De zieligheidscultuur en haar slachtoffers

De moet-kunnen-generatie heeft na een gedegen scholing in gemakzucht de hoogste regionen van de maatschappij bereikt. Onder haar supervisie wordt heel Nederland een grote gedoogzone. Tolerantie? Nee, lamlendigheid.

NEDERLAND IS HET GEDOOGLAND bij uitstek. Het woord gedogen heeft iets vriendelijks, iets aardigs, het wekt de indruk van verdraagzaamheid, van tolerantie, van burgerzin en van ieder het zijne. Maar wie het deksel achter het woord even optilt, ruikt niet de geur van viooltjes maar de stank van de vuilnisbelt waarop de moet-kunnen-generatie haar afval deponeert. Gedogen betekent in de regel dat de overheid niet in staat is een bepaald probleem op te lossen en de rekening daarom maar doorschuift naar de burger: in sommige gevallen is gedogen een ander woord voor lamlendigheid. Gemakzucht in plaats van tolerantie.
Niemand mag de overheid verwijten dat ze het drugsprobleem niet oplost. Zolang de wereld de drugsoorlog denkt te kunnen winnen, is het onoplosbaar. Legalisatie kan het grootste deel van de criminaliteit voorkomen, al zal het drugsgebruik er niet door verminderen. Van het geld dat we nu aan de bestrijding van aan drugs gerelateerde criminaliteit besteden, zouden we minstens drie keer de totale wereldproduktie aan opium en cocaine kunnen opkopen. Maar de wereld is nog lang niet aan legalisering toe. Nederland kan, stel dat het dit zou willen, legalisering niet alleen doorvoeren; alle drugsgebruikers zouden onmiddellijk een retourtje Nederland, misschien zelfs een enkele reis nemen. We kunnen hooguit bescheiden stapjes richting legalisering zetten. Zelfs dat is al heel moeilijk.
Zie bijvoorbeeld de gebeurtenissen rondom een van de drukste stations van Nederland, dat van Rotterdam. Perron 0 werd tot gedoogzone verheven en daarmee werd in feite tegen de reizende burgers gezegd: het is naar dat u wordt aangesproken, dat u wordt uitgescholden en soms wordt beroofd, maar dat moet u er maar voor over hebben. En dat die gedoogzone ook verslaafden en handelaren uit andere landen aantrekt is natuurlijk vervelend, maar er zijn toch ook keurige drugsverslaafden die alleen maar een shot nemen en dan wat gezellig nababbelen?
Hetzelfde geldt, zij het in wat mindere mate, voor de straatprostitutie. Natuurlijk bestond het verschijnsel al voor de heroineprostitutie haar intrede deed, maar het is heel wat anders om in een woonwijk een gedoogzone compleet met ‘afwerkplaatsen’ en andere voorziening in te richten waardoor de hoerenlopers onder politiebewaking kunnen klaarkomen en de meisjes na afloop een kop warme chocola kunnen krijgen. En om vervolgens - zoals burgemeester Patijn kortgeleden - boos te worden op omwonenden als zij klagen dat hun dochters de straat niet meer op kunnen zonder te worden aangesproken en dat hun kinderen thuiskomen met gebruikte condooms en spuiten.
Ik kan ook geen kant-en-klare oplossing op tafel leggen, maar een ding dient naar mijn mening voorop te staan: de overheid heeft, als ze door de harde feiten tot een keuze wordt gedwongen, de plicht onvoorwaardelijk te kiezen voor de burgers. Pas als aan die eis is voldaan, kan er worden gekeken hoe de belangen van drugsgebruikers zo goed mogelijk kunnen worden behartigd.
Ik betwijfel overigens of al de betrokkenen, van burgemeesters tot openbaar ministerie, ooit hebben nagedacht over de vraag of ze de veelal jonge, aan heroine verslaafde meisjes werkelijk helpen door hen in staat te stellen zich te prostitueren en vervolgens het verdiende geld weer in drugs om te zetten. Als we echt zo met hun lot begaan zijn, ligt het dan niet meer voor de hand te proberen hen van hun heroineverslaving af te helpen door hen - bijvoorbeeld wegens overtreding van het tippelverbod - op te pakken en te dwingen af te kicken? Dat zou lang niet iedereen van de drugsverslaving genezen, maar is er niet meer vreugde in de hemel over een bekeerling dan over 99 gelovigen?
Ik geef het toe: het is een on-Nederlandse vraag. Een mens heeft tenslotte het recht zijn eigen leven te ruineren. Aan de vraag of dat ook voor minderjarige meisjes geldt, kom ik nauwelijks toe. We zeuren in Nederland immers al vele jaren over de vraag of de samenleving wel het recht heeft een criminele drugsverslaafde in een afkickinrichting te plaatsen. Diens vrijheid gaat toch boven het recht van de samenleving op veiligheid en bescherming? Ook hebben we jaren nodig gehad om het mogelijk te maken dat een drugsverslaafde die zich schuldig maakt aan kleine maar o zo vervelende criminaliteit als auto’s openbreken, radio’s stelen, portemonnees jatten, oude vrouwtjes beroven et cetera, in voorarrest kon worden genomen zodat hij in ieder geval niet de volgende dag zijn oude handwerk weer kon opnemen.
Maar als we weigeren de morele vragen over heroineprostitutie te beantwoorden, laten we dan in ieder geval niet zo hypocriet zijn om in de wet nog een tippelverbod te handhaven en de mannen die er gebruik van maken door de vrouw aan te spreken, vrijuit te laten gaan. Het is op zijn minst een vrouwonvriendelijke, zo niet een discriminerende bepaling.
ZELFS WAAR GEDOGEN zin lijkt te hebben, laten we het uit lamlendigheid geheel uit de hand lopen. Nederland gedoogt het hasjgebruik. Het is een wat vreemde constructie - we laten de verkoop van drugs in kleine hoeveelheiden toe, maar straffen de crimineel die het aanlevert - maar het is in de gegeven omstandigheden waarschijnlijk de minst slechte van alle mogelijkheden. Als die beslissing eenmaal is genomen, gedogen we vervolgens echter weer allerlei uitwassen.
In Amsterdam en een aantal andere steden is men thans bezig het aantal coffeeshops tot minder dan de helft terug te brengen. Hoe heeft dat aantal zo kunnen groeien, met alle overlast van dien? Omdat iedereen te bedonderd was om ernaar te kijken. Een cafehouder heeft allerlei vergunningen nodig om een cafe te kunnen openen, maar iedereen, dus ook hele en halve criminelen, kon een coffeeshop beginnen zonder dat er een haan naar kraaide.
Ook het openbaar ministerie liet grandioos verstek gaan. Het Wetboek van Strafvordering kent het opportuniteitsbeginsel waardoor het mogelijk is strafbare feiten niet te vervolgen. De verkoop van hasj kan op grond van dat beginsel worden gedoogd, maar men had daar enkele voorwaarden aan kunnen verbinden. Plaats, inrichting, openingstijden et cetera hadden bijvoorbeeld kunnen worden vastgesteld door de betreffende gemeente en men had ook een norm kunnen vaststellen met betrekking tot de voorraad die een coffeeshop-eigenaar in huis mag hebben. Nu is dat dertig gram. Dat is hetzelfde als tegen een kruidenier zeggen dat hij slechts twee pakken koffie in huis mag hebben. Opnieuw geen tolerantie maar gemakzucht.
Als ik professor Ruter mag geloven is het wel degelijk mogelijk om straks, als het Verdrag van Schengen in werking is getreden, de verkoop aan buitenlanders te verbieden. Het verdrag zegt dat een land dat de handel in drugs niet vervolgt, de noodzakelijke maatregelen moet nemen om de illegale uitvoer naar andere Schengen-landen te voorkomen. Het verdrag gaat boven de grondwet, die volgens een rechter in het oosten des lands een verbod op verkoop aan buitenlanders onmogelijk maakt omdat dat zou discrimineren.
Het is overigens de vraag of we met ons gedoogbeleid niet, letterlijk en figuurlijk, de grenzen hebben bereikt. Niet alleen Belgie, Frankrijk en Duitsland klagen steen en been over ons gedogen, ook de bevolking verliest haar vertrouwen. De burgemeester van Eysden zei vanwege het Nederlandse drugsbeleid, dat een sterke toename van drugstoerisme in zijn gemeente tot gevolg heeft, uit te zien naar de dag dat Eysden zich kan aansluiten bij Belgie (door een ruil met Baarle-Hertog). We kunnen daar lacherig over doen, maar het toont aan dat ook Nederlanders zoveel last van ons drugsbeleid ondervinden dat ze tot razernij worden gebracht.
WE GEDOGEN ALLES of bijna alles - en niet alleen drugsgebruik en heroineprostitutie. In Amsterdam, gedoogstad bij uitstek, is het gedoogbeleid zo ver doorgevoerd dat jarenlang een kwart van de bevolking zich met tram en metro naar werk en huis liet vervoeren zonder ooit te betalen. De conducteur was afgeschaft, iedereen kon overal instappen en controle werd als onfatsoenlijk beschouwd. Een dergelijke situatie bestond alleen in overvolle steden in Afrika. Niettemin juichte de PvdA de wethouder voor het vervoerbedrijf Van der Vlis, wiens beleid de stad minstens honderd miljoen had gekost, toe alsof hij de natie had gered.
Soms denk ik dat het de ultieme wraak is van de hulpverleners en de sociale werkers. In de jaren zeventig zwermden ze als sprinkhanen over het land uit en in de jaren tachtig drongen ze sluipenderwijs door tot hogere posten. Hun devies: mensen die zich aan de wet houden, zijn bourgeois en alle anderen zijn in principe zielige mensen die niet moeten worden tegengewerkt.
Welk een commotie ontstond er niet toen hoofdcommissaris Wiarda een paar jaar geleden op een KNOV-congres zei dat door overvallers bedreigde winkeliers het recht hadden zich te verdedigen, desnoods met de door voorzitter Kamminga eerder genoemde honkbalknuppel. Het leek wel of Wiarda had aangekondigd alle zieken uit de huizen te zullen sleuren en vermoorden. Mensen die ervoor hadden doorgeleerd en die dus beter konden weten, spraken over eigenrichting - alsof je verdedigen tegen een overvaller eigenrichting is. Ze gaven wel de toon aan. In Zeist betrapte enkele maanden geleden de zoon van een campinghouder een inbreker op heterdaad. Hij sloeg hem met een staaflamp op het achterhoofd. Daarop moest hij net als de inbreker een nacht in de cel doorbrengen; de officier van justitie zond hem enige tijd later een acceptgiro van vijfhonderd gulden. Autoriteiten staan op hetzelfde standpunt als inbrekers en overvallers: handen omhoog en geen gezeur.
We gedogen ook spijbelen. Toen iemand een jaar geleden in de Tweede Kamer de gedachte opperde om ouders van kinderen die herhaaldelijk spijbelen, te straffen door bijvoorbeeld de kinderbijslag gedeeltelijk in te houden, ontstond er een opwinding die vergelijkbaar was met die over de honkbalknuppel. Onderwijsonderzoeker drs.B.Wilbrink sprak van 'barbaarse’ (!) voorstellen. Dr. E.van Roede van het Kohnstam-instituut van de Universiteit van Amsterdam had ook een paar goeie achter de hand: 'Je moet er al in de laagste klassen voor zorgen dat ze niet spijbelen.’ En: 'Je moet hardnekkige spijbelaars een orientatie op de maatschappij geven’ (met schrik herinnerde ik mij de tijd dat mijn kinderen op school 'wereldorientatie’ kregen).
De gedoogmentaliteit gaat altijd samen met een zieligheidscultuur. Zieligheid excuseert telkens weer mensen die onmaatschappelijk handelen. Dus sluiten we onze ogen voor het feit dat onder het mom van 'gezinshereniging’ - een woord dat veronderstelt dat wreed gescheiden gezinsleden elkaar eindelijk in de armen kunnen sluiten - deals worden gesloten tussen Turkse en vooral Marokkaanse ouders hier en daar waarbij de ene partij voor de bruidsschat en de andere voor de verblijfsvergunning zorgt. Als we minder naief over het recht op gezinshereniging deden, zouden we niet de schijn hoeven op te houden dat Iran een 'veilig’ land is, om er schijn hoeven op te houden dat Iran een 'veilig’ land is, om er vervolgens asielzoekers naar terug te sturen.
De moet-kunnen-generatie heeft inmiddels alle echelons die met het strafrecht te maken hebben, bereikt. De gedoogmentaliteit heeft binnen korte tijd ook het instituut van de alternatieve straf aangevreten. Op zich zijn alternatieve straffen natuurlijk uitstekend. Een celstraf brengt iemand zelden tot inkeer. Ze kost bovendien alleen maar geld en korte vrijheidsstraffen van minder dan een maand hebben, zo is aangetoond, helemaal geen effect. Als we de grens ietsje hoger leggen, sparen we vijftig procent celruimte uit.
Het probleem is dat een alternatieve straf onder invloed van de reclasseringslobby steeds minder een straf is geworden. Het wordt ook door de veroordeelden als een zacht eitje gezien. Bij bejaardentehuizen de tuin doen, in een ziekenhuis lichte werkzaamheden verrichten, een speeltuingebouwtje verven - het zijn bezigheden die honderdduizenden Nederlanders met plezier in hun vrije tijd verrichten. Bovendien willen de heren (want dames zijn er nauwelijks) ook nogal eens te laat komen zonder dat er wordt ingegrepen. Kortom, de alternatief gestraften hebben het dikwijls makkelijker dan een doorsnee werknemer.
In die gedoogmentaliteit is ook Lubbers’ idee van de kampementen gesmoord. Ernstig ontspoorde jongeren zou daarin weer orde en tucht worden bijgebracht. Er is een inrichting gekomen, jeugdwerkinrichting De Rolpaal, waar gedurende het eerste half jaar strenge tucht heerst. Maar de betekenis daarvan is weer bijna tot nul gereduceerd omdat de jonge delinquenten zelf moeten kiezen. Willen ze de harde tucht niet, dan gaan ze gewoon naar de gevangenis. Daar moeten ze dan wel een paar maanden langer blijven, maar de meesten geven daar de voorkeur aan boven hard werken. Het gevolg is dat er plaatsen vrij zijn in De Rolpaal. Zo wordt ieder idee door de zieligheidscultuur de tanden uitgetrokken.
We gedogen ook dat gedetineerden die een WAO- uitkering hebben, die uitkering tot na hun vrijlating kunnen opsparen zonder iets te betalen voor de in de gevangenis genoten kost en inwoning. En de sociale dienst kan van een bijstandsgerechtigde die wegens inbraak is veroordeeld alleen geld terugvorderen als de rechter precies heeft vastgesteld welk financieel voordeel hij door zijn inbraken heeft genoten.
In Den Bosch weten ze er ook raad mee. In navolging van Den Haag, waar men jongeren die zich niet meer aan vandalisme in de tram schuldig maken, wilde belonen, hebben de autoriteiten in Den Bosch bedacht dat inbrekers met voorrang worden geholpen met scholing en het vinden van werk en dat hun bovendien gemeubileerde woonruimte en daarna een woning wordt aangeboden. Leuk voor de werk- en woningzoekenden in Den Bosch!
Alleen de spraakmakende elite maakt zich nog boos als het Duitse blad Der Spiegel schrijft dat het in Nederland door het gedoogbeleid een grote rotzooi is geworden. De bevolking zelf is het er van harte mee eens. Die heeft de moed al lang opgegeven. In steeds mindere mate is zij nog bereid speelruimte in te leveren terwille van junks en kleine crimineeltjes. Zij neemt steeds vaker het recht in eigen hand. Marktkooplui halen er de politie niet meer bij als ze een dief ontdekken; die rossen ze zelf wel af. In mijn naaste omgeving ken ik iemand die ontdekte dat zijn buurman niet met zijn handen van zijn eigen dochter kon afblijven. Hij trommelde een andere buurman op en samen gingen ze naar de betreffende buurman toe om hem te zeggen: 'Als we merken dat je nog een keer met je poten aan je dochter komt, dan rammen we je in elkaar.’
Eigenrichting kan soms heel effectief zijn, zoals bij de drie vrouwen die door een taxichauffeur waren lastig gevallen en drie dagen later in zijn taxi stapten, hem overweldigden en spiernaakt uitkleedden en hem vervolgens zo naar de taxiplaats terugbrachten. Wat een goddelijke eigenrichting! Daar sta je als rechter met vijfhonderd gulden boete of een weekje hechtenis toch hulpeloos naar te kijken.
VANUIT BOVENGENOEMDE zieligheidsmentaliteit komt ook het voornemen voort van mevrouw Sorgdrager, de nieuwe minister van Justitie, om twee dagen in een cel door te brengen. Een raar en modieus idee. Twee dagen in een cel, wetende dat je daarna weer interessant werk en een leuk huis wacht, is in geen enkel opzicht te vergelijken met de ervaringen van een gestrafte die lange tijd in een cel moet doorbrengen. Het is hooguit vergelijkbaar met de ervaringen van iemand die twee dagen in zijn vakantiehuisje zit opgesloten omdat het de hele dag regent. Maar laat mevrouw Sorgdrager het daarbij? Kortgeleden is bij een kennis van me ingebroken, waardoor de jongste kinderen al weken niet meer alleen naar de slaapkamer durven gaan. Brengt mevrouw Sorgdrager ook twee dagen in een dergelijk ontredderd gezin door? Of bij een oude dame wier portemonnee op straat is gerold? Zo niet, dan is het niet alleen een raar en modieus, maar ook een volstrekt verwerpelijk idee.
Misschien was Sorgdrager te jong om de West Side Story te zien, waarin gang-leden in hun lied over sergeant Krupka met hun eigen zielige jeugd de spot dreven als verklaring voor hun gewelddadig handelen. En misschien heeft ze het nu te druk om Robert Hughes te lezen, de schrijver van The Culture of Complaint. Een citaat: 'Klagen geeft macht - al is het niet meer dan de macht van emotionele omkoperij, van het scheppen van voorheen onopgemerkte gradaties van schuldgevoel. De hierdoor ontstane verschuivingen zijn overal zichtbaar en hebben de eigenaardige consequentie dat “links” en “rechts” gaan samenvallen.’
De ultima ratio van zieligheid: je inleven in de gedachtenwereld van gedetineerden en de slachtoffers laten barsten.