De ziel van de volkswijkbewoners

De afgelopen tien dagen is ons weer een blik gegund in de ziel van de volkswijkbewoners. Naar aanleiding van het kort en klein slaan van een huis in de Utrechtse wijk Pijlsweerd toog menig journalist richting probleemwijk om het allemaal weer eens in geuren en kleuren te beschrijven: overlast door junks, jongeren die de buurt terroriseren, prostitutie. In Pijlsweerd was dat allemaal niet aan de hand, daar ging het om een huis dat was toegewezen aan zigeuners, maar het heeft allemaal met elkaar te maken, toch? En het neemt vast toe, want drie jaar geleden hadden we die racistische leuzen in de Tilburgse Veestraat, toch?

‘De burger is boos, de burger is bang’, zo schreef de Volkskrant afgelopen zaterdag onder de titel 'Opstand der volkswijken’. Er blijkt zelfs een platform in de maak van 'wijken die in de knel zitten’. Socioloog Herman Vuijsje vindt het allemaal prachtig, want links heeft te lang het thema veiligheid verwaarloosd.
Hier klopt iets niet. Buurtbewoners slaan het huis van niet-gewenste buren in elkaar en de socioloog zegt dat links het thema veiligheid te lang heeft verwaarloosd. Veroorzaakte die zigeunerfamilie dan onveiligheid? Is die zigeunerfamilie net zoiets als junks, drugsrunners en hoerenlopers? Zijn buurtbewoners die proberen door sociale controle iets aan terroriserende jeugdbendes te doen, ongeveer hetzelfde als buurtbewoners die het huis van een niet-gewenste buurman in elkaar mokeren? Het is te hopen dat de politici, die straks het eisenpakket van de boze volkswijkers overhandigd krijgen, iets meer onderscheidend vermogen vertonen.
De valkuil blijkt levensgroot: uit angst beschuldigd te worden van het niet serieus nemen van de volkswijkers, is er opeens voor alles begrip, ook daar waar geen enkel begrip past. Kwaadheid over drugscriminaliteit en jeugdbendes is iets principieel anders dan verzet tegen nieuwkomers (of dat nu zigeuners, studenten of Marokkanen zijn) die geen vlieg kwaad doen, maar wel de buurt doen veranderen.
Het is nodig de bevindingen van de sociologen Anderiesen en Reijndorp nog eens van stal te halen. Een probleemwijk is vrijwel altijd slechts tijdelijk een probleemwijk, zo ontdekten zij. Namelijk in de jaren dat een homogene wijk verandert in een heterogene wijk. Is de wijk eenmaal heterogeen, dan zijn de problemen voorbij, dan is er een nieuw evenwicht van subculturen bereikt. Het moment dat een wijk probleemwijk wordt, valt dan ook redelijk te voorspellen: veertig jaar na de bouw. Dan beginnen de oorspronkelijke bewoners dood te gaan en komen er huizen vrij voor studenten, yuppies, buitenlanders, kortom mensen die de buurt op z'n kop zetten. Hoe snel dat nieuwe evenwicht ontstaat, heeft mede te maken met de kwaliteit van de woningen, de woonomgeving, het onderwijs etcetera.
Misschien moet Utrecht maar eens in de leer bij Dordrecht. De Dordtse woningbouwvereniging Woondrecht beloofde ontevreden bewoners een mooiere, veiliger buurt, maar dan moesten die buurtbewoners wel hun verzet tegen nieuwkomers staken. De leiders van de buurt beloofden het.