De zak-agenda

Hij weigert cartoons te maken waarin politici figureren. Liever tekent hij een stoel met doorgezakte poten, om duidelijk te maken dat Dehaene erop gezeten heeft. Een gesprek met de Vlaming Jacques Moeraert, beter bekend als Zak.
HIJ HEET JACQUES Moeraert, maar hij is vooral bekend als Zak, de huiscartoonist van De Morgen. Hij heeft net de laatste hand gelegd aan zijn Zak-agenda, een selectie van 56 tekeningen van de laatste drie jaar, die in het najaar in de boekhandel moet liggen. We treffen elkaar in ‘t Vosken, een cafe-restaurant in het hart van Gent waar Hollandse toeristen zich die middag culinair laten verwennen. Hij observeert alles nauwlettend, bekent zonder directe aanleiding dat hij indertijd leuke verhalen over zijn naam Zak heeft verzonnen. Moeraert: 'Wie de naam “Zak” een keer heeft gezien, vergeet hem nooit meer. Hij relativeert mezelf en de dingen waar ik mee bezig ben een beetje. Meer moet je er echt niet achter zoeken.’

In een ver verleden bracht hij zijn tekeningen naar de krant Het Volk, omdat de redactie in de buurt lag. De trein naar Brussel nemen om bij andere kranten langs te lopen zag hij toentertijd niet zo zitten. Hij moet er nu hartelijk om lachen, net als om het zogenaamde engagement van een tekenaar.
‘Waar is de tijd dat ik dacht dat ik iets te vertellen had? Hoe ouder je wordt, hoe meer je alles relativeert om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat je niets te vertellen hebt. Er zijn nog altijd mensen die denken dat ik politieke cartoons teken. Niets is minder waar. Eigenlijk haat ik politieke tekeningen, vooral omdat sommige tekenaars denken dat ze zo nodig hun mening moeten verkondigen, of dat ze middels een cartoon het politieke spel kunnen beinvloeden. Dat is je reinste onzin.
Er zijn nog altijd enkele taboes in Vlaanderen, maar die zijn anders bij De Morgen dan bij het rooms-katholieke weekblad Kerk en Leven. De eerste jaren van De Morgen, toen de krant nog dicht tegen de socialistische partij aan leunde, kon de redactie zich nog niet helemaal onafhankelijk opstellen. Ik heb toen enkele tekeningen gemaakt waarin ik het werk van de redactie op de korrel nam. Ik bedoel: de redactie voorstellen als partijslaaf van de socialisten, de volgzaamheid doorprikken, het groepsgevoel ridiculiseren, enzovoort.
Het groepsgevoel leeft nog sterk. Als ik wil dat er over enkele dagen in De Morgen een brievencampagne op gang komt, dan is een tekening over bijvoorbeeld de holocaust voldoende. Hetzelfde geldt voor de katholieke kerk of het humanistisch verbond. Mensen willen kennelijk altijd bij een groep thuishoren. Vreemd is dat. Ik hoor bij geen van die sekten thuis. Ik heb enkel een lidmaatschapskaart van een biljartclub.’
Zak, een tedere anarchist?
'Het is niet omdat ik weiger het spel mee te spelen dat je me als een anarchist mag bestempelen. Ik bekijk alles van een afstand en probeer daar vervolgens op een creatieve manier mee om te springen. Eigenlijk is mijn kijk op de wereld vrij mild, ofschoon sommigen me behoorlijk cynisch vinden. Ach, het leven heeft nauwelijks zin. De meesten denken daar anders over. Ze zeggen dat je het leven zin moet geven. Wel, dat is het mooiste bewijs dat het leven geen zin heeft. Wat je hier ook op aarde doet, het is uiteindelijk allemaal een beetje bezigheidstherapie.’
{ WIJLEN KONING Boudewijn en de Brusselse politicus Paul Vanden Boeynants waren indertijd geregeld terugkerende personages in zijn cartoons. Na de dood van de Belgische vorst heeft hij zelden nog een politicus getekend. Moeraert: 'Koning Boudewijn en Vanden Boeynants heb ik altijd als de laatste Belgen beschouwd. Vanden Boeynants was een slager bij wie de koning geregeld over de vloer kwam. Het ging nooit echt over hen, maar beiden hadden het vooral over de actualiteit. Ik weiger voortaan nog politici te tekenen, omdat ik vind dat er veel interessanter mensen op de wereld rondlopen. De gewone man uit de straat heeft doorgaans meer te vertellen dan een politicus die alleen maar op electoraal voordeel uit is.
Ik zet me vooral af tegen de media die politici maken. Wat weten we van die mensen? Hoe is Willy Claes, de afgetreden Navo-secretaris-generaal, prive? We kennen alleen de politicus door middel van televisie, radio, kranten en tijdschriften. Het interesseert me niet echt of zo'n man al dan niet veel macht heeft. Ik zie Claes veeleer als een onnozel en schriel ventje dat achter een enorm bureau zit en beslist of andere mensen al dan niet gebombardeerd zullen worden. Dat is toch waanzinnig? Uiteindelijk heeft het weinig belang wie hem heeft opgevolgd. Zo'n Navo-secretaris-generaal moet altijd een vast scenario volgen. Wie het waagt ervan af te wijken, kan beter meteen opstappen.
Je moet al per definitie machtsgeil zijn om zo'n post te ambieren. Het zal dan ook wel geen toeval zijn dat Ruud Lubbers deze job ambieerde. Voor hem kon Claes wellicht niet vroeg genoeg aftreden.
Vooral de manier waarop de Belgische pers de hele zaak uit de doeken heeft gedaan, vind ik nog altijd uiterst zwak. Geen enkele Vlaamse journalist heeft het dossier-Claes grondig bestudeerd. Toen de populaire krant Het Laatste Nieuws kopte dat Claes schuldig was, was dat niet op concrete feiten en bewijsmateriaal gebaseerd. Die krant kwam niet eens met een stevig dossier en facts aanzetten. Dat is toch geen ernstige journalistiek meer! Op die manier wordt de brave Belg voor de zoveelste keer in het ootje genomen. En als je dan het hele dossier zou publiceren, zou geen kat dat lezen. Waar zijn we uiteindelijk mee bezig? Belgie is een bananenrepubliek waar premier Dehaene vrij zijn gang kan gaan. Er is bijna niemand die het waagt hem eens flink op de vingers te tikken.
Het ergste is dat tegenwoordig iedereen over alles en nog wat een mening moet hebben. Mensen die bijvoorbeeld nooit naar RTL4, Veronica of VTM hebben gekeken, vinden commerciele televisie per definitie slecht. Iedereen bemoeit zich vandaag de dag overal mee. Ik heb het knap moeilijk met die arrogantie. Ik heb er niets op tegen als mensen naar soap kijken. Als ze zich daarmee amuseren is dat toch leuk? Waar haalt iemand het recht vandaan om een ander te verbieden naar iets te kijken wat hij leuk vindt?’
{ HIJ ZAL NOOIT strips tekenen, omdat hij zichzelf geen verteller vindt. 'Ik lever elke dag als het ware het laatste prentje van een strip af. Het nadeel is dat ik geen oeuvre kan tonen. Mijn werk staat elke dag in De Morgen. Ooit heb ik mijn beste tekeningen in een boekje gepubliceerd. Als je dat een keer gedaan hebt is het leuke er meteen af. Van een op de tien tekeningen kan ik een jaar later nog genieten. Maar na jaren vind ik ze misschien niet eens goed meer.’
De Belgische premier Dehaene heeft geruime tijd geleden de belangrijkste politieke cartoonisten op zijn kabinet uitgenodigd. Zak was de grote afwezige. Of hij daar rouwig om was?
'Dehaene is een bijzonder intelligent man. Hij weet dat ik geen politiek cartoonist ben. Eigenlijk was ik zeer vereerd dat ik niet gevraagd was. Dat etentje was vooral bedoeld om de premier de kans te bieden tegen die tekenaars te zeggen hoe leuk hij hun tekeningen vond. Slijmen noem ik dat.
Dehaene vindt het wellicht leuk als hij in een cartoon mag figureren, maar ik teken hem nooit. Bij de regeringsformatie heb ik enkel een stoel getekend waarvan de poten enigszins waren doorgezakt. Dat was om de lezer duidelijk te maken dat Dehaene erop had gezeten. Hopelijk heeft hij dat niet gezien.
Ik weiger politici te tekenen, omdat ik weet dat ze dat leuk vinden. Ik wil vooral mezelf amuseren, anders houd je dit vak nooit lang vol. Wat me hoofdzakelijk interesseert is de neerslag van de politiek op het gewone leven. Ik houd niet van de koffiekamer van het parlement waar politici en journalisten elkaar ontmoeten. De kloof ligt niet zozeer tussen politici en burgers, maar veeleer tussen politieke journalisten en politici.’
HIJ NIPT BEHOEDZAAM van zijn rode wijn, haalt de schouders op en vraagt zich hardop af welke Belgische toestanden hij nog kan doorprikken.
'Wat valt er in dit landje nog door te prikken? Hebben we alles al niet een keer gehad? Ik bekijk alles van een afstand en probeer dat in een tekening te vertalen. Vandaar dat ik me de laatste jaren meer als een chroniqueur dan als een tekenaar beschouw.’
Werkt u voor een elite?
'Als je met het lezersaantal van De Morgen rekening houdt, werk ik vooral voor een klein publiek. Ach, ik lig daar al lang niet meer wakker van. Misschien teken ik uiteindelijk maar voor een lezer. Relativeren is het sleutelwoord. Ik heb met mijn tekeningen nooit een boodschap willen brengen, maar veeleer een doorgetrokken mening. Ook daarvan ben ik afgestapt, ik teken mijn kijk op het leven. Als de lezers dat grappig vinden, is het leven wellicht ook een grap. Ik kan ook moeilijk lachen om moppen, tenzij ze bijzonder goed en origineel zijn.’
Enige tijd geleden is hij op verzoek van het produktiehuis ID-tv begonnen met het maken van korte animatiefilmpjes waarin een zekere Knito de hoofdrol speelt. Hij verhult niet dat hij lang heeft geaarzeld alvorens de stap naar animatiefilm te zetten.
'Ik heb me eindelijk aan de audiovisuele wereld leren aanpassen, maar mijn grote liefde blijft het tekenen van cartoons. Dat wil zeggen met potlood, inkt en papier bezig blijven. Ik lijk wel een stuk archeologie op de redactie van De Morgen, waar iedereen voor zijn beeldscherm zit.
Ik heb lang geaarzeld om Knito in een animatiefilmpje op te voeren, omdat ik me afvroeg of ik plezier aan dat werk zou beleven. Het schrijven van scenario’s voor Knito is een leuke bezigheid. Knito is een manneke dat op de wereld rondloopt en ondanks zijn goede bedoelingen voortdurend met pech wordt geconfronteerd. Hij is het leven zelf, want het eindigt altijd slecht.
Knito staat in schril contrast met alles wat de Disney-studio’s produceren. Als in een Disney-film hondjes worden gestreeld, zullen ze bij Knito in mootjes worden gehakt. Koeien gaan op de rails liggen om zelfmoord te plegen, enzovoort.
Eerlijk, ondanks alles probeer ik er het beste van te maken. Zelfs als Knito een internationaal succes tegemoet gaat, blijf ik rustig cartoons tekenen. Ik ben immers te oud geworden om me nog om te scholen en de cursus van cartoon tot animatie te volgen. Ik moet er niet aan denken. Ik zit hier uit mijn nek te kletsen, maar misschien bestaat zo'n cursus wel.’
{ OOIT ONTWIERP HIJ covers voor Knack, het enige informatieweekblad dat Vlaanderen rijk is. Hoe kwam er een einde aan de samenwerking?
'Ik kan me dat niet meer herinneren. Op een dag heb ik er geen tekeningen meer aangeboden. Dat is alles. Ik heb nooit rekening gehouden met het blad waarvoor ik teken. Wie mijn cartoon wil hebben, mag hem publiceren.
Vlaanderen is zo klein dat ik hier maar voor een blad kan tekenen. In Nederland verschijnt mijn werk in De Groene Amsterdammer, teken ik voor Milieudefensie en voor het maandblad van de Nederlandse Spoorwegen.’
Lichte tinteling in de ogen als hij aan zijn werk voor De Zwijger, het ter ziele gegane satirische blad van Johan Anthierens, wordt herinnerd.
'Het is dank zij mijn werk voor De Zwijger dat ik bij De Morgen terecht ben gekomen. Ik heb er vooral tegen de deadline leren werken, iets dat me nu uitstekend van pas komt. Bovendien heb ik bij De Zwijger mijn vlotte tekenstijl ontwikkeld. Het was een mooi en leuk avontuur dat net lang genoeg heeft geduurd. Alles wat vroeger niet in de krant mocht verschijnen, kon je aan het einde van de week in De Zwijger lezen. Dat is nu allemaal voorbij. Je vindt tegenwoordig overal satirisch stukken. Satire blijft niet langer beperkt tot een elite en dat is maar goed ook.’
Ondanks alles is Zak een tevreden mens op deze aardbol?
'Ik heb altijd willen tekenen, omdat ik er nog altijd van overtuigd ben dat de mens niet gemaakt is om te werken. Tekenen is hard bezig zijn en jezelf goed amuseren. Eigenlijk lummel ik hier een beetje rond en kom ik niet om van de honger. Meer stelt het allemaal niet voor.’