De zelfmoord van hoog catharijne

In Utrecht wordt momenteel onder leiding van stedebouwkundige Riek Bakker het Hoog Catharijne-centrum de laatste fase binnengeleid van zijn treurige bestaan. Voor drie miljard gulden moet de overdekte jungle van kantoren, winkels en station wijken voor een stad die weer stad wordt op de ouderwetse manier, met herkenbare gebouwen en duidelijk te onderscheiden functiepatronen. De levensduur van bouwprojecten is al enige tijd niet meer wat hij was, maar voor Hoog Catharijne valt het doek zo snel dat we niet om de indruk heen kunnen met een architectonisch misverstand van formaat te maken te hebben.

Kennelijk verdroeg de historische stad de typische vormen en gebruiken van het late modernisme slecht. Dat bleek ten tijde van de oplevering van Utrechts nieuwe stadshart ook elders. In Den Haag leidde de moderne manier van zaken doen tot een volledige melt down van het oude centrum, met dank aan de beruchte projectontwikkelaar EMS, wat pas heel recentelijk met onder andere het stadhuiscomplex aan het zicht werd onttrokken.
In Amsterdam kwam de vooruitgang vanuit de Wibautstraat direct achter het Waterlooplein knarsend en piepend tot stilstand: daar stond tot voor kort Zanstra’s Maupoleum, een gebouw dat in de twintig jaar van zijn leven steeds zo grondig werd belasterd dat als vermoedelijke doodsoorzaak zelfmoord moet worden genoteerd.
Sindsdien is het gebruikelijk geworden de historische binnenstad te ontzien. Er moest natuurlijk nog steeds gebouwd worden, maar de bulk van de immer populai re eengezinswoningen en de bedrijfsbehuizingen werd eenvoudig naar buiten geduwd, naar het opgespoten weiland. De binnenstad kreeg een nostalgisch programma van wat een stad behoorde te zijn, zeker sinds politiek en ambtenarencorps niet alleen vrij consequent grootschalige bouw en verkeer weerden maar ook begonnen met ingrijpende binnenstedelijke projecten om een toestand ‘van vroeger’ te herstellen. In Utrecht wil men een gedempte gracht weer met water laten vollopen, maar dat is nog kinderspel verge leken bij wat Groningen aan het aanrichten is. Door het nieuwe museum toch al verzeild geraakt in de sfeer van Bobbejaanland, is nu de Grote Markt aangepakt, via de herintroductie van een verdwenen straatwand, opgetrokken in een werkelijk ernstig schmierende architecturale stijl.
Hoe loopt dit af? Wie al te teerhartig met de binnenstad omspringt, maakt van haar een themapark vol bevroren decorstukken. Maar misschien moeten we dat wel als haar natuurlijke bestemming zien. Ondanks flink opgeklopte initiatieven om steden als Den Haag en Utrecht weer een echt centrum te geven woont en werkt tenslotte een steeds groeiend deel van de bevolking toch al niet meer daar, maar in het naamloze 'buiten’. Wonderlijk is dan wel dat de extreme aandacht die de stadscentra ten deel valt, gecompenseerd wordt door een ijzige stilte wanneer het weiland wordt bebouwd. De periferie is vogelvrij, zowel intellectueel als ambachtelijk - en dat zou wel eens een ernstiger probleem kunnen zijn dan de jungle van Hoog Catharijne.