Het business-verleden van Edwin de Roy van Zuydewijn

De zaken en de man

Er komt geen einde aan de ophef en geheimzinnigheid rond Edwin de Roy van Zuydewijn. Uit zijn business-verleden blijkt dat de echtgenoot van prinses Margarita meermalen op dubieuze wijze handelde.

«Onze kennismaking met Edwin de Roy van Zuydewijn was kort maar krachtig», zegt Anthony Bailey, directeur van Eligo Public Relations International in Londen. Bailey liep de latere echtgenoot van prinses Margarita eind 1997 tegen het lijf op een bal in Parijs. «Ik had zojuist het consultancy-bedrijf Burson-Marsteller verlaten en was bezig samen met mijn collega Pablo Carrington, afkomstig van Roland Berger in Parijs, een eigen pr-bedrijf op te zetten. De Roy van Zuydewijn, die zich voorstelde als baron, zei dat we beslist moesten samenwerken. Hij was net afgestudeerd in Oxford en zei te beschikken over goede contacten bij Nederlandse ministeries, in adellijke kringen en in het koninklijk huis.»

De firma Eligo werd bij de Londense Kamer van Koophandel ingeschreven op 17 februari 1998. Hoewel hij geen eigen geld inbracht, werd De Roy van Zuydewijn aangesteld als directeur naast Bailey en Carrington. Zijn taakgebied was de Benelux en hij hield kantoor in Brussel en later in Amsterdam. Eligo deed vanaf de oprichting goede zaken. Het bedrijf heeft inmiddels een forse lijst van tevreden klanten, onder wie Margaret Thatcher, de voormalige Peruaanse president Fujimori, president Petar Stoyanov van Bulgarije, de nodige Saoedische sjeiks en een rits Europese edellieden, onder wie prins Charles en de hertog van Bragança. De samenwerking met De Roy van Zuydewijn werd echter binnen vier maanden verbroken.

«De Roy van Zuydewijn claimde onder meer dat hij had gewerkt voor het Europees Parlement, grote bedrijven als Shell en ABN Amro en internationale denktanks», schrijft de huidige leiding van het bedrijf in een persbericht van 12 maart 1998. «Hij wist echter niet één contract op het gebied van public relations in de wacht te slepen. Na vier maanden besloten de meerderheidsaandeelhouders (Bailey en Carrington — ab) de samenwerking met De Roy van Zuydewijn met onmiddellijke ingang te beëindigen. Sinds zijn aftreden als directeur op 16 juni 1998 hebben het bedrijf en de directeuren geen contact meer met hem gehad.»

Op de website van Eligo stond tot voor kort te lezen dat het bedrijf opdrachten had uitgevoerd voor de Nederlandse ministeries van Landbouw, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking. Deze ministeries ontkennen tegen over De Groene Amsterdammer dat ze ooit zaken hebben gedaan met enig bedrijf genaamd Eligo. Die cliëntnamen had De Roy van Zuydewijn op de website laten zetten, aldus Bailey, die de site intussen grondig heeft gerenoveerd. «Na vier maanden ontdekten we dat hij niet over de vereiste contacten beschikte om zaken te doen. Toen hebben Carrington en ik hem gedwongen terug te treden. Het kostte ons grote moeite hem uit het bedrijf te verwijderen, zowel juridisch als fysiek. Er zit nog altijd een gat in de vloer van zijn toenmalige kantoor, een stille getuige van de scènes die hij maakte.»

Edwin de Roy van Zuydewijn is vanwege een «tragische gebeurtenis» niet bereikbaar voor commentaar op zijn mislukte directeurschap bij Eligo. Zijn advocaat Peter Nicolaï zegt na ruggespraak met zijn cliënt dat de zaak eigenlijk omgekeerd lag en dat Bailey en Carrington hém destijds hebben bedrogen: «Edwin heeft nota bene de huisstijl van Eligo ontworpen en veel ander nuttig werk voor het bedrijf gedaan. Volgens hem waren het Bailey en Carrington die windhandel dreven en voortdurend met adelsboeken in de weer waren.» Het hoe en waarom van de toedracht kan Nicolaï echter niet verklaren, te meer omdat De Roy van Zuydewijn destijds zonder voorbehoud voor zijn ontslag tekende.

Dat geldt ook voor andere vragen betreffende De Roy van Zuydewijns financiële handel en wandel na zijn ontslag bij Eligo in Londen. «Toen Edwin in 2001 met prinses Margarita trouwde en met haar een kasteeltje in Auch betrok, heb ik wel even achter mijn oren gekrabd», zegt Bailey. «Was het dan toch waar dat hij beschikte over de koninklijke connecties die hij in 1998 claimde? Later vernam ik dat hij de prinses pas in 1999 heeft leren kennen, dus geruime tijd nadat hij bij ons ontslagen was. Ik was ook niet verbaasd toen ik op de ochtend van het kamerdebat in uw land in The Times las dat Edwin de Roy van Zuydewijn bij u als ‹nep-baron› de publiciteit haalde. Wat me wel verontrust, is dat hij vandaag de dag nog steeds opereert onder de naam Eligo.»

Nadat hij de Londense firma Eligo verliet, heeft De Roy van Zuydewijn twee eenmans bedrijven onder de naam Eligo in Amsterdam ingeschreven. Op 28 oktober 1998 richtte hij de BV Eligo Analyse & Advies op, een «adviesbureau op het gebied van politiek en economie in opdracht van bedrijven en overheden». Op 1 september 2000 kwam daar een tweede firma bij: de BV Eligo Invest. Bailey zegt dat zijn firma momenteel gerechtelijke stappen overweegt wegens misbruik van de bedrijfsnaam. Nicolaï noemt die gedachte «komisch» omdat Edwin juist nu bezig zou zijn gerechtelijke stappen tegen Bailey en Carrington voor te bereiden.

Het is de vraag hoeveel schadevergoeding Bailey en Carrington bij hun voormalige compagnon kunnen claimen. Voor de eenmans bedrijfjes zijn geen jaarrekeningen gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Als De Roy van Zuydewijn er inkomsten uit verkreeg, dan heeft hij die waarschijnlijk correct opgegeven aan de Amsterdamse Sociale Dienst. Dat blijkt althans uit een brief van de dienst van april 2002 naar aanleiding van een onderzoek naar De Roy van Zuydewijns financiën: «Op basis van dit onderzoek bestaat er geen reden om tot terugvordering van de verleende bijstand over te gaan.»

Omdat hij van 1997 tot 1999 bijstand ontving, mag worden aangenomen dat hij in die tijd geen andere inkomsten of eigen vermogen had. De vraag is dus gewettigd hoe hij op 28 mei 2001 de aankoop van zijn softwarebedrijf Fincentives financierde. Tot die datum heette het bedrijf Leba BV. Leba was een beleggingsfirma (in bedrijfsjargon: een «geldzakje») van medewerkers en relaties van F. van Lanschot Bankiers. In het bestuur zat onder anderen de huidige bestuursvoorzitter van Van Lanschot, Harry Baeten. Getuige de jaarrekeningen gebeurde er niet veel in de boeken van Leba, maar de kaswaarde bedroeg rond de 2,5 miljoen gulden. Sedert De Roy van Zuydewijn het overnam en omdoopte tot Fincentives heeft hij er naar zeggen van zijn eerste advocaat Frits Slagter rond de vier miljoen euro eigen geld in geïnvesteerd.

De Roy van Zuydewijn claimt zoals bekend dat Fincentives is tegengewerkt door het koninklijk huis en daardoor miljoenenorders misliep. Over het jaar waarin hij de enige directeur en aandeelhouder van Fincentives was, is echter ook al geen jaarrekening gedeponeerd. Volgens de huidige directeur Olivier Lambert, die het noodlijdende Fincentives op 21 juni 2002 van Edwin kocht, zijn er nimmer miljoenen in het bedrijf omgegaan. Het blijft hoe dan ook een raadsel hoe De Roy van Zuydewijn zich in 2000 de aankoop van het bedrijf kon veroorloven. Een mogelijke verklaring ligt in het feit dat Margarita in een eerder stadium wegens onenigheid met de huisbankier van Oranje, MeesPierson Bankiers, haar gehele vermogen had overgebracht naar Van Lanschot en dat de aankoop van Fincentives is gefinancierd met haar geld.

Nicolaï gaat niet nader op de kwestie in, maar wijst het bedrag van vier miljoen euro aan verloren investeringen van de hand: «Ik weet niet hoe Slagter daaraan kwam, mij lijkt het uit de lucht gegrepen. Edwin heeft eigenlijk voor alles een redelijke verklaring en die wil hij graag in een gesprek van man tot man toelichten. Het is jammer dat ik hem zo slecht kan bereiken.» Pogingen tot een afspraak mislukken tot tweemaal toe. De Roy van Zuydewijn noch Nicolaï geeft antwoord op gedetailleerde e-mail-vragen van De Groene Amsterdammer. Dat is jammer, want het is denkbaar dat de onderzoeken die de BVD en de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) in de loop van 2000 naar Edwins antecedenten verrichtten, waren ingegeven door twijfels omtrent zijn zakelijke verleden.

In het kamerdebat van 12 maart beperkten premier Balkenende, minister Donner van Justitie en CDA-fractieleider Maxime Verhagen, voorzitter van de vaste kamercommissie voor de inlichtingen en veiligheidsdiensten, zich tot de vaststelling dat er «vragen ten aanzien van De Roy van Zuydewijns integriteit» waren gerezen. Zoals bekend konden BVD en DKDB geen politieke of criminele bezwaren tegen Edwin vinden. Wat waren dan de «resterende twijfels» die, in de woorden van minister Donner, aanleiding waren om «de vader van het meisje op de hoogte te stellen»?

Nicolaï ontkent dat die twijfels waren ingegeven door De Roy van Zuydewijns episode bij Eligo en zijn ongeautoriseerde gebruik van de bedrijfsnaam. Uit verklaringen van Margarita en Edwin blijkt echter dat zij door vader Hugo Carlos boven een kopje thee in Des Indes wel degelijk geconfronteerd werden met vragen over de periode 1997-99. Edwin zou de Sociale Dienst hebben opgelicht en bovendien zijn besmet met het HIV-virus omdat hij enige tijd aids-buddy was geweest. Die beschuldigingen zijn inmiddels ontkracht, maar dat geldt niet voor de indruk dat De Roy van Zuydewijn een dubieuze zakenman was, die wellicht lichtvaardig zou omspringen met het familiekapitaal van Margarita waaruit ook Hugo Carlos graag putte. Margarita bracht haar kapitaal over naar Van Lanschot omdat MeesPierson zonder haar toestemming een bedrag van honderdduizend gulden had overgemaakt aan Hugo Carlos zodat hij «zijn levensstijl kon handhaven».

De rol van prins Bernhard

«Niet de Koningin, maar prins Bernhard heeft eind 2000 opdracht gegeven tot het onderzoek van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) naar Edwin de Roy van Zuydewijn. Bovendien heeft Bernhard zijn particuliere connecties ingeschakeld om de Amsterdamse woningen van De Roy van Zuydewijn en prinses Margarita in de gaten te houden.»

De oorlog in Irak is nog niet voorbij of advocaat Peter Nicolaï lanceert een nieuwe beschuldiging aan het adres van het Koninklijk Huis. Bernhards rol als opdrachtgever van het DKDB-onderzoek zou blijken uit vertrouwelijke brieven en rapporten van politie, Justitie en de DKDB die in een WOB-procedure boven tafel zijn gekomen. «De naam is uitgewist», zegt Nicolaï, «maar als je op de betreffende plaatsen in hetzelfde lettertype ‹Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard› intikt, past het precies.»

Bernhards particuliere schaduwactie wordt bevestigd door journalist Marc van der Linden van het weekblad Weekend. Van der Linden vernam van een van zijn vaste bronnen, een man die in de omgeving van Bernhard verkeert, dat hij in opdracht van Bernhard tien tot vijftien keer bij de drie huizen heeft gepost. De journalist heeft hier over een beëdigde verklaring afgelegd.

Volgens Nicolaï zou de prins de onderzoeken hebben gelast vanwege een oude vete met een oom van Edwin. Deze Charles de Roy van Zuydewijn was eind jaren zeventig topman bij uitgeverij VNU. Twee bladen van VNU, Nieuwe Revu en Panorama, schreven in die tijd buitengewoon kritisch over Bernhards oorlogsverleden. Nieuwe Revu onthulde bijvoorbeeld het bestaan van een brief die Bernhard op 24 april 1942 aan Adolf Hitler had geschreven. Zodra Bernhard vernam dat Charles’ neef een huwelijkskandidaat van Margarita was, zou hij alles op alles hebben gezet om hem buiten de koninklijke familie te houden.

«Het lijkt me een broodje aap», zegt Derk Sauer, ten tijde van de Lockheed-affaire verslag gever en later hoofdredacteur van Nieuwe Revu. «Charles de Roy van Zuydewijn had met die publicaties niets te maken. Onze verslaggeving over Bernhard kwam aan het rollen door een interview met een ontevreden ex-agent van Lockheed. Van rechtstreeks contact tussen de redactie en De Roy was geen sprake.» Onderzoeksjournalist Jan Portein, die de meest geruchtmakende Bernhard-artikelen in Nieuwe Revu schreef, kan zich de man niet herinneren: «Het zou me overigens niet verbazen als Bernhard een mannetje bij de huizen van Edwin en Margarita heeft laten posten. Hij heeft er altijd een netwerk van scharrelaars en kippendieven op nagehouden die zulke klusjes voor hem deden, maar dat is een ander verhaal.»