De zeeman moet dood

Theater Bellevue, 20 t/m 24 september. Tel.: 020-624.72.48
De jonge zoon bespiedt zijn moeder en de zeeman tijdens het vrijen. Hij zegt: ‘Het is een beest dat ik zie. Een beest. Octopus. Acht poten. Maar twee ruggen. Beest dat zichzelf bevrucht in deze mensenkamer. Mijn moederskamer. Mijn beest dat zweet en hijgt, dat graait en vraagt, draait en rolt. Zoals het vroeger deed toen het mij maakte. De ogen van papa, de mond van mama. De borst van papa, het haar van mama. Ik ben meer dan van zomaar samensmelting. Ik ben zweet en speeksel. Angst, bloed en geiligheid. Halve zinnen uit verschillende kelen. Samen het woord, het begin. Het is een heilig patroon. Ik ben de dertienjarige schepper van dit patroon. Als het ooit verstoord zal worden, zal dat het einde van de wereld betekenen. Ik denk dat ik alles zou doen om dat te voorkomen. Al was het nog zo verschrikkelijk.’

En verschrikkelijk is het. De zoon ziet zijn held, de zeeman, afglijden naar iets vreselijks. Hij ziet een tweede vader. En die moet dood. Net als de eerste.
Ieder seizoen ziet de recensent wel een paar voorstellingen die door omstandigheden onterecht vergeten worden. Zeestuk door De Federatie was het afgelopen seizoen zo'n voorstelling. Op basis van Yukio Mishima’s novelle Een zeeman door de zee verstoten verbeeldde De Federatie, een betrekkelijk nieuwe acteursformatie, in het voorbije voorjaar de fantasieen van een moeder die in de armen van een zeeman de genietingen van haar gestorven echtgenoot herbeleeft, en de teleurstellingen van haar zoon, die in de zeeman een wilde held zag maar hem in de slaapkamer van zijn moeder ziet afdalen naar het onverdraaglijke cliche van de minnaar.
De van zijn voetstuk gestoten held moet dood. Tot het vonnis wordt in de beslotenheid van de geheime jongensclub definitief besloten. De zoon doet nog een poging: ‘Is hij niet gewoon te redden? Er moet toch een mogelijkheid zijn?’ Maar de leider van de jongensclub is onverbiddelijk: 'Leraren, vaders, scholen, het zijn wij die alle puinhopen maar toelaten. En niet omdat we machteloos zouden zijn. Het toestaan is een groot voorrecht van ons. En als we ook maar enig medelijden zouden hebben, zouden we niet in staat zijn dit alles koelbloedig toe te staan. Waar het op neerkomt is dat we voortdurend ontoelaatbare dingen toelaten. Er zijn maar weinig toelaatbare dingen.’
De zeeman moet dood. Het zijn de dertienjarige kinderen die in Zeestuk besluiten dat de schipperende volwassenen moeten sterven. We krijgen een lugubere doorkijk in mysterieuze jongensrituelen, waar een vreemde en plechtstatige taal wordt gesproken. Een van de prachtige kanten van de voorstelling is dat de rol van de zoon wordt gespeeld door een androgyne jonge vrouw (Monic Hendrickx). Zij/ hij zoekt eerst kinderlijk steun bij de moeder en de zeeheld. Daarna worden de softe compromissen van de volwassenen kapot geschopt. Vervolgens valt het besluit tot de rituele moord op de stuurman.
De tekst (Peer Wittenberg) leunt zwaar op Mishima’s origineel, maar heeft een geweldige eigen kracht - vreemde woorden en zinsconstructies die moeiteloos uit de monden van de acteurs komen. Regisseur Rob Ligthert zuigt het publiek een etherisch verbeelde, vreemde wereld binnen. Zeestuk blijft - ook na meerdere keren zien - een raadselachtige voorstelling. Met Juul Vrijdag als een geaarde moeder, Erik de Visser als een stoere zeeman (ruwe bolster, blanke pit) en Remco Melles als de leider van de jeugdclub, een griezelig joch dat zonder knipogen kattedarmen consumeert en enge teksten produceert als: 'Het leven bestaat uit eenvoudige symbolen en beslissingen. Al weet hij het zelf niet, de zeeman is een van die symbolen. Orde mag nooit chaos worden. Wij zijn niet alleen de bewakers van orde - meer dan dat, we hebben de bevoegdheid om ervoor te zorgen dat die orde gehandhaafd blijft. We zullen een vonnis moeten uitspreken.’
Een heel bijzondere voorstelling.