Commentaar: Verkiezingen

De zondagsstemming

Er is een bescheiden aanzet gedaan tot een discussie over de vraag of de verkiezingsdag van de woensdag naar de zondag kan worden verplaatst. Klaas de Vries, de minister van Binnenlandse Zaken, heeft er tussen de bedrijven door met de Tweede Kamer over gedebatteerd. De bewindsman vond de gedachte de moeite van het overwegen waard. «Ik heb die woensdag altijd wel een mooie dag gevonden», zei hij. «Maar in andere landen is het vaak op zondag, daar telt het argument van de geloofsovertuiging en de zondagsrust kennelijk niet. Behalve in Vaticaanstad, dan.»

Hoe komt het dat Nederland, waarin het georganiseerd christendom inmiddels een vrij bescheiden rol speelt, in dit opzicht roomser is dan de paus? Daar is een vriendelijke verklaring voor. Het komt omdat in een consensusmaatschappij als de onze op een tolerante wijze met de minderheden wordt omgesprongen, althans met de minderheden die op de Dag des Heeren zwartgekoust ter kerke gaan.

Die tolerantie wordt echter wat minder als het om de centjes gaat. Dan gaat de koopman de dominee genadeloos op de tenen staan. Eerst werd, tien jaar geleden, Loekie de Leeuw uit zijn zondagse dommel gewekt omdat de publieke omroep, óók de christelijke zendgemach tig den, die extra Stermiljoenen maar al te goed konden gebruiken in hun strijd tegen de kapitaalkrachtige commerciëlen. Vervolgens werd de weg vrij gemaakt voor de horden zondagjesmensen, zodat de binnensteden inmiddels zeven dagen per week in een groot, luidruchtig, consumptie hongerig pretpark zijn veranderd.

Het stemmen op zondag dient echter geen enkel economisch belang. Dus is een voorstel in deze richting voorlopig onbespreekbaar. Het mag niet en het kan niet (Exodus 31:12-14). Blijkbaar zijn de christenen in Nederland qua religieuze beleving van een ander, kwalitatief hoger soort dan de geloofsgenoten in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, waar men op zondag onbekommerd zowel ter kerke als ter stembus gaat.

Waarom doen die Nederlandse christenen daar toch zo spastisch over? Wat is er zo aanstootgevend en zondagsontheiligend aan om op de officiële rustdag, die in de praktijk allang geen rustdag meer is, je burgerplicht te vervullen? De gang naar de stembus is immers het braafste en meest bedaagde ritueel dat men maar bedenken kan, zodat het moeilijk te begrijpen valt waarom er anno 2000 nog mensen zijn die hier in godsnaam aanstoot aan nemen.