De zesentwintig van iris murdoch

Iemand zou van al Iris Murdochs romans een of twee hele goeie kunnen samenstellen, zei ik eens tegen een vriend die kans zag tot en met de vijfentwintigste pennevrucht verslaafd aan haar te blijven. Bij de zesentwintigste, Jackson’s Dilemma (1995), gaf ook hij het op. Er zouden geen nieuwe boeken meer volgen. Een jaar later werd duidelijk dat bij het schrijven van die laatste roman de eerste verschijnselen van de ziekte van Alzheimer zich al hadden gemanifesteerd.

Ik had het veertien romans met haar volgehouden. Ik zocht in concreto waar haar abstracte gedachten over de Soevereiniteit van het Goede op neerkwamen, want ze was ook filosofe. Ik bleef keer op keer met lege handen achter. Haar romans begonnen meestal intrigerend, maar werden gaandeweg overwoekerd door een plot die mij elk zicht op de morele dilemma’s benam. Toch bleef ze me fascineren. In 1993 had ik voor De Groene een gesprek met haar over haar filosofische hoofdwerk Metaphysics as a Guide to Morals. Het was bedoeld voor geïnteresseerde leken, en dat was ik. Zo word je dus oud als de geest maar in beweging blijft, dacht ik, terwijl zij mij in heldere taal en met flonkerende ogen uitlegde waarom ze dat dikke boek had willen schrijven. We waren het op belangrijke punten niet met elkaar eens, maar daar gaat het niet om. Ik was diep onder de indruk van de mentale passie van de toen 73-jarige schrijfster. En begreep waarom zij voor sommigen de kenmerken van een heilige had. Helaas krijgen ook die gewoon de ziekte van Alzheimer. Haar man, John Bayley, verzorgde haar niet alleen tot drie weken voor haar dood op 8 februari, maar schreef er ook een schitterend boek over. Hij bracht in praktijk waar zij in Metaphysics as a Guide to Morals over schreef: in het geval van groot verlies, ‘live close to painful reality and relate it to what is good’. Nooit eerder heb ik zo onnadrukkelijk maar overtuigend over de Soevereiniteit van het Goede gelezen.