De zaak a.j. van der leeuw

Toen ik na afloop van de zitting nog even met A.J. van der Leeuw, de hoofdaanklager, napraatte, betrapte ik mijzelf op tegenstrijdige gevoelens. Ik was er na bestudering van het dossier oprecht van overtuigd dat René Zwaap, de schrijver van het artikel dat De Groene Amsterdammer met de Raad voor de Journalistiek confronteerde, zich niet buiten de grenzen van de journalistieke welgevoeglijkheid had begeven.

Anderzijds schiep ik geen behagen in het feit dat Van der Leeuw zich nu nog, op zijn hoge leeftijd, moest verantwoorden voor eventuele misstappen, die onmiskenbaar onder de pekelzonden vallen. Zwaap spreekt over de ‘verregaande loyaliteit aan de bezetter’ die Van der Leeuws studentenvereniging Vindicat demonstreerde, wat mij geen onbehoorlijke omschrijving lijkt van een club die beloofde voor de Winterhulp te collecteren en de Arbeidsdienst een 'royaal onthaal’ op 'een onvergetelijke avond’ studententoneel bezorgde. Het was allemaal aan het begin van de Duitse bezetting waarin velen in Nederland zich in de 'morele grijszone’ bewogen, om de Niod-directeur J.C.H. Blom te citeren en ook Vindicat was, zo te zien, in eerste instantie geneigd zich met de Duitse bezetter te accorderen. Laat ik eerst de argumenten citeren waarop de Raad voor de Journalistiek de klacht van A.J. van der Leeuw gegrond heeft verklaard: 'Het artikel van 9 september 1998 is met name waar het de passages over Van der Leeuw betreft, beschuldigend van toon. De omschrijving van verregaande loyaliteit aan de bezetter is kennelijk malicieus bedoeld. Daarmee wordt een beeld opgeroepen van “heulen met de vijand”. Deze kwalificatie wordt echter onvoldoende gedragen door de bijeengebrachte feiten, nu daaruit slechts blijkt dat Van der Leeuw, c.q. Vindicat in een vroege periode van de bezetting niet actief stelling hebben genomen tegen de afgekondigde maatregelen tegen joodse docenten en studenten en organisaties als de Opbouwdienst en de Winterhulp. Publicatie van een beschuldiging als deze had niet mogen plaatsvinden zonder Van der Leeuw tenminste gelegenheid tot een weerwoord aan te bieden. Zeker nu de eerste publicatie, naar betrokkenen stellen, bedoeld was om een discussie op gang te brengen, had de ingezonden brief van Van der Leeuw geplaatst moeten worden. Dat de brief zelfs niet is beantwoord, is onder deze omstandigheden te meer onjuist.’ Onjuist? Hier is mij de Raad voor de Journalistiek waarachtig te mild, ook al is het mijn eigen weekblad dat in de verdachtenbank heeft gezeten. Onjuist? Ik zou liever de woorden onbegrijpelijk en onaanvaardbaar gebruiken. Ingezonden stukken, mits het onberedeneerd getier ontstegen, horen sowieso de hoogste prioriteit te genieten, laat staan zo'n brief van een gewicht als die van A.J. van der Leeuw, waarin de man niets meer of minder dan zijn reputatie verdedigde. Ik heb uit pure plaatsvervangende schaamte onmiddellijk proberen na te gaan hoe zoiets heeft kunnen gebeuren, zonder dat mijn speurwerk overigens tot een concreet resultaat heeft geleid. Eén ding was al snel duidelijk. De brief belandde ter redactie in een ongewoon hectische week. De hoofdredacteur was net afgetreden en de nieuwe hoofdredactie a.i. was nog niet aangetreden. Het is hoogstens een verklaring, maar nooit en te nimmer een verontschuldiging. Ik kan in mijn machteloosheid niets beters bedenken dan Van der Leeuws weerwoord (hij had gelukkig een kopie) deze week alsnog af te drukken, bijna een jaar na dato, wat ongetwijfeld een unicum in de persgeschiedenis is. Over de interpretatie van het gewraakte artikel is de Raad voor de Journalistiek vaag: 'De Raad stelt voorop dat men over de interpretatie, die aan bepaalde historische documenten moet worden gegeven, van mening kan verschillen.’ Zelf ben ik, nu ik na deze uitspraak het dossier heb herlezen, tot minder terughoudendheid geneigd. Ik ben - in alle oprechtheid gesproken - nog steeds van mening dat de Groninger studentenvereniging Vindicat zich in het begin van de oorlog te veel heeft 'geaccordeerd’ en tegelijkertijd vind ik dat de jonge A.J. van der Leeuw, even later een der voorlieden van het plaatselijke studentenverzet, zich al snel heeft gerehabiliteerd.