The Unsleep

‘De zon zie ik in het weekend’

In onze 24-uurseconomie is er altijd wel een consument wakker en behoeftig. Als gevolg werken wereldwijd miljoenen mensen in de nacht, wat hun fysieke en mentale gezondheid schaadt.

Danilo Correale, excerpt from The Unsleep, 2019 © courtesy the artist

Het bedrijventerrein van het Amsterdam Food Center ligt er verlaten bij. Het is half drie ’s nachts als Rob ten Brink (65) uit Mijdrecht de geïmproviseerde containerkantine van vleesspecialist Chateaubriand binnenstapt. De slager is een van de 1,3 miljoen Nederlanders die wel eens ’s nachts werkt. Hij zet koffie en trekt alvast zijn witte overall aan. ‘Ik vertrek in het donker naar mijn werk en vaak is het ook donker als ik naar huis ga. De zon zie ik in het weekend’, zegt hij laconiek. Ten Brink werkt sinds zijn zeventiende in de vleeswereld. ‘Ik heb al het werk gehad. Lopende band, slachtband, gesjouwd met vleesbouten van meer dan honderd kilo. Tegenwoordig tillen we maximaal 25 kilo, maar ik kan je verzekeren dat dit een zwaar beroep is.’

Het gaat goed met Chateaubriand. Het bedrijf staat bekend om de levering van kwaliteitsvlees in heel Nederland. Het rund- en kalfsvlees komt uit de Schotse Hooglanden. Om de toenemende vraag bij te houden werkt Ten Brink samen met zijn collega’s ’s nachts. Gisteren verliet hij het terrein om kwart over vijf ’s middags. ‘Dan kom je thuis en breng je wat tijd door met de vrouw. Om een uur of acht ga je weer naar bed. Een sociaal leven heb je niet. Vroeger kon ik genieten van voetbal kijken op de bank. Nu is het knikkebollen voor de tv.’ De koffie is op. Ten Brink doet zijn witte slagerspet op en opent de roldeur naar de snijkamer. Witte tl-buizen verlichten een ruimte met snijplanken en snijmachines. De temperatuur is zeven graden. Voor de zojuist gearriveerde Peter Oldejans (64) geen probleem. Onder zijn overall heeft hij een T-shirt aan; zijn borst is deels ontbloot. ‘Ze lopen er hier allemaal bij als beren’, zegt hij wijzend naar Ten Brink, die warm blijft met een trui.

Samen zet het tweetal alles klaar voor de eerste bestellingen. De mannen slijpen messen en sjouwen met plastic bakken. In de naastgelegen koelruimte is het nul graden. Daar hangen grote hompen vlees aan haken. De rest van het vlees is opgestapeld in plastic bakken. Dit geldt ook voor de vriesruimte, waar het min zeventien is. Soms staat een van hen vijf minuten bakken te verplaatsen in deze ruimte. Last van de kou lijken de mannen niet te hebben. Warmer is het in het kantoor van Dirk Huisman (56), de eigenaar van Chateaubriand. Hij is elke dag om half twee op locatie om de bestellingen van restaurants te verwerken.

‘Vindt u het erg als ik doorwerk terwijl we praten?’ vraagt hij, druk tikkend op zijn toetsenbord. Uit de printer komen A4’tjes met bestellingen en bonnen. Die zijn voor de mannen in de snijruimte. ‘Er moet er nou eenmaal eentje beginnen, anders kunnen de jongens niet aan de slag.’ Hij toont op zijn computerscherm e-mails met bestellingen. Ook zijn WhatsApp- en sms-inbox zijn er vol van. ‘Alleen per postduif komt er niks binnen!’ Huisman klikt op zijn lijst met verzonden e-mails. ‘Ik reageer altijd netjes op iedereens bestelling. Het is toch een best onpersoonlijk vak.’ Net als zijn werknemers Oldejans en Ten Brink houdt hij geen sociaal leven over na werktijd. ‘Het is niet zo dat ik tijd heb om met m’n vrouw op de bank naar All You Need Is Love en dat soort onzin te kijken. Gisteren kwam ik om half zeven ’s avonds thuis. De wekker gaat vier uur later weer.’

Naar eigen zeggen houdt Huisman geen fysieke klachten over aan het werk. Toch zit zijn linkervoet in het gips. Hij ging bij het uitladen van een vrachtwagen door zijn enkel. ‘Toen landde er nog een koeienbout boven op me.’ Ook Oldejans en Ten Brink houden blessures over aan het werk. Eerstgenoemde strompelt, de ander heeft driemaal een liesbreuk gehad. Ook scheurde hij een spier in zijn linkerbovenarm. Een operatie wil hij niet. ‘Je weet nooit of het ’t erger maakt.’

We leven in een 24-uurs-economie. De consument wil zijn goederen zo snel mogelijk hebben en de nachtrust van werkers komt daarmee in het gedrang. Denk aan de distributiecentra en magazijnen in Nederland, waar ook ’s nachts het licht brandt. In Nederland werken zo’n 1,3 miljoen mensen wel eens ’s nachts, onder wie ook noodzakelijke nachtwerkers zoals verpleegkundigen en de mannen en vrouwen in blauw.

Nachtwerk is ongezond. Dit was de conclusie van de nationale Gezondheidsraad, die eind 2017 met een rapport over nachtwerkers kwam. Het vergroot het risico op slaapproblemen, obesitas, diabetes type twee en hart- en vaatziekten. Deze resultaten zijn relevant, redeneert de Gezondheidsraad, omdat vijftien procent van de beroepsbevolking wel eens ’s nachts werkt.

Onderzoek naar de risico’s van nachtwerk is wereldwijd nog pril. Toch zijn er in het buitenland onderzoeken die de resultaten van de Gezondheidsraad bevestigen. Een meta-analyse uit 2017 nam 61 onderzoeken naar kanker onder de loep. Bij elkaar bestond de onderzoeksgroep uit 3,9 miljoen vrouwelijke nachtwerkers. Op lange termijn lopen zij een groter risico op borst-, huid- en longkanker. 38 vrouwen met borstkanker kregen van de Deense regering al in 2009 een compensatiebedrag tussen 4500 en 130.000 euro. Ze werkten in twintig jaar dienstverband ten minste één nacht per arbeidsweek.

‘Gisteren kwam ik om half zeven ’s avonds thuis. De wekker gaat vier uur later weer’

Ook zijn er mentale gezondheidsrisico’s. Zo blijkt uit vooronderzoeken dat nachtwerk de kans op depressie vergroot. Door ritmewisselingen krijgen nachtwerkers met een bipolaire stoornis sneller last van episodes. Het missen van activiteiten overdag kan ook weer leiden tot sociaal isolement.

‘Het zit allemaal in ’t koppie’, zegt Oldejans, terwijl hij zorgvuldig de botten van een kip wegsnijdt. ‘Wij hadden er ook een die het niet meer aankon. Die is gestopt.’ Hoe zij het dan wel volhouden, zo vaak en lang doorwerken in de nacht, ochtend en middag? ‘Heel simpel: de liefde voor het vak. Net als een timmerman een tafel in elkaar zet, maak je als slager van rauw materiaal een product.’ Even later heeft hij de kip zonder botten netjes met een touwtje ingepakt. Een klein kunstwerk. ‘Als ik een baan had die me niet aanstond en ik zou deze uren maken, dan zou ik ook gek worden.’

Het is vijf uur. Over een uur komt de chauffeur de eerste lading bestellingen ophalen. Er moet nog veel gebeuren. Ook Huisman heeft inmiddels een witte overall aan. Hij loopt druk heen en weer op zijn gipsvoet. Inmiddels zijn er nieuwe collega’s bij gekomen en staan de mannen met z’n zessen te snijden, sjouwen en in te pakken. ‘Het liefst had ik er meer collega’s bij’, zegt Ten Brink. Vlot snijdt hij een groot stuk rundvlees in stukjes. ‘Maar niemand wil zo vroeg beginnen.’ Baas Huisman beaamt dat. ‘Een baan als deze is toch een inbreuk op je sociale leven.’

Net als ieder levend organisme kent het menselijk lichaam een circadiaans ritme: een interne biologische klok die ruwweg elke 24 uur opnieuw begint te tikken. Binnen dit tijdsbestek vinden veel interne processen plaats. Denk hierbij aan je eetpatroon, afwisselingen in alertheid, of het slaap-waakritme. Dit wordt mede-gereguleerd door melatonine, ook wel het ‘slaaphormoon’ genoemd. ‘De aanmaak van melatonine is gedurende de nacht hoog en overdag laag’, zegt Mariëlle Aarts (49) in haar kantoor op de Technische Universiteit Eindhoven. Zij is bouwkundig ingenieur, gespecialiseerd in licht. ‘Het “stresshormoon” cortisol loopt net andersom. ’s Ochtends heb je dat nodig om je te activeren. Zo heeft elk orgaan, elk stofje en elke cel in ons lichaam een circadiaans ritme. Al deze processen lopen in elkaar over, grijpen elkaar aan. Door ’s nachts te werken verstoor je die natuurlijke balans binnen je lichaam.’

Uit een enquête die Aarts met collega’s onder zevenhonderd verpleegkundigen uitvoerde, blijkt dat gemiddeld drie nachtdiensten achter elkaar het vaakst voorkomt. Veel nachtwerkers werken volgens een roulerend drieploegenrooster: ochtend-, avond- en nachtdienst. Volgens Aarts is de omschakeling vergelijkbaar met een jetlag; overdag heeft de persoon meer kans op slaperigheid, ’s nachts is in slaap vallen moeilijker. Ook slaat tijdens het nachtwerk vermoeidheid eerder toe, wat de kans op letsel vergroot.

Aarts wil onderzoeken of de gezondheidsrisico’s van nachtwerk verlaagd kunnen worden – en wel met behulp van licht. Ze loopt naar een canvas poster in haar kantoor. Afgebeeld staat een opeenvolging van alle kleuren die we kennen: het lichtspectrum. ‘Alles tussen de golflengte van 380 en 780 nanometer noemen we licht. Een langere golflengte ervaren we als warmte, kortere golflengtes noemen we ultraviolette straling.’ Haar vinger legt ze op het blauwe gedeelte van het spectrum. Tussen de 470 en 480 nanometer. ‘Dit licht onderdrukt het beste de aanmaak van melatonine en zorgt dus voor een verstoring van je circadiaanse ritme. Als je gaat slapen wil je liever geen blauw licht hebben. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat blauw licht mensen alerter maakt. Dat zou nachtwerkers kunnen helpen. Andere onderzoeken spreken dit tegen. Dit is een relatief nieuw gebied waar we nog weinig over weten, maar waar wellicht veel te winnen valt.’

In wit licht – wat wij als kleurloos ervaren – is heel het kleurenspectrum terug te vinden. Dus ook blauw licht. Als blauw licht daadwerkelijk een positief effect heeft tijdens nachtwerk, dan resten er nog vragen. Wat voor blauw licht is er nodig? En in welke mate ten opzichte van andere kleuren, als je het licht in een ziekenhuis of magazijn wilt aanzetten? De enquête die Aarts uitvoerde is onderdeel van een groter onderzoek naar de invloed van licht op nachtverpleegkundigen. Dit staat nog in de steigers, maar op andere plekken wordt er al geëxperimenteerd met licht.

Nachtmedewerkers op de Intensive Care (IC) in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch kunnen gebruikmaken van oranje en lichtgevende blauwe brillen. De blauwe brillen zijn bedoeld voor tijdens het werk. De oranje brillen zijn voor de weg naar huis, als het buiten al licht is. Ze filteren het blauwe licht. ‘Ik krijg te horen dat veel medewerkers vooral de oranje brillen prettig vinden’, zegt IC-hoofd Jo Bessems in een telefoongesprek. ‘Een intern, wetenschappelijk onderzoek hiernaar begint volgende maand. Maar van mijn collega’s hoor ik nu al: slapen lukt beter.’

‘Vroeger ging het wat slapen betreft over matrassen, nu gaathet over apps’

En dat is belangrijk omdat mensen die nachtshifts draaien de aangeraden zeven uur slaap vaak niet halen, zegt Aarts. ‘Alles wat er in je lichaam gebeurt gedurende de dag, verwerk je tijdens je slaap. Je lichaam heeft dit nodig om te herstellen voor wat er de volgende dag gaat komen. Er zijn onderzoeken die aantonen dat als je één nacht slecht geslapen hebt, dit zorgt voor een zwakker immuunsysteem, futloosheid – het heeft allemaal met elkaar te maken.’

Tijdens het typen van dit artikel is mijn achtergrond op Word niet wit, maar licht-oranje. Dit komt door een programma dat, naarmate het later wordt, steeds meer blauw licht uit het computerscherm filtert. Dit soort technologie is onderdeel van een nieuwe, groeiende markt. ‘Technologie die ons helpt om gezonder en daarmee ook productiever te zijn’, zegt Charly Blödel (26), masterstudent Social Design aan de Design Academy in Eindhoven. Samen met vier medestudenten maakt ze een collectie van de tools die de moderne mens helpen om een betere versie van zichzelf te worden.

Bijvoorbeeld de Pressure Alarm Clock in de vorm van een mat, die alleen uitgaat als je erop gaat staan. De iRobot Roomba 690 is een compacte, sexy stofzuiger mét wifi-verbinding die zelfstandig opereert en Nora is een klein apparaat dat je kussen verstelt zodat je in je slaap nooit de verkeerde nekhouding aanneemt. Of apps die je helpen met je dieet, je meditatieschema of je vertellen hoe lang je vandaag al naar het telefoonscherm aan het staren bent. Een proefversie van hun collectie lijkt een ironische knipoog naar de mensheid. Hebben we al deze technologie wel nodig? ‘Ik noem het niet per se ironisch. We leven nou eenmaal in een steeds hoger tempo, een snellere wereld waarin het makkelijk is je overspoeld te voelen door verplichtingen en taken. Het is logisch dat mensen makkelijke oplossingen zoeken voor hun problemen. En als het werkt, waarom niet?’ zegt Blödel.

Kunstenaar Danilo Correale zet daar zijn kanttekeningen bij. ‘Sinds het ontstaan van het kapitalisme gaat slaap hand in hand met de consumptiemaatschappij. Vroeger ging het over matrassen, nu gaat het over apps.’ Hij noemt Sleep Genius, een telefoonapp die je helpt om sneller in slaap te vallen. ‘Het is niet bedacht om je een beter persoon te maken, maar een productiever persoon. Zodat je na je powernap van twintig minuten bij Google weer scherp aan het werk kunt.’

De 36-jarige Italiaan is gefascineerd door de relatie tussen slaap en werk. Hij houdt wereldwijd exposities waarin de twee thema’s centraal staan. Door met nachtwerkers en deskundigen met verschillende soorten expertise te spreken komt hij tot nieuwe inzichten, die weer terugkomen in zijn werken.

Via Skype toont Correale de strakke, wit verlichte studio in New York waar hij de komende maanden verblijft. ‘In deze stad is het cool om te zeggen dat je slaaptekort hebt. Het straalt productiviteit uit.’ Op zijn bureau staat een e-smoker waar zo nu en dan een grote wolk stoom uit komt als hij tijdens de vragen een hijs neemt. Op de grond staan verhuisdozen. De Italiaanse kunstenaar is net terug van een reis door India en de Filippijnen, waar hij met tientallen nachtwerkers sprak en hen fotografeerde voor zijn komende project. ‘Het zijn vooral jonge, energieke twintigers en dertigers. De meesten van hen werken in de klantenservice-sector voor Amerikaanse bedrijven. Expedia, Mastercard, het Hilton Hotel, noem maar op. Anderen zijn juridisch medewerker; ze verzamelen online documenten en informatie voor hun werkgever. En dat voor een tiende van een Amerikaans salaris.’

Volgens schattingen werken zo’n 1,2 miljoen Filippijnen en ongeveer eenzelfde aantal Indiërs in deze sector, genaamd ‘business process outsourcing’ (bpo). Een bpo-baan vinden is niet moeilijk. Wervingscentra zijn 24/7 open in de landen, die hoge werkloosheidscijfers onder jongeren kennen. ‘Binnen een dag ben je aan het werk in een callcenter’, zegt Correale. bpo-werkers doen dit vijf nachten in de week, met negen uur durende shifts die beginnen tussen zes uur ’s avonds en drie uur ’s nachts. Slaap wordt overdag ingehaald. Recht op vrije dagen is slechts voor een enkeling weggelegd. ‘Terwijl dat juist is wat de werkers nodig hebben’, voegt de kunstenaar toe. ‘De meesten reageren laconiek als je vraagt hoe het met ze gaat. “Everything is all right, the work is fun.” Maar als je doorvraagt hoor je dat ze met veel klachten kampen. Problemen met de spijsvertering, hormonale disbalans, een zere keel door al het praten en roken. Tijd voor een ziekenhuisbezoek is er niet. Ik vroeg een Indiër die al tien jaar in een callcenter werkte of er iets ontbreekt in zijn leven: “I miss the sun.”’

Het gezicht van de Italiaan toont medeleven als hij praat over de medische gevolgen voor nachtwerkers. ‘Maar er is heel wat aan de gang. De bedrijven ontslaan werkers snel en banen worden overgenomen door software. Dus beginnen ze zich te organiseren in vakbonden. Tot nu toe worden die vooral genegeerd, al dan niet tegengewerkt door het bedrijfsleven en de twee regeringen. De nachtwerkers daar noemen zichzelf dan ook “invisible workers” en vragen aan mij of ik ze zichtbaar wil maken.’ Correale gaat een boek maken met grote foto’s van de Indiërs en Filippino’s die ’s nachts hun Amerikaanse en Europese medemens helpen met het omboeken van een vliegticket of het annuleren van een hotelreservering. Onder de foto’s staat een kort citaat over het werk, of de lichamelijke, mentale en sociale gevolgen ervan. ‘De bpo-industrie legt het domein van het kapitalisme bloot dat zich zelfs uitstrekt tot diep in de nacht. Dat zich bemoeit met ons slaapritme. Want de fabriek draait twenty-four seven.’

‘Voeding betekent alles, zeg je? Daarom zie je er zo uit!’ grapt eigenaar Huisman met slager Sjaak Verbij die zojuist zijn stukken vlees heeft opgehaald. Het is half zeven als het eerste busje van Chateaubriand met bestellingen is gevuld en wegrijdt. De sfeer in de knusse kantine is gemoedelijk. De werknemers doen een koffietje. Ten Brink eet een boterham. ‘Om half negen hebben we nog een pauze van tien minuten. Daarna is het doorwerken tot we klaar zijn. Dat kan om drie uur ’s middags zijn, maar vaak loopt het uit tot vijf uur.’

Voor het drietal Ten Brink, Huisman en Oldejans betekent dat een werkdag van soms wel vijftien uur. De vermoeidheid slaat meestal toe op de weg terug, in de auto. Vooral tijdens de file is het een gevecht om wakker te blijven, zegt Huisman. ‘Je rijdt nooit hard, maar een klein kop-staartbotsinkje komt wel eens voor. Het is niet goed te praten, maar het gebeurt wel.’ Bij Oldemans gaat op de terugweg verplicht het ‘raampie’ omlaag; ‘anders gaat het mis’. Volgens collega’s heeft hij hier en daar een ‘ongelukje’ gehad. ‘En als dat niet genoeg is, steek je je hoofd naar buiten tijdens het rijden. Dat frist je wel op.’