De zon schijnt

Ik vind ’s ochtends de dingen het leukst. Boek, telefoon, podcast, vanuit mijn horizontale positie juich ik de wereld toe. Alles is interessant, bruikbaar, likeable, het ene na het andere hartje klik ik aan op Instagram. Al blijft nu mijn vinger haperen bij de foto die January Jones van zichzelf heeft geplaatst. Het gemis van Mad Men dacht ik te kunnen verzachten door de acteurs te blijven volgen op Instagram. Omdat ze ooit Betty Draper was, vergeef ik January de parellach, de roze lippen, de strakke gestreepte truitjes. Zeker ’s ochtends. ’s Avonds is het op met mijn geduld voor meisjesachtige mooiheid die ostentatief wordt uitgedragen, inclusief zogenaamde zelfspot. Ik kijk dus al een tijdje geen late-nightshows meer.

Wie ben ik, wat is míjn probleem.

Sun’sout, guns out, schrijft January onder haar foto.

Die lach, die ogen, ze worden ondersteund door een kort leren jasje dat openvalt, zodat het uitzicht op de blote borsten eronder tergend net-niet maximaal is.

Op mijn Desert Island Discs-podcast heeft Daniel Kahneman het ondertussen over levensdoelen en vriendschap. Vrienden kennen je beter dan jijzelf, zegt Kahneman. Zij weten wat goed voor je is, welke beslissingen je wel en niet moet nemen, omdat ze weten welke uitwerking die beslissingen op den duur op je hebben. Je bent je eigen blinde vlek.

De vriend die me beter kent dan ikzelf heeft natuurlijk allang de borsten van January Jones geliked. Ik bel hem. ‘Ze zijn zo groot’, zeg ik.

‘Dat viel me ook op ja.’

‘Zijn ze wel echt?’

‘Ik vroeg het me ook af.’

‘Waarom vind ik die foto vreselijk?’

‘Omdat je het niks voor Betty vindt.’

Ja, denk ik, ik ben een breakfast girl!

In de ochtend zijn de dingen gewoon het meest vers. Het licht, de straten, de mensen, het brood. Ik hou ervan als winkeliers hun stoep aan het schrobben zijn, als de rolluiken omhoog worden gedraaid. Ontbijt is mijn lievelingsmaaltijd. In Magic Mike bespreken twee mannen een nieuwe vriendin: ‘Is she a breakfast girl?’ Ja, denk ik sinds ik die film zag, ik ben een breakfast girl! Pannenkoeken, havermout, scrambled eggs, kom maar door. Ik vertelde dit eens aan diezelfde vriend, die overigens een manier van het hoofd schudden heeft als ik iets vertel. Je hebt onenightstands die je zo snel mogelijk weer de deur wilt uitwerken, legde hij uit. En je hebt meisjes voor wie je de volgende ochtend ontbijt wilt maken. Vandaar: breakfast girl.

Maar dan nog, dacht ik.

‘Het is gewoon een vrolijke foto’, zegt hij.

‘Ik weet het niet.’

‘Heb je het onderschrift wel gelezen?’

Ik vertrouw haar stoerheid niet, wil ik zeggen. Maar ik wil ook niet de hele ochtend over de borsten van January Jones delibereren. (De halve ochtend, hoogstens.)

Kahneman heeft het inmiddels over geluk. Hij is zowel psychologisch als economisch onderlegd, en kreeg daarvoor de Nobelprijs. Hij mag het zeggen. Dat je je levensdoelen op bereikbare hoogte moet stellen, en dat je veel tijd moet doorbrengen met vrienden. O, en dat je gelukkiger wordt naarmate je ouder wordt. Dat las ik pas ook al in de krant.

Niet alles hoeft zelf ondervonden te worden om toch waar te zijn. Maar was ik minder gelukkig, pakweg 25 jaar geleden? Omdat ik aan het verhuizen ben, kom ik veel bewijsstukken uit het verleden tegen. Al die brieven, dagboeken, notities, al die pogingen tot bewaren en vasthouden. En nog weet ik niks. Ik lees de brief die ik aan mijn vader schreef toen hij zeventig werd, en dan de brieven en briefjes toen hij het jaar erop ziek werd. Ze zijn te mooi, die brieven. Te lief. Ik mis wat ik toen echt voelde.

Ik zie Betty Draper voor me. Haar nadenkende profiel, de geprangdheid waarmee ze de rook van haar sigaret uitblaast, haar ijle nachtgewaden, haar smeulende verzet, alles wat ze niet zegt. En nu is daar January Jones, lipstick, zonnebril, borsten, in my face, in ieders gezicht.

‘Je moet het niet zo ernstig nemen.’

Ik probeer luchtiger over lichamen te denken, al een lang leven. Dat is mijn probleem denk ik.