De zilveren doos

Bedenk maar eens wat je het meest bezighoudt. Het allermeest. En dan niet alleen nu, en niet alleen of je je fiets wel op slot hebt gezet, maar voor het komende jaar, het liefst wereldwijd maar op z’n minst toch wel landelijk.

Ik bevind me in kringen waar dit aan de orde van de dag is: waar gaat het om, wat is belangrijk, wat zien we níet.

Ik had ter voorbereiding van de eerste redactievergadering van het jaar een lijstje gemaakt. Ik maak altijd lijstjes. Dit begint overigens iets ziekelijker vormen aan te nemen, ik ga nu ook lijstjes aanleggen met dingen die ik vandaag niet moet vergeten te zeggen. Ik heb een zilveren doos op mijn bureau met daarin ongeveer vijftien kleine briefjes, als het er niet twintig zijn. Mijn zus vroeg laatst naar die zilveren doos.

‘Heb jij die doos waar mama altijd sigaretten in had?’

Zoiets wordt natuurlijk niet zomaar gevraagd. Zij heeft opeens bedacht dat zij die doos eigenlijk had willen hebben. Of dat haar dochter die wil, want oma, sigaretten, et cetera. Maar die sigaretten zaten er al heel lang niet meer in. Dat weet ik dan weer, en dus heb ik die doos. En de schaal.

Schaal?

De schaal ja, die op zaterdagavond gevuld werd met hazelnootballen en Engelse drop. ‘The bowl with all our happiness in it’, zou Henry James schrijven in The Golden Bowl. Ik heb er nu pingpongballen in liggen voor de kat, maar dat is weer een ander verhaal. Ik koester de schaal. En de doos. En de pot.

Pot?

Ook wel bekend als ‘de droppot’. Mijn moeder kocht drop op de markt, pondje gemengd, zoetzout, en deed dat in een blauwglazen weckpot. Hij staat nu achter me, leeg, aan drop kun je niet meer beginnen deze dagen, maar het stelt me gerust dat hij daar staat te staan. Als ik nu vermeld dat die pot naast een kannetje staat met daarin ongeveer veertig zilveren lepeltjes, en dat dat kannetje weer het middelpunt vormt van een serie zwart en geel gebloemde kopjes en schoteltjes van Wedgwood, en dat dit alles prijkt op een antieke theetafel die alleen maar het dagelijks verkeer ophoudt, dan wordt iedereen gek, ikzelf incluis, ik let er dus niet meer op, ik laat het grote verstoffen zijn heilzame werk doen.

Ik kan nog zoveel lezen, van Henry James tot Bruno Latour, maar daar sta ik, te roken en te reiken

Die zilveren doos is wel wat anders overigens, want daar leef ik actief mee. Ik durf de briefjes die erin zitten niet weg te gooien, ze spreken tot me. Niet vergeten, niet vergeten, zeggen ze.

Op mijn lijstje voor het nieuwe jaar stond The Crown. Waarom zijn we er zo verzot op, wij antimonarchisten? En ‘de kloof’. Is #metoo inderdaad toch iets van meisjes? Ik formuleer de brandende kwesties graag met een vraagteken erachter. Luister ondertussen ootmoedig naar de anderen, die aankomen met racisme, en beveiliging, privacy en Europa, klimaat, de aarde die terugslaat. Beschaving. Wie we daarvoor kunnen interviewen. ‘Mensen raken in paniek’, zegt de Franse filosoof Bruno Latour. ‘En als je in paniek raakt, zeg je: laten we teruggaan naar het fort.’

Ik denk aan mijn zus, hoe ze naast me stond in de keuken opeens, ik was bezig de tonijnsalade te maken, de toastjes in een schaaltje te doen. Hoe ze begon over die doos, de zilveren doos.

‘Heb jij die doos nog?’ vroeg ze, ze leek centimeters te krimpen, in afwachting van mijn stokslagen.

Ik probeerde het rustig te zeggen, niet genegen me van het fijnhakken van de zilveruitjes af te laten leiden.

‘Ja.’

Ze droop af, om een sigaretje te gaan roken in de tuin, een glitterig vestje om haar lidderende schouders geslagen. Ik keek naar haar en wist: dat ben ik. Ik kan nog zoveel lezen, van Henry James tot Bruno Latour, zo hoog mogelijk op mijn tenen lopen, maar daar sta ik, te roken en te reiken, in mijn glittervestje. Wat me het meest bezighoudt, landelijk en mondiaal? Dat je nooit aan jezelf kunt ontsnappen, hoe hard je ook je best doet.

Mijn moeder werd op het laatst van haar leven toegeschreeuwd door briefjes. Op welke knop ze moest drukken, en op welke absoluut niet. Dat ze zo zou worden opgehaald. Dat ze woonde waar ze was. Dat ze niet in paniek moest raken.

Telkens weer schreef ze op wat haar pincode was, en stopte die briefjes in de zilveren doos. Haar fort is dat van mij geworden. Ik til het deksel geregeld op, en kijk ernaar. Ooit waren die cijfers het allerbelangrijkst op aarde.