De zegetocht van Fresku, de IJslandse film Rams en meer tips van onze kunstcritici

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week o.a. Fresku’s humor en ernst, de theaterbewerking van Hoe mooi alles en - jawel - een film over schapen.

Medium mv5bndc5mji4mjqwnv5bml5banbnxkftztgwode4mde2nte 40. v1  sx1455 sy834

POPMUZIEK – Leon Verdonschot

Fresku

Het woord ‘zegetocht’ wordt wat al te gemakkelijk gebruikt, maar de tournee van de Eindhovense rapper Fresku ter ondersteuning van zijn album Nooit meer terug, dat was er nou echt een. Uitverkochte zalen, lovende recensies, net als voor het album zelf, dat net als voorganger Maskerade zowel grappig is als ernstige thema’s aansnijdt: Fresku wist zelfs een klein debat over zwarte muziek op de Nederlandse radio aan te zwengelen met zijn teksten. Het gespeeld-decadente Kreeft is inmiddels een live-klassieker als Lintworm, het nummer met het meest aanstekelijk onnozele Nederlandse dansje van de laatste jaren. Zijn show in Paradiso aanstaande maandag wordt de bekroning van zijn tour, en daarnaast een soort officieuze ‘Fresku and Friends’-avond: onder (veel) anderen Ali B, Winne en Ronnie Flex komen meezingen.

Paradiso, 14 december, 20.30 uur.

Nathan Bell

Die stem alleen al. Nathan Bell uit Signal Mountain (Tennessee) raakt vanaf het moment dat hij zijn mond opent. En dan schrijf hij ook nog mooie teksten, zoals de titel van zijn nieuwe album I Don’t Do This for Love, I Do This for Love (Working and Hanging on in America) al doet vermoeden. Hij wordt doorgaans ingedeeld bij de americana en vergeleken met roemruchte namen als Guy Clark en folk- en countrylegende John Prine. Allemaal begrijpelijk en ook terecht, maar het fraaie aan Bell is dat hij het ene moment klinkt alsof hij in een klein stoffig kroegje in Tennessee staat te spelen voor een paar verloren alcoholisten, dan weer alsof hij een gospel zingt in een zwarte kerk, dan weer alsof hij moet worstelen met de Honky Tonk Man zelve. Op zijn best is hij overigens als hij zijn nummers zo klein mogelijk houdt, zoals in het zeer fraaie Good Morning Detroit: ‘I saw you burning in my dreams.’ En zoals het onderstaande lijstje met zijn Nederlandse tourdata bewijst: hij houdt van rondtouren en spelen, hoe klein de zaaltjes ook zijn.

11 december Acoustic Alley, Den Haag, 12 december In het Woods Lage Vuursche, 13 december Paradiso Noord, 14 december Meneer Frits, Eindhoven, 15 december Blue Room Sessions Den Bosch, 18 december Cultureel Café De Amer Amen, 19 december de SlotPlaats, Bakkeveen.

TONEEL – Loek Zonneveld

Het ‘hielp’ wel dat er net een dierbaar iemand dood was en ik wou wel weer een beetje toneel zien, maar alleen dicht bij toneel, zodat ik erover kon schrijven aan die dode dierbare, zodat die ook weer even een beetje terug zou zijn. Dus kocht ik impulsief een kaartje voor de eerste try-out in Leo Vromans stad, Gouda, voor Hoe mooi alles, eind september. Over de liefde van Tineke Sanders voor Leo Vroman en van Leo voor Tineke, vrij naar dat wonderschone boek van Mirjam van Hengel met dezelfde titel. De voorstelling was nog niet af, toen, maar in alle onaf-zijn was het een zegen. Léon van der Sanden bewerkte en regisseerde, Kees Hulst en Esther Scheldwacht speelden. En spelen nog steeds. Een enkele criticus schreef dat die zo mooi lijken, die twee spelers, op hun protagonisten uit de dichterlijke werkelijkheid. Kees Hulst schreef terug: ‘Leo was een heel klein mannetje, en ik ben 1 meter 87, maar daar gaat het niet om. Ik ben ook niet besneden. Zijn buitenproportionele neus was ook een probleem voor Vroman, ook omdat hij joods was. Dat laat ik zien door aan het begin van de voorstelling een grote nepneus te dragen. De kracht van de suggestie, hè? Het is en blijft theater.’

Medium 267 539 20150921 piek 1064

Weer anderen noteerden in de couranten dat de voorstelling ‘te lievig’ is en ‘zonder spanning’. Tja. Een groot deel en misschien wel het mooiste deel van deze vertelling gaat over de oorlog, over enorm veel van elkaar houden, over elkaar niet meer kunnen zien en over elkaar erg missen. Terwijl Tineke in gedachten schrijft aan Leo: ‘Wat moet je toch met mij?’ heeft Leo vooral honger in een jappenkamp en tekent hij kleurige menu’s met wat hij wil eten: rijst met sprinkhanen en walvis. Na de bom op Hiroshima telt Vroman zijn zegeningen en zijn dagen en denkt & schrijft aan Tineke: ‘Ik weet niet of je dood bent of getrouwd – of nog steeds zo ontzettend lief als je vroeger was (ik stel me het ergste voor, uit angst voor tegenslag: dat je weduwe bent en twee Duitse imbeciele kinderen hebt en een houten been.’ En ook dat is tekenend, want Hoe mooi alles is ook zo enorm om te lachen. Even verder, na de op één of twee na beroemdste Vroman-dichtregels, herinnert Tineke zich in een eigen gedicht ‘honger-musjes van achttien gram’:

‘Zij keken mij heel even aan

en tjilpten een verhaaltje samen

ik zou er geen tjilp van verstaan,

maar zou een vrede ondergaan en

dan voelde ik alle haat

en pijn dit land verlaten.

En o mijn tranen.

O mijn tranen.’

Ik ga geloof ik binnenkort weer een kaartje kopen voor deze toneelavond. Leiden, vermoed ik. Het kan namelijk allemaal nog net. U mist echt iets, als U ’t nog mist.

Hoe mooi alles nog in Houten, Ede, Tiel, Leiden, Nijmegen, Amersfoort, Zeist, t/m 19 december, hoemooialles-toneel.nl.

TELEVISIE – Walter van der Kooi

Zondag start het driedelige BANG (NTR), waarin auteur Yasmine Allas met een bont palet gesprekspartners praat over van alles en nog wat, waaronder ook angst. Al is het palet niet zo bont dat er een vrouw bij zit. Wat net zo curieus is als het hele drieluik – dankzij de persoonlijkheid van de presentator annex vraagsteller annex uitdager. Het kan werkelijk alle kanten op en doet dat ook prompt, al is de ondertitel ‘Yasmine Allas op de drempel van een ander Nederland’ wel vage leidraad. Net als haar vaste inleiding: ‘Bang, ja natuurlijk ben ik ook bang. Nederland is veranderd, hoe tolerant zijn we nog? Sterker nog, waar is de beschaving gebleven?’ Die laatste zin wel een reuzenstap en Raoul Heertje relativeert hem door zich af te vragen of die ‘beschaving’ wel zo ingrijpend veranderd is. Of Nederland zichzelf niet lang wijsmaakte dat wat elders gebeurde (economische crisis, corruptie) hier ondenkbaar was. En of het lelijks dat te voorschijn komt niet altijd al aanwezig was maar minder luid werd uitgesproken. ‘Tolerantie en beschaafd zijn is ook een luxe artikel.’ Allas’ unieke interviewstijl laat zich uitstekend typeren door haar openingsvraag aan Heertje: ‘Zit hier de toffe jood of de bange jood?’ Heertje is even verbluft en kan dan weinig anders dan erom lachen (waar hij heel goed in is). Allas verdedigt zich even vrolijk door te zeggen dat zij altijd wordt aangesproken als moslima (‘Ben jij dan moslima?’ vragen Heertje en ik ons af) en dat ze nu dus allebei met de billen bloot moeten. ‘Als moslima mag je sowieso niet met de billen bloot.’ Enfin, Heertje vind het etiket ‘jood’ wel erg beperkt. En zegt (als altijd) zinnige dingen over selectieve verontwaardiging inzake onrecht en gruwel, over eikels en barbaren die je in elke groep met uitgesproken overtuiging vindt en over zijn afgenomen zendingsdrang om ‘de waarheid’ te vinden en verspreiden, bewust als hij zich is dat onze hersens de naakte feiten zo filteren dat ze onze mening bevestigen. Overigens betekent drieluik niet ‘drie gesprekken’. In elke aflevering wordt met meerdere mannen gepraat, onder wie de onvermijdelijke Bram Bakker en Pieter Broertjes (van journalist tot burgemeester en daarmee ‘vermenselijkt’; want mede door de komst van vluchtelingen sterker geconfronteerd met de uitersten van ‘kom hier, ik help je’ tot ‘rot op’). Ronduit krankzinnig het gesprek met Aad Peters (Aad wie?) die ik blijk te kennen uit de tijd dat hij met een namaakpapegaai EO-programma’s teenkrommend opleukte en die nu eigenaar is van de nagebouwde ark van Noach. Er speelt zich heel wat af tussen kokette interviewster die zich als paradijsvogel heeft uitgedost en vrouwvrezende tv-producent die een complex verhaal over vluchtelingen heeft. Voor de liefhebbers van onorthodoxe, springerige interviews op locatie. De persoonlijke stijl van Allas sluit niet uit dat zeker twee gesprekspartners vaststellen dat ze ten diepste afstandelijk is.

Ruud van Gessel, BANG: Yasmine Allas op de drempel van een ander Nederland_, NTR, zondagen 13, 20 en 27 december, 16.25 uur._

Niet te missen lijkt mij de Tegenlicht-_aflevering _Onderhandelaar in oorlogstijd. Over Sigrid Kaag, VN-gezant in Libanon, belast met het vluchtelingenvraagstuk. 1,2 miljoen Syrische vluchtelingen op een bevolking van vier miljoen! Hoe dat land stabiel te houden – wat van belang is voor Libanezen en daar wonende Syriërs, maar ook voor het Westen. Zij benadrukt het belang om te investeren in de Syrische vluchtelingen en dan vooral in kinderen en jongeren. Zonder goed onderwijs worden die een verloren generatie met alle gevolgen voor hen en de rest van de wereld.

Shuchen Tan, Onderhandelaar in oorlogstijd_, VPRO Tegenlicht, zondag 13 december, NPO 2, 21.05 uur._

Andere tijden brengt een extra lange aflevering over de ontmanteling sinds 1965 van de Limburgse mijnbouw die bron van welvaart, maar ook van gezondheidsproblemen was. Den Uyl kwam het zelf in Heerlen vertellen. Er kwam veel minder voor in de plaats dan beloofd en nodig. Helaas niet van tevoren te zien, maar gezien het hoge gemiddelde niveau van de rubriek en het belang van de thematiek een aanrader.

Glorie en verdriet van de mijnstreek, Andere tijden, NTR/VPRO, dinsdag 15 december, NPO 2, 21.20 uur.

Carnotstraat 17 is het Antwerpse adres waar ooit het ‘Tuschinski’ van Vlaanderen was gevestigd: Ciné Rubens. Nu is het de titel van een documentaire van Klara van Es over dat pand en over de buurt waarin het staat. Rubens is nauwelijks als voormalige bioscoop te herkennen: het is een appartementengebouw geworden met schotelantennes aan de muur, waarin nieuwkomers uit al ’s Heeren landen wonen. Van Es maakte fraaie portretten van bewoners afkomstig uit Afghanistan, Armenië, Tibet, die elk op eigen wijze trachten iets van het nieuwe leven te maken. Waarbij terugkerende scènes in de tegenovergelegen ‘witte’ stamkroeg van oorspronkelijke buurtbewoners en in een vlakbije Afrikaanse kapsalon voor context en commentaar zorgen. Met geestige, ontroerende en soms pijnlijke gesprekjes en monologen. De sfeer van de film spiegelt niet de harde kant van veelculturenland maar veeleer de hoop en verwachting van migranten en de kracht van veelkleurigheid. De archiefbeelden van het roemruchte verleden van de bioscoop, met groots gevierde premières en lange rijen bezoekers, zijn haast een _Andere tijden-_aflevering op zichzelf: ‘Das war einmal.’

Klara van Es, Carnotstraat 17_, Human, dinsdag 15 december, NPO 2, 22.58 uur. Herhaling donderdag 18 januari, NPO 2, 14.20 uur._

FILM – Gawie Keyser

Wanneer Gummi wil communiceren met zijn broer Kiddi, die in een nabijgelegen huis op een schaapsboerderij in de IJslandse bergen woont, dan gaat hij even buiten staan blaffen. Dan komt zijn getrouwe schaapshond eraan, neemt het briefje in zijn bek en rent vervolgens naar Kiddi waar hij de boodschap aflevert. Al jaren praten Gummi en Kiddi niet meer met elkaar. Dat verandert noodgedwongen wanneer een ramp de regio treft in de vorm van de zeer besmettelijke zenuwziekte scrapie. Er zit niets anders op: alle boeren in de wijde omgeving moeten overgaan tot het ruimen van hun geliefde schapen.

Rams van de IJslandse regisseur Grímur Hákonarson kun je gerust een wonderwerk noemen. Het is een film over schapen, met een verhaal dat op het oog weinig cinematografische mogelijkheden biedt. Maar juist in deze eenvoud ligt de grootsheid van het werk: stapje voor stapje haalt Hákonarson de lagen van het platte, harde alledaagse weg, zodat de herkenbare menselijkheid van de hoofdpersonages, de twee broers, wordt blootgelegd. Het geheim is, denk ik, integriteit. Hákonarson kent deze mensen door en door. Hoe eenvoudig ze ook zijn – ze doen niets anders dan leven voor hun schapen – ze kampen net als iedereen met haat en liefde en onzekerheid en vastberadenheid en met het streven naar verlossing uit de greep van het verleden.

Lang geleden hebben de ouders van Gummi en Kiddi besloten de boerderij aan de eerste broer na te laten. Bij Kiddi creëerde dat een gevoel van haat en nijd dat hij zijn leven lang bij zich draagt. Zijn broer gunt hij niets, zeker niet de eerste plaats in een wedstrijd waarin de beste ram in de wijde omgeving wordt gekozen. Deze scènes zijn een feest om te aanschouwen: iedereen draagt truien van schapenwol met precies hetzelfde motief erop, ze komen in buurthuizen met formica tafels bij elkaar om te praten over de ins en outs van de schapenfokkerij, ze houden van hun dieren zoals ze van hun kinderen of echtgenoten houden. Gummi en Kiddi hebben niemand, ze hebben niet eens elkaar. Ze hebben alleen hun schapen, hun prijswinnende rammen (de ram van Kiddi behaalde toch nog de tweede plaats in de competitie). Daarom komt het nieuws over de scrapie en het bevel van de gezondheidsdienst tot het ruimen zo hard aan bij beide broers.

De melancholieke muziek in Rams verbeeldt de desolate landschappen waarin het verhaal zich afspeelt. Uitgestrekte, besneeuwde vlakten vormen de achtergrond voor de psychologische spanning met als kern de vraag hoe Gummi en Kiddi, gezien hun geschiedenis van wederzijdse haat, omgaan met de catastrofe die hun bestaan bedreigt.

De fotografie en de grauwe belichting geven de film een epische reikwijdte. Het is net alsof de personages en de dieren samensmelten met dat landschap, zodat de broers door de crisis worden gedwongen hun eigen menselijkheid te onderzoeken. Rams. Een film over schapen, ja, maar ook over mens en natuur, beeldschoon en intelligent gemaakt. Het is de enige film die deze week in de bioscoop komt die niet te missen is.

Te zien vanaf 10 december.


Beeld: (1) Stills uit de trailer van Rams_. Foto Youtube / IMDB; (2) Kees Hulst en Esther Scheldwacht in_ Hoe mooi alles_. Foto PIEK_