Oost-Duitsland loopt leeg

De wolf vervangt de mens

Na de Wende van 1989 trokken anderhalf miljoen mensen weg uit Oost-Duitsland. Ooit bloeiende industriesteden raken ontvolkt. Op de lege plekken worden bossen geplant en meren aangelegd. Zelfs de wolf is teruggekeerd.

Medium kk2753

In de jaren vijftig en zestig werd in de ddr langs de grens met Polen een hele rij steden uit de grond gestampt bestemd voor mono-industrieën, als Hoyerswerda, Guben, Eisenhüttenstadt, Frankfurt aan de Oder en Schwedt. Eisenhüttenstadt, bijvoorbeeld, was nagenoeg volledig afhankelijk van zijn hoogovens. In de staalindustrie is de werkgelegenheid sinds de val van de Muur gehalveerd. Bijna de helft van de inwoners is daarna vertrokken. Ook in Schwedt loopt de bevolking weg. Jürgen Polzehl, burgemeester van de nog 37.000 inwoners tellende stad, ontwikkelde een concept van ‘gecontroleerd krimpen’ om het proces in de hand te houden.

Medium k1966

Polzehl vertelt, in het stadhuis: ‘De meest efficiënte krimpmethode is om hele wijken te slopen, omdat anders voor een halve wijk dezelfde, dure infrastructuur in stand moet blijven.’ Als een docent wijst hij op een kaart aan welke flatwijken al in groene grasvlakten zijn veranderd: ‘We hebben in Schwedt al meer dan vijfduizend woningen gesloopt.’ Polzehl is geen voorstander van het idee om in Oost-Duitsland gehele steden op te geven: ‘Dat is een idee van wetenschappers, pure onzin. Zoiets is nooit om te zetten in de praktijk.’

Volgens Polzehl ligt het ‘dieptepunt van het transformatieproces’ inmiddels achter hem: ‘Kort na de Wende ging hier in de olie- en papierindustrie de werkgelegenheid met tweederde terug. Door de leegloop kwamen woningbouwcorporaties aan de rand van de afgrond. Vandalisme sloeg toe in de wooncomplexen, wat nog meer mensen wegjoeg. Er moest iets gebeuren. Bij een leegstandspercentage van twintig wordt de situatie voor een woningcorporatie dramatisch. We hebben toen een toekomstconcept voor Schwedt ontwikkeld. Kernbegrippen daarin zijn krimpen en behouden. Wat cruciaal is: eerst zorgen dat er alternatieve woongelegenheid is. En tegenover de bewoners eerlijk zijn over wat hen te wachten staat. Nadat we een aantal flats hadden gerenoveerd, hebben we in 1997 de eerste flatgebouwen gesloopt. Uiteindelijk hebben de meeste mensen de sloop van hun woningen geaccepteerd. Er is ook geen alternatief, eerlijk gezegd.’

Medium k2324

Een kwartiertje later, in de Külz-wijk, vertelt de technisch leider van de woningbouwcorporatie, Manfred Wilke, hetzelfde. Wilke trekt zijn kraag omhoog; een sneeuwstorm fluit tussen de flats door. Op de achtergrond sloopt een graafmachine een van de laatste gevels van een afgedankte flat. ‘Dat is de laatste P2, met elf verdiepingen’, vertelt Wilke geroutineerd als we even later langs een torenflat rijden. ‘Van daaruit heeft Gerhard Schröder nog op Schwedt uitgekeken. Toen hij de leegstaande flats zag, zei hij ook dat het zo niet verder kon.

Er waren plannen om de flats te demonteren en ze in Bosnië of Kaliningrad weer op te bouwen, maar dat is niet realistisch. Een ander wilde de flats laten staan en er zonnecollectoren op plaatsen, maar die kun je ook op bewoonde flats installeren.’ We lopen door het ‘vuurtorenproject’ van Schwedt. Wilke is er trots op: van een aantal flatgebouwen in de Külz-wijk zijn de bovenste twee woonlagen afgesloopt en er zijn compleet nieuwe woningen op verrezen. Bovendien zijn stukken uit de eentonige rijen flats gehapt. ‘Dit kunnen we ons niet overal veroorloven’, zegt Wilke. De renovatie van de flats is alleen mogelijk met financiële ondersteuning uit het overheidsprogramma ‘Stadtumbau Ost’, waarin 2,7 miljard euro ter beschikking is gesteld voor de sanering van steden in Oost-Duitsland. Het renoveren van een vierkante meter woning kost zo’n duizend euro.

Al te duur kunnen de flats na renovatie niet worden: ‘Dan kunnen achterblijvers de huur niet meer betalen. Deze flats komen na renovatie op zo’n vier, vijf euro huur per vierkante meter.’ (De gemiddelde huurprijs in Amsterdam ligt rond de twaalf tot dertien euro per vierkante meter – jk)

Medium k2396

Een paar uur verder naar het zuiden, in de deelstaat Saksen, ligt Hoyerswerda. Deze stad had in 1991 de twijfelachtige eer om als eerste stad in de voormalige ddr te kampen met grootschalige racismeproblemen. In september dat jaar belegerden neonazi’s wekenlang het toenmalige asielzoekerscentrum. Onder applaus van buurtbewoners vielen ze Vietnamese contractarbeiders aan die in een woonblok in de Albert Schweitzerstrasse woonden. De politie deed aanvankelijk niets. En toen ze eenmaal wilde ingrijpen, bleek de bevolking de neonazi’s actief te steunen.

Hoyerswerda is de stad waar sindsdien de ontvolking het hardst heeft toegeslagen, vanwege het massale ontslag van arbeiders uit de nabijgelegen bruinkoolindustrie. Wie door de straten van Hoyerswerda loopt, kan zich moeilijk voorstellen dat het ooit de kinderrijkste stad van de ddr was, met meer dan tachtigduizend inwoners. De gemiddelde (!) leeftijd is inmiddels 65 jaar. Het is te zien: tussen de eindeloze flatwijken van Hoyerswerda schuifelen bijna uitsluitend bedaagde grijsaards. Dit zijn de mensen die in de jaren vijftig en zestig uit alle hoeken van het arbeidersparadijs ddr naar Hoyerswerda kwamen, om er in de kolenindustrie te werken. Inmiddels is een groot deel van de flats tegen de grond gegooid, ook in de binnenstad. Het stadsbestuur stelde onlangs voor een deel van deze ruimte te herbebossen. Ze gaat ervan uit dat over tien jaar, bij 25.000 inwoners, minder dan een derde van de inwoners uit het midden van de jaren tachtig, het dieptepunt bereikt zal zijn.

‘Ons verzorgingstehuis is symbolisch voor de demografische ontwikkeling van deze stad’, vertelt Ramona Fischer van verzorgingstehuis Fischer & Salowsky in de binnenstad. ‘In 1952 was dit de eerste kindercrèche van de stad. Halverwege de jaren negentig waren er te weinig kinderen over, de crèche sloot en wij begonnen hier ons verzorgingstehuis.’ Ouderenzorg is volgens Fischer een van de meest veelbelovende economische branches in het oosten van Duitsland. ‘Ook in de komende jaren hebben we over belangstelling niet te klagen!’

Medium k2753

Sommige werknemers van het verzorgingstehuis hebben als kind nog op de crèche gezeten. Fischer: ‘Maar er zijn wel problemen. Omdat er in het Westen meer is te verdienen, trekt iedereen die goed is weg. Ik vrees dat we over een jaar of vijf niet meer voldoende gekwalificeerd personeel kunnen vinden. Het aantal ouderen groeit alleen maar, dus dan zullen we Polen moeten halen.’ En zo schuift iedereen op naar het westen.

Ook directeur Uwe Proksch van de Kulturfabrik in Hoyerswerda, een sociaal-cultureel centrum dat veel aandacht aan jongerenwerk besteedt, merkt dat het steeds moeilijker wordt om gekwalificeerde mensen te vinden. ‘Ik vraag me soms af wat de mensen die hier achterblijven überhaupt kunnen. Onlangs heeft zich hier een callcenter gevestigd dat volgens mij niet voldoende mensen kan vinden. Terwijl je voor dat werk toch alleen maar hoeft te kunnen práten!’ Het is de paradox van Oost-Duitsland, waar sinds de val van de Muur meer dan anderhalf miljoen mensen zijn vertrokken, meestal de slimste en jongste mensen – ongeveer één op de tien Oost-Duitsers. Ze gingen vanwege de schrikbarende werkloosheid in hun regio, die in veel gebieden boven de 25 procent ligt. Tegelijkertijd wordt nu duidelijk dat goed opgeleide mensen over een paar jaar niet meer te vinden zijn.

De enige stad die in deze regio toekomst heeft, zegt Proksch, is een kleine stad, gelegen in een nieuw merenlandschap: ‘Onze toekomst zal in het toerisme liggen. Andere mogelijkheden zijn er niet.’ Het Lausitzer Kolengebied is serieus bezig zichzelf te transformeren in het Lausitzer Merengebied. In 2018 moeten 21 van de enorme baggergaten van de kolenmijnen zijn gevuld met water. De eerste drijvende huizen zijn al te water gelaten, bestemd voor toeristen.

Aan de rand van een van de baggergaten staat een voormalige kolengraafmachine, de F60. Met zijn 502 meter lengte is het ding de grootste beweegbare machine ter wereld. De F60 werd ternauwernood van de sloop gered. ‘De datum voor het opblazen van de F60 stond al vast’, vertelt Uwe Nadebohr van de vereniging ter behoud van de F60. ‘Op het laatste moment besloot een groep oud-werknemers de machine te redden. De meeste mensen lachten ons uit, maar we waren trots op onze machine. En we zagen er kansen voor de toekomst in.’ De machine is inmiddels een enorme publieksattractie: meer dan zeventigduizend bezoekers stromen jaarlijks naar het gehucht Lichterfeld, om vanaf 74 meter hoogte op een winderige, toendra-achtige vlakte te kijken waar in de komende jaren het Bergheider meer zal vollopen. ‘Daar komt een camping’, wijst Nadebohr naar een strookje land in de diepte. ‘En daarachter komen bungalows. We gaan ervan uit dat dit gebied in de toekomst populair gaat worden onder Tsjechen, die graag hun vakantie aan het water doorbrengen. Dit gebied is voor hen veel dichterbij dan de Oostzeekust.’

Medium k2798

Verder naar het oosten, in de buurt van het gehucht Neustadt/Spree, ziet ook Stefan Kaasche zijn toekomst op het snijvlak van natuur en toerisme. Daar, waar de mens zich terugtrekt, verscheen onlangs een gast die in Duitsland honderd jaar afwezig was: de wolf. ‘Inmiddels wonen er twee roedels wolven in Duitsland’, zegt Kaasche. ‘Ze zijn vanuit Polen de grensrivier over gezwommen en hebben zich hier gevestigd. Ik heb goede hoop dat hun populatie de komende jaren blijft groeien.’ Met zijn eigen bedrijfje biedt hij excursies in het wolvengebied aan. Kaasche wil niet weg: ‘Van de vijftien jongens uit mijn klas vertrokken er dertien naar het Westen. De meeste van mijn huidige vrienden zijn daarom een jaar of tien ouder dan ik.’ Vervangt de wolf de mens? Kaasche wil er niets van weten: ‘Ik zeg: juist door de wolven komen de mensen weer.’