DE STATENVERKIEZINGEN VAN 7 MAART

De X-factor van de provincie

Bij de verkiezingen komende woensdag gaat het formeel over de Provinciale Staten, maar nergens gaat het over de staat van de provincie.

Het radiospotje dat de kiezer oproept komende woensdag toch vooral te gaan stemmen voor de Provinciale Staten, doet de luisteraar aanvankelijk denken dat hij warm wordt gemaakt voor de nieuwste tv-show van John de Mol. In een wirwar van tunes en fragmenten duiken woorden op als Idols en X-factor. De uiteindelijke boodschap is dat Nederlanders, die zo graag stemmen als De Mol & co dat vraagt, niet moeten vergeten dat op 7 maart ook leuk te doen. Het spotje lijkt wel een paradoxale wanhoopsdaad. Volgens jurylid Henkjan Smits van het tv-programma X-factor is iedereen altijd wel ergens goed in: zijn X-factor. De X-factor van de provincie is echter haar onzichtbaarheid, voortvloeiend uit enerzijds een niet altijd als negatief te beoordelen onbekendheid en anderzijds haar frustrerende machteloosheid. Juist deze eigenschappen verhouden zich slecht met opgewonden aandachttrekkerij. Maar de provincies moeten blijkbaar iets om nog een paar kiezers naar de stemlokalen te trekken.

De feitelijke gang van zaken rondom de Statenverkiezingen is zoals elke vier jaar. In een stad als Den Haag zijn de aanplakborden voor de verkiezingsaffiches vrijwel leeg, terwijl ze in het Brabantse dorp Schijndel vol hangen. Gewetensvolle kiezers, ongeacht waar, vragen zich vertwijfeld af wie die mensen zijn wier namen op de kieslijsten prijken, waar deze kandidaten voor staan en wat hun (lees die van de provincies) invloed is op het dagelijks leven. Kandidaat-Statenleden willen wel hulp van bekende politici in de campagne, maar willen ook weer niet dat hun show gestolen wordt door de landelijke politiek. En landelijke politici hebben daar begrip voor dan wel juist lak aan, naar gelang het hun uitkomt.

Het enige verschil dit keer is dat er een nieuw kabinet is. De regeringspartijen cda, pvda en ChristenUnie hebben om twee redenen belang bij een goede uitslag. Die zal direct worden uitgelegd als een waardering voor het kabinet en zijn koers, alle beweringen dat het op 7 maart toch echt om de provincie gaat ten spijt. Niet voor niets komt de Tweede Kamer deze week van reces terug om toch vooral het debat over de regeringsverklaring te kunnen voeren vóór de verkiezingen. Dat is allemaal gratis aandacht en zendtijd.

Daarnaast is het voor het kabinet belangrijk ook in de Eerste Kamer een meerderheid te verwerven en daarmee de zekerheid in de Senaat niet te worden tegengewerkt. Ook de oppositie heeft overigens baat bij het debat over de regeringsverklaring, en ook zij is uit op een meerderheid in de Eerste Kamer. Het hangt allemaal af van de uitslag van woensdag, omdat de Provinciale Staten de Eerste Kamer kiezen.

Het gaat komende woensdag dan wel formeel over de Provinciale Staten, maar nergens gaat het over de staat van de provincie. Juist daar zou veel over te zeggen en te discussiëren zijn. Is de maat van de Nederlandse provincie nog de juiste in de groter wordende Europese Unie en in een wereld waarin de economische concurrentie tussen industriële of toeristische regio’s hevig is? Zijn de taken en de bevoegdheden van de provincie om diezelfde redenen nog wel adequaat? Hoe verhoudt de macht van de provincie zich in dat licht bezien tot die van het rijk en de gemeente?

Directer geformuleerd is het de vraag of de provincie wel in staat is een besluit te nemen over de voor de economie belangrijk geachte aanleg van een weg. Of de provincie wel voldoende wilskracht en onafhankelijke kwaliteit in zich heeft om de verrommeling van de ruimtelijke ordening tegen te gaan. Of het wel het juiste gremium is om zich te bemoeien met het behoud van open ruimte voor recreatie.

Met het oog op de belangen van de Randstad pleitte nog tijdens de kabinetsformatie een commissie onder voorzitterschap van oud-premier Wim Kok voor de fusie van de vier provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland tot één Randstadprovincie. Het nemen van beslissingen over Schiphol, de Rotterdamse en Amsterdamse haven en de spoorlijnen en wegen in de drukke Randstad zou dan minder gehinderd worden door tal van bestuurlijke overleggen, ruzies en ander oponthoud. Om de andere provincies niet jaloers te maken hield de commissie-Kok nadrukkelijk de mogelijkheid open dat ook zij zouden fuseren en bedeelde de commissie de Randstadprovincie ook niet met speciale bevoegdheden.

Het rapport van de commissie is echter alweer gedeeltelijk in de la beland. In het regeerakkoord wordt niet gerept over een Randstadprovincie. Dat zou kunnen zijn uit angst voor veel tijd- en energieslurpende discussies, die met elke reorganisatie gepaard gaan. Of uit vrees voor de kiezer die zijn provincie ziet verdwijnen, waarmee die kiezer weliswaar bestuurlijk niets heeft, maar waarmee hij zich in sommige delen van het land wel emotioneel verbonden voelt.

In het regeerakkoord staat wel dat één coördinerend minister in samenspraak met provincies en gemeenten een urgentieprogramma voor de Randstad zal gaan opstellen. Gezien het aantal adviezen, analyses en noodkreten dat er al ligt, voelt dit aan als het overdoen van het huiswerk. Over het platslaan van de bestuurlijke drukte, zoals het in Haags jargon heet, wordt al jaren gepraat en geadviseerd, maar dat kan alleen slagen als de Haagse politiek de moed heeft de knoop door te hakken.

Als het nieuwe kabinet had besloten de vier provincies in de Randstad samen te voegen, was dat de beste reclame voor de Statenverkiezingen geweest. Dat had tot échte aandacht voor die verkiezingen geleid en tot discussies over taken, bevoegdheden en overbodigheden van de provincies. De waarlijke X-factor was erdoor in het spotlicht komen te staan en de keuze van de kiezer had uitgelegd kunnen worden als steun voor deze staatkundige ingreep of juist als verzet daartegen. Niet dat de Provinciale Staten uiteindelijk over het voortbestaan van de provincie beslissen. Maar dan waren deze verkiezingen tenminste eens één keer echt en met recht te vertalen geweest naar het kabinetsbeleid.