De zielenpijn van Rutte

De rechtervleugel van de politieke arena versplintert. Daarvan kan vooral de vvd profiteren. Maar dan moet Mark Rutte de twee richtingen binnen de partij wel met elkaar weten te verbinden.

Het wil niet lukken met die nieuwe politieke partijen. De lpf ruziet maar door. De afgescheiden groep van Hilbrand Nawijn heeft hulp gekregen van de man die tot vorige week nog de lpf-fractievoorzitter was, Gerard van As, omdat die zich aan de kant gezet voelt door lpf-partijvoorzitter Bart Snel en de eeuwige Mat Herben. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries trok zich eind vorig jaar al terug met zijn Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang. De Vries hield het voor gezien toen uit de peilingen bleek dat hij geen vijftien zetels zou gaan halen. Bij de oprichting van zijn partij had hij nog gezegd: «Wij gaan de bakens verzetten.» Ook de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders is aan het sukkelen. Wilders heeft alweer afscheid moeten nemen van Bart Jan Spruyt, de voormalige directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting. Bij zijn overstap naar Wilders zei Spruyt dat de partij, die toen in oprichting was, «een hechte club wordt van serieuze, beschaafde mensen met passie voor de publieke zaak». Vorige week bleek van die hechtheid geen sprake. Waarom proberen mensen keer op keer een nieuwe politieke partij van de grond te trekken? Waarom mislukt dat telkens? Het lijkt wel of in al die partijen (in oprichting) allemaal egocentrische types rondlopen die denken een hoofdrol te kunnen gaan vertolken, maar vergeten zijn dat dit niet alleen veel oefening maar ook een goed script behoeft. Vaak heeft de partij al een leider en een naam, nog voordat duidelijk is wat de ideologie (het script) is. Of voor wie het wat pragmatischer wil houden: nog voordat duidelijk is wat die partij nou eigenlijk wil bereiken. Misschien ligt aan het simpele feit dát zoveel mensen proberen een partij op te richten al de misvatting ten grondslag dat er behoefte zou zijn aan een nieuwe partij, met daaraan toegevoegd de misvatting dat het tegenwoordig vooral om personen zou gaan in de politiek.

Vlak voor de val van het kabinet sprak Joop van Holsteyn, bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek aan de Universiteit van Leiden, zijn oratie uit. Daarin veegt hij, alles in het keurige overigens, de vloer aan met veel opvattingen die rondom het Binnenhof gangbaar zijn. Iedereen die meent dat er sprake is van een toenemende personalisering in de politiek, heeft volgens hem weinig historisch besef. «De suggestie dat het om iets volstrekt nieuws gaat, is vals», aldus Van Holsteyn in zijn oratie. In de tijd van Willem Drees (pvda) en Carl Romme (kvp) ging het ook om personen. Bovendien heeft onderzoek niet veel bewijs opgeleverd voor het bestaan van persoonseffecten.

Ook bij de behoefte aan nieuwe politieke partijen zet de Leidse hoogleraar vraagtekens. Een uitspraak van Peter R. de Vries over de bakens verzetten, komt voort uit de idee dat er tussen de huidige politiek en de kiezer een grote kloof gaapt. Ook hier echter blijkt kennis van de geschiedenis tot enige relativering te kunnen leiden. Van Holsteyn haalt in zijn oratie een uitspraak uit de jaren vijftig aan die van gisteren had kunnen zijn: «Naar het idee van de Tweede Kamer voelen de kiezers zich niet betrokken bij ‹Den Haag› en zijn de Kamerleden op hun beurt het gevoel met de kiezer aan het verliezen.»

Met name voor vvd-partijleider Mark Rutte is de oratie van Van Holsteyn verplicht leesvoer. Door het mislukken van al die partijen die menen te kunnen inspelen op ongenoegens bij de burger, kan bij veel vvd’ers het idee groeien dat vooral de liberalen daar bij de verkiezingen baat bij hebben. Versplintering op rechts, dan krijgen zij mooi al die kiezers. Maar als we Van Holsteyns redenering volgen, valt te betwijfelen of die behoefte aan een nieuwe politieke partij op rechts er wel is. Wilders staat in de recentste politieke barometer van Nova op één zetel, de lpf op nul. Voor Rutte kan dit gegeven een opluchting zijn. Hij hoeft aan die zijde geen zetels te gaan terughalen dan wel zoeken. Dat lijkt hem enigszins te bevrijden uit de greep van de vrouw achter op zijn tandem, Rita Verdonk, de lieveling van de rechtse, populistische vvd en de nachtmerrie van veel vrijzinnige liberalen met een sociaal hart.

Maar schijn bedriegt. Als Rutte op de verkiezingsdag een goede uitslag wil behalen, zal hij toch iets moeten met die Verdonk-aanhangers. Of zoals voormalig fractievoorzitter Jozias van Aartsen het deze week in zijn afscheidsbrief omschrijft: de uitslag voor de vvd was altijd goed als de liberalen in staat waren de populistische én de vrijzinnige richting binnen de partij met elkaar te verbinden. Ook zonder alternatief op rechts liepen vvd-stemmers in het verleden immers weg als dat niet lukte.

Van Aartsen vraagt zich af of het verbinden van die stromingen «binnen de politieke realiteit van nu nog mogelijk is». Zonder de naam van Verdonk te noemen, overigens. Maar dat hij, zacht uitgedrukt, niet gecharmeerd van haar is, liet hij al blijken tijdens de lijsttrekkersstrijd tussen Rutte en Verdonk. Op haar rol in de val van het kabinet hint Van Aartsen slechts, maar hij laat wel weten dat hij met verbijstering in juni de crisis heeft gevolgd die zich volgens hem «niet had hoeven en mogen voordoen». Dat hij toen slechts kon toekijken, heeft hem tot het inzicht gebracht dat hij de daarvoor benodigde lijdzaamheid niet bezit.

Niet alleen Van Aartsen vertrekt, ook de als vrijzinnig bekend staande minister Hans Hoogervorst, staatssecretaris Melanie Schulz en kamerlid Annette Nijs stellen zich niet herkiesbaar. Van de laatste twee kan dan gezegd worden dat ze hun veelbelovendheid niet hebben waargemaakt, de vraag is toch of Rutte straks voldoende vrijzinnigen van statuur om zich heen weet te verzamelen die tegenwicht kunnen bieden aan het populisme van Verdonk.

De neiging om tijdens de verkiezingsstrijd naar rechts te gaan hangen zal bovendien toch al groot zijn. Als Rutte geen oppositieleider wil worden, moet zijn oproep aan de kiezer luiden: stem vvd als u niet het pvda/cda-kabinet wilt waar het nu op lijkt uit te draaien. Ook daarvoor is de oratie van Van Holsteyn leerzaam: steeds meer kiezers stemmen strategisch. Ze willen invloed hebben op de samenstelling van het kabinet. Die kaart spelen, trekt dus stemmen. Maar daar moet Rutte dan wel wat voor over hebben: nu geen openlijke ruzie in de tent en Verdonk inzetten in de campagne en mogelijk straks ook weer op een ministerspost. Daarna is er overigens niets opgelost. Dan is het toch weer doormodderen met de twee zielen in het vvd-lichaam, dat nu al geruime tijd afstotingsverschijnselen vertoont. l