Neil Young

De zingende rafelrand

Een deel van zijn teleurstellende autobiografie besteedde Neil Young aan het uitleggen van zijn bezwaren tegen diensten als Spotify en iTunes en zijn werk aan een alternatief. Youngs bezwaar tegen moderne vormen van muziekverspreiding betreft niet, zoals bij veel collega-artiesten, de vergoeding, maar de geluidskwaliteit.

Medium muziek

Het is daarom ironisch dat het nieuwe album van Neil Young, overigens ook via Spotify te beluisteren, klinkt alsof het uit een vooroorlogse radio komt. Dat lijkt maar zo: het is de studio van Jack White, waar Young plaatsnam in een cabine zo groot als een telefooncel, om eruit te komen met een verzameling nummers van anderen, ingeleid en toegelicht met een voorgedragen brief aan zijn overleden moeder, die hij tussendoor af en toe nog eens toespreekt.

De brief is grappig en ontroerend, alleen al door Youngs blijmoedige opener Hi Mom! Young vraagt zijn moeder eens met zijn vader te praten (lang voor ze overleden, scheidden ze) omdat er na al die jaren echt geen reden meer is om dat niet te doen, en legt haar uit dat mensen tegenwoordig op de weerman schelden als het weer niet goed is. Daarnaast legt hij een bijna kinderlijk enthousiasme aan de dag voor de nummers die hij heeft herontdekt en opgenomen. Het zijn in enkele gevallen nummers die niet alleen voor Neil Young veel hebben betekend, maar ook voor miljoenen andere mensen. Dat is meteen een probleem: klassiekers als On the Road Again van Willie Nelson en My Hometown van Bruce Springsteen zijn zo ingesleten dat de vergelijking met het origineel bijna onvermijdelijk wordt, en die pakt in deze gevallen niet gunstig uit voor Young. My Hometown dateert uit de jaren tachtig: het decennium van de galm en de overproductie. In die zin is Youngs krakende versie het tegendeel. Laatst speelde hij op een tribute voor Springsteen een cover van diens Born in the USA. In zijn dankwoord zei Springsteen dat Neil Young hem deed klinken als de Sex Pistols. Dat was bedoeld als een compliment, al was de extreem lompe, valse versie van Young behalve onbesuisd en enthousiast uiteindelijk ook lelijk.

Op de momenten dat Jack White zelf meezingt blijkt hoeveel baat Young kan hebben bij vocale tegenkleur en ondersteuning: prachtig is hun cover van de Everly Brothers.

In zekere zin is A Letter Home Youngs eigen variant op Johnny Cash’s American Recordings: hij laat horen welke muziek hem zelf inspireert, en doet dat door die nummers uit te kleden, om niet te zeggen uit te bénen.

Wat me het meest inneemt voor A Letter Home is het volstrekte gebrek aan mooipoetserij: niets aan dit hele album is gelikt. Dit zijn nummers die heel veel voor Neil Young hebben betekend, zo veel dat hij zijn moeder zaliger er nog verslag van wil doen, en dit is hoe hij ze speelt – punt. Soms vliegt hij daardoor uit de bocht, maar dat is dan omdat hij dat wilde. En vaker draagt de rauwheid bij aan de betekenis, zoals in de junkieballade Needle of Death, waar geluid, voordracht en tekst samenvallen. Young op zijn best: zingend over en klinkend als de rafelrand.


Neil Young, A Letter Home

Beeld: Neil Young (Pegi Young/press.wbr.com).