven wel gehandhaafd.

Dezelfde Gilligan kreeg een half jaar later van de klokkenluidende Defensie-ambtenaar David Kelly te horen dat Campbell een ander Irak-dossier «sexy» had gemaakt door eraan toe te voegen dat Irak binnen drie kwartier kon beginnen met een aanval op het Verenigd Koninkrijk. Die informatie was onbetrouwbaar, maar Campbell zag de oorlogszuchtige krantenkoppen al voor zich. Eind mei berichtte Gilligan in het tv-programma Today over Campbells toevoeging. Een paar dagen later schreef hij er een artikel over in The Mail on Sunday, dat al jaren een hetze voert tegen Blair, met een kop in lettercorps 73.

Campbell eiste excuses van de bbc en herhaalde dit verzoek nadat een parlementaire commissie hem had vrijgepleit. Dezelfde commissie, met name de Labour-afgevaardigden, ondervroeg Kelly keihard, na Campbell poeslief te hebben benaderd. Eerder had het ministerie van Defensie de naam van de «mol» Kelly vrijgegeven, wat zou zijn ge beurd in opdracht van spindoctor Campbell.

Voor Campbell is de strijd met de bbc van groot belang. Immers, in zijn belevingswereld gaat het hier om hoogverraad van een bondgenoot. Is het zijn laatste veldslag?

Volgens vrienden heeft Campbell genoeg van deze baan en wil zijn echtgenote Fiona — perschef van Cherie Blair — dat hij net als zijzelf in september ophoudt met werken om meer aandacht aan hun drie kinderen te schenken. Maar er speelt nog iets. Tussen Blair en zijn Raspoetin botert het niet meer zo. Campbell vindt dat Blair te veel naar George W. Bush heeft geluisterd. En dus te weinig naar hem. Er zijn ook kleinere ergernissen. De Campbells hebben er bijvoorbeeld moeite mee dat Cherie een eigen stijlgoeroe heeft, de couturier Carole Caplin.

Langzaam zijn de Campbells en Blairs uit elkaar gegroeid. Op het moment dat Kelly doodbloedde in de bossen van Oxfordshire vloog Blair van Washington door naar Tokio. Kort daarvoor had hij Campbell op het vliegtuig naar Londen gezet. Het kan toeval zijn.