Turkije onder het regime van Tayyip Erdogan

De wraak van de beyefendi

26 maart 2014 - In de aanloop naar de gemeentelijke verkiezingen op 30 maart in Turkije heeft premier Erdogan Twitter uit de lucht laten halen. Hij is woest dat de sociale media opnamen verspreiden die hem in een negatief daglicht plaatsen. Hoe gevaarlijk is de Turkse leider?

Medium anp 25834023

Elke avond weer worden nieuwe opnames van telefoongesprekken van de Turkse premier Tayyip Erdogan op internet gepubliceerd. Elke avond opnieuw horen de Turken hoe hun eerste minister zijn zoon opdracht geeft miljoenen euro’s, dollars en lira’s in baar geld te verbergen, meer ‘vrijwillige’ bijdragen ter waarde van tientallen miljoenen euro’s van ondernemers te eisen, hoe hij zich mengt in de bestuursverkiezingen van de voetbalclub Fenerbahçe, en hoe hij persoonlijk in de media ingrijpt en in de processen tegen seculiere ondernemers.

De tapes worden op YouTube gezet door aanhangers van de islamitische prediker Fethullah Gülen die de gesprekken hebben opgenomen toen zij tot en met half december vorig jaar de hoogste posities bekleedden binnen de veiligheidsdienst van de politie en de rechterlijke macht. Het gemak waarmee de Turkse premier, die onder meer gekozen is omdat hij de corruptie in het land hard zou gaan aanpakken, miljoenen euro’s heen en weer schuift, is verbluffend. Uit de tapes, en uit de toespraken die Erdogan sinds de Gezi-demonstraties van vorig jaar zomer heeft gehouden, komt een man naar voren die dictatoriaal is, een bemoeial, een bullebak, een paranoïcus, lomp, altijd nijdig, en vervuld van wraakzucht; tieren en briesen is zijn manier van spreken.

Volgens Erdogan zijn de tapes waarop hij met zijn zoon gesprekken voert over geldzaken montages. Maar over andere gesprekken, zoals die waarbij hij direct ingrijpt in een televisie-uitzending en in het proces tegen een hem niet gunstig gezinde zakenman, heeft hij gezegd dat hij ze inderdaad gevoerd heeft. Dat niet alleen, hij heeft gezegd dat hij als leider van het land het volste recht heeft in de media en in bepaalde rechtszaken in te grijpen. Dat is Erdogans opvatting van een gestaalde democratie.

Het zijn meest korte gesprekken die door de Fethullaçi’s op internet zijn gezet. Korte gesprekken waarin de gesprekspartner een donderpreek krijgt. Neem dit ‘gesprek’ tussen Tayyip Erdogan en een bevriende 74-jarige ondernemer, die als voornaam de achternaam van de Turkse premier draagt: Erdogan Demirören. Hij is de eigenaar van het protserige winkelcentrum dicht bij het Taksimplein, aan de Istiklalstraat. Bezoekers aan Istanbul kennen het wel, al was het alleen al omdat de quasi-serail-stijl pijn aan de ogen doet. Bij de bouw heeft Demirören alle regels voor het behoud van monumenten en alle bouwvoorschriften aan zijn laars gelapt. Volgens een actiegroep uit de buurt legde de overheid hem niets in de weg vanwege zijn uitstekende banden met de partij van premier Erdogan. De akp, noemt iedereen die partij voor het gemak, naar de initialen van Adalet ve Kalkınma Partisi, Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling. Nee, zegt Erdogan, jullie moeten zeggen: AK-partij. Ak is namelijk het Turkse woord voor wit of schoon in de zin van zuiver, smetteloos.

Deze zakenvriend krijgt de wind van voren in zijn hoedanigheid van eigenaar van Milliyet, ooit een gerespecteerde seculiere krant, tegenwoordig vol met sensationele verhalen en dames die on-islamitisch met hun blote mega-boezems op de foto staan. En toch is de krant pro-akp, een partij die een groot voorstander is van de islamitische kledingstijl, tesettür: vrouwen die van top tot teen bedekt zijn met alleen gezicht en handen zichtbaar. Milliyet publiceerde vorig jaar februari de letterlijke tekst van een lang gesprek dat Abdullah Öcalan, de tot levenslang veroordeelde leider van de Koerdische guerrillabeweging pkk, had met enkele Turks-Koerdische politici. Die bezochten hem in het kader van vredesbesprekingen tussen Erdogan en de pkk. Premier Erdogan heeft de inhoud van de gesprekken altijd geheim willen houden. Maar in het openingsartikel van Milliyet komt de pkk-leider uitgebreid aan het woord en vertelt hij wat zijn eisen zijn.

Furieus belt de premier met Demirören, die het zo hard te verduren krijgt dat hij in snikken uitbarst. Hij wist waarover Erdogan hem belde. Erdogan Demirören (ED) neemt zijn telefoon op en vraagt: ‘Heb ik u van streek gebracht, baas?’ (Hij gebruikt het Turkse woord patron).

Tayyip Erdo __g_ an (TE):_ ‘Om je de waarheid te zeggen, je hebt er een rotzooi van gemaakt.’

ED: ‘Wanneer zullen we afspreken?’

TE: ‘Wat hebben we aan afspreken? Hoe is het mogelijk dat je de boel zo verknalt, wat voor manier…’

ED: ‘Dat is waarom we moeten uitzoeken wie het gelekt heeft.’

TE: ‘Het doet er niet toe wie het gelekt heeft. Wie het gelekt heeft, heeft het gelekt. Dat is een andere kwestie. Maar is het de taak van jouw krant om aan dat soort stemmingmakerij te doen?’

ED: ‘Nee, zoiets zou nooit bij ons kunnen opkomen, meneer de eerste minister.’

TE: ‘Wat bedoel je, kon niet bij je opkomen? Het is al bij je opgekomen. Wat wil je nou? Hè? Je zet een kop op de voorpagina, en dan is het niet bij je opgekomen? Alleen maar om drie, vijf meer kranten te verkopen. Wie van je mensen doet zoiets schaamteloos, en dan durf jij hem nog te verdedigen? En dan komt het niet eens bij je op?’

ED: ‘Ik verdedig hem niet. Ik ben de hele nacht met deze zaak bezig geweest…’

Erdogan: ‘Ik vraag me af dat als iemand zo’n kop gebruikt, waarom je hem voor zelfs maar een uur nog in dienst houdt’

TE: ‘In godsnaam, de koppen in de krant, de artikelen…’

ED: ‘Mag ik u één ding vragen. Geef me een half uurtje.’

TE: ‘Weet je, we hebben je heel veel halve uren gegeven. Dit is schandalig. Het kan toch niet waar zijn? Ik ga journalisten van jouw krant niet meer in mijn vliegtuig meenemen (…) Echt waar, we zijn hieraan begonnen (de vredesbesprekingen met de PKK – bu) en we hebben het de periode van de oplossing genoemd, we hebben risico’s genomen, we hebben van alles gedaan, en dan maakt hij (Derya Sazak, de hoofdredacteur – bu) er een leugen van, een verkeerde primeur, die zieke, schofterige, schaamteloze vent. Hij wil ons allemaal te gronde richten en jij bent zijn baas.’

ED: ‘Oké, wat wilt u dat ik doe?’

TE: ‘Ik wil dat jij doet wat je moet doen, doe alles wat je met die schaamteloze lui doet. Ik vraag me sterk af dat als iemand zo’n kop gebruikt, als iemand zoiets schaamteloos doet, dan vraag ik me af waarom je hem voor zelfs maar een uur nog in dienst houdt.’

ED: ‘Dat zullen we niet.’

TE: ‘Je moet hem onmiddellijk de deur wijzen.’

Het gesprek wordt onderbroken en even later belt Erdogan opnieuw met Demirören, die onder het spervuur van de premier begint te snikken.

TE: ‘Hallo?’

ED: ‘Ik zal alles doen wat nodig is meneer de eerste minister. Ik zal…’

TE: ‘Doe wat je wilt…’

ED: ‘Ik beloof u…’

TE: ‘Derya is hier helemaal verantwoordelijk voor. En dat stuk ongeluk dat dit stuk heeft geschreven moet zich verantwoorden ongeacht wie het aan hem gelekt heeft.’

ED: ‘Ik zal vandaag nog met hem praten.’

‘Iedereen is bang zijn baan te verliezen.’ Met als gevolg dat de redacties zich schikken naar de wensen van Erdogan

TE: ‘Als hij oprecht is, zal hij je zeggen wie het gelekt heeft en dan kunnen we hem meteen pakken. Als het iemand van mijn eigen ploeg is geweest, weet ik wat me te doen staat en als het iemand van de bdp is (de partij van de Koerdische politici die met Öcalan spraken – bu) laat hij dat dan ook zeggen, en in dat geval weet ik ook wat ons te doen staat.’

ED: ‘Ik zal u vanavond nog laten weten van wie het [lek] is gekomen.’

TE: ‘Goed.’

ED, met een brok in de keel: ‘Is dat goed, meneer de eerste minister?’

TE: ‘In orde, in orde.’

ED: ‘Trek u het niet te veel aan.’

TE: ‘’t Is goed, ’t is goed.’

ED snikkend: ‘We gaan ertegenaan.’

TE: ‘Afgesproken. Een goeie dag nog… Hallo?’

ED snikkend: ‘Hoe ben ik hier ooit in verzeild geraakt. Voor wie?’

TE: ‘Het beste. In orde. Een prettige dag nog.’

ED snikkend: ‘Dank u wel.’

Snel daarna rolde een aantal koppen bij Milliyet: de directeur en hoofdredacteur moesten vertrekken en twee vooraanstaande columnisten die het artikel hadden geprezen werden ontslagen.

Later in de zomer van 2013 greep Erdogan vele keren in tijdens televisie-uitzendingen, en in enkele gevallen werden die onmiddellijk uit de lucht gehaald. Zelfs tijdens een officieel bezoek aan het buitenland kan hij het micro-managen van de media niet laten. Zo was Erdogan tijdens de Gezi-demonstraties op bezoek bij de regering van Marokko. Hij nam de tijd om naar de Turkse televisie te kijken, naar een rechtstreekse uitzending vanuit het parlement waar Devlet Bahçeli, leider van de ultra-nationalistische mhp, zijn volksvertegenwoordigers toesprak. De akp vist in dezelfde vijver van kiezers als de mhp. Tijdens de laatste parlementsverkiezingen verschenen op internet filmpjes waarop mhp-kandidaten te zien waren met vrouwen die niet hun echtgenotes waren; die filmpjes leidden tot het aftreden van zes vooraanstaande leiders van de mhp en verlies bij de verkiezingen. Nu was Bahçeli op de televisie terwijl onder in beeld een band bewoog met de transcriptie van zijn scherpe kritiek op het harde optreden van de politie tegen de vreedzame demonstraties.

Het feit dat in Turkije meer journalisten in de gevangenis zitten dan in Rusland of China is genoegzaam bekend

Onmiddellijk belde Erdogan met de directeur van televisiestation Habertürk, Fatih Saraç. De man kreeg er in de daarop volgende weken ongenadig van langs van Erdogan, die hem elke keer belt als iets hem niet bevalt. Die telefoongesprekken zijn ook door de Fethullaci’s op YouTube gezet en hebben de verzamelnaam ‘Hallo, Fatih!’ gekregen, omdat elk gesprek met deze woorden begint. Aan het begin van de anti-Erdogan-demonstraties, die zich van Istanbul razendsnel over heel Turkije verspreidden, hield Habertürk, dat vooral een nieuwszender is, zich op de vlakte en zond discussieprogramma’s over psychische stoornissen uit. Maar een paar dagen later trok het station de stoute schoenen aan en gaf meer informatie over de demonstraties en het harde optreden van de politie.

TE: ‘Hallo, Fatih. Ik ben in Marokko en ik kijk naar de televisie.’

Fatih Saraç, (FS): ‘Ja meneer.’

TE: ‘En op dit moment zie ik alleen maar de speech van Bahçeli en op de band onderop het scherm lees ik zijn citaten.’

FS: ‘Ik heb het begrepen, meneer.’

TE: ‘Je zegt nu wel dat je het begrijpt maar die band loopt nog steeds. Waar is dat eigenlijk voor nodig?’

FS: ‘Zoals u beveelt, meneer.’

TE: ‘Doe wat! Nu!’

FS: ‘Ik doe het nu, meneer.’

De eerste-minister van Turkije vindt het in het geheel niet vreemd of ondemocratisch om journalisten, hoofdredacteuren en mediabonzen op hun nummer te zetten. Hij heeft gezegd: ‘Dat doe ik vaker, ik moet hen op hun taak wijzen’. Op bezoek in Spanje, met de Spaanse premier naast zich, zei Erdogan op een persconferentie in Madrid: ‘Ja, ik heb hem (Fatih Saraç – bu) gebeld. Ik heb die man alleen maar gezegd dat ik beledigd werd… Hij heeft gedaan wat nodig was. We moeten ze dat soort dingen bijbrengen.’ De gewoonste zaak van de wereld dus, dat de eerste minister constant nieuwsuitzendingen bekijkt en de directeur en redactie op hun kop geeft. ‘Elke dag regent het bevelen (van Erdo __g_ an – bu)_ bij ons op de redactie’, bevestigde de hoofdredacteur van Habertürk tijdens een interview op een andere televisiezender. ‘Iedereen is bang zijn baan te verliezen.’ Met als gevolg dat de redacties zich schikken naar de wensen van de akp-leider.

In een andere ‘Hallo, Fatih’-tape is Erdogan te horen terwijl hij midden in een uitzending met Saraç belt en hem opdraagt het programma meteen stop te zetten. Het is deze keer een ander station van de mediabons, Show TV. Nog steeds wordt overal in Turkije gedemonstreerd en treedt overal de politie met buitengewoon veel geweld op tegen de demonstranten. Het is een interview van een journaliste die al eerder de gramschap van de premier heeft opgewekt met een theoloog die weinig vriendelijke woorden over heeft voor de islamitische premier.

TE: ‘Hallo Fatih, heb je even.’

FS: ‘Ja meneer.’

TE: ‘Die vent zet ons voor schut. Hij beweert dat we schreeuwen tegen mensen…’

Erdogan: ‘Dat ding dat ze scheiding van machten noemen, maakt het ons altijd maar weer moeilijk’

FS: ‘We zetten het nu op ditzelfde moment stop. Ik heb u begrepen, meneer. Het spijt me heel erg dat ik u last heb bezorgd.’

TE: ‘Die vrouw, je had gezegd dat je haar de laan had uitgestuurd en nu presenteert ze toch nog dat programma.’

FS: ‘Het spijt me ontzettend, meneer, dat ik u last bezorg. Ik schaam me.’

Het interview werd inderdaad onmiddellijk uit de lucht gehaald; de interviewster op staande voet ontslagen.

In een ander actualiteitenprogramma, eveneens door Habertürk uitgezonden, wordt kritisch gekeken naar de Turkse gezondheidszorg, een paradepaardje van de akp. ‘Hallo, Fatih’, zegt Erdogan. ‘In dit programma ga je helemaal voorbij aan alles wat we in de gezondheidszorg bereikt hebben en dit maakt ons heel erg verdrietig.’ Erdogan heeft de gewoonte in de pluralis majestatis te spreken.

FS: ‘U heeft gelijk, meneer. Ik sta met rode kaken. Dit zal niet weer gebeuren.’ Direct daarna belt Saraç met de zoon van Tayyip Erdogan, Bilal, die in veel gevallen als tussenpersoon voor zijn vader optreedt. Saraç is van zijn stuk en zegt nederig aan de jongere Erdogan: ‘Ik hoop toch zo dat onze beyefendi (meneer de heer – bu) zich geen zorgen maakt. Als hij zich zorgen maakt, maak ik mij zorgen.’ Zonder er tijd overheen te laten gaan, ontslaat Saraç de drie journalisten die aan het onderwerp hebben gewerkt.

Medium rtr2rzv9

Gezien de vanzelfsprekendheid waarmee Erdogan in de verslaggeving ingrijpt, is het niet vreemd dat hij het ene na het andere proces aanspant tegen journalisten die hem beledigd zouden hebben, maar die hij niet direct via de directie of hoofdredactie kan aanpakken. Alleen al naar aanleiding van hun berichtgeving in verband met de Gezi-protesten zijn 59 Turkse journalisten ontslagen. Na het bekend worden van de grote corruptiezaken, waarbij ministers, zoons van ministers, verscheidene ondernemers en waarschijnlijk Erdogan zelf betrokken zijn, heeft nog eens een onbekend aantal verslaggevers en columnisten hun congé gekregen. Het feit dat in Turkije meer journalisten in de gevangenis zitten dan in Rusland of China is genoegzaam bekend.

Ook journalisten die altijd persoonlijk hun steun aan de akp en aan Erdogan hebben betuigd en nu vragen om antwoorden op de beschuldigingen van corruptie en omkoperij, worden op bevel van de sterke man van Turkije ontslagen. Tayyip Erdogan brandt van wraaklust tegenover media die corruptiezaken aan het licht brengen. Zo is hij erop uit om Aydin Dogan, eigenaar van een groot conglomeraat van bedrijven waaronder het dagblad Hürriyet, kapot te maken. De krant besteedde een aantal jaren geleden ruime aandacht aan een proces in Duitsland tegen de Turkse leiding van een Turks-Duitse stichting, Deniz Feneri, de Vuurtoren. Deze zamelde onder Turken in West-Europa geld in voor de armen in Turkije. De Turken in het Westen gaven ruimhartig. Maar zoals in de rechtszaak bewezen werd, gingen de euro’s niet naar de minderbedeelden, maar verdwenen onder meer in de zakken van de leiders van de stichting. Zeker zeventien miljoen euro werd doorgesluisd naar bedrijven in Turkije en naar een televisiestation. Een centrale rol daarbij speelde de directeur van de Turkse Hoge Raad voor Radio en Televisie, een vooraanstaand lid van de akp, evenals andere Turkse verdachten. Het Duitse ministerie van Justitie heeft alle documenten in de Deniz Feneri-zaak overgedragen aan de Turken.

Hürriyet deed er nauwgezet verslag van en noemde de mannen die in Turkije bij de transacties waren betrokken bij naam en toenaam. En meldde ook dat 33 miljoen euro, ook na beëindiging van het proces in Duitsland, nog altijd zoek was. Premier Erdogan was des duivels. Niet omdat vrome moslims geld dat voor een goed doel bestemd was in een televisiezender en andere pro-akp-media hadden gestopt, maar omdat de seculiere Hürriyet erover had gepubliceerd. Overal waar Erdogan in die tijd op massabijeenkomsten sprak, gebood hij zijn gehoor alle publicaties van het bedrijf van Dogan te boycotten. Niet lang daarna kreeg Dogan een belastingboete van meer dan een miljard euro. Het was voor iedereen duidelijk dat dit een wraakactie was. Betaling zou de nek breken van het bedrijf en het einde zijn van onder meer Hürriyet. Dogan vocht de boete aan bij de rechter en won. Maar Erdogan neemt daar geen genoegen mee. Dogan Holding moet kapot.

Afgelopen zomer, te midden van het Gezi-oproer, belde hij zijn minister van Justitie, zoals bleek uit onlangs uitgelekte gesprekken. Erdogan wilde dat die minister ingreep en Dogan de zwaarst mogelijke boete oplegde. De aanklager is in beroep gegaan tegen de voor Dogan gunstige uitspraak. Erdogan zei tegen zijn minister van Justitie: ‘We hebben al eerder over die zaak gesproken, die zaak van Aydin Dogan. Ik geloof dat er morgen een hoorzitting is bij het lagere gerechtshof. Je moet dat in de gaten houden. Kan ook zijn dat de hoorzitting dinsdag is. Volg het op de voet zodat ze het niet laten versloffen.’

De minister van Justitie: ‘Begrepen, meneer. We houden dit al in de gaten.’

Erdo __g_ an:_ ‘Blijkbaar staat ze iets heel zwaars te wachten… Daarom is het belangrijk.’

Het mocht niet baten, want de rechter sprak Dogan vrij. Erdogan kon de vrijspraak niet verkroppen en belde opnieuw met zijn minister: ‘Luister, de zaak is voorgekomen. De man (de rechter – bu) heeft besloten. Hij heeft hem vrijgesproken.’

Sinds ‘Gezi’ en het aan het licht komen van de corruptiezaken nadert de Turkse economie de gevarenzone

Het antwoord van de minister daarop is tekenend – niet alleen voor de absolute minachting voor de onafhankelijkheid van de rechtspraak, maar ook voor de neerbuigendheid van akp’ers tegenover mensen met een ander geloof dan hun soennitische islam. De minister: ‘Ik heb gehoord dat de rechter een aleviet is.’ Alevieten vormen tien tot vijftien procent van de bevolking van Turkije en worden al eeuwenlang onderdrukt door de Turkse staat. De alevieten vallen onder de sjiitische islam, maar soennieten als premier Erdogan erkennen hen niet als moslims. Aydin Dogan is, voor zover bekend, geen aleviet, maar uit de woorden van de minister kan worden opgemaakt dat als de rechter een soenniet was geweest, de mediamagnaat zijn gerechtvaardigde straf niet zou zijn ontlopen.

Erdogan en zijn minister zijn nog niet klaar. Erdogan vraagt hoe het verder met de zaak zal gaan en de minister vertelt hem dat het aan een hoger hof van beroep zal worden voorgelegd.

Erdo __g_ an:_ ‘En wat gaat daar dan gebeuren?’

De minister: ‘Geen al te grote problemen, daar. Daar kunnen niet van die dingen gebeuren als in het geval met die ene rechter. Daar zit een hele groep rechters. Ik zal praten met het hoofd van de groep, maandag of dinsdag. We zullen erop toezien dat ze de juiste aandacht eraan besteden.’

Er is nog geen uitspraak gedaan.

Hoe opmerkelijk het al is dat een premier en zijn minister van Justitie samen de rechtsgang beïnvloeden, nog opmerkelijker is dat Erdogan heeft gezegd dat het normaal is dat hij zich ermee bemoeit. Toen het telefoongesprek uitlekte, gaf hij toe dat hij die gesprekken met zijn minister had gevoerd. ‘Wat is er normaler dan dat?’ vroeg hij. ‘Wij wisten absoluut zeker welke spelletjes er werden gespeeld (door Do __g_ an – bu)._Smerige spelletjes. Dan is het onvermijdelijk dat ik de minister van Justitie zeg de zaak in de gaten te houden. Ik moest dit vragen vanwege mijn land en mijn volk.’

Scheiding van machten, belangrijkste vereiste voor een democratie, lapt Erdogan aan zijn laars. Die voorwaarde hindert hem alleen maar in zijn werk ten behoeve van het Turkse volk. Of zoals hij het zei op de dag waarop de zonen van drie van zijn ministers wegens corruptie werden gearresteerd: ‘De bureaucratische oligarchie en de rechterlijke macht, die blijven ons maar in de weg staan. Dat ding dat ze scheiding van machten noemen, duikt iedere keer maar weer op en maakt het ons altijd maar weer moeilijk.’

In zijn tomeloze wraakzucht is Tayyip Erdogan bezig de economie, die in de eerste tien jaar van zijn bewind een enorme vlucht nam, kapot te maken. De voorzitter van de grote seculiere ondernemersvereniging zei naar aanleiding van het verval van de Turkse rechtsstaat: ‘Een land waar geen waarde wordt gehecht aan het recht, waar justitie zich niet aan de Europese norm houdt, waar de onafhankelijkheid van de regulerende instanties is gecorrumpeerd, waar bedrijven onder druk worden gezet door middel van belastingboetes en andere straffen, waar de regels voor aanbestedingen voortdurend gewijzigd worden, in zo’n land zullen buitenlanders niet investeren. We hadden onze welvaart van de afgelopen jaren te danken aan investeringen uit het buitenland waarmee ons spaartekort werd opgeheven, en omdat we aantrekkelijk waren voor investeerders. Maar als we die aantrekkelijkheid verliezen, riskeren we een terugval in ons welvaartsniveau.’

De bedrijven aangesloten bij deze ondernemersvereniging hebben samen het grootste aantal Turkse werknemers in dienst en zorgen voor het grootste deel van het bruto nationale product. ‘Landverrader!’ schold premier Erdogan de volgende dag in een toespraak, een woord dat hij in de maanden daarna bleef herhalen. ‘De voorzitter (van de ondernemersvereniging – bu) heeft niet het recht te zeggen “Wereldkapitaal komt niet meer naar dit land”. Als hij dat zegt, pleegt hij namelijk verraad aan zijn land. Heb het lef nog maar eens om bij de premier en zijn regering aan te komen en te vragen jullie problemen met betrekking tot investeringen op te lossen. Je hoort nog van ons!’

Een van de grootste ondernemingen van Turkije, die van de seculiere familie Koç, kreeg het na de Gezi-demonstraties hard te verduren van de vrome premier Erdogan. De Koç Holding is onder meer eigenaar van de Divan-hotels, waarvan er één aan de zijkant van het Taksim-plein ligt. De familie Koç gaf het personeel opdracht de demonstranten die de waterkanonnen, de traangas- en pepergranaten en de brute meppen met gummistokken probeerden te ontvluchten, een schuilplaats te geven. In de hal van het hotel werd een hulppost ingericht waar de gewonden behandeld werden door artsen en verpleegkundigen die zich hadden aangemeld als vrijwilligers. Het verlenen van eerste hulp is inmiddels door de akp verboden. De partij heeft een wet laten aannemen die het artsen, verpleegkundigen en ambulancepersoneel verbiedt gewonden bij demonstraties te helpen als het ministerie van Gezondheid niet per geval toestemming heeft gegeven. Gevolg van deze wet: als demonstranten gewond raken, kunnen ze geen medische hulp krijgen. Artsen, verpleegkundigen en ander medisch personeel dat hen toch helpt, riskeert een gevangenisstraf van drie jaar of een boete van zevenhonderdduizend euro.

Erdogan noemde de familie Koç talloze keren ‘handlangers van terroristen’, waarmee hij op de demonstranten doelde. En dreigend zei hij er steeds bij: ‘We zullen met hen afrekenen.’ En er werd afgerekend. De belastingdienst deed samen met de politie invallen in alle Koç-bedrijven. Er werd een belastingboete van tweehonderd miljoen euro opgelegd. De Turkse marine trok de opdracht voor de productie van zes nieuwe oorlogsschepen terug; een opdracht die Koç had verkregen na de aanbesteding van offertes van verschillende bedrijven. De schepen zouden twee miljard euro kosten en duizenden mensen werk geven.

Het hoofd van een andere grote Turkse ondernemersfamilie, de Boydaks, uitte kritiek op de wraak die premier Erdogan op de familie Koç nam. Mustafa Boydak had gezegd dat de regering de zakenwereld en ondernemers niet moest behandelen als de vijand. De Boydaks zijn, in tegenstelling tot de familie Koç, vrome moslims en aanhangers van Fethullah Gülen. Ze sponsoren talloze Gülen-scholen en liefdadigheidsprojecten in arme Afrikaanse en Aziatische landen. Boydak-bedrijven leveren in geheel Centraal-Azië, in Turkije, het Midden-Oosten en Afrika meubels aan de nieuwe middenklassen daar. Korte tijd na de kritiek vielen de belastingdienst en de politie de kantoren van de Boydak Holding binnen. De Holding is er, voorlopig althans, met een waarschuwing van afgekomen.

Slechter verging het een bank en een mijnbouwbedrijf die in handen zijn van Fethullaci’s. Turkish Airlines, de luchtvaartmaatschappij van de Turkse staat, onttrok in één keer driehonderd miljoen euro van de Bank Asya, die bekend staat als de cemaat-bank, de bank van Fethullah Gülen waar islamitisch gebankierd wordt. Ook andere bedrijven die gelieerd zijn aan de akp trokken hun deposito’s in, waardoor de bank aan het wankelen werd gebracht. Een bedrijf dat goudmijnen exploiteert en tevens eigenaar is van de pro-Gülen krant Bugün (Vandaag) en een televisiestation werd op last van de overheid gesloten. Dit gebeurde een week nadat de corruptiezaken dankzij de Fethullaci’s bekend werden. Bij onderzoek naar die bedrijven zouden ‘niet alle documenten in orde’ zijn geweest.

Minachtend en despotisch was het commentaar van premier Erdogan op deze zaken: ‘Wat we aan het grootkapitaal te zeggen hebben, is dat ze recht door zee moeten zijn en hun werk naar behoren moeten doen. Maar je land verraden? Vergeet het maar! Doe fatsoenlijk je werk! We geven jullie onze goedkeuring zolang jullie je werk doen. Anders hebben we een appeltje met jullie te schillen.’

Onder Erdogan is het Turkije tien jaar lang voor de wind gegaan. De economie groeide harder dan de Nederlandse economie op haar toppunt. Maar sinds de Gezi-demonstraties en het aan het licht komen van de corruptiezaken gaat het slechter. De Turkse economie nadert de gevarenzone. Dat is niet de schuld van de demonstranten, die zich over het algemeen redelijk hebben gedragen: er zijn geen overheidsgebouwen, geen bedrijven in vlammen opgegaan, er is geen bestorming geweest van kantoren van de akp, er zijn geen winkels geplunderd en er zijn geen toeschouwers lastiggevallen door demonstranten. Het zijn juist de paranoïde, tirannieke reflexen van Tayyip Erdogan op de protesten geweest die de economie schaden. Sinds 17 december, toen de corruptiezaken aan het licht kwamen en de premier vrijwel meteen de onderzoekers (aanklagers en politie) streng strafte en de media, internet, YouTube, Facebook en Twitter het zwijgen trachtte op te leggen, is de koers van de lira tegenover de dollar met dertien procent gezakt.

De gewone Turkse burger voelt de zwaardere tijden die gaan komen al bij de dagelijkse boodschappen: een kilo aardappelen kostte in december nog vijf lira, nu twaalf, en witte bonen eerst twee lira en nu vijf. ‘Een Turkije dat zich laat regeren door een grillig en autoritair regime, zal niet langer buitenlandse investeringen en buitenlands kapitaal aantrekken dat het nodig heeft om te blijven groeien en het permanente tekort op de betalingsbalans in te lopen. De economie zal niet meer groeien en het land zal armer worden.’ Dat was de waarschuwing vorige week die de Financial Times aan Erdogan gaf. Hetzelfde had de Turkse ondernemersvoorzitter afgelopen zomer ook al gezegd. Anders dan in Rusland, waar ook een autoritair regime heerst, heeft Turkije geen olie en geen gas waarmee het slechtere tijden kan overbruggen. Turkije, schrijft de Financial Times, is evenmin een renteniersstaat. Het moet blijven produceren en moet integreren met de wereld. Anders kan het niet overleven.

De afgelopen dagen liet Tayyip Erdogan zich van zijn meest hardvochtige kant kennen. Op een verkiezingsbijeenkomst in de zuidelijke stad Gaziantep noemde hij de vijftienjarige Berkin Elvan een ‘terrorist’. De jongen was enkele dagen ervoor overleden na negen maanden in coma te hebben gelegen. Hij woog nog slechts zestien kilo. Berkin, toen nog veertien jaar, ging op een ochtend, afgelopen zomer, brood halen voor zijn moeder. Het was tijdens de Gezi-demonstraties. Op de terugweg werd hij door een traangasgranaat van de politie getroffen. Berkin kwam uit een alevitische familie en woonde in een alevitische arbeiderswijk. De religie van Berkin en zijn buurtgenoten is een belangrijk gegeven in het gescheld van de sterke man van Turkije op een dode schooljongen. Alevieten beschouwen zichzelf als moslims, maar voor Erdogan en zijn soennitische achterban is dat een affront. Onder alevieten hebben seculieren en linkse – en soms ultralinkse – groeperingen veel aanhang. Hun levensstijl is losser dan die van de akp’ers. Vrouwen zijn niet gehoofddoekt, alevieten vasten niet tijdens ramadan, en het drinken van alcohol is toegestaan. En last but not least: zij stemmen niet op de akp.
Berkin was geen onschuldig kind, zei Erdogan ten overstaan van tienduizenden mensen tijdens de campagne in Gaziantep. ‘Dit ventje had stalen knikkers in zijn zak, een katapult in zijn handen, een sjaal voor zijn gezicht, en zat in een terroristische organisatie, werd helaas getroffen door pepperspray. Hoe had de politie nu kunnen weten hoe oud iemand is die zijn gezicht heeft bedekt met een sjaal en die stalen kogels afschiet met zijn katapult?’ De terroristische organisatie waar Erdogan op doelt, is het ultralinkse en gewelddadige Revolutionaire Volksbevrijdings Front dat een klein deel van zijn leden haalt uit de alevitische gemeenschap.

Toen Erdogan in Gaziantep de woorden herhaalde die Berkins moeder direct na het overlijden van haar zoon sprak, ging een luid boe-geroep op uit de massa die naar de premier was komen luisteren. Hij deed niets om het uitjoelen van de diepbedroefde moeder te stoppen. Erdo __g_ an:_ ‘Zijn moeder zegt: de moordenaar van mijn zoon is de eerste minister. Ik ken zelf ook de liefde voor een kind, maar ik kan niet begrijpen waarom je dan stalen knikkers op het graf van je zoon strooit.’ Toen Berkin naar de eerste hulp van het ziekenhuis werd gebracht, vonden de verpleegkundigen inderdaad knikkers in zijn zak. Volgens de vader van Berkin speelde de jongen nog met zijn buurjongens met knikkers. Hij had de knikkers op het graf gelegd als symbool van de kinderlijke onschuld van zijn zoon.

Geen traan om Berkin, geen traan om de andere doden door het politiegeweld, geen woord van excuus aan de duizenden gewonden. ‘Tuig’, noemde Erdogan de demonstrant.


Beeld: (1) Tayyip Erdogan grijpt rechtstreeks in tijdens hem onwelvallige televisie-uitzendingen en rechtspraken (Adem Altan/AFP/ANP). (2) Tayyip Erdogan brandt van wraaklust tegenover media die corruptiezaken aan het licht brengen (Ognen Teofilovski/Reuters).