De geest van ‘Gezipark’ in Nederland

De zoete roes van het oproer

Een nieuwe Turkse generatie van beter opgeleiden uit de middenklasse roert zich tegen het autoritaire bewind van premier Tayyip Erdogan. Ook in Nederland laat de Turkse gemeenschap van zich horen.

Medium gezi

De ambitieuze Turk Emre Erol verruilde een krappe vijf jaar geleden de Sabanci Universiteit in Istanbul voor een baan als docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden. Jarenlang dacht de historicus dat er nauwelijks verschil bestond tussen de moderne geschiedenis van Turkije die hij bestudeerde en de politieke werkelijkheid om hem heen. ‘In een land met een zeer diverse bevolking wordt, net als in de jaren dertig onder de seculiere Atatürk en in de jaren vijftig onder de gematigd conservatieve Adnan Menderes, een monistische politiek gevoerd.’ Maar onder aanvoering van premier Recep Tayyip Erdogan van de religieus-conservatieve en nationalistische AK-partij is de Turkse staat in de afgelopen tien jaar machtiger en machtiger geworden. ‘Erdogan interpreteert democratie als de wet van het getal. De politieke meerderheid beveelt.’

Op 28 mei 2013, de avond dat in Istanbul de Gezi-protesten uitbraken, stopte Erol abrupt met het schrijven aan zijn proefschrift. ‘Daarom heb ik vertraging opgelopen.’ Hij was in de zomer vrijwel elke avond op het Beursplein in Amsterdam te vinden, waar Turken en Turkse Nederlanders solidariteitsbijeenkomsten hielden. Lange tijd had Erol het gevoel slechts een atoom te zijn te midden van miljoenen anderen: nietig en zonder verbindingen. ‘Gezi’ heeft die eenzaamheid doorbroken. ‘Ik was niet langer met míjn problemen bezig, maar met ónze problemen. Er werd eindelijk ook naar ons geluisterd.’

Die abrupte breuk met de routine van het bestaan overkwam ook Selim Dogru, een Turks-Nederlandse componist en musicus. Zestien jaar geleden verhuisde hij met zijn toenmalige Nederlandse echtgenote van Istanbul naar Amsterdam. ‘Ik was de avond van 28 mei thuis aan het werk’, herinnert hij zich. Hij zag de stroom berichten over de demonstraties in Istanbul op Facebook voorbijkomen. ‘Ik was nieuwsgierig en dacht al snel: dit is fantastisch. Het voelde alsof mijn generatie de wanhoop van zich afwierp.’ Zeker de eerste maand ging hij vaak pas om een uur of zeven in de morgen naar bed. Gekluisterd aan zijn computer volgde hij de ontwikkelingen in Istanbul en andere steden. Hij fietste naar het Beursplein om de demonstranten in Turkije een hart onder de riem te steken en bezocht politieke fora.

Het afgelopen half jaar merkte ik het vaker in gesprekken met Turkse en Turks-Nederlandse vrienden en kennissen: hun lichaam en geest vertoeven in verschillende werelden. Als migrantenzoon of -dochter leven ze in Nederland. Ze studeren of werken hier of hebben hier hun liefde ontmoet. Sommigen vrezen dat ze aan de Turkse grens worden opgepakt omdat ze weigeren hun militaire dienstplicht te vervullen. Maar hun hoofd en hart zijn vervuld van ‘Gezi’, de roep om vrijheid van geest en ruimte voor verscheidenheid.

Een sit-in in het slonzige Gezipark aan de rand van het centrale Taksimplein in Istanbul, ter voorkoming van het kappen van bomen om plaats te maken voor een kitscherig barakkencomplex met winkels, werd met excessief geweld neergeslagen. Het brute optreden tegen zijn eigen burgers wordt alom aangemerkt als metafoor voor de ongekende machtshonger van premier Erdogan die met zijn AK-partij sinds 2002 alleen regeert. Het was tevens het startsein voor de stedelijke outcry van een nieuwe, apolitieke generatie van beter opgeleiden uit de middenklasse. Progressieve geesten die niets zien in politieke leiders die zich ouderwets en dwingend opstellen, en die zich teweerstellen tegen de grootscheepse corruptieschandalen op instigatie van of ten minste met medeweten van Erdogan, die sinds enkele weken het nieuws in Turkije beheersen.

Erol en Dogru en tal van andere Turken en Turkse Nederlanders die ik de afgelopen maanden ontmoette, behoren tot het Gezi-smaldeel. Ze wonen niet in Turkije, maar net als veel generatiegenoten daar hebben de protesten in Turkije hun mentaal een boost gegeven. En bovenal: ze hebben zielsverwanten gevonden. Ze keken om zich heen en verbaasden zich: waarom zijn we elkaar niet eerder tegengekomen? Erol begreep al snel dat de geest van ‘Gezi’ niet kon groeien als hij zich alleen tot gelijkgestemden richtte. Hij stuurde mailberichten naar bekenden en vage kennissen die sympathiseren met de regeringspartij in Turkije of die om andere redenen de protesten bekritiseerden. Hij vroeg hun te reageren. Niet alle interventies waren productief. Zo kreeg hij een dreigmail van een collega met een Turkse achtergrond in Leiden. Zijn hoofd zou worden afgehakt. Erol fronst zijn wenkbrauwen. ‘Ik ben niet geschokt of bang. Zo reageren Turken als ze boos zijn.’

Selim Dogru komt op zijn manier op voor mensenrechten, democratie en het behoud van de natuur wereldwijd. Naast zijn werk als componist en muziekleraar organiseerde hij het afgelopen half jaar maandelijks een ruilbeurs van goederen. Hij bracht het International Gezi Ensemble op de been, een bont gezelschap van amateurs en professionele zangers, musici, filmmakers, dansers, acteurs en kunstschilders dat midden november op de Dam in Amsterdam optrad. Op 25 januari volgt een uitgebreid muziekprogramma in Podium Mozaïek in Amsterdam-West.

Tientallen andere Turken en Turkse Nederlanders ontmoeten elkaar sinds afgelopen zomer op zondag in steden als Amsterdam, Enschede, Arnhem, Rotterdam en Den Haag bij politieke fora. Het zijn trage bijeenkomsten waar versleten begrippen als fascisme veelvuldig over de lippen gaan. En waar niet altijd helder op het netvlies staat dat elke voorafgaande regering, ook die van de seculiere Republikeinse Volkspartij, het huidige AK-bewind met gemak naar de kroon steekt als het gaat om autoritair optreden.

Sinds kort wordt aarzelend de vraag gesteld: hoe nu verder? Hoe kan ‘Gezi’ worden gematerialiseerd, zowel in Turkije zelf als in Turkse gemeenschappen in het buitenland? Hoe gaat het post-Gezi-tijdperk zich ontwikkelen? Het blijkt nog te vroeg voor antwoorden, zowel hier als in Turkije waar in diverse steden eveneens politieke fora plaatsvinden.

In Mediamatic in Amsterdam werden de afgelopen maanden bijeenkomsten belegd in het kader van het Parkproject. Willem Velthoven is een van de drijvende krachten achter dit instituut, dat het verbinden van kunst, nieuwe technologie en samenleving stimuleert. ‘Meteen na het uitbreken van de Gezi-demonstraties hebben wij in Amsterdam twee bijeenkomsten georganiseerd waar meer dan honderd Turken en Turkse Nederlanders op afkwamen’, zegt hij. ‘Er werden tal van ideeën gespuid over hoe we de protesten in Turkije konden ondersteunen en de Gezi-spirit op creatieve wijze naar Nederland konden vertalen.’

‘Ik was niet langer met míjn problemen bezig, maar met ónze problemen. Eindelijk werd naar ons geluisterd’

Een deel van de hoge, tochtige hal van Mediamatic werd aanvankelijk ingericht als Gezipark. Zo waren er een podium voor optredens, een billboard om films op te vertonen, een bescheiden bibliotheek en een café om elkaar te ontmoeten. ‘De relevantie van “Gezi” voor ons hier in Nederland’, zegt tapdanseres Marije Nie, ‘is niet alleen daadkracht en weerstand, maar vooral de bereidheid om uit routines van denken en doen te stappen, om grenzen te doorbreken.’ Nie trad gedurende de protesten op in Istanbul en filmde er.

Ook ik kwam met enige regelmaat in Mediamatic. Ik at de vegetarische daghap mee en woonde de vaak chaotische discussies bij. Indirect was er een machtsstrijd gaande: mocht Mediamatic, dat immers een bescheiden budget ter beschikking had gesteld en onderdak bood, beslissen welke projecten financiering kregen, of gingen de deelnemers daar zelf over, in de geest van de anarchistische sfeer in het Gezipark? De uitkomst paste aanvankelijk in de Nederlandse polder: een mix van beide.

Een deel van de mensen van het eerste uur bleef evenwel ontevreden over wat ze de institutionele benadering van Mediamatic noemden. Niet over alle events werd vooraf met de hele groep overlegd, en bij een enkel project werd wel de naam van de makers vermeld, terwijl er een stilzwijgende afspraak was dat het aan een ieder kon worden toegeschreven. Kortom, klassieke problemen als het om community building gaat: wie bepaalt de huisregels en hoe wordt met mensen en organisaties van buitenaf omgegaan die ook gebruik willen maken van het Gezi-podium in Mediamatic?

De problemen bleven schuren. In de nacht voorafgaande aan de officiële opening van het Parkproject op 16 november namen de ontevredenen het heft in eigen hand. Ze braken hun bibliotheek, café, podium en billboard af en barricadeerden – in de geest van wat er aan de randen van het Taksimplein en Gezipark gebeurde om de oproerpolitie buiten het gebied te houden – met de brokstukken de bovenste verdieping van Mediamatic. De opening vond desondanks plaats en tot 15 december werden er activiteiten georganiseerd.

Ik was in de jaren tachtig en negentig correspondent in Turkije voor Nederlandse media en volg de ontwikkelingen daar nog steeds. Ik was begin juni in het Gezipark en op het Taksimplein. De zoete roes van het oproer kreeg ook mij in zijn greep. Jarenlang verbaasde ik me over de apolitiek houding van de goed opgeleide generatie uit de middenklasse, creatieve jongeren die zijn geboren in de nadagen van de militaire staatsgreep van 1980, ten tijde van de opkomst van de politieke islam. In hun studententijd werden ze in de watten gelegd door ouders die het economisch steeds beter kregen. Nu tuffen ze comfortabel in hun eigen auto naar de universiteit en geven in de luxe winkelcentra verspreid over het land achteloos het geld van hun ouders uit. Ze zijn dan wel geen aanhanger van het religieuze conservatisme van de regerende AK-partij, het neoliberale gebod van premier Erdogan, gij zult consumeren, heeft ook hen bij de strot.

In Mediamatic begreep ik, net als in de zomer in het Gezipark in Istanbul, hoe ongemakkelijk, machteloos en alleen ze zich in werkelijkheid hadden gevoeld. Elke bijeenkomst in Amsterdam, of het nu het politieke forum betreft of het platform van de meer creatieve geesten, ademt de opgewonden verwondering dat in een samenleving met een overwegend religieus-conservatieve oriëntatie – zowel de Turkse als de Turks-Nederlandse – ook zij er eindelijk toe lijken te doen. Het nieuwe zelfvertrouwen uit zich in grappen: we willen de Turkse premier Erdogan bedanken dat hij zo slecht is, dat is immers de reden dat we elkaar hebben gevonden.

Hakan Yildirim vertelt dat hij de afgelopen jaren tandenknarsend naar het nieuws over Turkije keek. ‘Er gebeurt daar van alles wat om een tegenkracht vraagt: het religieuze autoritarisme, de vercommercialisering van de openbare ruimte, het slechte onderwijs, en sinds kort de wijdverbreide staatscorruptie.’ Dat niemand in staat leek het tij te keren maakte hem bij vlagen depressief. Yildirim groeide als Turkse migrantenzoon op in Duitsland, kwam in 2004 voor studie naar Tilburg en werkt nu in Veenendaal. Hij stapte in de zomer in het vliegtuig en zag in het Gezipark een andere realiteit. De verlammende politieke polarisatie en stigmatisering in Turkije werd doorbroken. Mensen met verschillende politieke denkbeelden en levensstijlen kwamen elkaar tegen.

Yildirim vindt dat ook in de Turkse gemeenschap in Nederland families zich moeten realiseren dat hun kinderen niet wordt geleerd om vragen te stellen. ‘Kinderen moeten dat juist wel doen. Niet alleen om zichzelf te ontwikkelen, maar ook om zich te ontdoen van de ideologieën die hun dwingend worden opgelegd. Vanuit huis, op school, door de staat.’

Hij groeide op in een Atatürk-gezin. ‘De seculiere ideologie werd er met de paplepel ingegoten.’ Het heeft hem jaren gekost om te begrijpen dat er ook Turken zijn die Atatürk juist als hun politieke vijand zien. Afgelopen zomer was Yildirim van de partij op de Gay Pride in Amsterdam. ‘Door “Gezi” ben ik gevoeliger geworden voor de belangen van anderen. Ik realiseer me dat ook zij zich lange tijd onbegrepen hebben gevoeld; ze werden niet gehoord.’

Maanden na het uitbreken van de eerste straatprotesten volgt de Turkse gemeenschap in Nederland nog steeds elke flinter nieuws uit Turkije op de voet. Maar men praat vrijwel nooit over wat ‘Gezi’ in hen zelf omhoog heeft gewoeld. Pas als ik het onderwerp op het event Me and Gezi: Public Confessions in oktober in Mediamatic officieel op de agenda zet, komen de verhalen los. Betül Ellialtioglu schudt het hoofd als ik haar die avond vraag waarom de Nederlandse Turken hun wanhoop al die jaren voor elkaar verzwegen. ‘Mijn generatie werkt hard. We hebben drukke levens. Als je in de avond eindelijk tijd hebt om met vrienden te kletsen, dan heb je het niet graag over politiek. Je wilt je niet nog slechter voelen.’

‘Vóór “Gezi” dacht ik: de wereld is a shitty place, zeker ook Turkije, en je kunt dat niet echt veranderen’

De frêle Turkse architecte Ellialtioglu woont sinds 2010 in Nederland. Ze merkte pas hoe diep het zwijgen was ingesleten toen ze in 2012 voor korte tijd terugging naar Istanbul. ‘Ik had niemand om echt mee te praten. Dat remde mijn creativiteit. Ik kon in mijn eigen vak, de architectuur, slechts de neoliberale weg volgen: grote hotels of andere gebouwen ontwerpen. Daar valt geld mee te verdienen.’ Ze voelde zich part of the trap. ‘Je wilt geen onderdeel zijn van die levensvisie. Maar je moet wel als je brood op de plank wilt hebben.’

De traditionele Turkse media verdoezelden afgelopen zomer welbewust de Gezi-protesten, net zoals ze nu maar mondjesmaat berichten over de groeiende stroom corruptieschandalen waarbij de AK-partij is betrokken. Televisiekanalen, niet alleen de staatszenders maar ook commerciële zenders als CNN Türk, zonden in de zomer, terwijl er in het hele land doden en gewonden vielen, soaps en documentaires over pinguïns uit. ‘Burgers met een smartphone werden zo gedwongen journalist te worden’, zegt Ellialtioglu. Op haar online platform Miimar was zij aanvankelijk soms 24 uur per dag in de weer met het doorgeven van berichten over de demonstraties in Istanbul en andere steden. ‘Ik had geen internet thuis’, vertelt ze. Ze zat in Amsterdam op een bankje voor de winkel van haar buurman. ‘Ik had de inlogcode van zijn wifi gekregen.’ Samen met Turkse en Nederlandse journalisten zoekt Betül Ellialtioglu nu uit hoe in Turkije onafhankelijke journalistiek gestalte kan krijgen en wat daarbij de rol kan zijn van de sociale media.

Mijn gesprekken leggen nog iets anders bloot. Het idee dat de Turken in Nederland vooral onderdeel zijn van de migratiegeschiedenis van hun ouders is inmiddels te beperkt. De uittocht van blauwe boorden en politieke vluchtelingen die vijftig jaar geleden op gang kwam, is in het afgelopen decennium vrijwel onopgemerkt opgevolgd door een nieuwe uitstroom, die van Turkse witte boorden: kenniswerkers, promovendi, kunstenaars en creatieve ondernemers. Emre Erol schat dat negentig procent van de mensen met wie hij in Istanbul studeerde nu in het buitenland verblijft. Hij kent nogal wat Turken die in Nederland wonen en werken omdat ze bijvoorbeeld als ingenieur geen baan in Turkije kunnen vinden. Of die als academicus heikele onderwerpen als de Koerden of de Armeense kwestie willen bestuderen. Daarvoor bestaat volgens Erol in Turkije niet genoeg academische ruimte. ‘Je loopt de kans dat met gevangenisstraf te bekopen. Wat is er dan eenvoudiger dan in Nederland, de VS of Engeland te gaan wonen en werken?’

Dat deed ook studente communicatiewetenschappen Hande Sungur. Voor een promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit verhuisde ze naar Amsterdam. Vóór ‘Gezi’ was ze een toeschouwer, zegt ze. ‘Ik dacht: de wereld is a shitty place, zeker ook Turkije, en je kunt dat niet echt veranderen.’ Nu heeft ze hoop dat verzet loont. Naast haar onderzoekswerk is ze dagelijks vijf à zes uur in de weer met het voorbereiden van de bijeenkomsten van het Amsterdamse Forum.

En samen met anderen initieert ze protestacties, zoals de actie tegen de standpunten van Ahmet Akgündüz, de rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam. Hij staat niet alleen vijandig tegenover tegenstanders van de Turkse regering, onder wie de Gezi-demonstranten, hij ziet ook weinig heil in een dialoog met andersgelovigen. Sungur organiseerde ook acties tegen de levenslange gevangenisstraf van de Turks-Nederlandse journaliste Füsün Erdogan in het bijzonder en tegen de beperking van de persvrijheid in Turkije in het algemeen. Turkije kent het hoogste aantal journalisten achter de tralies. Recent streed Sungur voor het aftreden van de regering-Erdogan naar aanleiding van de corruptieschandalen.

Sungur, Yildirim, Dogru, Erol en al die anderen met een Turkse achtergrond behoren tot de Generatie Y, jonge mensen, geboren tussen het eind van de jaren zeventig en het midden van de jaren negentig. Ze zijn goed opgeleid en organiseren zich niet in partijen, maar vormen sociale en interactieve netwerken rondom ideeën. In Nederland ontmoet een deel elkaar onder de naam Orgutzsuzler, de ongeorganiseerden, tevens een Facebook-groep. De Spaanse socioloog Manuel Castells noemt het de constructie van de bottum up-democratie.

De Gezi-beweging heeft in hoofdzaak een seculier karakter, maar is volgens de Turkse sociologe Nilüfer Göle wars van een autoritaire vorm van staatssecularisme en het weren van moslims uit de publieke ruimte. Anders dan hun ouders kan de Turkse Generatie Y goed omgaan met verscheidenheid. Göle ziet de protesten, die zich in de publieke ruimte afspelen, vooral als een generale repetitie voor een nieuwe vorm van burgerschap.

Er ontluikt een vergelijkbaar proces onder een deel van de Turkse gemeenschap in Nederland. Ook hier staat een nieuwe generatie op. De Gezi-protesten fungeren ook voor hen als referentie en ze drukken zich net als hun zielsverwanten in Turkije uit via de sociale media en met politieke humor. Hakan Yildirim zegt dat ‘Gezi’ hem vooral heeft geleerd dat je moet ophouden met klagen als je daar zelf niets tegenover stelt. Met een glimlach vertelt hij dat hij in de herfst samen met vrienden en bekenden een documentaire over pinguïns projecteerde op de muur van de Turkse ambassade in Den Haag. ‘Een soort guerrilla-actie. We wilden een kartonnen pinguïn bij het ambassadegebouw achterlaten, als symbool voor het verzwijgen door de staatsmedia van de Gezi-protesten. Het regende die dag en daarom heb ik het niet gedaan.’ Yildirim nam de pinguïn mee naar Atlanta waar hij de week daarop een congres bezocht. Hij plaatste het beest naast het cnn-logo op de gevel van het hoofdkantoor van CNN International. ‘Ik zag dat veel mensen er foto’s van namen.’


Van 24 t/m 27 januari vindt in Amsterdam het elfde Internationale Symposium tegen de Isolatie plaats. De geest van Gezipark, onder het motto ‘Overal is Taksim, overal is verzet’, staat daarin centraal. Impressies van het inmiddels afgelopen Parkproject in Mediamatic in Amsterdam staan hier.

Enkele Nederlandse Gezi-groepen op Facebook:

beeld: Amaury Miller / HH