Het lezersbriefje uit Soesterberg dat weken geleden in de Volkskrant verscheen krijg ik sinds de uitslagennacht niet uit mijn hoofd. Het was getiteld ‘best tevreden’ en beschrijft keurig hoe je als burger aan de goede kant van de streep weinig te klagen hebt. Met terugwerkende kracht is het de beste analyse. Nederland is ten diepste tevreden. Het mocht kiezen en beaamde: dit is een ‘ontzettend gaaf’ land. Het land is rijk, heeft ondanks Rutte’s strapatsen in Brussel nog altijd aanzien, bokst boven zijn internationale gewicht, en wie niet is verpletterd in de toeslagenaffaire is domweg gelukkig en wellicht zelfgenoegzaam. Prima, niets aan het handje, gewoon doorgaan.

De twee grootste partijen van Nederland wonnen met vrolijk liberalisme. Waarbij Rutte maandenlang de inhoud schuwde en bij debatten stellingen inbracht als: ‘Alleen met optimisme komt Nederland uit de crisis.’ Kaag was inhoudelijker en loste een voor sommige kiezers lang gekoesterd verlangen naar progressieve hoop in. Ze is uitgesproken kosmopolitisch, omarmt multiculturalisme, ademt beschaving en is een pleitbezorger van emancipatie voor wie dan ook. Maar is ze ook links? Juist op die thema’s bleef ze abstract.

Liberalisme is een ‘traditie van tradities’, roept Timothy Garton Ash in herinnering in zijn essay over de toekomst van liberalisme. Het is een wijdvertakte familie van historische praktijken, ideologische clusters en filosofische geschriften. Dus nu ‘het liberalisme’ heeft gewonnen, wat heeft er dan precies gewonnen? Die vraag is belangrijk nu, zoals Garton Ash schrijft, liberalisme met een kleine letter l een adjectief is geworden voor vrijwel alles. Er zijn liberale democratieën, liberale wereldordes, liberale katholieken, liberale socialisten en liberale conservatieven. Wat is Liberalisme met een hoofdletter L dan nog? Wat zou het moeten zijn?

Links ligt gebroken in talloze splinters op tafel

‘Het zal individualistisch moeten blijven, gericht op het bereiken van de grootste vrijheid van het individu die verenigbaar is met de vrijheid van anderen’, schrijft Garton Ash, maar, zo waarschuwt hij, het mag nooit contextloos zijn. Liberalen moeten werken aan een gelijke vloer waarvan iedereen even hoog kan opklimmen. Liberalen moeten een inclusieve samenleving nastreven waarin gemeenschappen zich geborgen voelen maar waar ook de verbeeldingskracht is om burgers met meerdere identiteiten te omarmen. Tegelijkertijd moet het klimaatprobleem worden aangepakt om vrijheid voor toekomstige generaties te waarborgen.

Het is de vraag of de liberalen die vorige week wonnen dit eigenhandig kunnen oplossen. Kaag noemde na de winst voor haar partij als eerste het klimaat, en voegde daar meteen aan toe dat het vooral ook een kans is voor onze economie. Daar tegenover staat Mark Rutte die zijn klimaatplannen niet durfde te laten doorrekenen en in zijn eerste reacties opzichtig keek naar het cda, dat in debatten verstrikt raakte in een liefde voor landbouw. De vvd was ook vrijwel de enige partij die een verkiezingsprogramma presenteerde waarin ongelijkheid toeneemt.

In dat licht is het niet verwonderlijk dat het vrolijke liberalisme het goed deed in de grote en middelgrote steden, plekken waar het goed gaat. Daar tegenover staan grensregio’s, landbouwgebieden en verpauperde industriegemeenten waar rechts-radicalen wonnen. Zij zijn terug op de piek van de Fortuyn-revolte van 2002. In die zin, zou je kunnen zeggen, is er weinig gebeurd in twee decennia. Al is het twijfelachtig of dat geruststellend is: hun woede is niet weggenomen, integendeel. De taal en de inhoud van de rechts-radicalen zijn angstaanjagender geworden.

‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’, was de leus van Kaag. Zij lijkt Garton Ash’ waarschuwingen gehoord te hebben. Om die leus na te komen, zal ze een linkse partij aan boord moeten trekken. Maar uitgerekend ‘links’ at zij deze verkiezingen eigenhandig leeg. Het ligt gebroken in talloze splinters op tafel: in de smaken ouderwets diep rood en lichtjes xenofoob tot luid woke en alles daartussen. Marcel ten Hooven beschrijft deze week de zeldzame kans die zich aandient voor een fusie: nooit eerder stonden de pvda en GroenLinks er op hetzelfde moment zo slecht voor. Nederland is een ten diepste liberaal land. Als partijen als pvda en GroenLinks dat in de toekomst roder of groener willen bijkleuren, zullen zij de scherven moeten oprapen, bij elkaar moeten leggen en de handen ineenslaan.