De zelfmoordclub

Ondanks mijn faam als pedagoog en mijn gevorderde leeftijd rust ik niet op mijn lauweren. Sinds kort experimenteer ik, tot vreugde van alle potentiele zelfmoordenaars, met een waardige, bewuste, bloedeloze dood. Iedere cursist tekent om te beginnen een verklaring waarin hij zijn organen aan de wetenschap vermaakt. Want geloof me, het is bijgeloof dat een zelfmoordenaar per definitie een egoist zou zijn.

Vervolgens verzamelen wij ons op de kraamafdeling van een voor de sloop bestemd ziekenhuis. Ik ben altijd al gevoelig voor symboliek geweest. Daar laat ik mijn zelfmoordkandidaten een voor een uitleggen hoe het bij hem of haar zover is gekomen. Wat voor reden er ook wordt aangedragen, hij wordt zonder meer gerespecteerd en de uiteindelijke beslissing wordt met een warm applausje ontvangen.
Dan leid ik de cursisten naar de aula. Daar staan twee dozijn elektrische stoelen, die vanzelfsprekend niet aangesloten zijn, al was het alleen al om de organen niet te beschadigen. Terwijl ik op het harmonium het Nader Mijn God tot U inzet laat ik weten dat nu de mogelijkheid bestaat om met ademhalen te stoppen. De meest wilskrachtigen slagen er inderdaad in om flink blauw aan te lopen, maar de meesten haken al bij het tweede couplet af. Als iedereen buiten adem is, spreek ik het gezelschap toe: ‘Dames en heren, uw daden staan in scherp contrast met uw woorden. Ik concludeer dit overigens zonder enig spoor van verwijt. Niettemin, mijn tijd is kostbaar. Dus moet ik u een rekening presenteren. Cheques worden helaas niet geaccepteerd.’
Op dit punt van de cursus worden steevast alle cursisten agressief. Dan beschouw ik mijn taak als volbracht. Een gezonde portie woede is immers een teken van levenslust.