De zeuro

Het aangezicht van Gerrit Zalm incasseerde afgelopen maandag twee taarten, maar daarbij bleef het. De introductie van de nieuwe euro is soepel verlopen. We hebben er zin in, de financiële markten voorop: die beloonden de nieuwe spruit op de eerste werkdag van het nieuwe jaar met een heuse opwaardering van de wisselkoers ten koste van de dollar. Een bijna onwerkelijk schouwspel, want als één onderwerp in de jaren negentig de politieke en financiële wereld zorgelijk stemde, dan was het wel de komst van de Economische en Monetaire Unie.

In het voorjaar van 1989 ontworpen door de politieke meesterillusionist Jacques Delors, toen EU-voorzitter, en een twaalftal Europese centrale bankiers, moest de val van de Muur uiteindelijk een handje helpen. Bondskanselier Helmut Kohl mocht van zijn Europese vrienden, François Mitterrand voorop, het herenigde Duitsland afkondigen op voorwaarde dat hij de D-mark op den duur zou inwisselen voor een nieuwe Europese munt. Dat was niet de enige prijs van de euro. De centrale bankiers hadden onder leiding van de Duitse Bundesbank bedongen dat lidstaten slechts konden deelnemen onder de voorwaarde dat hun staatsschuld verregaand zou worden gesaneerd. Liberaal Europa vond dat goed. Dat heeft de afgelopen jaren tot menige veldslag in de begrotingspolitiek en de werkloosheidsstatistieken van de deelnemers in spe geleid. Want het was kantje-boord of spelbepalende landen als Frankrijk, Duitsland en Italië de criteria op tijd konden halen. De bankiers regelden ook een volstrekt unieke machtspositie voor de eigen beroepsgroep. Waar tot voor kort het monetaire beleid - al dan niet op afstand - werd gecontroleerd door de democratisch gekozen uitvoerende macht, is Euroland per 1 januari jongstleden overgeleverd aan een nieuwe kaste van monetaire hogepriesters die van geen wijken zullen weten. Want niemand - ook Jacques Chirac niet - kan ze wegsturen als het fout gaat. Edoch, een nieuwe euro, een nieuw geluid. Nota bene onze eigen bankpresident Nout Wellink hield afgelopen zondag op de radio een pleidooi voor het afschaffen van Beatrix’ beeltenaar op de ‘Nederlandse’ euro - en terecht. Maar pikanter was zijn pleidooi voor politieke integratie en zijn opmerking dat 'de relatie tussen de politiek en de Europese Centrale Bank in die zin ook iets kunstmatigs heeft en dat de onafhankelijkheid (van de ECB - kv) wel heel groot is.’ Wellink ziet ook liever één minister van Financiën, die - kennelijk - in zijn eentje de rijksbegrotingen van alle landen in Euroland bestiert. Een Europees, democratisch gecontroleerd begrotingsbeleid dus. Wellink schaart zich daarmee opvallend genoeg onder de critici van de euro (zoals de Groep van Zeventig Economen). Zij hebben gewezen op het risico dat zo'n Europees begrotingsbeleid niet bestaat. Voor een goed functionerende muntunie is dat eigenlijk van eminent belang. Zo zijn er meer omissies in het EMU-ontwerp die de komende tijd kunnen uitgroeien tot zeurende kwesties. Een snelle reparatie daarvan vraagt echter een gigantische ingreep in de politiek-bestuurlijke balans tussen Brussel en de nationale hoofdsteden. Dat lijkt zelfs voor de nu aangetreden sociaal-democraten en groene radicalen te hoog gegrepen, hoeveel Sturm und Drang ze ook aan de dag leggen. Was het dan wel wijs om nu al aan die euro te beginnen?