Film: ‘Nomadland’

De zin van zwerven

Erkenning volop voor Chloé Zhao’s poëtische film Nomadland. Ze toont dan ook op unieke wijze de schoonheid van de wijde wereld.

Frances McDormand en David Strathairn in Nomadlan © The Walt Disney Company Netherlands

Het mooiste moment in Nomadland komt als Frances McDormand een sonnet van Shakespeare reciteert terwijl een jonge cowboy luistert. Het is tegen de avond – het gouden uur. De gloed van de zakkende zon achter de bergtoppen spreidt zich egaal uit. Bij een vuurtje voor een boom zit de cowboy. Frances – de dakloze Fern in de film, maar eigenlijk gewoon Frances – komt bij hem. Ze vertelt over haar huwelijk, over de gelofte die ze uitsprak tegenover haar echtgenoot, inmiddels overleden. Dat, zei Fern, ging zo: ‘Vind ik jou als een zomerdag zo mooi? (…) En alle schoonheid wordt eens ondermijnd/ Door ’t lot (…) Maar jouw zomerse glans kent eeuwigheid.’

Op het oog is het vreemd: Shakespeare’s ‘Sonnet 18’ (Shall I compare thee to a summer’s day?) in de woestijn van Arizona. Maar in deze prachtige film van Chloé Zhao, een Chinese filmmaker die in Amerika woont en werkt, biedt de scène een inkijk in de binnenwereld van hoofdpersonage Fern, een vrouw van middelbare leeftijd. Na de dood van haar man, die jarenlang in een fabriek in Nevada heeft gewerkt, laat zij huis en haard achter om met haar busje omgebouwd tot campervan het land te doorkruisen. Soms neemt ze een baantje, bijvoorbeeld als inpakker bij Amazon of opzichter op een camping, waarna ze weer de wijde wereld in trekt.

Langzaam wordt duidelijk waarom ze kiest voor dit bestaan. Tijdens haar omzwervingen ontmoet ze andere dolende mensen. Sporadisch maakt ze vrienden. Maar vaak blijven het vreemdelingen, zoals de cowboy. De scène bij zonsondergang is raadselachtig, omdat precies dezelfde jongen haar maanden eerder toevallig om een sigaret vroeg. Nu herkent ze hem waar hij bij zijn kampvuurtje zit. Hij is in de twintig. Grote ogen, dikke wenkbrauwen, baard. Hij is jong, maar tekenen van ruwheid zijn zichtbaar op zijn gelaat. De eerste lijnen zijn rond de ogen en mondhoeken, duidelijk veroorzaakt door een leven buiten in de zon. Hij is een beautiful boy, cowboy, en het beeld dat regisseur Zhao van hem schetst, heeft mythische afmetingen.

Terwijl hij luistert naar Fern die Shakespeare’s verzen voordraagt, heeft de mysterieuze jongen geen notie van dit alles, ook niet dat hij in de scène die andere jongen in herinnering roept: de achttienjarige graaf van Southampton, Henry Wriothesley, tot wie de dichter zich begin zeventiende eeuw in het eerste deel van zijn sonnetten richtte. Southampton was beschermheer van Shakespeare en hij had, zo blijkt uit schilderijen, een ongewone, ‘vrouwelijke’ schoonheid. Deze literaire geschiedenis is verder niet direct relevant voor Nomadland, maar in de context van de film vertelt het gedicht véél over het kunstenaarschap van de maker, Zhao, een van de interessantste nieuwe regisseurs.

Haar eigen achtergrond is die van een nomade. Zhao Ting werd in 1982 in Beijing geboren. Op haar vijftiende stuurden haar ouders haar naar een kostschool in Engeland. Later belandde ze in Los Angeles en New York, waar ze film studeerde onder auspiciën van Spike Lee. Zhao vertelt in interviews dat ze haar leven lang beïnvloed werd door de westerse populaire cultuur, maar dat een Hongkongse meester haar het meest raakte: Wong Kar-wai. Dat is goed te zien: de sfeer van onder meer Happy Together en In the Mood for Love is voelbaar in haar eerste twee films, Songs My Brothers Taught Me (2015), over een broer en zus die opgroeien in een reservaat voor Sioux in South Dakota, en The Rider (2017), over rodeo-cowboys in dezelfde staat. Deze films zijn net als Wongs werk pijnlijk mooi gefotografeerde studies in verlangen, vervreemding, eenzaamheid en verlies.

Hier borduurt Zhao op voort in Nomadland, de film die zojuist vierbafta’s kreeg uitgereikt en genomineerd is voor maar liefst zes Oscars, waaronder die voor beste film, beste regisseur en beste actrice (McDormand). Deze erkenning is opvallend, omdat Zhao’s stijl dwingend mijmerend en poëtisch is, ogenschijnlijk een wereld verwijderd van die van het klassieke én moderne Hollywood.

Haar werkwijze is tamelijk uniek: als personages gebruikt ze ‘echte mensen’ die ‘versies van zichzelf spelen’, zelfs in Nomadland waarin de gevierde acteur McDormand de rol van Fern vertolkt, en we de altijd uitstekende David Strathairn zien als Dave. Ook al duurt het even voordat McDormand ‘verdwijnt’ en ‘Fern’ naar voren komt – je ziet toch instinctmatig de grote McDormand acteren – al gauw is duidelijk dat zij veel van haar eigen identiteit in deze rol stopt, misschien wel alles, zo goed speelt ze. Aan de lunchtafel in het pakhuis van Amazon is ze niet te onderscheiden van haar collega’s die net als zij constant op drift zijn. Vaste contracten zijn niet aan de orde. Een man stroopt zijn mouw op om een tatoeage te laten zien met de tekst: ‘Thuis. Is het een woord of iets dat in je zit?’

Bij het vuurtje van de cowboy krijgen Shakespeare’s regels grote betekenis

Dat is de vraag voor de nomade, voor Fern. Ze ziet zichzelf niet als dakloos, zegt ze, alleen als ‘huisloos’. Geestgenoten vindt ze overal. Bij de camping Quartsite in La Paz County, Arizona, ontmoet ze Bob Wells, een man met een enorme grijze baard. Bob, die echt bestaat, is de geestelijke vader van de van-dwellers, de busjesbewoners van Amerika. Hij heeft een eigen YouTube-kanaal waarop hij dingen zegt als: ‘We leven onder de tirannie van de machtige dollar. De Titanic zinkt. Economische tijden veranderen.’ Over deze onderwerpen zit Bob ’s avonds met Fern en anderen te praten, bijvoorbeeld met ‘Swankie’, een bejaarde vrouw die later aan Fern vertelt dat ze terminaal ziek is. Ook Swankie bestaat echt. Ze heet Charlene Swankie en ze woont nog altijd, in de echte wereld, rondtrekkend in een campervan. Tegenover de Los Angeles Times vertelt ze dat ze niet ziek is, maar dat haar man een paar jaar geleden aan kanker overleden is. Deze ervaring gebruikte ze in haar eigen spel tijdens het draaien van de film.

De vreemde mix van authenticiteit en fictie in Nomadland is nog het best te vergelijken met ‘autofictie’, de literaire stijl waarin schrijvers autobiografie vermengen met verzonnen personages en gebeurtenissen. Het doel is het zoeken naar een waarheid die zowel werkelijkheid als fictie ontstijgt. Juist hier speurt Zhao naar in haar films, en dat wordt ook Ferns queeste. Als ze Dave ontmoet, een aantrekkelijke man met wie ze meteen een klik heeft, realiseert ze zich dat ze voor een keuze staat. Het zou makkelijk zijn met hem te gaan wonen in een cottage op de boerderij van zijn zoon. Maar dit vooruitzicht voelt vals aan. Zo’n leven had ze al – met haar overleden echtgenoot. Als ze nooit meer een nieuwe start kan maken, wat is dan de zin van dat zwerven?

Frances McDormand speelt de dakloze Fern © The Walt Disney Company Netherlands

‘In eeuwige verzen rijp jij met de tijd,/ En nooit pocht dood dat je in zijn schaduw gaat.’ Zo bezingt de dichter de schoonheid van de jongeman in ‘Sonnet 18’. Je kunt je voorstellen dat Ferns huwelijksgelofte lang geleden een wat zoete poging tot romantiek was. Het gedicht is immers een van de meest geciteerde en gebloemleesde uit de Engelse literatuur. Maar in de scène in Nomandland waarin ze dezelfde regels voordraagt zittend bij het vuurtje van de cowboy krijgen de regels grote betekenis. Veel staat er op het spel voor Fern.

En voor Zhao. Want de verzen fuseren met haar visuele stijl, zeker tijdens golden hour, het door fotografen gekoesterde moment van de dag waarop schaduwen wegsmelten in het gelijkmatige licht. Dan verandert het landschap in poëzie, in een nieuwe, niet echt bestaande ruimte waar gevoel alle ruimte krijgt. Het is alsof de dolende figuren in de woestijn of op de prairie hopen nú de essentie aan te raken: een soort spiritualiteit.

Dit zien we ook in de film die Zhao vóór Nomadland maakte, The Rider, waarin de jonge rodeo-ruiter zoekt naar de zin van zijn leven nadat hij zwaar hersenletsel heeft opgelopen toen een paard hem eraf gooide en vervolgens vol op zijn hoofd trapte. Zhao filmt de jongen, een echte cowboy die een ‘versie van zichzelf’ speelt, rijdend op zijn paard, de wind in zijn haar, het zweet glimmend op zijn voorhoofd. Samenzijn met het dier in de natuur is zijn hele leven, maar dit kan vanwege dat ongeluk nooit meer.

In The Guardian lees ik een lang stuk over hoe Zhao met Nomadland de ‘mythe van de western’ ontkracht. Zo kun je het zien, ja, maar hiermee treedt ze in de voetsporen van vele anderen, vooral Sam Peckinpah die in Pat Garrett and Billy the Kid (1973) de dood van Slim Pickens toont, eveneens tijdens het gouden uur, terwijl Bob Dylan klinkt met ‘Knockin’ on Heaven’s Door’. Zhao bezingt de cowboy net als Peckinpah, waarmee ze zich opvallend ‘Amerikaans’ toont, ook al heeft ze publiekelijk gezegd dat het niet haar land is. Misschien maakt haar vreemdelingschap haar touch in beide films zo vol gevoel, zo echt. Want het is die mythologische cowboy in The Rider die terugkeert in Nomadland. Hij gloeit in de laatste gouden stralen. Hij is de jongeling tot wie Shakespeare zich richt in ‘Shall I compare thee’, bij wiens schoonheid volgens de verzen zelfs een zomerdag verbleekt, zodat slechts poëzie er recht aan kan doen.

De les van de cowboy is de les die Fern wil leren – daarom zwerft ze. Of ze erin slaagt, blijft in het midden. Ze weet dat ze haar man nooit meer terugkrijgt, dat het verleden onherhaalbaar is. Hoe kun je dan nog verder leven? Het zwerven brengt eenzame vergezichten, maar ook een connectie tussen landschap en herinnering die Fern verder brengt. Voor leegte is ze niet bang. ‘Zolang de mens adem en ogen heeft,/ Zolang leeft dit, wat jou nieuw leven geeft.’


De vertaling van ‘Sonnet 18’ is van Frans Verstegen; Nomadland draait vanaf 22 april in de bioscopen, als die open zijn, en is vanaf 30 april te zien op Disney+