De zionistische geestdrift bedreigt de vrede

Israels nederzettingen in Palestijns gebied blijven het vredesproces bemoeilijken. Dat heeft vier oorzaken.

Ten eerste vormen de 140-duizend kolonisten inmiddels een kritische massa: de problemen die hun aanwezigheid meebracht, verdwenen niet zomaar door een politieke ommekeer. Ten tweede voelen deze kolonisten zich erg bedreigd door de huidige regeringspolitiek. Velen van hen balanceren voortdurend op de grens tussen burgerlijke ongehoorzaamheid en anti-Palestijns geweld.
Ten derde staat de regering-Rabin te zwak om de kolonisten te knevelen. Volgens peilingen zou Likoed winnen als er nu verkiezingen werden gehouden. Rabin moet rekening houden met de ideologische meerwaarde die veel nederzettingen in zionistische ogen hebben. De vestigingen vormen de speerpunt van de rechtse oppositie, al verschillen ze in graad van legitimiteit. Die op de Golanhoogte pronken in de eredivisie. Op de Westoever scoren de nederzettingen in het Etzion-blok hoog, na 1967 gebouwd op een plek waar zionisten al eerder voet aan de grond hadden maar die in de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 was prijsgegeven.
Gehaat daarentegen zijn de haast onverdedigbare joodse speldeprikken in Palestijns gebied. Dit zijn voorposten die messianistisch bevlogen religieuze jongeren expres oprichtten op ‘moeilijke’ plaatsen. Zij geloven dat hun provocatieve aanwezigheid het proces van Goddelijke Verlossing zal bespoedigen. Van dat laatste is nog niet veel te zien, maar confrontaties met Palestijnse omwonenden zijn er te over. De kolonisten van dit 'Blok der Getrouwen’, ooit populair, worden door de meeste Israeli’s nu eerder als saboteurs van het vredesproces gezien.
Ergens in de middenmoot hangen de overige nederzettingen, in minder bevolkte uithoeken van de Westoever - kleine stadjes intussen, vol 'gewone’, door goedkope subsidiewoningen aangetrokken Israeli’s. Helemaal buiten de competitie vallen de Israeli’s die in nieuwbouwwijken in Oost- Jeruzalem wonen. De regering-Rabin is, niet minder dan rechts, gebrand op behoud van geheel Jeruzalem onder Israelische soevereiniteit. Men ziet met lede ogen hoe Palestijnen her en der in de hoofdstad hun semi-legale instellingen openen. Israels tegenstrategie bestaat uit een kras kolonisatieprogramma dat de laatste stukjes vrije Palestijnse grond in beslag neemt. De plannen - in tegenspraak met het beginselakkoord van 1993 met de PLO - behelzen tevens 'Groot-Jeruzalem’: de kring van nederzettingen rond de hoofdstad.
Ten vierde is interne sabotage binnen het regeringsapparaat niet uitgesloten. De groei van het aantal kolonisten tegen het officiele beleid kan geen toeval zijn, en is slechts voor een klein deel toe te schrijven aan 'particulier initiatief’. Volgens de vredesbeweging wordt 'ergens’ de hand gelicht met Rabins bepalingen tegen verdere expansie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt vermoedelijk niet op het ministersniveau, maar bij met kolonisten sympathiserende ambtenaren.
Rabin lijkt het aan politieke wil en armslag te ontbreken om zijn eigen dubbelzinnige beleid een halt toe te roepen. Het zou niet voor het eerst zijn dat de regering de zionistische geestdrift van zijn eigen bureaucratie niet in de hand heeft.