Overleg tijdens een speciale vergadering van de Coreper eind 2020 © Olivier Hoslet / AP / ANP

Het thuisfront – de redactie – belt.

‘Wat heeft Brussel nu weer besloten? En waarom eigenlijk?’

Er is nog een gaatje van drie minuten in de uitzending om het uit te leggen.

‘Lukt dat?’

De doorwaakte nacht ervoor hebben regeringsleiders op een EU-top besluiten genomen waar vaak maanden van onderhandelingen door topdiplomaten aan vooraf zijn gegaan. Achter elk besluit gaat een wereld schuil die in Brussel ‘de worstenfabriek’ wordt genoemd: niemand wil weten uit welke slachthuizen de ingrediënten komen en hoe die de gehaktmolen in worden geperst, maar aan het eind van het proces is er een worst.

Drie minuten live zijn net voldoende om de dikte, lengte en kleur van de worst toe te lichten, en waarom het ene land er meer peper en het andere land er meer zout in wilde stoppen.

Wie maken in die worstenfabriek de dienst uit? En waarom blijven we hardnekkig zeggen dat ‘Brussel heeft beslist’, terwijl in die fabriek politici, ambtenaren en diplomaten uit 27 landen aan de lopende band staan?

Op papier ziet het er nog wel overzichtelijk uit. De Europese Commissie doet wetsvoorstellen. Daarna is het de beurt aan de andere twee EU-instellingen: het Europees Parlement en de Raad van ministers uit alle landen. In het Parlement start het debat en worden wijzigingen voorgesteld. Tegelijkertijd storten ook de Europese ministers zich op het wetsvoorstel. Afhankelijk van het dossier reizen uit alle landen de vakministers gemiddeld twee keer per maand naar Brussel of Luxemburg voor overleg.

En in het beste geval komen de drie instellingen er na zogeheten triloog-overleg wel uit: strik eromheen en klaar voor verzending naar de nationale parlementen die er nog hun zegen aan moeten geven.

Voor de regeringsleiders is er dan nog de ‘Europese Raad’, de EU-top, om op buitenland- en veiligheidsbeleid de grote lijnen uit te zetten.

Voor een beginnende EU-correspondent is het op het eerste oog een strakke choreografie. De dansers in de worstenfabriek doen hun pasjes binnen de ruimte die het EU-protocol ze geeft. Ze houden zelfs ‘open dagen’ waarop je in de fabriek mag komen kijken, tijdens vurige debatten in het Parlement en aan het dranghek in het Raadsgebouw waar ministers en regeringsleiders bij vertrek een paar quotes in de aanbieding hebben.

Dit zijn de dansers die mogen praten.

Maar de zwijgende dansers houden zich onzichtbaar. Zij staan op kousenvoeten in de machinekamer van de worstenfabriek. Het zijn de diplomaten. En hun invloed wordt steeds groter.

Wat kenmerkt een Brusselse topdiplomaat? Voor de veteraan die ik het vroeg was het antwoord simpel: iemand die opereert als ‘de vleesgeworden schaduw.’

Ze hebben de mooiste hondenbanen in de bubbel, vinden ze zelf. Ze kijken vanuit de coulissen toe als hun Chefs, de regeringsleiders, op basis van hun diplomatieke voorwerk historische besluiten nemen over Brexit, sancties tegen Poetin of een coronaherstelfonds van 750 miljard euro. De prijs die de ‘honden’ betalen: 24/7 aanstaan, nul gezinsleven.

Ze doen hun werk anoniem en in het beste geval mag de Chef de eer opstrijken. Als journalisten daags na een EU-top reconstrueren hoe het succes tot stand kwam, figureren ze in de krant als ‘Brusselse-diplomaten-die-zeggen-dat’.

Ze hebben wel exotische aanduidingen. De hoogste diplomaat van elke EU-ambassade in Brussel heet de PV, de permanente vertegenwoordiger, ook wel de EU-ambassadeur genoemd. Het reguliere overleg op woensdag en vrijdag van alle 27 PV’s samen heet Coreper 2, een acroniem van het Franse Comité des représentants permanents. Daar worden de politiek gevoeligste kwesties – migratie, Europese begroting, buitenlandbeleid – besproken. Elke PV heeft een Antici, zijn rechterhand-diplomaat – de naam verwijst naar een Italiaan die ooit dit overlegorgaan bedacht.

En dan is er nog het Coreper 1 van de 27 plaatsvervangende PV’s die zich buigen over dossiers zoals landbouw, transport, sociale zaken en milieu. Hun rechterhand-diplomaten heten Mertens, genoemd naar de Belgische bedenker van dit gremium van rechterhanden.

Geen Europese minister of Chef die een besluit neemt zonder het eerst te hebben afgestemd met zijn PV, Antici en Mertens.

Hoe ziet een werkweek van een diplomaat eruit?

In de koffiebar waar we hadden afgesproken had een van de Antici’s geen agenda nodig om te raadplegen. Die kende de diplomaat uit het hoofd, het was een in beton gegoten schema.

Vrijdag: per e-mail arriveert de agenda van de Coreper 2-vergaderingen voor de week die nog moet komen.

Weekend: dossiers doornemen.

Maandag: de Antici’s overleggen met het thuisfront in hun hoofdsteden. Het thuisfront reageert met laatste instructies voor de PV. Resulteert maandagmiddag in ‘Antici Note’.

Dinsdag, 12.00 uur: overleg in Brussel met alle 27 Antici’s die daarin het pad effenen voor hun PV’s die de dag erna bij elkaar komen.

Dinsdagmiddag: de Antici’s rapporteren aan hun PV.

Woensdag: start Coreper 2; in de binnenste ring zitten de PV’s, in de ring erbuiten de Antici’s.

‘En ongeveer hetzelfde stramien geldt de dagen erna, want op vrijdag is er weer een Coreper 2.’

De duizelingwekkende discipline vond de Antici ‘cool’. Ze zijn weliswaar maar kleine spelers in het geheel, maar zitten toch maar mooi aan een van de belangrijkste vergadertafels van Europa.

Bij zijn afscheid na zijn zesjarige mandaat als PV, in de zomer van 2017, had Pieter de Gooijer een uitzondering gemaakt en voor die ene keer wilde hij wel on the record. Hij had Nederland in Brussel vertegenwoordigd in een woelige tijd.

Ietwat gesloten, geen woord te veel – dat was de indruk die De Gooijer bij zijn entrée had gemaakt. Begrijpelijk: de eurocrisis woedde nog volop, de migratiecrisis diende zich aan, de Britten stemden in een referendum voor Brexit en de anti-Europese populisten maakten een opmars. Tussendoor begon aan EU’s oostflank de Oekraïense burgeroorlog en clashten West- en Oost-Europa over cruciale dossiers zoals arbeidsmigratie, rechtstaat en vrijheid van meningsuiting.

De EU ging door een dal en dat had De Gooijers werk als PV volledig veranderd.

‘Vroeger konden de regeringsleiders bij onenigheid in Brussel zeggen: “Ach, weet je wat, we praten over een paar maanden wel verder.” Dat gaat niet meer. We onderhandelen nu op het scherpst van de snede.’

Steeds vaker had De Gooijer, buiten de reguliere Coreper 2-vergaderingen om, een-op-eentjes met collega-PV’s.

‘Soms in het café om de hoek, voor een opener gesprek. Je tast bij elkaar de ruimte af. “Hoe sta jíj hier nou in?” Dan zegt de Duitse of Franse collega bijvoorbeeld: “Ik heb een loeiharde instructie van mijn regering, en die wil niet wijken.” Daar moet je vertrouwelijk mee omgaan, anders doet hij dat niet meer.’

Naar gelang de crises zich opstapelden, nam het belang van die vertrouwelijkheid onder Brusselse diplomaten alleen maar toe. Complexe Brexit-onderhandelingen, de handelsoorlog met Donald Trump, de groeiende dominantie van China, het is slechts een greep uit de dossiers die uitgroeiden tot Chefsache, jargon voor kwesties waarin de Europese regeringsleiders het laatste woord hebben. En die hebben daarbij steeds minder aan hun vakministers, en steeds meer aan hun PV’s die weten hoe in Europa de hazen lopen. Voorstanders van meer transparantie gruwen van het idee, want Coreper-overleg gebeurt achter gesloten deuren. Maar de trend is er, en de uitbraak van de coronapandemie leverde daarvoor het laatste bewijs.

Terwijl overal in de bubbel – bij Commissie en Parlement - thuiswerken en online vergaderen standaard werd, bleven de PV’s als enigen fysiek samenkomen. Het belang om elkaar binnen Coreper in de ogen te kijken was te groot. Hun vergaderzaal op de vijfde verdieping van het Raadsgebouw, bijgenaamd Het Ei, werd heringericht. De PV’s hielden gepaste corona-proof-afstand, ‘maar ze konden elkaar ruiken en zien’, zegt een diplomaat. ‘Brusselse diplomatie gaat niet over schaven aan compromistekstjes. Dat is pas het eindstation. Het gaat om wat er daarvóór gebeurt: van elkaar leren, begrip opbrengen voor elkaars verschillen en de gaten dichtrijden.’

Om die reden gaan de PV’s en hun Antici’s, met 54 in totaal, op een jaarlijks uitje. De ene keer naar de Donaudelta aan de Zwarte Zee, de andere keer naar een rustige plek in Portugal. De gedachte erachter: het onderhandelt wat makkelijker als je in besloten kring eens een nacht flink met elkaar hebt doorgehaald. Op die uitjes wordt er ook geroddeld. Want er is nóg een reden waarom Europese dossiers sneller Chefsache worden. En die reden is banaal en heeft alles te maken met de ijdelheid van Europees Raadspresident Charles Michel, de man die de EU-toppen voorbereidt. Officieel zijn het er vier: de herfst-, winter-, lente- en zomertop. Meer dan genoeg, vinden sommige regeringsleiders, die het liefst willen dat Michel de tafel netjes dekt: genoeg flesjes water en cola, nog wat servetjes, klaar. Dan doen de leiders de rest wel. Maar Michel komt graag in beeld en organiseert om de haverklap een top.

Inmiddels zit Brussel op bijna één top per maand, tot ergernis van veel diplomaten. De tijd ontbreekt voor goede voorbereiding en daarmee de zekerheid van een goed resultaat.

In de Brusselse koffiebar schetsen Antici’s hun positie tijdens een doorsnee EU-top, op voorwaarde dat ik niet zal lachen.

Beloofd.

Stel je een groot gebouwencomplex voor aan het Brusselse Schumanplein. Op Google Street View is zichtbaar hoe het Europees Raadsgebouw aan dat plein bestaat uit een moderne vleugel, Het Ei, en de oude Justus Lipsius-vleugel.

In Het Ei komen de Europese regeringsleiders samen, zonder secondanten en vaak zonder mobiele telefoons – om het risico van afluisteren te beperken en al te gretig tweetende regeringsleiders hun speeltjes uit handen te nemen.

Rond de zaal met leiders zitten in Het Ei op afstand de PV’s en de uit alle landen naar Brussel afgereisde hulpjes van de leiders in hun landendelegatiekamers.

In die kamers heeft gedurende de top niemand contact met de zaal met leiders.

Wie weet er al die tijd dan wat er gebeurt tijdens de top?

‘Dat zijn wij, de Antici’s! En wij spelen die info weer door naar onze PV’s.’

Met een twinkeling in de ogen tekent een Antici op een vel papier een cirkel: de ronde tafel in de Lipsius-vleugel waaraan de 27 Antici’s bij de start van elke EU-top plaatsnemen. En dan begint het ritueel dat alleen nog bestaansrecht heeft in de taaie worstenfabriek.

Om de vijf minuten verschijnt een medewerker van het Raadssecretariaat van Charles Michel in de zaal met Antici’s.

‘Die ratelt dan in hoog tempo af wat er zojuist in de zaal met regeringsleiders is gezegd. Telkens denk ik: had ik maar een cursus stenografie gevolgd.’

De boodschapper verdwijnt na vijf minuten en wordt meteen afgelost door de volgende, en die permanente wisseling van de wacht gaat door tot het einde van de top.

Dat duurt niet zelden tot vier uur de volgende ochtend! Is er nog iemand die de Antici tussendoor iets te eten komt brengen?

In het beste geval heeft een Antici een attente PV die halverwege de top met een bakje warm eten even de oversteek maakt naar de zaal met Antici’s.

‘Dan kun je er weer tegenaan.’

Maar de meeste Antici’s moeten het doen met thuis gesmeerde boterhammen, een mandarijn en een banaan.


Dit artikel is een voorpublicatie uit de eind november bij Prometheus te verschijnen verhalenbundel Het Brusselse moeras – Achter de schermen van de macht in Europa van Tijn Sadée en co-auteur Bert van Slooten. Sadée werkte tot afgelopen zomer ruim twaalf jaar in Brussel als EU-correspondent voor de NOS en NRC Handelsblad. Hij werkt nu aan reportages en podcasts op de Balkan, o.a. voor de VPRO en De Groene