Brendan Gleeson als Colm (in de kamer) en Colin Farrell als Pádraic in The Banshees of Inisherin © Jonathan Hession / Searchlight Pictures

Wat een fijne fecking film is dit, like. Zo fijn dat hij in je hoofd gaat zitten. The Banshees of Inisherin. Na een tijdje kijken heb je zelfs zin te gaan praten zoals een inwoner van het fictieve Ierse eiland waar dit nieuwe werk van regisseur en toneelschrijver Martin McDonagh zich afspeelt. Alles lijkt en klinkt wel als poëzie: het romantische kustlandschap, de stuurse dorpelingen, de eenzame vrouw die alleen maar boeken heeft als troost, en het duister in de harten van hoofdpersonen Pádraic (Colin Farrell) en Colm (Brendan Gleeson) die gewikkeld zijn in een strijd om leven en dood, ook al is de inzet zoiets simpels als een verzuurde vriendschap.

Het verhaal speelt zich af aan het einde van de Ierse Burgeroorlog, rond begin jaren twintig van de vorige eeuw. Op het eiland kun je de explosies en geweerschoten in de verte horen, komende vanaf het vasteland. Het conflict weerspiegelt de ruzie tussen Pádriac en Colm. Colm heeft van de ene op de andere dag besloten geen vrienden meer met Pádriac te willen zijn. Als Pádriac de brute afwijzing niet accepteert, dreigt Colm, vioolspeler, met drastische stappen: een voor een zal hij een vinger afknippen met een tuinschaar.

Veel van de magie van de film komt van de klik tussen Farrell en Gleeson, van hun tweemanschap, eerder zo onvergetelijk effectief in McDonaghs gangsterfilm In Bruges (2008). Soepel laveert de regisseur tussen comedy en tragedie in scènes waarin Pádraic smekend aan Colm vraagt waarom hij in hemelsnaam geen vrienden meer wil zijn. De reden – ‘I just don’t fecking like you no more, like’ – is banaal. En hilarisch. Maar evenzeer is duidelijk dat beide mannen in een diepe crisis zitten. Nog mooier is de hartenkreet van Pádraics zus Siobhán (Kerry Condon): ‘You’re all fecking boring!’ waarmee ze bedoelt álle mannen op het eiland, zelfs Dominic (Barry Keoghan), een gevoelvolle jongeman die misschien wel verstandelijk gehandicapt is, hoewel, zoveel verschilt hij ook weer niet van de andere mannen in dit verhaal.

De rol van Dominic brengt samen met de in widescreen gefotografeerde kust David Leans Ryan’s Daughter (1970) in de herinnering, dat zich ook op een Iers eiland afspeelt waar de inwoners geïsoleerde levens leiden en lang onderdrukte gevoelens tot uitbarsting komen. (Wie zal ooit John Mills’ wonderlijke, over-de-top-performance van de dorpsgek met de klompvoet vergeten? Ryan’s Daughter. Een ondergewaardeerd meesterwerk.)

Zoals Lean zoekt McDonagh naar de connectie tussen landschap en de menselijke geest. Juist in de natuur vinden de personages een staat van zijn waar ze naar hunkeren, zoals Colm die eindeloos naar de zee tuurt. Tegelijkertijd komen ze oog in oog te staan met krachten waar ze niets van begrijpen. Het zou onverstandig zijn om hierover uit te weiden, behalve dit: in de Keltische folklore is een banshee een geest, brenger van de doodstijding.

Te zien vanaf 26 januari