De wraak van winnie s.

DE RELLEN in de Oosterparkwijk blijken achteraf een zegen voor het land. Natuurlijk, de taferelen in Groningen tijdens de jaarwisseling - inclusief een klopjacht op een vrouwelijke agente en de totale verwoesting van een woning van een SP-gemeenteraadslid - waren op zich weinig verheffend, maar dat was de Beeldenstorm evenmin, en daar vloeide uiteindelijk toch ook iets moois uit voort.

Wat telt in de nasleep van de Groningse geweldsorgie is het resultaat, en dat is dat Winnie Sorgdrager van premier Kok het groene licht heeft gekregen om de botte bijl te hanteren op haar Openbaar Ministerie. Sindsdien verblijven twee, tot voor kort keizers gewaande voorlieden van de Nederlandse Justitie (de procureurs A. Docters van Leeuwen en D. Steenhuis), beschuldigd van muiterij, geknakt in de Ziektewet, ongetwijfeld gebogen over concept-ontslagbrieven. De voornaamste leden van hun achterban gaan iedere dag met trillende benen naar het werk. De Groningse hoofdofficier Daverschot - door zijn belangrijkste tegenstrever ex-politiechef Veenstra van Groningen omschreven als ‘een dominante, contactarme heerser met claimgedrag en scoringsdrift’ - ligt er al uit.
Verwacht mag worden dat de ontketende paleisrevolutie overal zijn sporen zal nalaten. Zoals altijd in de door Kremlin-achtige intriges gekenmerkte wereld van Justitie worden de ontwikkelingen van de laatste dagen gedragen door een batterij verborgen agenda’s. De formele aanleiding van de paleisrevolutie - de verzwegen bijbaan van procureur Steenhuis bij adviesbureau Bakkenist, dat weer betrokken was bij het onderzoek naar de afhandeling van de Oosterparkrellen - was slechts een stok om de hond te slaan. In werkelijkheid voltrekt zich nu de cultuuromslag die eigenlijk al direct had moeten beginnen toen Winnie Sorgdrager aantrad als minister, en zeker nadat de IRT-commissie van Maarten van Traa haar alarmerende bevindingen over de hellende normen en waarden bij Justitie en het opsporingsapparaat had gepubliceerd.
Het Openbaar Ministerie heeft zich onder leiding van ex-BVD-chef Arthur Docters van Leeuwen ontwikkeld tot een staat in een staat. Onder het mom van allerlei apocalyptische sentimenten met betrekking tot de oprukkende criminaliteit in Nederland kon het justitie-apparaat uitgroeien tot een door niemand meer te controleren schaduwmacht in Nederland. Justitie 'politiseerde’, trok steeds meer macht naar zich toe. Onder de bezielende leiding van Docters worden er nergens zoveel telefoongesprekken afgeluisterd en opgenomen in het kader van justitieel onderzoek als in Nederland. Het tekent de totalitaire trekjes die het Openbaar Ministerie de laatste jaren heeft gekregen, gedragen door een college van procureurs-generaal dat keer op keer een groot dédain voor mevrouw de minister aan de dag legt. De plichtmatige trouw die Docters van Leeuwen afgelopen week moest zweren aan zijn minister, moet zoete wraak zijn geweest voor Sorgdrager.
Al meer dan tien jaar bekritiseren juristen de uitdijende macht van het Openbaar Ministerie. Tal van rechtsgeleerden spraken hun zorgen uit over een vanuit de politiek niet meer te hanteren justitie-apparaat. Officieren van jusitite zijn in het hedendaage rechtsbedrijf niet zozeer dienaren van de wet alswel danig op het experiment gestelde, hyperambitieuze crime-fighters, die keer op keer de grenzen van de rechtsstaat verkennen. Ze gaan steeds meer de gedaante aannemen van de Amerikaanse district-attornies, die, voortgedreven door een ontembare scoringsdrift, iedere methode omhelzen waarmee ze in de krant komen.
EEN ILLUSTRATIE van deze nieuwe mentaliteit bij Justitie is de wijze waarop de politieman Richard Lancee uit Schiermonnikoog in 1996 met veel vertoon van zijn bed werd gelicht door een leger agenten, na - naar later bleek - ten onrechte door zijn dochter te zijn aangeklaagd wegens incest. De onthullingen over de door Justitie zelf opgerichte drugssyndicaten in het kader van het IRT-drama demonstreerden al even overtuigend het onzalige pad dat Justitie nog onder Hirsch Ballin was ingeslagen. De magistratuur verloor zijn traditionele afwachtende houding, en vluchtte naar voren, zich uitlevend in steeds sensationeler staaltjes van machtsuitoefening.
In het streven naar publicitair aantrekkelijke vangsten ging men zich te buiten aan steeds maniakaler opsporingsmethoden en curieuze constructies van bewijslast. Zie de infiltratietechnieken van de politie, zie de kroongetuigen, zie de alom verruwende zeden op het Openbaar Ministerie. Deze voortazende trein moest wel uit de rails schieten. De vraag was alleen: wanneer, en ten koste van wie. Tot nog toe bleef de schade beperkt tot enkelingen die bij helemaal niemand meer goed lagen, zoals de Amsterdamse procureur Van Randwijck. Nu lijkt er dan een grondigere aanpak van de excessen aan te komen.
SORGDRAGER KAN verweten worden dat ze veel te lang heeft gewacht met het ingrijpen in haar ambtelijke top. Haar plotselinge daadkracht is de afgelopen dagen vaak beschreven in termen van een feministische Bildungsroman. De rancuneuze Van Randwijck, de procureur die er vanwege het IRT-drama aan moest geloven en met een zwaar vergulde handdruk verdween, zei verleden week in Het Parool: 'Als mevrouw Sorgdrager een vent was geweest, was ze nooit zo hoog gekomen als ze nu is. En ik ben niet de enige die zo denkt.’
Sorgdrager was de eerste vrouwelijke procureur-generaal in een machobolwerk. In haar dagen op het parket van Almelo, werkend onder de extreme hardliner Rolph Gonsalves (vroeger bekend als triggerhappy gezagshandhaver onder de Papoea’s van Nieuw-Guinea), had ze al mogen ervaren dat de feminisering van het Openbaar Ministerie nog een lange weg te gaan had. Sorgdrager was de eerste vrouw die toetrad tot het college van procureurs-generaal, en zorgde al helemaal voor een sensatie toen ze in 1994 het roer mocht overnemen van Ernst Hirsch Ballin.
Al toen werd verwacht dat er een andere wind zou waaien op het ministerie van Justitie. Sorgdrager benoemde de gewezen huisman en PPR-politicus Harry Borghouts tot secretaris-generaal van haar ministerie. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een GroenLinks-vertegenwoordiger aantrad op zo'n hoge ambtelijke functie. De benoeming van D66-partijgenoot Docters van Leeuwen tot 'superprocureur’ was niet zozeer Sorgdragers idee, het werd haar eerder opgedrongen door het kabinet, dat met de handen in het haar zat over de gierend uit de hand lopende crisis die zich toen al aftekende rond het IRT Utrecht/Noord-Holland en in Docters van Leeuwen de strateeg zag die de politieke schade zou weten te beperken.
DE AFGELOPEN JAREN was de verhouding tussen Sorgdrager en Docters niet florissant te noemen.Telkens doken allerlei irritaties op, die zich concentreerden op de machtspositie van de gewezen spionnenchef in het college van procureurs-generaal. Secretaris-generaal Borghouts was in alles de tegenhanger van superprocureur Docter van Leeuwen. Docters eiste de beslissende stem op in dit almachtige orgaan, maar Sorgdrager, daartoe aangespoord door Borghouts en de Tweede Kamer, floot hem terug. Niet de super-pg maar zijzelf als minister had de finale stem in het geval dat het college van vier procureurs-generaal met een bestuurlijk dilemma zat.
Sorgdager worstelde keer op keer met die super-pg en vaardigde zo nu en dan zelfs een spreekverbod uit om haar 'Paard van Troje’ in de teugels te houden. Dit alles had niet zozeer te doen met de eeuwige strijd tussen de seksen als wel met een machtsstrijd op het Openbaar Ministerie die al voor de komst van Sorgdrager als onafwendbaar moest worden beschouwd. Maar Sorgdrager kroop telkens terug in haar schulp als het menens dreigde te worden.
De afgelopen drie jaar heeft ze keer op keer de kans gehad om de koe bij de hoorns te vatten, maar telkens schrok ze ervoor terug, kennelijk bevreesd - en dat niet zonder reden - dat het uitspreken van het machtswoord uiteindelijk ten koste van haarzelf zou gaan.
DE STATUS VAN Winnie Sorgdrager als feministische heldin is overigens enigszins misplaatst gegeven het feit dat haar revolutie pas in gang kon worden gezet vanaf het moment dat Wim Kok de opstandige procureurs in felle bewoordingen vogelvrij verklaarde. Kok noemde het optreden van Steenhuis, die even tevoren met een kort geding had gedreigd naar de minister, 'onvolwassen’ en 'kinderachtig’. Het was alsof Sorgdrager al die tijd had gewacht op een dergelijk signaal. Opeens was haar immer afwachtende, twijfelende houding als sneeuw voor de zon verdwenen en nam ze haar toevlucht tot een arsenaal aan spijkerharde take no prisoners-middelen die tot dan toe tot het exclusieve domein van Docters van Leeuwen behoorden.
Docters van Leeuwen, pijnlijk getroffen, sprak schande van de grove wijze waarop Sorgdrager zijn inspanningen ten faveure van zijn buddy Steenhuis interpreteerde als een geval van ambtelijke muiterij. In het inmiddels wijd en zijd becommentarieerde briefje waarmee Docters zich bij zijn minister ziek meldde, beklaagt hij zich over de onheuse behandeling door de minister. Het was de vertwijfelde uitroep van een tot in het diepst van zijn wezen gekrenkte man, een smeekbede om genade ook.
Terecht hebben diverse Justitie-watchers reeds geoordeeld dat Docters wat dit betreft niet al te veel medelijden verdient. De ambtelijke bliksemcarrière van deze 'spijkerharde provocateur’ is geplaveid met geknakte reputaties van mensen die in zijn handen vielen. Docters van Leeuwen, de grote reorganisator, pleegt tanksgewijs over iedereen heen te walsen die op hem een zwakkere indruk maakt, zonder zich ooit iets aan te trekken van persoonlijke gevoeligheden. In feite valt hij nu in het zwaard dat hij zelf keer op keer voor onfortuinlijke ondergeschikten heeft gehanteerd.
De ironie wil dat Docters waarschijnlijk nog gelijk heeft ook als hij met de hand op het hart verklaart dat hij in de Groningse crisis nooit de ambitie heeft gekoesterd om zijn minister ten val te brengen. De procureur houdt vol dat hij geprobeerd heeft collega Steenhuis en de minister te verzoenen. De werkelijkheid is dat dat helemaal niets meer uitmaakt. Sorgdrager heeft hem de oorlog verklaard en neemt nu haar toevlucht, geheel in de stijl van het geschetste milieu, tot ieder beschikbaar middel. De Titanic die het Openbaar Ministerie is geworden, verkeert in zinkende staat, en het is nu ieder voor zich.
VOOR DE MINISTER beginnen nu roerige maanden. Voor de verkiezingen van mei heeft ze nog de tijd om de operatie uit te voeren die ze eigenlijk vanaf het moment van haar aantreden als minister had moeten inzetten. Het is voor haar nu ook erop of eronder. De eventuele terugkomst van D66 in het nieuwe paarse kabinet betekent zeker niet automatisch dat Sorgdrager wordt herbenoemd als minister. Er zijn genoeg partijgenoten die ook wel trek hebben in de functie.
Sorgdrager wordt terecht verweten dat ze te lang een afwachtende houding heeft aangenomen, niet duidelijk heeft laten zien waar ze stond in de troebele paleisoorlogen op haar ministerie. Het zou dan ook helemaal geen bevreemding hebben hoeven wekken als Kok afgelopen week ook zijn minister conform de eis van de Socialistische Partij de laan uit had gestuurd om de broodnodige reorganisatie van het ministerie zelf ter hand te nemen.
Sorgdrager heeft nu nog krap vier maanden de tijd om te bewijzen dat ze stevig genoeg in de schoenen staat om haar eigen zaakjes op te knappen. Het zal alles kosten wat ze aan politiek vernuft en moed in huis heeft. In feite moet ze nu in vier maanden bewijzen wat ze in vier jaar heeft nagelaten.
Het geeft haar in ieder geval de kans om af te rekenen met haar wat hybride imago van een minister die maar niet los kon komen van haar ambtelijke verleden en te nederig bleef voor mensen die in een eerder leven haar superieuren waren. Ook als haar eindsprint mislukt, kan ze in ieder geval met een opgeruimd gemoed afscheid nemen van de politiek. Zoals het oude rock 'n’ roll-spreekwoord al zegt: 'It’s better to burn out than to fade away.’